Het is goed wat positieve berichten te horen
over één van de meest fragiele regio's in deze wereld. Strijdende partijen
in verschillende landen (Rwanda en Congo, akkoorden van Goma; en tussen
Uganda en de LRA; Burundi en FNL) zijn ten minste weer met elkaar in
gesprek, dé belangrijkste voorwaarde voor mogelijke oplossing van
conflicten.
- Uit de brief blijkt duidelijk de grote
betrokkenheid van Nederland met de regio. De minister is co-voorzitter van
de vrienden van de Grote Merenconferentie en kan zo een belangrijke rol
spelen in het bevorderen van vrede en stabiliteit. Steun natuurlijk voor de
inzet die de stabiliteit bevordert.
- Maar, juist gezien de grote betrokkenheid en
het feit dat NL een grote donor is zou de fractie van de ChristenUnie
graag meer duidelijkheid willen zien over de inzet van NL in het Grote Merengebied.
Wat zijn volgens de minister bijvoorbeeld de belangrijkste oorzaken van de
zich vaak herhalende conflicten in deze regio? Hoe speelt de minister in
op problemen in deze regio die ontstaan als gevolg van klimaatproblemen?
(nota van Solana verschenen hoe de EU op gevolgen van klimaat voor
veiligheid en stabiliteit kan reageren) Op wat voor manier krijgt
conflictpreventie een plaats in het Nederlandse beleid?
- Samengevat: op wat voor manier wil de
minister vrede, stabiliteit, duurzame veiligheid en ontwikkeling te
bereiken in het Grote Merengebied, zoals verwoord in zijn beleidsbrief
‘Een zaak van iedereen'. De minister ziet de regio langzaam in positieve
richting gaan, maar concludeert ook zelf dat een goede afloop nog lang
niet gegarandeerd is.
Eigen visie op de Grote
Meren?
- Een dergelijke gedegen nota/kader is des te
meer gewenst daar Nederland aan landen als Rwanda en Uganda
begrotingssteun geeft. Beoordeling van deze steun vraagt een breder kader
dan een regelmatige terugkoppeling. Bovendien kan met een nieuw visie-document (eerdere kwamen uit in 1998, 2001 en
2004) de nieuwste uitkomsten van verschillende besprekingen en
conferenties, beter afgezet worden tegen de beoogde doelstellingen in de
regio van Nederland en de internationale gemeenschap.
IOB evaluatie Grote
Merenbeleid (14.6 aanbevelingen)
Graag een reactie op de
aanbevelingen van het IOB als het gaat om het grote merengebied:
1) Het is aan te bevelen
beleid voor conflictregio's niet te baseren op de categorieën partnerland en
niet-partnerland, maar op de conflictcyclus en de fase waarin betrokken landen
verkeren. (In de préconflictfase passen bemiddeling en diplomatie, in de
conflictfase bemiddeling en militaire operaties, in de postconflictfase
stabiliserings- en wederopbouwactiviteiten.)
2) Als Nederland de
gehele conflictcyclus wil bestrijken, veronderstelt dit een zeer brede inzet van
instrumenten (van diplomatie tot militair ingrijpen en wederopbouw). Het is de
vraag of Nederland deze brede inzet altijd en alleen moet nastreven. Het
verdient overweging om zich binnen multilateraal vredesbeleid te concentreren
op complementaire bijdragen waarvoor specifieke Nederlandse deskundigheid en
ervaring, inclusief landenkennis, nodig is.
Akkoorden
- Dan de akkoorden zelf. De minister is
behoorlijk hoopvol gestemd. Ik wil die hoop graag met hem delen, maar constateer
wel dat de echte akkoorden nog gesloten moeten worden, behalve in het
geval van Congo. Daadwerkelijke uitvoer van afspraken en sluiten van
akkoorden is dus nog even afwachten... Ik wil niet al te somber zijn, maar
de ervaring leert dat gesloten of bijna-gesloten akkoorden soms zo weer in
de la liggen...
- Kan de minister ook wat meer ingaan op de
inhoud van de akkoorden? In de brief wordt gesproken over de akkoorden van
Goma, het vredesakkoord van Uganda, het Comprehensive Ceasefire Agreement,
maar zonder verdere uitwerking. Hoe ziet de minister een rol voor
Nederland weggelegd bij de uitvoering van deze akkoorden?
- De minister benoemd voor Congo en Burundi de
sectoren veiligheid en ontwikkeling en voor Rwanda en Uganda, het bereiken
van de millenniumdoelen en goed en democratisch bestuur en het bevorderen
van groei en verdeling.
Congo
- Hoe zeker is bijvoorbeeld de medewerking van
generaal Nkunda? De minister benoemt als positief gevolg van de nederlaag
van het Congolese leger dat de weg vrij is naar dialoog. Maar voorzitter,
ik zie hierin ook een andere kant, namelijk dat is gebleken dat generaal
Nkunda en zijn strijders sterker zijn dan het Congolese leger. Het
voordeel is aan zijn kant, medewerking is dus zeer fragiel. Ziet de
minister deze kant ook?
Rwanda
- En hoe is de rol van Rwanda hierin? Er blijft
onduidelijkheid bestaan over de steun voor Nkunda van de Rwandese
overheid. Voor regionale stabiliteit is het van belang dat Rwanda de
Congolese overheid ondersteunt in pogingen de vrede te bevorderen. (en
omgekeerd dat Congo de Rwandese overheid steunt in pogingen een akkoord te
bereiken met de FDLR).
- In de beantwoording op kamervragen van
collega's van Gennip en Ferrier schrijft de minister dat hij de kritische
dialoog met Rwanda blijft voeren. We lezen in de brief van 7 maart dat er
bij Rwanda gelukkig ook resultaten geboekt worden: doodstraf afgeschat,
gevangenisregime verbeterd, de wet politieke campagnevoering op lokaal
niveau. De minister ziet hierin een duidelijke verbetering van de
mensenrechtensituatie in Rwanda. Maar waarom hebben de
Medefinacieringsorganisties dan een ander beeld. Zij signaleren, samen met
Rwandese mensenrechtenorganisaties een toenemende beperking van civiele en
politieke rechten, in aanloop naar de parlementaire verkiezingen (sept
2008). Bevriezen van banktegoeden van mensenrechtenorganisaties, beperking
in bewegingsvrijheid in het monitoren van pre-electorale ontwikkelingen.
Hoe verklaard de minister dit?
- De MFO's vragen om Acute bescherming van de
Rwandese mensenrechtenorganisatie Liprodhor.
- Een Geharmoniseerde strategie ter verdediging
van de mensenrechten in Rwanda
- Politieke druk om pre-electoraal proces
transparant te laten verlopen.
Uganda
- In relatie hiermee wil ik ook ingaan op de
begrotingssteun aan Uganda. Los van de vanzelfsprekende steun voor alle acties
gericht op het bevorderen van akkoorden met de LRA, heb ik toch wel wat
vragen over de verdere ontwikkeling in dit land, zoals aangegeven door het
Oeganda Platform. Er is:
- Minder ruimte voor het maatschappelijk
middenveld
- Blijvende grote corruptie en patronage
- Schending van mensenrechten
- De Nederlandse begrotingssteun is in de
afgelopen jaren al gekort. Ook het Oeganda platform geeft aan dat
overheidsteun als zodanig hier niet geschikt is als politiek instrument,
ook al is het gekoppeld aan bepaalde sectoren. De minister zegt zelf ook
dat hij grote zorgen heeft over de mate van goed bestuur, het functioneren
van de rechtsstaat en corruptiebestrijding. De gevangenneming van een
vrouwelijk parlementslid die zich kritisch uitliet over de president, is
daar ook een recent voorbeeld van.
- Waarom wil de minister deze overheidssteun
alsnog voortzetten? Op welke terreinen heeft het wel effect volgens de
minister? Wat voor druk of andere middelen heeft NL nog om verbeteringen
te bewerkstelligen? Wordt het niet tijd om de overheidssteun te herzien?
Congo
- Ten slotte nog één punt. Ook in het vorige AO
over de Grote Meren is de verschrikkelijke situatie van vrouwen in met
name Congo aan de orde gekomen. Verkrachting als oorlogswapen komt helaas
veel voor, ook breder in de regio. Ik weet dat de minister hier volop
aandacht aan besteedt, maar ik hoor graag de laatste stand van zaken. Wat
is de reactie van de minister op de aanbevelingen van de speciale
VN-vertegenwoordiger voor geweld tegen vrouwen, afgelopen weken verschenen
en gepresenteerd. Welke van deze aanbevelingen gaat de minister verwerken
in zijn eigen beleid?