vrijdag 15 oktober 2010 15:03 Onlangs was er in Utrecht weer de grote 50 plus beurs. Duizenden babyboomers struinen dan dagenlang langs kraampjes op zoek naar een nog aangenamer seniorenleven. Ik sprak een aantal mensen die daar beroepshalve waren geweest en bleekjes om de neus vandaan waren gekomen. De klachten en boosheid van deze grijze generatie hadden hen geschokt. Maurice de Hond peilde zelfs officieel de stemming en meldde dat 60% van de senioren zich zorgen maakt over zijn financiële toestand. Bij dat soort berichten begin ik mij op mijn beurt een beetje zorgen te maken over onze ouderen.
We hebben het hier over de generatie die haar welvaart alleen maar heeft zien stijgen. Het zijn de mensen die eerder dan zowel de generatie voor hen als na hen konden stoppen met werken en al vroeg met prepensioenen en vut-regelingen de benen konden strekken. Het is dat deel van de natie dat de waarde van zijn huizen heeft zien verdubbelen of zelfs verdrievoudigen en die nooit hoefde te vrezen dat er een einde kwam aan de hypotheekrenteaftrek. Ze genieten van een betere gezondheidszorg dan welke generatie voor hen dan ook en hebben de mogelijkheden om verder en meer te reizen dan ooit tevoren. Waarom dan toch zoveel boosheid op ‘de politiek’ en zoveel angst voor welvaartsverlies?
In het grootste deel van deze wereld vinden hardwerkende ouders hun motivatie in de hoop dat hun kinderen het beter zullen hebben dan zijzelf. In Egypte ging ik veel om met mensen uit de middenklasse, waarvoor een werkende vader en moeder, één kind en veel overuren de norm is. Veel van hun zuurverdiende geld gaat naar de schoolopleiding van dat ene kind, zodat die later weer een trede kan stijgen op de maatschappelijke ladder. Het lijkt erop dat veel 50-plussers in Nederland die hoop niet meer hebben. En begrijpelijk. Veel rijker, luxer en verzorgder dan hun huidig leven kan het niet meer worden. Wat rest is de angst dat het alleen nog maar minder zal worden.
Kerkelijk bezorgd
Ook kerkelijk zijn er nogal wat bezorgde ouderen. En ook dat is begrijpelijk. Zij hebben zoveel kerkelijke teruggang meegemaakt dat sommigen van hen in iedere verandering alleen nog maar de opmaat zien voor een verdere teloorgang. Ze krabben zich bij iedere liturgische veranderingen achter de oren en houden bij elke theologische ontwikkeling hun hart vast. Het blijkt niet altijd makkelijk te zijn om ‘met je tijd mee te gaan’. En voorgangers die in hun eigen gloriedagen vooruitstrevend waren, voelen zich opeens als behoudzuchtige oude mannen terzijde geschoven. Het moet een pijnlijke ervaring zijn. Ouder worden gaat natuurlijk vanzelf, maar om op een mooie en jaloersmakende manier oud te zijn, valt nog niet mee. De oude Hendrik Colijn bleek er iets van te kunnen.
Jo Verkuyl was het jonge neefje van oud-premier Colijn en ook lange tijd gereformeerd zendeling in Indonesië. Een spannende combinatie. Verkuyl was er namelijk van overtuigd geraakt dat Indonesiërs terecht naar onafhankelijkheid streefden. Maar zijn oude oom dacht daar volstrekt anders over. Die had zich heel zijn leven, militair, bestuurlijk, zakelijk en politiek ingezet voor het behoud van ‘ons Indië’. Het was dus wel te begrijpen dat neef Jo er een beetje tegenop zag om oom Hendrik te vertellen dat hij tot een ander inzicht was gekomen. Maar tot zijn verbazing reageerde Colijn uiterst mild en zei hij zoiets als: “Jongen, met m’n beste weten en in geloof heb ik mijn keuzes gemaakt en dat moet jij, met Gods hulp, ook doen.” Colijn was in staat was om hoofd- en bijzaken te onderscheiden en zijn neef de ruimte te gunnen in geloof zijn eigen afweging te maken.
Milde wijsheid
Ouderen hoeven niet bij alle politieke en kerkelijke veranderingen te applaudisseren. Maar waar een jongere generatie van zou opknappen is niet het gemopper maar juist de milde wijsheid van ouderen. Waar jongeren wijzer van worden zijn niet de zorgen over pensioenen en liturgische veranderingen, maar de gerijpte inzichten van mensen die al langer meegaan. Mild in bijzaken, betrokken op de vragen van jongeren, onverschrokken als het er op aankomt. Hannie van Leeuwen ging staan op het CDA-congres en met haar spraken decennia aan ervaring. De jonge spreker na haar illustreerde met overslaande stem waarom we soms beter naar ouderen kunnen luisteren. Ik denk ook aan mijn eigen oma die iedere avond voor al haar kleinkinderen bad, aan mijn eigen moeder die steeds weer de namen van mijn dochters in Gods handen legt. Dat is wat we nodig hebben.
Alleen een bepaald gedeelte van de senioren sjokte mokkend over de 50 plus beursvloer. Slechts een deel van onze ouderen verliezen zich in klacht en angst voor teruggang. Maar het is het beste deel dat jongeren hun fouten gunt, hun eigen keuzes laat maken, altijd voor hen bidt en op gepaste momenten hun wijsheid met hen deelt.
Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Deze column is gepubliceerd in het Nederlands Dag blad van 13 oktober.