vrijdag 05 november 2010 13:33 De kabinetsplannen rond migratie en integratie lijken te zijn ingegeven door een totale obsessie om zo veel mogelijk mensen buiten de deur te houden, constateert Gert-Jan Segers.
Voor de zekerheid heb ik het regeerakkoord in z'n geheel nog eens doorgenomen. Zou er onder wonen of onderwijs misschien nog een wervende passage staan? Of zou het gedoogakkoord meer woorden aan integratie wijden? Maar gedoog- en regeerakkoord bleken – wat integratie betreft – exact dezelfde tekst te bevatten. En als ik die bladzijden tegen het licht houd, begin ik me zorgen te maken. Wil dit kabinet nog iets anders danmensen buiten en geld binnen de grenzen houden?
Ik heb me voorgenomen om niet zuur te reageren op de plannen van het kabinet-Rutte. Ik weet een beetje hoe het is om als regeringspartij alleen maar te horen te krijgen dat het glas half leeg is. De ChristenUnie is ook aan haar stand verplicht een kabinet altijd op inhoud te beoordelen. Maar wat is die inhoud dan? Het is veelzeggend dat voordat je bij de anderhalve pagina over integratie komt, je je eerst door vijf pagina's over immigratie moet worstelen. Dat zet al de toon.
Instroom nieuwkomers
Laat ik toch zo positief mogelijk beginnen. Het kabinet-Rutte zet in op een beperking van de instroom van nieuwkomers waarvan ook ik geloof dat die nu nodig is. Onze samenleving is in relatief korte tijd cultureel nogal verkleurd en religieus ingrijpend veranderd. Dat heeft van zowel autochtonen als allochtonen veel gevraagd en heeft tot sociale, culturele en politieke spanning geleid. Als we nu echt onze schouders willen zetten onder een multiculturele samenleving die werkt, dan moet misschien inderdaad de instroom van nieuwkomers worden ingedamd. Maar dat is dan ook werkelijk het enige wat de onderhandelaars hebben kunnen bedenken. Terwijl beperking van de instroom alleen maar de randvoorwaarde zou moeten zijn voor integratiebeleid.
De voornemens van dit kabinet lijken te zijn ingegeven door een totale obsessie om zo veel mogelijk mensen buiten de deur te houden.
• Hogere eisen voor inburgering
• Zwaardere sancties bij het niet slagen voor het examen
• Aanscherping van het uitzetbeleid
• Hogere drempels voor gezinshereniging
Als deze aanscherping van het immigratiebeleid inderdaad het begin zou zijn van een intensiever integratiebeleid, dan viel er nog mee te leven. Maar dat is het niet. Want in de paragraaf over integratie gaat het regeerakkoord gewoon door waar het bij immigratie gebleven was.
• Hogere opleidingseisen
• Zwaardere procedure voor naturalisatie
• Mogelijkheid tot denaturalisatie bij zware misdrijven
• Beperking van export van sociale voorzieningen
En dat is het dan. Niets over het scheppen van mogelijkheden voor achterblijvers, geen enkel wenkend perspectief, zelfs geen woord over centrale waarden en normen waar we ons allemaal in zouden moeten vinden. De integratieparagraaf is van een onrustbarende leegte. Zelfs als de onderhandelaars de VVD-integratieparagraaf integraal hadden overgenomen, hadden ze nog een warmer stuk proza dan wat er nu ligt.
Bloed, zweet en tranen
Een jaar geleden werd ik na het verschijnen van onze islamnota uitgenodigd door de toenmalige minister Van der Laan om er eens over door te praten. Het werd een aangenaam gesprek waarin ik op een goed moment vroeg waarom hij niet eens op een hoog podium ging staan om te vertellen waar het heen moest met onze multiculturele samenleving. Een bloed, zweet en tranen-toespraak die zou oproepen om niet langer met de ruggen naar elkaar toe te staan, maar om elkaar de hand te reiken. Van der Laan was toen net de laatste hand aan het leggen aan een integratienota en dat moest volgens hem het begin van een wenkend perspectief zijn. Een debattour leek hem ook geen slecht idee. Maar hij bekende dat hij in de praktijk vaak niet verder kwam dan reageren op een verstoorde Sinterklaasoptocht en het beantwoorden van Kamervragen daarover. Omdat het kabinet niet lang daarna viel, is hij ook nooit veel verder gekomen. Maar Van der Laan wildetenminste nog iets.
De teleurstelling over het aankomende immigratie- en integratiebeleid ligt om de hoek. Bij de voornemens ten aanzien van het immigratiebeleid staat minstens tien keer dat het kabinet inzet op een wijziging van de EU-richtlijn. Of grote delen van het nu voorgenomen beleid uitgevoerd kunnen worden, hangt dus af van de onderhandelingen met zesentwintig andere Europese landen. Het is dus zeer twijfelachtig of dit haalbaar is. Maar belangrijker is: beperking van de immigratie zou geen obsessief doel op zichzelf moeten zijn. Het moet juist een begin zijn van een integratiebeleid dat mensen insluit, stimuleert en aanmoedigt om werkelijk voor Nederland en zijn rechtsstaat te kiezen. Iedereen in dit land snakt naar zo'n hoopvol perspectief. Natuurlijk kan die bloed, zweet en tranen-toespraak van Immigratie en Asiel-minister Leers nog altijd komen. Maar zoals de zaken er nu voor staan, staat het kabinet-Rutte voor niets.
Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.
Dit artikel verscheen in CV·Koers van november 2010. Het artikel staat ook hier op hun site.