Lees hieronder het artikel uit DenkWijzer
Waarom doet de partij dit? Gert Jan Segers, directeur van het Wetenschappelijk instituut en lid van de Verkiezingsprogrammacommissie: “Sinds de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart ligt de vraag naar de bestuurbaarheid van het land op tafel. Daarbij lijkt de aandacht echter vooral uit te gaan naar de machtsvraag: welke partijen kunnen een meerderheid vormen met elkaar? De ChristenUnie loopt daar niet voor weg, maar vindt dat kiezers nu eerst en vooral recht hebben op antwoorden op de belangrijke maatschappelijke en economische vraagstukken van dit moment: het gevoel van onverbondenheid en onvrede in de samenleving, de economische en financiële crisis. Laat het weer over de inhoud gaan, geef mensen houvast.”
Belangrijke punten uit het artikel:
Financien en arbeidsmarkt:
Duurzaamheid:
Bloeiende samenleving
Ga naar de enquête (alleen voor leden beschikbaar) >>>
Na de val van het kabinet is het schrijven van het verkiezingsprogramma in hogere versnelling gezet. In dit artikel wil de verkiezingsprogrammacommissie alvast een tipje van de sluier oplichten. Wij nodigen u uit om (snel) te reageren op de inhoud van dit artikel, om zo samen te werken aan de vormgeving van het nieuwe verkiezingsprogramma.
De ChristenUnie heeft met haar christelijk-sociale politiek in deze kabinetsperiode op een aantal belangrijke terreinen een trendbreuk in gang gezet: meer aandacht voor jeugd en gezin, armoedebestrijding en schuldhulpverlening, verwezenlijking van een pardonregeling, vergroening van de economische groei, hulp voor de slachtoffers van mensenhandel, meer zorgvuldigheid rond de uitvoeringspraktijk van de abortus- en euthanasiewet, en een nieuwe deltawet om ook in de toekomst de veiligheid tegen het water te waarborgen. De resultaten van drie jaar zijn reden tot trots, maar niet voor zelfgenoegzaamheid. Het is een basis om op voort te bouwen.
Bloeiende samenleving
Nederland anno 2010 is een land onder spanning. Er zijn gelukkig heel veel krachten werkzaam die het land willen opbouwen. Talloze betrokken burgers die de handen uit de mouwen steken en actief zijn in hun buurt, in vrijwilligersorganisaties, sportverenigingen of kerken. Mensen die ondernemen en dagelijks in hun levensonderhoud voorzien. Tegelijk maken veel burgers zich zorgen of zijn zelfs boos. Zij ergeren zich aan verloedering, overlast, onveiligheid en een elite die vooral voor zichzelf zou zorgen. Ze voelen zich in hun zorgen vaak in de steek gelaten door een weinig daadkrachtige overheid. In deze tijd van wantrouwen en onvrede is er groeiende behoefte aan hernieuwde morele oriëntatie. De ChristenUnie heeft een verhaal waarmee we willen werken aan herstel van vertrouwen in ons land .
De ChristenUnie is een voluit christelijke partij die midden in de pluriforme Nederlandse samenleving staat. Dat is een spannende en uitdagende positie. In een christelijk-sociale samenlevingsvisie staat voorop dat mensen tot hun bestemming kunnen komen. Dat betekent allereerst dat zij niet voor zichzelf leven, maar verantwoordelijkheid dragen voor de samenlevingsverbanden waarin ze zijn geplaatst. De overheidstaak is principieel begrensd. Overheidsvoorzieningen behoren hier rekening mee te houden.
Tegelijk benadrukt de ChristenUnie de unieke taak van de overheid om de publieke gerechtigheid te bevorderen en schild voor de zwakken te zijn. Daarom heeft de ChristenUnie altijd bijzondere zorg voor mensen die in kwetsbare posities terecht zijn gekomen en dus aandacht voor de ingrijpende gevolgen van hervormingen voor kwetsbare groepen. Dat is niet hetzelfde als op de bres staan voor het behoud van de verzorgingsstaat: de ChristenUnie valt te typeren als beschermer van de zwakken, niet als beschermer van de verzorgingsstaat.
De ChristenUnie kiest voor het versterken van lokale gemeenschappen, zodat mensen zich minder afhankelijk voelen van de overheid en de grote, onpersoonlijke systemen en meer ruimte en respect krijgen voor hun rol in de lokale ‘civil society’.
De integratie van nieuwkomers is een van de grote sociale kwesties van onze tijd. We zullen helder moeten maken wat voor samenleving we zijn, welke waarden ons binden en hoe we met elkaar omgaan. Wij benaderen het integratievraagstuk niet vanuit de vraag wie zich moet aanpassen, maar vanuit een andere invalshoek. Wij willen verhelderen wat een land mag vragen van zijn burgers (of ze in Nederland zijn geboren of niet), en wat burgers van elkaar mogen verwachten. Wat ons betreft, moet integratie dus gaan over burgerschapsvorming. Dat het leren van de Nederlandse taal en het kwalificeren voor de arbeidsmarkt daar deel vanuit maakt is evident. Maar als we respectvol met elkaar omgaan in plaats van met de rug naar elkaar, is er ook ruimte voor culturele verschillen.
Hiermee is het leven met religieuze verschillen nog niet voor iedereen even makkelijk. Er is een paars (libertair) sentiment dat steeds minder ruimte laat voor bijzonder onderwijs, christelijke zorginstellingen, levensbeschouwelijk jeugdwerk en een pluriform omroepbestel. De ChristenUnie staat pal voor de vrijheid om je hart te laten spreken – ook het publieke domein – en de vrijheid om je eigen personeelsbeleid te voeren. Bij goede spelregels over gebruik van overheidsgeld moet er ook hier ruimte voor verschil zijn.
Willen we mensen opnieuw verantwoordelijkheid kunnen geven, dan zijn veiligheid en leefbaarheid van de wijken en buurten een topprioriteit. Veiligheid heeft niet alleen te maken met handhaving en lik op stuk beleid, maar ook met de fysieke leefomgeving, de sociale samenhang, de interactie tussen politie en burgers, de interventies bij probleemgezinnen en integratie. In overleg met de burgers, politie, middenstand, scholen en lokale overheid wordt straat voor straat en wijk voor wijk criminaliteit en verloedering tegengegaan.
De ChristenUnie heeft jeugd en gezin hoog op de politieke agenda gezet. Het programmaministerie voor Jeugd en Gezin heeft zijn bestaansrecht bewezen en moet worden voortgezet. De nadruk op preventie en de versterking van de eigen kracht van jeugd, hun ouders en opvoeders is in gang gezet. De kracht van gezinnen kan versterkt worden door het eigen netwerk (familie, vrienden, buren) te raadplegen voordat professionele hulp wordt ingeschakeld, om te bezien wat er mogelijk is ter ondersteuning van het gezin. Het belang van gezinsbeleid is nu breed erkend en de jeugdwerkloosheid wordt bestreden. Daarnaast is een kentering ingezet in het alcohol en drugsbeleid, onder meer door de toegankelijkheid van coffeeshops te beperken. We willen graag doorgaan op de ingeslagen weg.
Kwetsbaar leven – ongeboren baby’s, ouderen, gehandicapten, verslaafden – verdient onze volle bescherming en zorg. We willen geen schaduwrand in onze samenleving waarin mensen aan hun lot worden overgelaten.
Evaluaties tijdens de afgelopen regeringsperiode hebben laten zien dat het onderwijs zich meer moet richten op kennisopbouw en kennisoverdracht. Ook is het aantal opleidingen enorm gegroeid (vooral op MBO-niveau). Wij willen meer focus op resultaten en kwaliteit voorop stellen. Daarnaast wensen we meer aandacht voor zorgleerlingen, hoogbegaafdheid en het tegengaan van schooluitval.
Duurzaamheid
De wereldbevolking consumeert meer dan de aarde duurzaam kan opbrengen. Het economische systeem stimuleert ontbossing, overbevissing en ernstige vervuiling van ons natuurlijk leefklimaat. Het zorgt voor een toenemende ongelijkheid in de verdeling van de welvaart tussen Noord en Zuid, en tussen rijken en armen binnen de armste landen.
Wij zijn als mensen geschapen naar het beeld van God, geroepen tot zorg voor de medemens en voor de schepping. Het onwetend, ongewild of bewust meewerken aan de vernietiging van elkaar en het milieu staat hiermee in schril contrast.
Wij zetten koers naar een duurzame economie. De ChristenUnie geeft triple-p (people, planet, profit) richting door te werken aan triple-r (rechtvaardigheid, rentmeesterschap en relevantie). Rechtvaardiger door verantwoord omgaan met verdeling van grondstoffen en het tegengaan van de schending van mensenrechten in productieprocessen door het tegengaan van kinderarbeid en dwangarbeid. Beter rentmeesterschap door het streven naar een afname van de milieudruk. Relevanter door niet alleen te kijken naar de groei van ons bruto nationaal product, maar ook te sturen op waarden die voor burgers relevant zijn: welzijn, tevredenheid, geluk en vertrouwen.
De overheid bevordert duurzame innovatie langs de route van menswaardig, eco-efficient en eco-effectief produceren. Menswaardig door het mijden van uitbuiting, kinderarbeid en het schenden van mensenrechten. Eco-efficient door het leveren van goederen en diensten met minder niet-herbruikbare energie en minder materialen, leidend tot minder afval, minder vervuiling en minder kosten. Eco-effectief door het maken van producten die aan het eind van hun leven biologisch afbreekbaar zijn, of die technologisch weer kunnen worden hergebruikt.
Op mondiaal en Europees niveau wil de ChristenUnie afspraken maken om de emissie van broeikasgassen terug te dringen en roofbouw in de vorm van ontbossing en onbegrensde visserij tegen te gaan. Te volgen door internationale afspraken over voedselproductie en consumptie.
Onderzoek geeft aan dat de burger over het algemeen een positieve houding heeft ten opzichte van het verminderen van de milieudruk. Opmerkelijk is echter dat burgers met een uitgesproken positieve houding in de praktijk geen andere keuzen maken dan burgers met een neutrale houding. De burger heeft behoefte aan meer sturing vanuit de overheid en betere voorlichting over duurzaam inkoopgedrag. Met andere woorden: de burger wil milieubewust handelen, van de overheid mag gevraagd worden maatregelen te nemen zodat de burger hiertoe redelijkerwijs in staat is. Daarom moet milieubeleid veel duidelijker zijn, of het nu om afvalbeleid, energiebesparing, of duurzame productieketens gaat. Vaak vereist dit ook internationale afstemming, Daarom willen wij met andere landen afspraken maken over productlabeling en het weren van niet-duurzame producten.
Door de kosten van transport, uitputting van grondstoffen en milieuschade in de hele levenscyclus van het product door te berekenen in de kostprijs, zal de consument ook gestimuleerd worden om te kiezen voor duurzame producten. Dit kan onder meer bereikt worden door vergroening van het belastingstelsel; door een verdere verschuiving van belasting op arbeid naar milieu en grondstoffen.
Het bedrijfsleven neemt op dit gebied al veel eigen verantwoordelijkheid, maar kan hiertoe nog meer worden gestimuleerd. Nederland kan strengere milieuregels stellen, die dwingen tot innovatie. De overheid zal het bedrijfsleven hierbij ondersteunen met fiscale regelingen en faciliteiten. Het momentum van de kredietcrisis kan gebruikt worden voor versterking van het wetenschappelijk onderzoek en het MKB als kraamkamers voor innovatie. Om investeerders in duurzame producten meer zekerheid te bieden, zijn wij voorstander van langjarige fiscale regelingen in plaats van tijdelijke, geplafonneerde subsidieregelingen.
Gezonde overheidsfinanciën, arbeidsmarkt en zorg
De financiële crisis heeft harde klappen aan onze economie en overheidsfinanciën uitgedeeld: het overschot van 0,7%BBP in 2008 is omgeslagen in een tekort van -6,1%BBP (36 miljard) in 2010 en -4,7%BBP (28 miljard) in 2011. Op de arbeidsmarkt ijlt de crisis nog na en loopt de werkloosheid op tot 500.000 personen in 2010. Mede dankzij goede en gecoördineerde beleidsreacties van overheden wereldwijd is de klap van de crisis relatief goed opgevangen en zijn tekenen van economisch herstel zichtbaar. Het bedrijfsleven is de motor van onze economie en om uit deze crisis te komen, dient ondernemerschap gestimuleerd te worden
De ChristenUnie staat voor gezonde overheidsfinanciën. Goed rentmeesterschap vraagt een goed beheer van overheidsfinanciën. Het begrotingstekort en de staatsschuld zijn de laatste jaren sterk opgelopen als gevolg van de crisis. De schuld dient in een verantwoord tempo te worden teruggedrongen om het economisch herstel niet teniet te doen. Om te voldoen aan de eisen van het Stabiliteits- en Groeipact dient Nederland het tekort in 2013 weer onder de -3% BBP te hebben gebracht. Met een groeiverwachting van 2% betekent dit dat er tot 2013 zo’n 4-8 miljard bezuinigd moet worden. Hierbij dient een weloverwogen mix van ombuigingen en lastenverzwaring te worden nagestreefd. Bij dit laatste kunnen we denken aan de invoering van een tijdelijke crisis- en hersteltax. Daarnaast is er de lange termijnopgave. Nederland dient te streven naar houdbare overheidsfinanciën met het oog op de vergrijzing en het opraken van de gasvoorraden. Voor houdbare overheidsfinanciën is een overschot nodig van 4 tot 5%BBP, terwijl we in 2011 uitkomen op een houdbaarheidstekort van -4%BBP. De ChristenUnie staat voor doorvoering van de al door het kabinet voorgestelde maatregelen aangaande de AOW, de zorg en het eigenwoningforfait, wat 2% houdbaarheid oplevert.
De lange termijn houdbaarheidsopgave komt daarmee op 6%. Het ligt voor de hand om in volgende kabinetsperioden steeds eenderde hiervan op te lossen, zodat Nederland rond 2023 een houdbaar niveau van overheidsuitgaven en inkomsten bereikt.
Het vertrouwen van burgers in de overheid heeft de laatste jaren een deuk opgelopen. Uitbesteding van publieke taken aan zelfstandige bestuursorganen of marktpartijen heeft niet altijd tot betere dienstverlening en kwaliteit geleid. Bovendien zijn er veel bestuurslagen, toezichthouders, adviseurs en uitvoerders die soms langs elkaar heen werken of zelfs overlappende verantwoordelijkheden hebben. Dat er belastinggeld wordt verspild aan een inefficiënt overheidsapparaat is niet uit te leggen. De ChristenUnie wil een slagvaardig en krachtig overheidsapparaat, dat dicht bij de burger staat en zich beperkt tot kerntaken en strikte handhaving van wetten en regels. Hiermee kan veel geld worden bespaard.
Als we het niveau van publieke voorzieningen, de hoogte van de AOW-uitkeringen en de kwaliteit van de zorg op peil willen houden, dan is het wegens de vergrijzing noodzakelijk om de arbeidsproductiviteit en de -participatie te verhogen en de collectieve uitgavengroei af te remmen. Voor de ChristenUnie staat hierbij voorop dat we hierbij de kwetsbaren en de kinderen niet uit het oog verliezen. De sterkste schouders zullen de zwaarste lasten moeten dragen.
De ChristenUnie wil de huidige bevoordeling van hogere inkomens op de woningmarkt tegengaan, eigen woningbezit voor starters toegankelijker maken en het aflossen van hypotheekschulden bevorderen. Dat betekent dat de hypotheekrente voor alle inkomens tegen hetzelfde tarief aftrekbaar wordt, waarbij het aftrekbare bedrag forfaitair afneemt door een aflossing in 30 jaar te veronderstellen. Ook het scheef wonen op de huurmarkt kan worden tegengegaan door corporaties meer vrijheid te geven om huren te koppelen aan inkomen, terwijl de vermogens van corporaties worden benut om te investeren in herstructurering van wijken en voldoende sociale woningbouw.
Vanuit een christelijk-sociaal mensbeeld benadrukt de ChristenUnie het belang dat ieder mens zijn talenten kan inzetten in werk, gezin en maatschappij. Enerzijds willen we inzetten op scholing en het vergroten van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Anderzijds is de inzet als opvoeder, mantelzorger en vrijwilliger minstens zo belangrijk voor het sociaal kapitaal van de samenleving. Mensen leven voor méér dan voor economische welvaart: het gaat om het ‘goede leven’.
De ChristenUnie wil daarom een effectievere werkloosheidsregeling, waarbij werkgevers en werknemers meer geprikkeld worden te investeren in scholing en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, zodat werknemers bij ontslag sneller elders aan het werk komen. Dit kan door werkgevers verantwoordelijk te maken voor loondoorbetaling tijdens de eerste maanden na ontslag, mogelijk deels in sectoraal verband. Een publiek vangnet is pas na afloop van deze periode aan de orde als de werknemer geen baan heeft gevonden.
Daarnaast wil de ChristenUnie gezinnen met kinderen optimaal ondersteunen. Om ouders optimale keuzevrijheid te geven in de verdeling van arbeid, kinderopvang en zorgtaken, zullen de regelingen die bestemd zijn voor kinderen meer gericht en vereenvoudigd moeten worden. De ChristenUnie wil daarom de vele bestaande voorzieningen samenvoegen tot twee regelingen. Eén kindgebonden budget gericht op inkomensondersteuning van alle gezinnen met kinderen door middel van een vast inkomensonafhankelijk bedrag met een inkomensafhankelijke kop. En één gericht op ondersteuning van de combinatie van werk en gezin door middel van een vrij besteedbaar fiscaal voordeel, ongeacht van welke vorm van opvang de ouders gebruik maken.
De ChristenUnie wil verder dat het beroep op de collectief gefinancierde zorg niet automatisch blijft groeien. De toelating van dure nieuwe medische behandelingen tot het algemene pakket moet zorgvuldig overwogen worden. Verder zou het basispakket meer kunnen worden gericht op risico’s die niet ‘gebruikelijk’ zijn oftewel die niet ‘bij het leven horen’. Via aanvullende pakketten kunnen mensen zich bijverzekeren. Sprekend voorbeeld is de anticonceptiepil boven de 21 jaar. Wij willen het rondpompen van geld via de zorgtoeslag afschaffen en kiezen voor een meer inkomensafhankelijke premie, zodat het draagkrachtprincipe direct in de premiehoogte wordt verwerkt. De Christenunie wil voorts door een verbeterde ketenzorg en versterking van de eerstelijn bevorderen dat de zorg dicht bij de patiënt wordt geleverd, wat ongewenste toestroom naar 2e lijnszorg kan afremmen.
In de langdurige zorg wordt de AWBZ meer gericht op de kwetsbare groepen met onverzekerbare risico’s. Deze AWBZ leent zich niet voor marktwerking. Er moet ruimte zijn voor identiteitsgebonden instellingen en organisaties.
Het moet normaler worden dat ouderen die daartoe redelijkerwijze in staat zijn, meer financieel bijdragen aan de kosten van het wonen en aan de ondersteuning en aanschaf van hulpmiddelen die horen bij het ouder worden (rollator). Dit gaat echter niet op voor chronische en zware zorgbehoefte. Een groter beroep op de inzet van de naaste omgeving bij de dagelijkse zorg voor ouderen kan worden overwogen, maar uiteindelijk moet een beroep op de zorgplicht van de gemeente via de WMO een vangnet bieden voor mensen zonder toereikend sociaal netwerk. Het is van belang om de wisselwerking tussen formele en informele zorg verder op gang brengen. Want maatschappelijke verschraling ga je niet tegen met een toename van professionele zorg, maar met meer onderlinge verbondenheid en omzien naar elkaar. De eigen-kracht-conferenties die al worden gebruikt in de jeugdzorg, zouden kunnen worden uitgebreid naar het terrein van ouderen- en gehandicaptenzorg.
Internationale Gerechtigheid
Er komt steeds meer kritiek op ontwikkelingssamenwerking. Deze is met name gericht op de gebrekkige effectiviteit van de hulp. De kritiek wordt door velen aangegrepen om flink te willen snoeien in het budget voor ontwikkelingshulp. Toch is de levensverwachting in ontwikkelingslanden de laatste 25 jaar met 10 jaar gestegen; het percentage kinderen dat naar school gaat is verdubbeld en de armoede in de wereld is gehalveerd tot een kwart van de wereldbevolking. Maar het kan en het moet nog beter. Want nog altijd leeft ruim 1 miljard van minder dan een dollar per dag en dus onder het bestaansminimum.
Maar uit kritische evaluaties blijkt dat goedbedoelde hulp soms contraproductief is, omdat het hulpverslaving of corruptie in de hand kan werken. Bovendien ontneemt het sommige regeringen de noodzaak om belastingen te heffen en verantwoording af te leggen aan de bevolking. Zo kan het de ontwikkeling van een land belemmeren.
Hoe dan wel? Wij handhaven het budget op 0,7%BBP. Dat is een kwestie van beschaving, die uitdrukking geeft aan de solidariteit met de allerarmsten in deze wereld. Het perspectief op verhoging naar 1%BBP ligt op dit moment buiten bereik, maar willen wij voor de langere termijn niet loslaten. Bij internationale samenwerking streven we naar armoedebestrijding, maar ook naar versterking van de economie, de rechtszekerheid en het ontwikkelen van een hoogwaardige infrastructuur van onderwijs, gezondheidszorg en communicatie.
De overheid zou zich niet langer moeten bezighouden met lokale armoedebestrijding. Dat is primair een taak van particuliere hulporganisaties. Wel kan de overheid deze organisaties via medefinanciering ondersteunen. Particuliere hulporganisaties staan veel dichter bij de lokale bevolking en bouwen langere relaties op. Aan de Nederlandse kant worden ze gedragen door donateurs of leden, die hen niet alleen steunen maar ook scherp houden. Ze komen vaak in landen waar westerse overheden niet mee willen samenwerken.
Volgens de ChristenUnie gaat er veel mis met hulp die gegeven wordt via het multilaterale kanaal (VN, Wereldbank, EU) en het bilaterale kanaal (hulp van overheid naar overheid). De internationale instituten zijn log en bureaucratisch en hebben hoge overheadkosten. Wel is het multilaterale kanaal belangrijk voor het bereiken van afstemming van de hulp en het maken van internationale afspraken. Essentieel is dat de multilaterale organisaties de komende jaren hervormd worden, zodat zij zich richten op deze kerntaken. Bovendien moet het democratisch gehalte in de Wereldbank en het IMF verbeterd worden, zodat de invloed en sturing van westerse landen in het nadeel van arme landen worden verminderd. Door te stimuleren dat staatsobligaties uitgegeven worden in de valuta van het land in plaats van in dollars, zullen hun overheden ook meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen beleid en zijn ze minder afhankelijk van Amerika. Westerse landen moeten hun agrarische productie beperken en de exportsubsidies afschaffen, zodat westerse producten niet langer voor dumpprijzen in ontwikkelingslanden terecht komen, waardoor de lokale boeren hun eigen producten niet kunnen afzetten. Ook behoren de milieukosten van het transport beter verwerkt te worden in de prijs, zodat lokale productie en consumptie gestimuleerd worden. Tenslotte stimuleren we de lokale bewerking van grondstoffen, ten behoeve van de groei van de werkgelegenheid in die landen.
In de bilaterale hulp heeft het onze voorkeur dat de landenlijst wordt ingeperkt, zodat de hulp minder versnipperd is. In overeenstemming met de Verklaring van Parijs (2005) kan Nederland dan Lead Nation zijn voor de donorgemeenschap in die landen. Nederland zou zich vooral moeten inzetten in die sectoren waar Nederland een meerwaarde inbrengt qua kennis en ervaring, zoals op het gebied van watermanagement, landbouw, milieu en justitie.