zaterdag 27 november 2010 13:13 Op vrijdag 26 november organiseerde het WI en Tweede Kamerlid Esmé Wiegman een tafelgesprek over abortus. Deze keer op zoek naar gezamenlijke grond en om te kijken waar stappen in de goede richting kunnen worden gezet. Ruim drie uur spraken een rits aan deskundigen met Kamerleden van de SGP, CU, PVV, D66 en GroenLinks. De pers was erbij en vandaag verschenen drie diverse verslagen.

![]()
CU-voorstel rond abortus land niet
DEN HAAG – Diverse voorstellen van CU-Tweede Kamerlid Wiegman voor een zorgvuldiger abortuspraktijk spreken het veld niet of nauwelijks aan.
Dat is vrijdag gebleken tijdens een rondetafelgesprek dat Wiegman vanuit de Kamercommissie voor volksgezondheid had georganiseerd voor maatschappelijke (hulp)organisaties en andere Tweede Kamerfracties.
SGP’er Van der Staaij en woordvoerders van de prolifeorganisaties NPV en het Lindeboominstituut benaderden de abortuspraktijk kritisch en droegen suggesties aan ter verbetering. Woordvoerders van seculiere organisaties wimpelden de meeste daarvan af als overbodig of onwenselijk en benadrukten dat de huidige hulpverlening rond abortus goed functioneert.
Over het nut van de vijfdaagse beraadtermijn en de wenselijkheid om het begrip noodsituatie concreter in te vullen, denken beide partijen verschillend. Abortuskoepel StiSan ziet niets in verplichte counseling voor vrouwen gedurende de beraadtermijn. „Vrouwen kunnen zelf nadenken”, aldus woordvoerster Van Ingen Schenau. Woordvoerder Van Dijk van artsenorganisatie KNMG noemde de termijn betuttelend. „Het gaat erom dat de arts en de vrouw samen komen tot een weloverwogen besluit.” D66-Tweede Kamerlid Dijkstra voegde eraan toe dat vrouwen die hulp nodig hebben bij de besluitvorming, deze goed weten te vinden. „We moeten dat niet opdringen.”
Directeur Groenewoud van het Lindeboominstituut hekelde het gebrek aan grondige achtergrondgegevens van vrouwen die voor abortus kiezen. „We doen intensief onderzoek om de vermijdbare sterfte in ziekenhuizen in kaart te brengen. Waarom niet in de abortuspraktijk?” Van Dijk zei daarop dat de cijfers over vermijbare sterfte onrustbarend zijn en die over abortus niet.
De PVV-Tweede Kamerleden Dille en Gerbrands toonden zich bezorgd over de 20 wekenecho. „Door die elke zwangere vrouw structureel aan te bieden, geven we het signaal af dat kinderen met een ernstige handicap niet welkom zijn”, zei Gerbrands. De PVV onthield zich van de discussie over de wenselijkheid van aangescherpte maatregelen.
Brede steun was er wel voor het CU-voornemen om rond ongewenste zwangerschappen in te zetten op preventie. Van Ingen Schenau: „Maar gericht doelgroepen benaderen is bijna onmogelijk, omdat de abortuspopulatie zo divers is. Vanuit de hele maatschappij komen hier mensen over de vloer.”
Bron: Reformatorisch Dagblad van 27 november 2010. (artikel)
![]()
Artsen tegen verlaging van abortusgrens
Van onze redactie politiek
den haag – De artsenorganisatie KNMG is tegen verlaging van de abortusgrens van 24 naar 18 weken, zoals onlangs voorgesteld door de ChristenUnie tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van volksgezondheid. Gert van Dijk, beleidsadviseur van de KNMG, zei gisteren in de Tweede Kamer – op een bijeenkomst die op initiatief van ChristenUnie-Kamerlid Esmé Wiegman was belegd – dat verlaging van de abortus-grens naar 18 weken het onmogelijk maakt nog tot abortus te besluiten na de 20-weken-echo. Die echo is onder meer bedoeld om te voorkomen dat zware afwijkingen aan de foetus in een nog veel later stadium van de zwangerschap worden ontdekt. Het aantal zeer late abortussen – op medische indicatie kan dat ook na 24 weken – is daarmee teruggebracht van 150 in de jaren negentig tot 20 nu.
Bovendien zijn van verlaging volgens Van Dijk drie specifieke groepen vrouwen de dupe: jonge meisjes die tot in een zeer laat stadium ontkennen zwanger te zijn; vrouwen in de overgang die niet meer hadden gerekend op een zwangerschap en vrouwen in het buitenland die een abortus willen, maar in eigen land van het kastje naar de muur worden gestuurd.
Wiegman wil de 20-weken-echo (op vrijwillige basis) wel handhaven. Mocht blijken dat de foetus afwijkingen vertoont die niet verenigbaar zijn met het leven dan kunnen vrouwen zich beraden over mogelijke behandeling van het kind tijdens de zwangerschap. Eventueel kan worden besloten tot een vroeggeboorte of keizersnede, zeker als het leven van de moeder op het spel staat.Maar deze ingreep ziet Wiegman buiten het kader van de abortuswet.
Aanleiding voor Wiegman om voor te stellen de abortusgrens te verlagen is de nieuwe richtlijn van kinderartsen en gynaecologen voor de behandeling van te vroeg geborenen. Deze baby’s zijn tegenwoordig al na 24 weken zwangerschap levensvatbaar en komen daarmee voor behandeling in aanmerking. Dat was nog niet zo toen de huidige abortuswet tot stand kwam. Van Dijk zet grote vraagtekens bij de behandelbaarheid van die baby’s. De recentste cijfers laten zien dat van de 75 levend geborenen na 24 weken, er 39 overlijden. Een deel is zwaar gehandicapt en een deel is ’goed’, maar hoe goed is onbekend, aldus Van Dijk.
Ronde-tafelgesprek over abortus
Esmé Wiegman was gisteren buitengewoon in haar nopjes met het door haar georganiseerde ronde-tafelgesprek over abortus. „Voor het eerst kan over dit onderwerp worden gesproken zonder dat direct ideologische stellingen worden betrokken. Het is een open debat”, zo constateerde ze tevreden. Behalve een aantal Kamerleden waren er vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende organisaties aanwezig: van een vertegenwoordiger van de Stichting Samenwerkende Abortusklinieken/ Centra voor seksuele gezondheid Nederland tot een vertegenwoordiger van de rooms-katholieke kerk. Over één ding waren allen het eens: wie abortus wil voorkomen moet zorgen voor een goed preventiebeleid. De regering werd opgeroepen om in haar komende preventienota (over het voorkomen van ziekten) aandacht aan het onderwerp te besteden. Tegelijk beginnen daar ook de meningsverschillen: voor de één is beschikbaarheid en betaalbaarheid van voorbehoedmiddelen een prima manier van preventie, de ander houdt het op monogamie en seksuele onthouding.
Bron: Dagblad Trouw, 27 november 2010.
![]()
het Nederlands Dagblad van zaterdag 27 november (artikel)