woensdag 22 december 2010 13:24 Soms lijkt het alsof christenen alleen maar naar elkaar toe kunnen worden geslagen. We hebben de laatste decennia heel wat over ons heen gehad. Een wereldoorlog, secularisatie, massale kerkverlating, de komst van nieuwe overtuigingen en religies, kerken die moskeeën werden. Maar zelfs onder die omstandigheden konden de meeste christenen het nog lang goed uithouden zonder elkaar. Hooguit werd er nog weleens gesproken over kerkelijke eenheid, maar dat was dan op een synodale Olympus waar geen gewone gelovige aan te pas kwam. Daar klonk de eis van eenheid, waarbij onmiddellijk duidelijk werd dat ‘zij’ aan gene zijde moesten worden als ‘wij’ aan deze zijde. Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch, licht, zwaar, katholiek, protestant, bevindelijk, Bijbelgetrouw, midden-orthodox, laagdrempelig en traditioneel – het zijn predicaten waarmee we onszelf een identiteit hebben aangemeten en andere christenen op veilige afstand hebben kunnen houden. Maar hoe lang nog?
Een van de meest ingrijpende scheuringen in de kerkgeschiedenis was die tussen de Oosterse en de Westerse, katholieke kerk. Het was tevens de tegenstelling tussen het Byzantijnse rijk en Europa, het vroegere Oost- en West-Romeinse Rijk. De oude tegenstellingen konden pas overbrugd worden toen het voorheen machtige Byzantijnse rijk, dat ooit heel het Midden-Oosten beheerste, ineengeschrompeld was tot de stadstaat Constantinopel. In 1453 was het omsingeld door de Ottomanen en hun leider Sultan Mehmet II.
De laatste dagen van de ooit zo glorieuze stad waren onheilspellend. Tenminste, zo zagen veel bewoners het. Er was een maansverduistering en een, voor die tijd van het jaar, ongebruikelijke dagenlange, dikke mist. Rond de grote kathedraal, de Hagia Sophia, was een rode gloed zichtbaar. Het laatste fenomeen is wel toegeschreven aan een vulkaanuitbarsting elders, maar voor veel inwoners van Constantinopel was het duidelijk dat God zijn handen aftrok van de stad en haar bewoners.
Op 28 mei 1453, in de laatste uren van Byzantium, was er voor het eerst een gezamenlijke mis van orthodoxe en katholieke gelovigen. Pas op het moment dat de stad op het punt stond ingenomen te worden, konden christenen, die elkaar zo lang en zo bitter hadden bestreden, samen een kerkdienst houden. Het was na die dienst dat keizer Constantijn XI voor het laatst in het openbaar sprak en de aanwezigen vergeving vroeg voor zijn fouten. Pas met de dood voor ogen werd de laatste Romeinse keizer een nederige en dienstbare leider. De volgende dag viel de stad en begonnen de Ottomanen een slachting onder de bewoners en een plundering van de stad die drie dagen zou duren. De Hagia Sophia kathedraal werd de Aya Sophia moskee, terwijl Constantinopel zelf Istanbul ging heten en de zetel werd van de sultan.
In weerwil van wat Wilders ons wil doen geloven, staan de islamitische legers nog altijd niet aan de stadspoorten van Venlo. De 5 procent moslims in Nederland steekt ook wat magertjes af bij de Ottomaanse overmacht van toen. En waar Ottomanen kwamen om te vechten, trokken Marokkanen en Turken hierheen om het werk te doen waar autochtonen zich te goed voor voelden. Maar het gaat me nu helemaal niet om moslims, we moeten het over onszelf hebben. Want het zou een treurige bedoening zijn als opnieuw christenen elkaar pas opzoeken als het echt niet anders kan.
Ik heb goede hoop dat de kerk het dit keer niet zo ver laat komen. Zo is er in toenemende mate sprake van wederzijdse herkenning van katholieke en protestante gelovigen, een gedeeld geloof dat we het allemaal van Gods genade moeten hebben. De boeken van Henri Nouwen en de publieke optredens van Antoine Bodar raken een snaar bij veel protestanten. Er is een oecumene van het hart waar we met ons hoofd nog niet helemaal bij kunnen.De recent gehouden Nationale Synode in Dordrecht was ook een teken van hoop, juist omdat het gesprek begon waar het moet beginnen: bij Jezus Christus. Van bevindelijk-gereformeerden tot aan remonstranten, christenen beleden hun geloof in Christus en hun schuld ten opzichte van elkaar. Na decennia van vruchteloze verdeeldheid is dat een hoopvol begin. Want als we elkaar alleen maar ontmoeten rond tafels van kerkelijke samensprekingen, dan zien we vooral verschillen. Maar als we elkaar ontmoeten rond kribbe en kruis, dan zien we Jezus Christus alleen. Dan ontdekken we een geloofseenheid die verduisterd was door ons streven naar keizerrijkjes en kerkelijke stadstaatjes. Laten we niet wachten tot de sultan ons de ogen ervoor opent.
Deze column verscheen ook in het Nederlands Dagblad van 22 december. (link)