Voor de onderbouwing van het vrouwenstandpunt van de ChristenUnie moeten we – zoals gebruikelijk bij de ChristenUnie - terug gaan naar de Bijbel, het Woord van God, waarin we lezen over Gods bedoelingen met de mens. Kort samengevat kunnen we stellen: De opdracht van God aan man en vrouw om de aarde de beheren, stelt man en vrouw samen verantwoordelijk voor een goed christelijk bestuur. Deze stelling is niet nieuw. Het is meer een samenvatting van eerdere discussies in de Nederlandse christelijke literatuur over dit onderwerp.
Aanleiding
De aanleiding van dit artikel is het eerste vrouwencongres van de ChristenUnie, gehouden op 27 september 2003. Op dit congres werden een aantal belangrijke vragen gesteld zoals:
- Hoe komt het, dat de ChristenUnie een (zeer) lage participatie van actieve vrouwen kent in besturen en vertegenwoordigende organen op alle niveaus?
- Hoe kunnen we meer christenvrouwen betrekken bij de politiek?
- Hoe kunnen we meer vrouwelijke leden van de ChristenUnie actief betrokken maken en houden?
In dit artikel gaan we niet in op deze vragen, maar zoeken we naar een ondergrond waarom de ChristenUnie deze vragen mag en moet stellen. De ChristenUnie kent - terecht! - geen onderscheid tussen haar vrouwelijke en mannelijke leden. Het waarom is door velen in persoonlijke gesprekken verwoord en verdedigd en in allerlei informele discussies besproken, maar sinds de fusie van RPF en GPV tot ChristenUnie is er nog geen publicatie verschenen ter onderbouwing van dit standpunt. Toch komt de vraag naar de onderbouwing van het vrouwenstandpunt regelmatig naar voren. Hopelijk kan dit artikel een eerste aanzet zijn.
Gods opdracht aan man en vrouw bij de schepping van de wereld
In het bijbelboek Genesis komen we de eerste bouwsteen tegen voor ons politieke en maatschappelijke handelen. God geeft een grote opdracht aan man en vrouw, wanneer zij beide geschapen zijn voor Hem staan:
Genesis 1:28: “En God zegende hen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte , dat op de aarde kruipt.”
Voordat mannine geschapen was, kreeg Adam al een opdracht; om de hof te beheren en de dieren een naam te geven. We zien dat er pas sprake van de volledige opdracht als Adam en zijn vrouw geschapen zijn. Man en vrouw krijgen samen de opdracht om de aarde te bebouwen en te beheren.
Zo krijgen ook wij anno 2003 nog steeds de opdracht om de aarde te cultiveren en te beheren. Wij als mensen, mannen en vrouwen zijn geschapen om als koning en koningin aan het werk te gaan op heel de aarde. In een twintig jaar oud artikel uit de kringen van het vroegere GPV, spreekt mr. L.G.A. Bremmer als volgt over deze cultuuropdracht:
“God had het al voorzien: het is niet goed dat de mens alleen zij. God had Adam, zolang hij alleen was, een beperkte opdracht gegeven; de hof te bouwen en bewaren. Dat was nog maar een aanloop voor het allesomvattende ambt, dat hij met de vrouw zou gaan delen. Voor het volbrengen van de volle scheppingsopdracht was hij [i.e.Adam] te weinig toegerust. Hij vond voor zich geen hulp, die als tegenover hem was. (…) “Die als tegenover hem zij”: dus op één niveau stelt God man en vrouw. Wat niet goed was, toen Adam alleen was, wordt nu zeer goed. Samen krijgen zij de heerschappij opgedragen. Er is een zekere rangorde, maar die rangorde sluit de volkomen gelijkwaardigheid van man en vrouw niet uit, maar in. God stelt de vrouw niet ónder de man, ook niet áchter de man, maar náást hem, als tegenover hem.”1
Een vreselijke vloek
De opdracht van man en vrouw om de aarde te beheren, staat nu wel onder de vloek die over hen is uitgesproken na de zondeval (Gen 3); zo zal het werk op het land niet meer vanzelf gaan, het kinderen ter wereld brengen zal veel moeilijker worden, en de vrouw zal overheerst worden door de man (Gen 3: 16). Van al deze vloeken ondervinden wij als mensheid nu nog de gevolgen; we zien de vloek terug als de zomer droogte en misoogst geeft, we zien het terug in de spanning en inspanning die het geeft om kinderen ter wereld te brengen. Ook zien we het terug in de eeuwenlange onderdrukking en uitbuiting van vrouwen in de wereld. Toch weten we dat we de aarde mogen bewerken en beheren, om de aarde te vervullen. God geeft ons de mogelijkheden om schoffels en onkruidverdelger uit te vinden. Ook geeft God ons de verantwoordelijkheid om te zoeken naar goede pijnbestrijding bij bevallingen, en dus ook om de overheersing (onderdrukking) van vrouwen door mannen te bestrijden. Ook, misschien wel juist christen(politici) mogen zich druk maken over dit onderwerp!
De grote opdracht; niet alleen een cultuur- of natuuropdracht
De opdracht van God aan man en vrouw spreekt over het beheren van de schepping en de schepselen. Strikt genomen zouden we hierbij moeten denken aan het beheren en cultiveren van natuur, als we de bijbeltekst letterlijk nemen. Maar wij zijn niet allemaal bosbeheerders of tuinmannen geworden. Wel mogen we ons werk, of het nu betaald of onbetaald is, zien in het licht van deze opdracht; in het verder beheren van de aarde. Soms is het vrij direct te zien wat het maatschappelijk nut van onze arbeid is, bij andere werkzaamheden kunnen wij zien dat het een afgeleide is van een groter geheel wat meebouwt aan de opdracht die God gegeven heeft.2
Ook in het Nieuwe Testament: onze opdracht als christen tot actieve deelname aan de politiek
En nu wij als christenen Christus als Koning belijden van heel de aarde, mogen wij ook alle structuren, overheden, en mechanismen die op de aarde aanwezig zijn, onder Zijn Koningschap zien; zo kunnen wij ook als christen ons werk ten dienste stellen van Hem, en aan Hem opdragen. De vernieuwing door de Geest van Christus haalt ons niet uit de wereld, maar brengt ons tot nieuwe inzichten over de wereld en nieuwe daden in de wereld. Zo lezen we in Romeinen 12 vers 2: “En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, het welgevallige, en volkomene.”
En de ‘zwijgteksten’?
Zo zien we ook in het nieuwe Testament dat de opdracht blijft staan voor man en vrouw om de aarde te beheren en hun werk in dienst te stellen van God. Toch blijven er vaak vragen staan over enkele bijbelteksten, die vrouwen zouden sluiten van bepaalde taken en hen een andere rol toe bedelen dan de mannen. (Denk aan ‘zwijgteksten’ als 1 Kor. 14, 1 Tim. 2)
Maar als we deze teksten, die ons zo bekend in de oren klinken nauwkeurig lezen, dan zien we dat zij telkens staan in een geheel van liturgische aanwijzingen en voorschriften van de Apostelen. Binnen de erediensten kregen deze en vele andere voorschriften een plek in de gemeente van Christus. Deze voorschriften voor de erediensten bevatten geen aanknopingspunten om de conclusie te trekken dat zij ook buiten de eredienst gelden, en richtlijnen waren voor de inrichting van de samenleving, of een onderscheiden taakgebied van man en vrouw in de cultuuropdracht.
De ChristenUnie is een partij die er duidelijk voor gekozen heeft om onderscheid te maken tussen de taken en rol van de kerk in de samenleving en de taken van de overheid in de samenleving. Dit zien we bijvoorbeeld duidelijk terug in haar visie op godsdienstvrijheid, die niet alleen geldt voor de verschillende denominaties van kerken, maar ook principieel gegeven mag worden aan andere religies. Hiermee heeft de ChristenUnie duidelijk een andere visie op de overheid dan bijvoorbeeld de SGP. Maar we zien dit onderscheid ook weer terug in het verschil in vrouwenstandpunt van de ChristenUnie en de SGP. Wie kerk en staat niet gescheiden wil zien, wil ook de voorschriften in de kerkelijke liturgie terug zien in de samenleving. Wie staat en kerk gescheiden houdt, kan niet anders dan de actieve deelname van vrouwen van harte ondersteunen.
Noten
[1] L.G.A. Bremmer-Lindeboom, Man en vrouw in perspectief van bijbel en cultuur, (Mr L.G.A. Bremmer- Lindeboom e.a Vrouw en man- een plaatsbepaling.. GSEV reeks, nr 6, De vuurbaak, Groningen, 1983), p.29
[2] J. Douma,
Politieke verantwoordelijkheid, (Ethische bezinning; nr 13 Van den Berg, Kampen, 2
e druk 1987), p. 135. Zie ook: Douma, J.
Vrede in de maatschappij : een handreiking voor maatschappelijke vraagstukken (Ethische bezinning; nr 12 Van den Berg, Kampen, 1985).
Door drs. M.E. Harmsen. Zij studeerde theologie in Kampen (afstudeerrichting: ethiek; onderwerp: De politieke taak van een plaatselijke christelijke gemeente.) en filosofie in Utrecht (richting ethiek). Zij was werkzaam als communicatieadviseur en ondernemingsraad-liaison bij Shell in Amsterdam. Ook was zij voorzitter van ChristenUnie Utrecht (2000-2002). Ze is tegenwoordig docente theologie, gereformeerde theologische school Boma, Indonesie.
Gepubliceerd in
Denkwijzer 2003, 4