donderdag 21 oktober 2010 17:07 In zijn Abel Herzberg-lezing bepleitte Alexander Pechtold onlangs de weg van toenadering en inlevingsvermogen, tegenover polarisatie en provocatie. Hij zei terecht, dat in een democratie de helft plus één het formele recht heeft om zijn gang te gaan, maar dat die houding zal leiden tot „gevaarlijke scheuren in het sociale bouwwerk”. Het is duidelijk dat hij zich zorgen maakt over de huidige politieke verhoudingen in Nederland, en elders.
Nu is het eenvoudig om tolerantie van anderen te vragen. Maar dat is een tolerantie die weinig kost. De waarde van zijn woorden zal mede afhangen van de mate waarin hij tolerantie kan opbrengen voor organisaties van mensen met een andere overtuiging dan de zijne, zoals het bijzonder onderwijs.
D66-Kamerlid Boris van der Ham heeft het voortouw genomen om de zogenaamde ’enkele-feitconstructie’ te schrappen. De gemiddelde burger zal daar misschien niet direct door gealarmeerd zijn, en denken: ’Het zal wel.’ Maar er staat veel op het spel. Het zal namelijk de vraag zijn welke vrijheid levensbeschouwelijke organisaties nog wordt gelaten om mensen met een gedeelde passie en overtuiging aan te nemen. Het initiatiefwetsvoorstel van Van der Ham en anderen wil daar een einde aan maken.
De initiatiefnemers stellen dat hun initiatief de Europese richtlijn gelijke behandeling volgt. Die stelt dat identiteitsgebonden organisaties alleen eisen mogen stellen aan hun personeel voor zover zij „wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd” zijn, gezien de grondslag van de organisatie. Maar daarbij erkent de richtlijn uitdrukkelijk het recht van kerken en levensbeschouwelijke organisaties om van personen die voor hen werken ’goede trouw en loyaliteit’ ten aanzien van de grondslag van de organisatie te vragen. De richtlijn kent dus een zorgvuldig evenwicht.
Dat evenwicht is zoek in het voorstel van Van der Ham c.s.. In de toelichting schrijven de indieners dat levensbeschouwelijke organisaties slechts ’respect’ voor de grondslag mogen vragen. En dat is wel wat anders dan goede trouw en loyaliteit. Natuurlijk is het ongewenst als christelijke werkgevers zich tot in detail met het denken en doen van hun werknemers zouden bemoeien. Maar gezien hun missie en identiteit moeten levensbeschouwelijke organisaties die goede trouw en loyaliteit wel vragen van hun personeel. Wie daar een einde aan wil maken, legt de bijl aan de wortel van de vrijheid om vanuit een gedeelde overtuiging de samenleving te dienen.
Het bijzonder onderwijs, Youth for Christ, het Leger des Heils, de EO, ze worden door dit wetsvoorstel in het hart geraakt. Majoor Bosshardt respecteerde niet zozeer de grondslag van het Leger des Heils, ze geloofde er vurig in en juist daarom deed ze wat ze deed. De missie van de EO hangt niet af van respect voor een papieren grondslag, maar van mensen van vlees en bloed die ook in de media werk willen maken van hun gezamenlijk gedeeld geloof. Dit wetsvoorstel lost geen problemen op, maar creëert ze juist. In de woorden van de Herzberglezing: het provoceert en polariseert.
We staan op een tweesprong, zei Pechtold. Hij wees de weg van tolerantie en inlevingsvermogen, en weet wat dat betekent voor het nieuwe kabinet. Maar laat hij ook zelf de daad bij het woord voegen, door zich in te leven in de dreigende precaire situatie van gelovigen die met hun organisaties de samenleving willen dienen in zorg, media en onderwijs.
Het komt er nu op aan. Gaat Pechtold met een meerderheid zijn gang, of kiest hij voor de vrijheid van de minderheden, ook als hun overtuiging hem minder aanspreekt? Kiest hij voor polarisatie en provocatie, of voor toenadering en inlevingsvermogen? De Raad van State heeft het vorige kabinet al geadviseerd hoe de ’enkele feit-constructie’ kan worden afgeschaft zònder dat de balans tussen de verschillende grondrechten wordt verstoord. Dat is een begaanbare weg, laten we die dan ook bewandelen.
Door Gert-Jan Segers, directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie
Link naar het originele artikel op Trouw.nl