Overzicht
Partij
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Europees Parlement
Wetenschappelijk Instituut
Bestuurdersvereniging
In het land
Weblogs

Nieuwsarchief


Topbanner-actueel-2010
     

U bent hier:
ChristenUnie.nl
Actueel
Nieuws
De bittere noodzaak van burenbezoek (column)

De bittere noodzaak van burenbezoek (column)

Gert-Jan Segersvrijdag 26 maart 2010 09:45 "We komen simpelweg te weinig bij elkaar over de vloer om elkaar de eenvoudige vraag te stellen: 'Hoe gaat het nou eigenlijk met je?'"In zijn column in het Nederlands Dagblad, schrijft WI-directeur Gert-Jan Segers over het belang van goede contacten in de buurt. Burenbezoek als bittere noodzaak.

Je buurvrouw kan aan kanker leiden, zonder dat je daar lange tijd ook maar enige weet van hebt. Een andere buurvrouw kan midden in de winter met een zonnebril langs je huis lopen en de indruk wekken de filmster uit te hangen. Terwijl ze last heeft van de meest verschrikkelijke migraineaanvallen. We komen simpelweg te weinig bij elkaar over de vloer om elkaar de eenvoudige vraag te stellen: “Hoe gaat het nou eigenlijk met je?” Zomers loop je elkaar nog weleens tegen het lijf, maar ’s winters is het ook in sociaal opzicht een kille boel.

Toen Rianne en ik ooit bij mijn zus en zwager in Guinee op bezoek gingen, moesten we een dag lang hun dorp in om de belangrijkste mensen te begroeten. We moesten gaan zitten, vertellen hoe de reis was gegaan, hoe met de familie in Nederland was en we kregen te eten. Het was nog voor de oogsttijd, maar van het weinige voedsel dat ze nog net hadden, werd ruim gedeeld. Halverwege onze ronde bedachten we tot onze schaamte dat we die eerste dag in dat Guinese dorp met meer mensen hadden kennisgemaakt dan in onze eigen straat in Nederland. Duizenden kilometers van onze straat hadden we binnen een dag meer burenbezoekjes afgelegd dan in onze eigen buurt.

 

Eerlijk gezegd hoeft het, wat mij betreft, hier ook weer niet helemaal op z’n Guinees aan toe te gaan. En als het daar wel op lijkt, houd ik altijd mijn hart vast. Ook hier zijn straten waar mensen constant bij elkaar over de vloer komen. Waar ze tijdens voetbaltoernooien alles oranje kleuren en alle wedstrijden samen bekijken. Waar ze de hele zomer met elkaar rond de barbecue staan. Om nog maar te zwijgen over buren die samen op vakantie gaan. Niets ten nadele van mijn buren, maar ik vermoed dat als je het als buren lang en vreedzaam met elkaar wilt uithouden, je dan vooral niet elkaars beste vriend moet willen worden. Maar goed, er zit nog een wereld tussen het Guinese model en de gespreksloze winters in Nederland.

 

Hoeveel er op het spel staat als het gaat om burenbezoek, wordt geïllustreerd door een onderzoek van de Amerikaans-Indiase politicoloog Varshney. Hij onderzocht de patronen in het sektarische geweld tussen moslims en hindoes in India. Hij vroeg zich af waarom in tijden van spanning in de ene stad honderden doden vielen, terwijl in de andere stad het bij woorden bleef. Zijn studie wees uit dat in gebieden waar de islamitische en hindoe gemeenschappen een lange traditie hebben van onderling contact en samenwerking, het geweld achterwege blijft. Maar waar moslims en hindoes in geïsoleerde gemeenschappen leven, laait het geweld steeds weer op en vallen er doden. Het laat zien dat in India burenbezoek levens redt.

 

Nu vallen er in Nederland nog niet zoveel doden bij sektarisch geweld, maar de spanningen lopen wel op. Er zijn brandstichtingen in moskeeën die voor veel onrust bij moslims zorgen, er is geweld van Marokkaans-Nederlandse jongeren die een steeds grotere bron van ergernis vormt. Ik houd mijn hart soms vast. Gek genoeg zijn het vooral moslims die er voor zorgen dat niet-moslims bij hen over de vloer komen. Tijdens de Ramadan worden ze voor iftar-maaltijden uitgenodigd. Het zou niet gek zijn als christenen ook hun bijdrage gaan leveren en de christelijke deugd van gastvrijheid ruimhartiger gaan beoefenen. Het kan levens redden.

 

In de preken in onze kerk worden we regelmatig opgeroepen om het evangelie door te geven aan mensen in onze omgeving. Maar hoe kun je je buren uitnodigen voor een Alpha-cursus als je niet eens weet hoe het eigenlijk echt met ze gaat? In mijn woonplaats werden we door de gemeentelijke overheid een handje geholpen. Via het project ‘Sophie aan tafel’ worden buren gestimuleerd elkaar uit te nodigen. Het leverde bij ons een volle kamer op met mensen waar ik de naam nog niet eens goed van wist. En ik kwam er achter dat twee buurvrouwen al langer een ziekte hadden waar ik nog enkele weet van had. Die winterse zonnebril snap ik nou ook beter.

 

Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie

Deze column verscheen in maart in het Nederlands Dagblad 

Labels

«Terug