Het onderzoek is door NEA uitgevoerd in opdracht van het Reizigersoverleg Brabant (ROB). Aanleiding voor dit onderzoek was de vraag van de statenleden Hermen Vreugdenhil (ChristenUnie-SGP) en Marijke Tsoutsanis (VVD). Zij maakten zich zorgen over de kwaliteit van het openbaar vervoer in de landelijke gebieden van Brabant en hebben dit keer op keer onder de aandacht van GS gebracht en verzocht om concreet inzicht. Omdat GS geen actie ondernam, hebben ChristenUnie-SGP en VVD zich tot het ROB gewend en vragen aangedragen op basis waarvan dit onderzoek is uitgevoerd.
Frequentie, aansluitingen op bus en of trein, beperkte reistijden, afwijkingen ten aanzien van de dienstregeling en de afstand tot bushaltes worden als belangrijkste knelpunten ervaren. Opvallend is dat de frequentie vooral wordt genoemd als probleem door woon-werk reizigers, studenten en ziekenhuisbezoekers. Het blijkt dat meer mensen van het openbaar vervoer gebruik gaan maken als de kwaliteit verbetert.
Vreugdenhil en Tsoutsanis: "Het onderzoeksrapport geeft een uitvoerig beeld van de knelpunten van reizigers in het landelijk gebied. Wij zijn geschrokken van de vele knelpunten zoals die in het rapport naar voren komen. Wij zijn van mening dat deze inventarisatie en voorgestelde verbeterpunten de basis vormen voor een kwaliteitsverbetering van het openbaar vervoer in het landelijk gebied."