De heer Anker (ChristenUnie):
Voorzitter. Het is inderdaad alweer een tijdje geleden dat wij
hierover hebben gesproken. Ik kon wel constateren dat wij prima
antwoord hebben gekregen op de vragen die wij destijds hebben
gesteld. Wij zijn daar erg blij om en willen de bewindslieden
daarom ook hartelijk danken.
Wij zijn nog steeds erg enthousiast over dit wetsvoorstel, dat met
name ziet op het belang van het kind na een echtscheiding met een
ouderschapsplan. Wat dat betreft, voelen wij nog steeds heel veel
steun voor dit wetsvoorstel. Daar is niet veel aan veranderd. Er
liggen nog een paar amendementen waar wij erg benieuwd naar waren.
Het eerste is van mevrouw De Pater en de heer Van der Staaij. Het
betreft de mogelijkheid om een ouderschapsplan te hebben voor
stellen die geen geregistreerd partnerschap hebben en die geen
huwelijk zijn aangegaan, maar die wel kinderen hebben. Ik weet nog
dat minister Rouvoet in zijn eerste termijn -- volgens mij was het
in antwoord op vragen van mevrouw Agema -- heeft gezegd: ik zou
willen dat ik een aanknopingspunt had; ik weet het zo snel even
niet; als u er een hebt, dan ben ik daar erg in
geïnteresseerd. Is dit een aanknopingspunt waar de minister
mee uit de voeten kan? Daar zijn wij erg benieuwd naar, want het
voorstel komt ons erg sympathiek voor.
Het tweede is het amendement van mevrouw Bouchibti. Het droeg
nummer 17. Het lijkt erop dat dit een leemte in de wet opvult. Ik
vraag mij af hoe nuttig dat is. Het ziet er volgens mij wel goed
uit, maar het is een behoorlijk als-danverhaal. In principe staan
wij er echter positief tegenover.
Wij hebben veel gesproken over de administratieve scheiding in de
afgelopen maanden. Daar is het een en ander over heen en weer
gegaan. Het zal niet verbazen dat wij daar niet veel voor voelen.
Dat hebben wij ook al in eerste termijn laten blijken en bij de
interrupties die wij hebben gepleegd. Wij zien nog steeds een groot
belang van de rechter in dat proces, en daar zullen wij dus ook
voor blijven staan. Wel vragen wij ons af wat het voorstel toevoegt
dat minister Hirsch Ballin in zijn brief doet, om eventueel de
notaris de plaats in te laten nemen van de advocaat. Verandert dat
veel? De voorgaande sprekers zijn er ook kritisch over geweest.
Misschien dat de minister daar nog nader op in kan gaan.
De heer Teeven (VVD):
De heer Anker spreekt over het amendement over de administratieve
scheiding. Ik denk dat hij daarmee bedoelt het voormalige
amendement-Bouchibti/Teeven en het huidige amendement-Teeven. Daar
ga ik maar van uit. Hij zei dat daar de afgelopen maanden veel over
is gesproken. Bedoelt hij daarmee de eerste termijn die wij hier in
de Kamer hebben gehad? Of bedoelt hij dat er in de boezem van het
kabinet, maar misschien nog wel meer tussen de regeringsfracties
over is gesproken? Wat bedoelt hij precies met "daar is veel
over gesproken"? Ik heb hier alleen maar geconstateerd dat het
amendement heeft geleid tot uitstel van deze tweede termijn.
De heer Anker (ChristenUnie):
Er is in ieder geval veel over gesproken op de gang bij de
ChristenUnie en bij de VVD, maar dat was van informele aard. Dat
verhaal was natuurlijk uitgebreid in de media. Wij zijn nu heel erg
blij dat het voorstel van de PvdA-fractie is ingetrokken en dat het
voorstel van de heer Teeven er ligt. Wij zien nog steeds geen heil
in een administratieve weg voor een echtscheiding.
De heer Teeven (VVD):
Dat heb ik wel begrepen, maar het is geen antwoord op mijn vraag.
Mijn vraag was een heel andere. Ik vroeg waar er veel over
gesproken is. Daarop zegt de heer Anker: informeel. Daar hebben wij
het hier niet over. Dit is een formele vergadering. Mijn vraag aan
de heer Anker was: is er iets uitgeruild? Heeft uw fractie gezegd:
luister jongens, wij geven de PvdA steun bij de versoepeling van
het ontslagrecht die er moet komen, en in ruil daarvoor willen wij
graag dat de PvdA haar naam van dat amendement afhaalt? Vorige week
is die vraag niet helemaal goed gesteld. De vragenstellers hebben
gesproken over de flitsscheiding hier in de Kamer. Toen zei de
minister: dat is niet zo. Dat kon hij ook makkelijk zeggen, want
het ging niet om de flitsscheiding. Mijnheer Anker, ik vraag het u
op de man af: heeft uw fractie de versoepeling van het ontslagrecht
met de PvdA uitgeruild tegen het inleveren van deze administratieve
scheiding? Zegt u gewoon ja of nee.
De heer Anker (ChristenUnie):
Ik wil u allereerst bedanken dat u die vraag stelt, want het was
een misverstand waar wij ook niet blij van werden. U verwijst naar
een bericht op de voorpagina van Trouw. Ik heb nog uitgebreid
gecheckt of daar een reden voor was, maar er is geen enkele sprake
geweest van een uitruil. Het past zeker niet bij onze partij om op
inhoud in heel andere dingen te gaan handelen. Er is geen enkele
sprake geweest van een uitruil. Wij zijn gewoon heel erg blij dat
het regeerakkoord wordt uitgevoerd. Er was ook geen reden om iets
te ruilen.
De heer Teeven (VVD):
Was dat regeerakkoord dan voor u zo vreselijk duidelijk en voor de
PvdA zo onduidelijk?
Of hebt u vanuit de christelijke traditie een beetje druk op de
PvdA-fractie gezet door te zeggen dat zij in de toekomst een
probleem zou krijgen als zij dat amendement niet zou intrekken? Hoe
is dat nu gegaan. Wij hebben tien weken gewacht op de tweede
termijn. Nu horen wij van u dat er veel over is gesproken. Ik ben
er niet over begonnen, want ik weet niet of er veel over is
gesproken. Ik weet alleen wat er in de eerste termijn is gebeurd,
want daarna is het stil geworden.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Teeven (VVD):
Zijn er onderhandelingen geweest tussen de fractie van de
ChristenUnie en de PvdA-fractie of niet?
De voorzitter:
Het antwoord daarop hebt u volgens mij net gehad.
De heer Teeven (VVD):
Het was een heel verhaal.
De voorzitter:
Het was niet het antwoord dat u wilde horen, maar u hebt wel een
antwoord gehad.
De heer Teeven (VVD):
Is er een onderhandeling geweest over dit onderwerp?
De voorzitter:
Ik snap het wel, maar dit is echt een herhaling van zetten. Ik
begrijp dat u bereid bent om dat te doen, maar ik ben er niet
voor.
De heer Van der Staaij (SGP):
Heb ik goed begrepen dat in het regeerakkoord staat dat de Wet
voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding wordt doorgezet en
dat dit betekent dat de flitsscheiding wordt afgeschaft en niet
wordt vervangen door een administratieve scheiding?
De heer Anker (ChristenUnie):
U hebt goed begrepen dat het huidige wetsvoorstel wordt doorgezet
en de flitsscheiding wordt afgeschaft. Wat ons betreft zou een
administratieve scheiding dit wetsvoorstel amputeren.
De heer Van der Staaij (SGP):
Het is dus de bedoeling om de flitsscheiding af te schaffen en niet
te vervangen door een administratieve scheiding. Dat betekent dus
ook dat het niet past bij die coalitieafspraken om met een
initiatiefwetsvoorstel te komen waarin de administratieve scheiding
alsnog wordt geregeld, zoals mevrouw Bouchibti heeft gezegd.
De heer Anker (ChristenUnie):
Het zou kunnen dat er een initiatiefwetsvoorstel komt. Mevrouw
Bouchibti heeft daar in de pers het een en ander over gezegd. Dat
zou dit wetsvoorstel, wat een heel zorgvuldig en evenwichtig
wetsvoorstel is, intact laten. Als het eventuele
initiatiefwetsvoorstel wordt behandeld, bespreken wij een totaal
nieuw voorstel. Er zijn uiteraard wel parallellen te trekken, maar
dan de discussie over de administratieve scheiding losgekoppeld van
de discussie over het regelen van het ouderschap en de scheiding.
Het zal dus een andere discussie zijn. Die discussie zal ook heel
zorgvuldig zijn omdat wij dan alleen over het element echtscheiding
spreken en de manier waarop die moet worden geregeld. De Raad van
State moet dat wetsvoorstel toetsen en het kabinet zal er naar
kijken. Het zal een wezenlijk ander debat zijn. Wij zijn nog steeds
niet enthousiast over de administratieve scheiding, dat moge
duidelijk zijn. Het gaat er nu echter in eerste instantie om dat
dit wetsvoorstel, dat een ontzaglijk lange geschiedenis heeft,
eindelijk wordt aangenomen.
De heer Van der Staaij (SGP):
Ik kan mij goed voorstellen dat, met een verwijzing naar het
coalitieakkoord, wordt gezegd "zo zijn wij niet getrouwd"
als de administratieve echtscheiding wel uit dit wetsvoorstel wordt
gehaald en direct daarna in een nieuw wetsvoorstel wordt opgenomen.
Dan wordt materieel toch evengoed onrecht gedaan aan wat in het
regeerakkoord staat op dit punt, namelijk dat de flitsscheiding
wordt afgeschaft en dat deze niet wordt vervangen door een
administratieve scheiding?
De heer Anker (ChristenUnie):
Ik zie dat anders. De flitsscheiding wordt nu wel degelijk
afgeschaft. Dat is een praktijk waar echt een einde aan moest
komen. Dat is volgens mij heel juridisch Nederland met ons eens.
Het voorstel voor een administratieve scheiding is er lopende dit
debat in geschoven. De vraag hoe wij echtscheiding zien en of de
rechter daar een rol bij moet spelen, is een heel andere
principiële discussie. Bij de flitsscheiding werd de gehele
procedure min of meer onttrokken aan de juridische werkelijkheid
doordat er een achterdeurtje was. Als een wetsvoorstel komt, wat ik
nog moet zien, gaan wij spreken over de rol die een ambtenaar kan
hebben en het gewicht dat hij moet hebben, de procedures die er
zouden moeten gevolgd, enzovoorts. Dat is een heel andere
discussie. De vraag of het nuttig is om te regelen dat een
ambtenaar dit kan doen, komt dan ook aan de orde. Dat wordt een
heel ander debat.
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Koşer Kaya, die de heer Pechtold
vervangt in dit debat.
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Minister Donner heeft ontkend dat er
een ruil heeft plaatsgevonden tussen het flexibiliseren van het
ontslagrecht en het amendement over de flitsscheiding. Ontkent u
dat ook, mijnheer Anker? Of ligt het aan de minister van uw partij
die dit amendement niet wil verdedigen in de Eerste Kamer?
De heer Anker (ChristenUnie):
De complottheorieën worden nu wel heel erg interessant. Ik
denk dat ik het maar heel simpel houd. Wij hebben geen deals
gemaakt. Dat past ook niet in de traditie, de gebruiken en de stijl
van mijn partij. Mevrouw Koşer Kaya kent mijn fractie al wat
langer dan zij mij kent. Wij hebben hierover absoluut geen deals
gesloten.
De voorzitter:
Deze vraag was al gesteld. U moet wel iets nieuws bedenken, mevrouw
Koşer Kaya.
Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter. Ik ben blij dat ook
collega Anker hier zegt dat er geen deals hebben plaatsgevonden.
Dat is dan helder. Het kan worden opgeschreven. Maar mijn tweede
vraag staat nog steeds open. Is dit amendement van de baan omdat de
minister van zijn partij het voorstel niet in de Eerste Kamer wil
verdedigen?
De heer Anker (ChristenUnie):
Neen. Naar mijn mening is dat helemaal niet aan de orde. De PvdA
heeft zich aan het regeerakkoord gehouden. Dat zullen zij zelf
moeten motiveren. Ik meen dat zij dit prima kunnen. Zij hebben het
amendement ingetrokken. Dat heeft niets te maken met de vraag wie
het zou moeten verdedigen, maar wel met het regeerakkoord dat wij
hebben gesloten.
Bron: ongecorrigeerd stenogram