![]()
![]()
Maar goud in handen garandeert geen gouden tijden. De gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010, vlak na de val van Balkenende IV, pakten in de meeste gemeenten al teleurstellend uit voor onze partij. En bij de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010 verloren we een zetel. Het Landelijk Bestuur besloot daarop een brede evaluatie te laten uitvoeren. De stuurgroep vatte haar taak serieus op en kwam eind december met haar rapport Met hart en ziel.
Zo’n stuk moet je goed op je laten inwerken, maar in een eerste reactie toonde het Landelijk Bestuur ‘herkenning op hoofdlijnen’ van het geschetste beeld. En toen begon al snel de campagne voor de verkiezingen van Provinciale Staten. Dat werd een nieuwe tegenvaller, vooral vergeleken met de fantastische uitslag van de provinciale verkiezingen in 2007. Hoewel we het in maart jl. beter deden dan bij de provinciale en landelijke verkiezingen van 2003, komt het verlies van Statenzetels hard aan.
Meer nog dan na de Kamerverkiezingen van juni 2010, komen nu binnen de partij en daarbuiten allerlei analyses los over wat er aan de hand is. Waar staat de ChristenUnie en welke kant wil ze op: indringende vragen, en dan helpt het niet om simpelweg te verwijzen naar een programma dat door het Uniecongres is vastgesteld.
Met dit stuk reageert het Landelijk Bestuur op het evaluatierapport Met hart en ziel. Aan de hand van de drie door de stuurgroep benoemde punten wil het Landelijk Bestuur zijn plannen voor de komende jaren ontvouwen. Dat zijn geen plannen om het roer radicaal om te gooien, maar wel om adequaat te reageren op de huidige situatie van ons land en onze partij.
Het Landelijk Bestuur vraagt aan de leden tijdens het Uniecongres om een reactie op het stuk als geheel. Over het gedeelte dat gaat over bestuursstructuur vraagt het bestuur om een peiling van de mening van de leden. In dit document worden niet alle aanbevelingen van het rapport ‘Met hart en ziel’ behandeld. Tijdens de deelsessies van het Ledencongres is er gelegenheid om meer in detail over alle aanbevelingen en de plannen van het Landelijk Bestuur door te spreken.
1. Betrokkenheid op een vaste basis
Het Landelijk Bestuur is gelukkig met het rapport Met hart en ziel en met de discussie die door de publicatie is aangewakkerd. We zijn niet alleen blij met een evaluatierapport dat veel stof heeft gegeven tot nadenken en bijstellen van beleid. Maar ook met de reacties die per mail en in gesprekken, tijdens de regioavonden en werkbezoeken tot ons kwamen. We willen goed luisteren naar elkaar, om na een periode van teleurstellingen weer de weg naar het warme enthousiasme te vinden.
We proeven uit veel bijdragen, ook kritische, dat er liefde voor de ChristenUnie is en een grote betrokkenheid bij de koers van de partij. Die liefde en betrokkenheid hebben een vaste basis, namelijk ons geloof in een liefdevolle God, die ons deze aarde in bruikleen heeft gegeven. Ons gezamenlijk verlangen naar gerechtigheid in deze wereld, geeft een diepe verbondenheid die de ChristenUnie uniek maakt als politieke geloofsgemeenschap.
2. Binding en herkenning
Als christenen hebben we anno 2011 een andere positie in de maatschappij dan in de vorige, twintigste eeuw. Toen kon je nog spreken van een door het christendom doordrenkte samenleving die langzaam aan het seculariseren was. De christelijke politieke partijen hadden veel aandacht voor het tegengaan of afremmen van de seculiere invloeden. Inmiddels is de secularisatie een zo goed als voltooid proces, al zijn er secularisten voor wie het nooit ver genoeg gaat. Deze veranderde context biedt andere, nieuwe uitdagingen voor door christelijke motieven geïnspireerde politiek.
Niet alleen de omgeving, de context waarin de ChristenUnie opereert is veranderd. Ook de christelijke gemeenschap zelf is in ontwikkeling en beweging. Vooral jongeren kijken meer relativerend naar kerkgrenzen. De evangelische beweging staat niet meer naast de traditionele kerken, maar ontwikkelt zich als stroming ook sterk binnen de gereformeerde kerken. Orthodox-gelovige katholieken en christenen in de gereformeerde en evangelische traditie zien elkaar steeds meer als bondgenoten. Tegelijk neemt de binding aan christelijke instituties af. Er is geen automatisme meer dat christenen natuurlijk warm lopen voor een christelijke partij, een christelijke omroepvereniging, krant of andere christelijke organisatie. Sommigen vinden dat je als christen juist beter in een niet-christelijke partij politiek actief kunt zijn.
Als Landelijk Bestuur van de ChristenUnie vinden we dat er anno 2011 nog minstens zoveel reden is om als christenen de handen ineen te slaan, als in het verzuilde landschap van de naoorlogse jaren. Maar om geloofsgenoten daarvan te overtuigen en hun stem daarvoor te krijgen, moeten zij door de partij begrepen en gegrepen worden. Het bestuur zal er daarom alles aan doen om scherp te zien en horen wat er in de (potentiële) achterban leeft en gebeurt; we staan op dat punt voor dezelfde opgave als andere christelijke organisaties en kerken. En voor onze politici zal meer dan ooit een functievereiste zijn dat zij die achterban als echte volksvertegenwoordigers weten te inspireren, motiveren en mobiliseren.
Concreet zal het Landelijk Bestuur:
3. Profiel en positionering
Na het electorale succes van 2006 kon de ChristenUnie deelnemen in het kabinet Balkenende IV. Deze regeringsdeelname kreeg veel steun binnen onze achterban. We konden veel van ons verkiezingsprogramma terugvinden in het coalitieakkoord Samen werken, samen leven. Maar aan de noodzakelijke compromissen die daarop volgden, kon een deel van onze kiezers maar moeilijk wennen. Men vond beeldbepalende partijvertegenwoordigers te bestuurlijk en ‘met meel in de mond’ praten. Die geur van bestuurlijkheid hebben we na de val van het kabinet (toen de ministeriële verantwoordelijkheden aanvankelijk zelfs nog breder en zwaarder werden) niet zomaar kunnen afschudden.
Over het politiek profiel wil het Landelijk Bestuur het volgende duidelijk maken:
4. Organisatie en regie
Het Landelijk Bestuur wil met daadkracht en leiderschap de aanbevelingen uitvoeren die door de evaluatiecommissie zijn gedaan in het rapport Met hart en ziel. Leiderschap veronderstelt een voortdurend luisteren naar wat leeft in de partij. Dat vraagt om korte lijnen tussen het Landelijk Bestuur en al de partijgeledingen, inclusief kiesverenigingen. Een wijziging in de bestuurstructuur kan hieraan bijdragen. Het bestuur wil graag de voorlopige mening van het Uniecongres hierover vernemen, voor het de voorstellen in detail gaat uitwerken.
Het Landelijk Bestuur zal aan het volgend Uniecongres rapporteren over de voortgang van de uitvoering van de aanbevelingen van het evaluatierapport.
5. ChristenUnie aan het werk
De ChristenUnie heeft standpunten en een verkiezingsprogramma, jazeker. Maar het belangrijkste wat de partij tot ChristenUnie maakt, is de passie die christenen in deze unie delen: een passie om, geïnspireerd door Gods Woord, iets te betekenen in deze wereld, die Gods wereld is. Daarin willen we volgelingen van Christus zijn. We hebben moeten merken dat wij veel medechristenen niet genoeg duidelijk konden maken hoe belangrijk het is om als geloofsgenoten samen te werken. Niet alleen in de kerk, maar ook in de samenleving en in de politiek. Daar ligt een enorme uitdaging voor ons als christelijke partij; een uitdaging die we delen met andere christelijke organisaties en die we daarom ook niet alleen willen aanpakken.
De ChristenUnie heeft een visie voor deze maatschappij. We willen een goed rentmeester zijn voor de aan ons toevertrouwde schepping van God. We gaan zuinig om met belastinggeld én komen op voor ‘weduwen, wezen en vluchtelingen’. We stimuleren een krachtige samenleving, waar door Hem gegeven talenten van bijvoorbeeld ondernemers, kunstenaars, verpleegkundigen tot bloei kunnen komen. We staan pal voor christelijke onderwijs- en zorginstellingen, voor praktische hulpverlening zoals bijvoorbeeld uitstapprogramma’s voor prostituees. Kinderen met Downsyndroom zijn kinderen van God, die het respect van de samenleving verdienen in plaats van een vroege diagnose om ze voor de geboorte te kunnen weghalen. We strijden voor godsdienstvrijheid in Nederland, net zo goed als voor ter dood veroordeelde christenen in Afghanistan en Iran. Daar gaan we voor, met elkaar.
Laten we samen de handen uit de mouwen steken en eensgezind aan het werk gaan. Want onder Gods zegen hebben we niet alleen een gouden programma in handen, maar wordt ook het werk van onze handen van gouden waarde: ‘Laat ons uw genade zien, Heer, onze God. Bevestig het werk van onze handen; het werk van onze handen, bevestig dat.’ (Psalm 90)
Landelijk Bestuur ChristenUnie, 31 maart 2011
[1] Over dit voorstel wil het bestuur op het Uniecongres de mening van de leden peilen.
Voor meer informatie: www.christenunie.nl/nl/congres