Overzicht
Partij
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Europees Parlement
Wetenschappelijk Instituut
Bestuurdersvereniging
In het land
Weblogs

Nieuwsarchief


Topbanner-actueel-2010
     

U bent hier:
ChristenUnie.nl
Actueel
Nieuws
Groen van Prinstererlezing 2010: Crises vragen om breed beraad (ND)

Groen van Prinstererlezing 2010: Crises vragen om breed beraad (ND)

BobGoudswaard001woensdag 12 mei 2010 11:50 De samenleving wordt geconfronteerd met crisis van wereldomvang, die de markt of de overheid niet alleen kunnen oplossen. Naar goed christelijk-sociale traditie is een breed samenlevingsberaad nodig, gericht op duurzaamheid en minder op consumptie. Dat was gisteren de boodschap van dr. Bob Goudzwaard in de jaarlijkse Groen van Prinstererlezing van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie.

Hieronder een samenvatting van de lezing van Goudzwaard uit het Nederlands Dagblad, op woensdag 12 mei verschenen op de opiniepagina.

door Bob Goudzwaard

‘Men verwachtte een gouden eeuw, maar een ijzeren kwam.’ Deze beroemde regel van Groen van Prinsterer uit Ongeloof en Revolutie had betrekking op het Verlichtingsdenken dat aan de Franse Revolutie voorafging. Het geloof in een rationeel vormgegeven, mechanisch perfect werkende wereld is door de historie afgestraft en na de val van de Berlijnse Muur dan ook duidelijk op zijn retour. Toch zien veel politici en wetenschappers de moderne samenleving nog steeds als een samenstel van al dan niet goed in elkaar passende mechanismen. Denk aan het marktmechanisme.

Het reformatorische gedachtegoed, en daarmee ook het christelijk-sociaal denken, is bewust op een andere grondslag gebouwd. Dat van de samenleving als een levend lichaam, waarin de verschillende leden op elkaar zijn aangewezen. Een lichaam waarin dus de hand niet kan zeggen tegen de voet: ‘ik heb jou niet nodig’, en waarin juist de zwakke onderdelen met groter respect worden tegemoet getreden. Nog steeds blijkt het van grote waarde dat vooral in tijden van nood mensen en instellingen worden opgeroepen voor elkaar verantwoordelijkheid te nemen, en daarover ook jegens elkaar rekenschap af te leggen: een verantwoordelijke samenleving. Het Nederlandse poldermodel is primair uit die christelijk-sociale traditie geboren.

 

Markt als dienst

In een van zijn preken omschrijft Calvijn het marktverkeer van zijn dagen als een uiting van menselijke gemeenschap en een teken van Gods genade. Dat gaat terug op zijn visie van de mens als door God geschapen. God heeft mensen niet zo verschillend gemaakt om ons aan elkaar ongelijkwaardig te doen zijn. Integendeel, juist door al hun verschillen zijn mensen des te meer op elkaar aangewezen, en kunnen ze elkaar dienen in wat ze aan goederen en diensten aanbieden en van elkaar vragen. Zo mag de markt de plaats zijn van onderlinge menselijke ontmoeting en dienstverlening.

De visie van Calvijn en van de christelijk-sociale beweging kun je nog steeds doortrekken naar het heden, al is daarbij wel voorzichtigheid geboden. Onder de invloed van het moderne denken zijn veel markten de laatste twee eeuwen steeds meer verhard tot autonome en onpersoonlijke mechanismen. Klassieke economen als Adam Smith en - nog sterker - de latere neo-klassieke economen verfoeiden juist het element van onderlinge ontmoeting. Want dan komen er mogelijk schadelijke coalities tussen producenten of consumenten, en dat zou markten onvolkomen maken. Alleen pure en perfecte markten kunnen werken als zuivere evenwichtsherstellende mechanismen tussen vraag en aanbod; en dat is nog steeds het ideaalbeeld van de meeste economen. Daardoor is de economische werkelijkheid goeddeels naar die opvatting gaan staan.

 

Beperkingen

We zullen de moed moeten hebben de intrinsieke beperkingen van de moderne markten onder ogen te zien. 1. Geen markt zal een behoefte vervullen wanneer er geen sprake is van koopkrachtige vraag. Maar wat heeft deze beperking ongelooflijke gevolgen! Want de meest dringende behoeften op deze wereld zijn vaak de behoeften van de armen. Terwijl de behoeften van de rijkeren juist bij voorrang worden vervuld.

2. Er komt op die markt geen enkel aanbod tot stand, wanneer daar geen voldoende geldelijke beloning tegenover staat. Een pure en volledige markteconomie kent geen voorzieningen als vuurtorens en stoplichten. Ook diensten of voorzieningen om het milieu te redden komen pas dan tot stand wanneer bedrijven er brood in zien.

3. De markt zal vanuit zichzelf geen waarde toekennen aan iets wat niet geprijsd is. Het is vanuit die prijs-van-nul filosofie dat gifbelten konden ontstaan. En doen beroepsziekten zich nog steeds voor als gevolg van de mogelijkheid onbetaald lasten af te wentelen op werknemers. Denk ook aan de overlast van geluid en stank, bodem- en luchtverontreiniging. Vormen van reclame die nietsontziend ook aan kinderen schadelijke behoeften opdringen.

De intrinsieke beperkingen van het marktmechanisme worden gelukkig vaak nog gedempt en teruggedrongen door een nog steeds heersend besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen. Door de positief-kritische invloed van consumenten. En niet in de laatste plaats door de invloed van een goede regelgeving van de overheid. Maar het is een heel delicate balans.

 

Mentaliteit

Onze economische orde kent nog steeds een zodanige concurrentie dat bedrijven zich gedwongen voelen de uiterste grenzen van vraag, aanbod en prijs op te zoeken. Belangrijker is nog dat de dominante mentaliteit in onze samenleving steeds minder doortrokken is van gevoelens van solidariteit, mededogen, loyaliteit en voorzorg. Veeleer staat de maximale verkrijging van het eigen individuele materieel geluk voorop.

Zo kan een samenleving ontstaan, waarin er nauwelijks meer aandacht is voor de behoeften van mensen die geen koopkracht meebrengen, zoals onverzekerden, mensen op wachtlijsten en armere landen; bijstandstrekkers, werklozen en achterblijvenden. In zo’n samenleving wordt ook steeds meer achterwege gelaten of verwaarloosd wat zich niet op korte termijn terugverdient, zoals onderhoud aan natuur, wegen, wijken en spoornet. Worden in de zorg de zwaarste risico's aan de klanten zelf gelaten.

Kijkend naar de macht van het geld via de financiële markten: Abraham Kuyper zei eens dat ook christenen stelselmatig vergeten dat geld niet behoort tot de geschapen wereld. Het is eerst en vooral een publiek goed dat tot en met bescherming behoeft. Was het niet de staat die als eerste geld aanmuntte en van een waarmerk voorzag? De diepe historische fout van de algehele privatisering van de geldaanmaak zal ons nog lang in onze hebzuchtige economieën als een vloek blijven achtervolgen. Tenzij de geldaanwas qua soort en volumegroei van nu af aan volstrekt aan de ketting wordt gelegd.

 

Crises

Onze samenleving wordt geconfronteerd met een aantal crises van wereldomvang die onderling sterk verbonden zijn. Zo is er sprake van een vertraging van de voedselproductie door zowel voortgaande erosie en de gevolgen van klimaatverandering, als door de sterke opkomst van bio-energie ten gevolge van onze grote energiebehoefte. Nu al zijn tal van landen, vooral de rijkere, bezig over het rond van de wereld hun eigen voedsel- en energievoorziening veilig stellen. En ze bereiden zich daarbij ook voor op eventuele militaire confrontaties. Deze crisis hebben alle te maken met ons leven op veel te grote voet.

Dit vraagt niet alleen om internationaal overleg en overheidsmaatregelen. Ze vergen ook een dringend appel vanuit de politiek op de hele samenleving. De tijd is gekomen voor een breed samenlevingsberaad. Een beraad dat dient te gaan over de overgang, die nu meer dan ooit nodig is, naar een meer duurzame en minder op consumptiegroei gerichte samenleving. De centrale vraag is of, terwijl velen van ons nog een gouden eeuw verwachten, de komst van een nieuwe ijzeren eeuw nog wel te voorkomen valt.

 

Labels

«Terug