woensdag 03 maart 2010 12:33 "Ja, ook ik ben bezorgd over de bestuurbaarheid van dit land. Maar misschien mag ik in de kakofonie van politieke beschouwingen op dit punt even de beurt aan me voorbij laten gaan. Er is namelijk iets waar zelfs een politiek dier als ik zich meer zorgen over maakt dan over een kabinetscrisis." Dat zegt Gert-Jan Segers in zijn column voor het Nederlands Dagblad.In de acht jaar dat ik in het buitenland heb gewoond, heb ik veel mensen tot geloof in Jezus Christus zien komen. Zelfs sommige sceptische Europeanen heb ik in Egypte tot geloof zien komen en het aantal moslims dat Jezus als hun verlosser leerden kennen, nam in de loop van de jaren steeds meer toe. In Amerika zaten we in een bruisende, vitale kerk en ontmoette ik bijvoorbeeld een studiegenoot uit China die me geweldige verhalen vertelde over de onstuimige groei van de kerk daar. Maar Nederland, allemensen, wat is dat toch met Nederland? Ons lieve landje lijkt soms wel een vervloekt stukje op Gods aarde. Een uithoek in de wereld waarin Gods Geest zich stil lijkt te houden, waar de wind van het ongeloof over de poldervlakte giert, waar de scepsis ons met de Hollandse melk wordt ingegoten.
Niet meer relevant
Ik had vroeger twee oudere neven die met God en de kerk hadden gebroken, maar die waren destijds van de buitencategorie. Hun breuk met de kerk had zich ooit in een parallelle wereld afgespeeld, ver bij mij vandaan. Het was niet iets dat me toen hevig beroerde. Dat veranderde toen ik in mijn studententijd met een ouderejaars praatte die op het punt stond van zijn geloof te vallen. Mijn gemoedsrust werd pas echt wreed verstoord toen ik bij leeftijdsgenoten en vrienden van dichtbij zag hoe het geloof in God als zand tussen de vingers weg kan glijden. En nu zie ik tot mijn grote verdriet bij een generatie onder me soms hetzelfde gebeuren. Lieve mensen die het echt hebben geprobeerd, die studie van de bijbel maakten, God serieus hebben gevraagd zich bekend te maken en uiteindelijk tot de slotsom zijn gekomen dat God en geloof voor hen niet meer relevant zijn.
Een lawaaimakende ex-gelovige op afstand doet me eigenlijk niet veel. Het is misschien geen fraaie reactie, maar iemand als Maarten ’t Hart vind ik eerder aandoenlijk dan dat hij me enige vertwijfeling bezorgt. Zelfs het verhaal van de jonge schrijfster Franca Treur verneem ik zoals ik ooit kennis nam van het ongeloof van mijn oudere neven. Franca Treur studeerde, net als ik, ook in Leiden en was daar eveneens lid van de reformatorische studentenvereniging CSFR. Nu is ze blij van het Godsgeloof te zijn bevrijd en is ze een nieuw gezicht van de schare ex-gelovigen. Maar na lezing van haar verhaal in het kerstnummer van Vrij Nederland, sla ik het blad dicht en verheug ik me vooral op het geboortefeest van mijn Heiland.
Doodsnood
Vele malen moeilijker is het als heel dichtbij iemand van God los raakt. Als je ziet dat voor een beminde God irrelevant is geworden en het geloof een curiositeit. Ik weet dan ook nooit zo goed wat ik nog moet zeggen. Ze kennen de bijbelverhalen, ze weten hoe christenen hun geloof verdedigen, ze hebben vast ontroerende getuigenissen gehoord, aansprekende preken beluisterd. Wat zou ik daar nog aan toe kunnen voegen? Een verdrietige vorm van berusting komt over me en ik vraag me af: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebben ze U verlaten?’. Soms herinner ik me in dat soort situaties hoe twijfel ook door mijn eigen hart gierde en soms opnieuw aan de deur van mijn hart klopt. Maar dan prevel ik: ‘Naar wie anders zou ik moeten gaan, Heer, U hebt de woorden van het eeuwige leven’. Maar wat ik vooral voel is een grote bezorgdheid over mijn drie dochters die hun pubertijd nog voor zich hebben liggen. En een bezorgdheid over de uitgedunde kudde gelovigen hier. O God, laat niet los wat U hier in de Lage Landen ooit bent begonnen. Waai met uw Geest, niet alleen in verre buitenlanden, maar ook hier.
In reactie op de atheïstische dominee Hendrikse wil mijn kerk, de PKN, het weer over God hebben. Geweldig om het weer over God te hebben, maar liever niet alleen met Hendrikse. Laten we het in de kerk inderdaad weer over God hebben, laat het over Jezus gaan als we na afloop koffie drinken, naar huis lopen, als we thuis aan tafel zitten, in bed liggen. Laten we weer met elkaar bidden, veel bidden. Laat we God weer terug bidden in onze eigen levens, in die van onze beminden, zodat we weer warm worden van het evangelie. Want het is hier zo koud geworden.
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’, schreeuwde Jezus ooit in doodsnood uit. Nog geen drie dagen later was het Pasen.
Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie