woensdag 19 mei 2010 09:20 "Iedereen telt mee, is de campagneleus van de PvdA. Geldt dat voor heel Nederland of alleen voor gelijkheidsminnend links?" Die vraag stellen WI'ers Gert-Jan Segers en Geert-Jan Spijker vandaag in een opinieartikel in Trouw.Iedereen telt mee, is de campagneleus van de PvdA. Geldt dat voor heel Nederland of alleen voor gelijkheidsminnend links?
Bij de komende verkiezingen gaat het om financiën, maar op een principiëler niveau ook over onze vrijheden. De Nederlandse traditie van ruimte voor verschil staat onder druk van progressieve partijen. Uitspraken van voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk over de afschaffing van de ’enkele-feit-constructie’ (dat iemand kan worden geweigerd alleen omdat hij homoseksueel is), laten dat eens te meer zien. Hoe staat de leider van links, Job Cohen, daarin? Hij wil de boel bij elkaar houden, maar geldt dat voor heel Nederland of alleen gelijkheidsminnend links?
In de vorig jaar verschenen bundel ’Binden’ benadrukt Cohen meermalen dat er in Nederland ruimte voor verschil moet zijn. Traditioneel bood onze identiteit veel vrijheid en dat moeten we vasthouden. Godsdienstvrijheid behoort tot de kern van de Nederlandse rechtsstaat.
Cohen pleit voor een positieve invulling van de godsdienstvrijheid, inclusief het recht dat een religie zich kan en mag ontplooien in de publieke ruimte. Een citaat ter illustratie: „Het nieuwe, ongeschreven principe van integratie, dat bovendien nog wel eens trekjes wil krijgen van assimilatie, gaat niet boven de in onze Grondwet neergelegde vrijheid van godsdienst en vrijheid van onderwijs.”
Mooie woorden, maar is Cohen sterk genoeg om ze te verwerkelijken? Het prominente emancipatiehoofdstuk uit het PvdA-verkiezingsprogramma ademt helaas een andere sfeer. Het spreekt over acceptatieplicht van leraren en leerlingen voor elke school. Het wil de onderwijsvrijheid inperken en scholen dwingen tot acceptatie van alle leraren en leerlingen. En gunt ze de vrijheid zo niet om op basis van een eigen overtuiging eigen keuzes te maken.
De uitspraken van Plasterk sluiten daarop aan. Hoezo vrijheid van opvattingen en overtuiging? En verder: terwijl Cohen in 2001 over de gewetensbezwaarde trouwambtenaar zei: „Respect voor godsdienstige opvattingen moet tot tolerantie leiden”, stelt het PvdA-verkiezingsprogramma dat geen enkele trouwambtenaar mag weigeren een homostel in de echt te verbinden. Een pragmatische Albayrak werd onlangs meteen teruggefloten toen ze van die lijn afweek. Het kamp-Plasterk kan niet zomaar genegeerd worden.
Kortom: de theorie van ruimte voor verschil is mooi, maar de praktijk blijkt anders. En dat is verklaarbaar. Cohen geeft zelf een eerste verklaring. Voor het eerst in eeuwen kennen we een meerderheidscultuur in Nederland, en wel een seculiere. En die meerderheid ziet godsdienstvrijheid als een belemmering van een vrije samenleving. Een ander gevolg is dat die meerderheid zich verlicht en bevrijd acht en zich opstelt tegenover een minderheid die dat niet zou zijn – zij moeten nog door die Verlichting heen. Deze tendens hangt samen met het feit dat we het sinds enkele decennia zijn verleerd met echte verschillen om te gaan. We moeten dat vermogen opnieuw ontwikkelen.
Daarnaast zit ook bij Cohen zelf enige argwaan over religie. „Zelf heb ik niets met geloof”, zegt hij aan het begin van ’Binden’. Spinoza is een van zijn geestelijke helden, en die moest toch weinig hebben van de godsdienstvrijheid. De overheid duldt geen concurrent naast zich en wil ultieme loyaliteit. Religieuze structuren betekenen een gevaar voor maatschappelijke orde. Maar durven we te tolereren dat in maatschappelijke verbanden als kerk, gezin en school echt anders gedacht wordt dan de meerderheid wil?
Tot slot lijkt het erop dat de PvdA strategisch zo veel mogelijk afstand wil nemen van Balkenende-IV, dat bekendstond als christelijk-sociaal. Iedere associatie met christendom en bijbehorend vermeend moralisme moet vermeden worden. Elke schijn dat de PvdA niet vrijzinnig en geheel van deze tijd is, moet worden bestreden. Veelzeggend is dat Cohen direct verkondigde een zo progressief mogelijke coalitie te willen.
Iedereen telt mee – ja. Maar met de manier waarop de PvdA dat wil, zal Cohen niet altijd blij zijn. Nadruk op ruimte voor verschil staat op gespannen voet met het uniformeringsstreven van zijn partij. Binden kan dan snel beklemmend worden.
Bron: Trouw, woensdag 19 mei 2010