Kuiper: "Grondwet vraagt meer aandacht"

dinsdag 17 januari 2012 14:14

Het kabinet moet meer werk maken van de versterking van de Grondwet, vindt ChristenUnie-senator Roel Kuiper. Hij heeft een aantal vragen gesteld over de kabinetsreactie op het rapport van de Staatscommissie Grondwet. Het zijn vragen ter voorbereiding op een debat van de Eerste Kamer met minister Spies over de Grondwet, later dit jaar.

Vragen ChristenUnie m.b.t. het rapport van de Staatscommissie Grondwet en de reactie van het kabinet (dossiernummer 31570, nr. 10).

  1. De reactie van het kabinet op de voorstellen van het rapport van de Staatscommissie Grondwet is niet alleen gereserveerd, maar vooral ronduit afwijzend. De brede bezinning die in de afgelopen jaren op gang is gekomen met betrekking tot de functie, betekenis en inhoud van de Nederlandse Grondwet wordt teruggebracht tot een smal spoor van functionele argumentatie waarop alleen dat wat past binnen het programma van dit kabinet genade kan vinden. Tekenend is het misverstand met betrekking tot de zogenaamde ‘basispresumptie’ van de commissie, namelijk de versterking van de normatieve functie van de Grondwet. Dit zijn niet de woorden van de commissie zelf. De commissie meent dat het niet bij de tijd brengen van de Grondwet op het punt van onder meer de grondrechten en de digitalisering ertoe leidt dat de Grondwet aan normativiteit inboet. Tegen deze achtergrond spreekt de commissie van een noodzakelijke versterking van het normatief karakter van de Grondwet. Dat is iets anders dan het aanvaarden van een ‘basispresumptie’. Die vermeende basispresumptie is echter wel het voornaamste argument van de regering om de belangrijkste voorstellen van de Staatscommissie af te wijzen. De taak van de commissie was te adviseren met betrekking tot de ‘noodzaak tot wijziging van de Grondwet’. De afwijzing van de wijzigingsvoorstellen van de commissie behoeven naar de mening van onze fractie een bredere argumentatie dan het kabinet nu geeft door aan te geven dat ze het niet eens is met de vermeende ‘basispresumptie’ van de commissie.
  2. Ook op onderdelen van het advies is onze fractie ontevreden over de inhoudelijke reactie van het kabinet. Het is niet duidelijk waarom het kabinet een algemene bepaling afwijst. De zin van zo’n algemene bepaling is niet alleen ontleend aan de wens de Grondwet een andere functie te geven, zoals het kabinet stelt, maar mede om een staatsrechtelijke omissie goed te maken. Een algemene bepaling versterkt niet het ‘verklarend of declaratoir’ karakter van de Grondwet, maar moet gezien worden als versterking van de waarborgende betekenis van de Grondwet. Overigens is onze fractie benieuwd naar de ‘kanttekeningen’ die het kabinet zou plaatsen bij de door de commissie voorgestelde inhoud van de algemene bepaling (31570, nr. 10, pag. 6).
  3. Het verdeelde advies van de commissie op het punt van de opneming van bepaalde grondrechten in de Grondwet is voor het kabinet reden tot een afwijzend oordeel. Op de vraag of het recht op leven een plaats verdient in de Grondwet geeft het kabinet zelf geen inhoudelijk antwoord. Ook bij een verdeeld advies kan het kabinet eigen conclusies trekken. Onze fractie is benieuwd naar de mening van het kabinet met betrekking tot het al dan niet opnemen van een recht op leven in de Grondwet.
  4. Het kabinet wil geen wijzigingen aanbrengen in de wijze waarop de Grondwet functioneert in relatie tot de doorwerking van internationaal recht in onze rechtsorde. De Staatscommissie is helder over haar uitgangspunt: zij wil de ‘traditionele openheid van de Nederlandse Grondwet jegens de internationale rechtsorde behouden’. De kern van de discussie is steeds geweest of de Nederlandse Grondwet niet nadrukkelijker als poortwachter moet fungeren en het parlement de mogelijkheid moet hebben de doorwerking van internationaal recht te toetsen. Over dit principiële vraagstuk, waarover de commissie zich uitsprak, zou onze fractie graag een beschouwing van het kabinet ontvangen.       

 

Labels
Eerste Kamer
Roel Kuiper

« Terug

Nieuwsarchief > 2012 > januari