![]()
![]()
2. In hoeveel gevallen heeft de Turkse minister van Justitie sinds artikel 301 onder druk van de Europese Unie is aangepast toestemming gegeven voor het aanspannen van een strafzaak op basis van dit wetsartikel?
3. Welke conclusies verbindt u aan deze gang van zaken mede tegen de achtergrond van de antwoorden op eerder gestelde vragen over de veroordeling van een Turkse schrijver wegens publicatie van een boek over de Armeense genocide (nr. 3045), waarin u kenbaar maakte het effect van de aanpassing van artikel 301 nog onvoldoende te kunnen beoordelen? Blijkt hieruit dat de aanpassing van artikel 301 in materiële noch in procedurele zin het beoogde effect heeft opgeleverd en verdere aanpassing van het Turks strafrecht noodzakelijk is? Indien neen, waarom niet?
4. Welke maatregelen gaat u zowel bilateraal als in EU-verband nemen om de Turkse regering duidelijk te maken dat voortgaande schending van het recht op vrije meningsuiting mede in het licht van de door de Kamer aanvaarde motie-Rouvoet c.s. onacceptabel is?
[1] ‘Ministry of Justice gives permission for trial of writer Demirer under article 301', www.bianet.org en ‘Writer to face prosecution under 301', Today's Zaman, 10 september 2008.