Er bestaan reeds diverse mogelijkheden om het dragen van gelaatsbedekkende kleding tegen te gaan of anderszins gevolgen te verbinden aan het dragen van gelaatsbedekkende kleding. Het kabinet komt dan ook tot de conclusie dat er op dit moment voldoende wettelijke mogelijkheden zijn om veiligheidsrisico’s ten gevolge van het dragen van gelaatsbedekkende kleding in de openbare ruimte en in het openbaar vervoer op effectieve wijze tegemoet te treden. In dit verband wijst het kabinet met name op de mogelijkheid voor gemeenten tot het realiseren van een lokaal verbod en op de algemene voorwaarden van vervoerbedrijven in samenhang met de bevoegdheden op grond van de Wet Personenvervoer 2000. Op beide punten is het kabinet ook bereid om zonodig nadere maatregelen te nemen.
Het kabinet is tot dit besluit gekomen omdat het open communicatie van essentieel belang acht voor een soepel en goed verlopend onderling verkeer tussen mensen in de samenleving. Wederzijdse acceptatie van verschil en gemeenschappelijkheid ontstaat wanneer mensen onbelemmerd elkaar kunnen leren kennen en met elkaar omgaan. Het dragen van gelaatsbedekkende kleding belemmert deze open communicatie in sterke mate. Het kabinet meent dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft om die open communicatie te waarborgen waar dat essentieel is voor het ontwikkelen en het functioneren van de democratische rechtsstaat.
De ChristenUnie is blij dat het kabinet niet is gekomen tot een algeheel verbod op gelaatsbedekkende kleding. "De kracht van het besluit dat er nu ligt is juist dat het geen symboolwetgeving is, een algeheel verbod zou hier wel naar neigen. Het kabinet pakt heel concreet die gevallen aan, waar de kleding tot problemen leidt, zoals scholen en openbaar vervoer," aldus Ed Anker.