De heer Cramer (ChristenUnie):
Voorzitter. Als wij niet beter wisten, zouden wij kunnen denken dat
wij een conference bijwoonden bij het lezen van de woorden van
minister Bos. Uit de NRC maak ik op dat hij het klasse vindt dat de
heer Hoogervorst het salaris van 270.000 euro heeft geaccepteerd.
Hij zei dat dit het eerste salaris in de publieke sector is dat wij
hebben weten te verlagen. Minister Bos vond het klasse van de heer
Hoogervorst dat hij het meteen geaccepteerd heeft en wil dit als
een eerste stap in de matiging van de salarissen in de publieke
sector beschouwen. Mijn fractie heeft om een tweetal redenen moeite
met deze gang van zaken, namelijk vanwege de hoogte en vanwege de
manier waarop dit salaris kennelijk tot stand is gekomen.
In het coalitieakkoord is tot groot genoegen van de ChristenUnie
afgesproken dat het salaris van de minister-president de norm is
voor de salarissen in de publieke sector. Het salaris van de
minister-president bedraagt rond de 160.000 euro; het salaris van
de AFM-voorzitter is hier ruim boven. Hier klopt dus iets niet. Ik
heb de brief gelezen die minister Bos aan de Kamer heeft gestuurd.
Daarin haakt hij inderdaad aan op datgene wat in het
coalitieakkoord is afgesproken, maar de minister beroept zich erop
dat dit nog niet is uitgewerkt. Ik zie dat probleem niet zo. Het
coalitieakkoord is erg duidelijk: "Met betrekking tot de
inkomens in de publieke en semi-publieke sfeer geldt het inkomen
van de MP als maximumnorm". Met deze benoeming wordt daar geen
invulling aan gegeven en die is ver weg van wat de minister zelf
noemt "de geest van het coalitieakkoord". De opmerking
dat er nog geen kader is, lijkt mij niet valide. Waarom is er niet
eerst een kader opgesteld en besproken met de Kamer om daarna over
te gaan tot de benoeming?
Het zal duidelijk zijn dat de ChristenUnie grote vraagtekens heeft
bij de manier waarop dit salaris tot stand is gekomen. Uit de
woorden van de minister maak ik op dat hij zelf met het aanbod is
gekomen. Er was dus geen sprake van onderhandelingen en geen sprake
van grote moeite om een gekwalificeerde voorman binnen te halen.
Bovendien spreken wij over een voormalig minister, die dus wel
gewend was aan een ministerssalaris. Dan kan minister Bos wel
zeggen dat dit een eerste stap is in de verlaging, maar dat doet
geen recht aan de situatie. Het ging immers niet om een lopende
benoeming, maar om een nieuwe benoeming, waarin de minister meteen
daadkracht had kunnen tonen en het salaris had kunnen afstemmen op
dat van de minister-president.
Tot slot heb ik drie vragen. Waarom is niet eerst een kader voor de
beloningsstructuur in de overheid en de semi-overheid opgesteld en
met de Kamer besproken? Waarom is de minister met dit aanbod
gekomen en niet met een aanbod in lijn met het coalitieakkoord?
Ziet de minister nog kans dit terug te draaien?
De heer Tang (PvdA):
Ik geloof dat wij het wel eens zijn over de geest van het
coalitieakkoord. Het gaat in het coalitieakkoord om de normering en
maximering van de inkomens in de publieke sector. Daarmee is echter
nog niet gezegd dat er geen afwijkingen van die norm kunnen
plaatsvinden. In individuele gevallen, bijvoorbeeld bij zeer
specialistische, specifieke functies, kan er dus sprake zijn van
afwijkingen. Ik zie u "ja" knikken. Is hier geen sprake
van een zeer specialistische, specifieke functie? Het is een
functie in een sector waarin de directie buitengewoon goed betaald
wordt. Moet je om goed toezicht te kunnen houden op de
financiële wereld, soms niet ook buitengewoon betalen?
De heer Cramer (ChristenUnie):
Dat zijn buitengewoon interessante vragen. Ik had die graag met de
minister willen bespreken in een debat over een kader dat de Kamer
kan beoordelen en waarin die uitzonderingen zijn bepaald.
De heer Vendrik (GroenLinks):
Als ik de heer Cramer goed beluister, weet hij het antwoord al
bijna. Als hij suggereert dat de benoeming van Hans Hoogervorst ver
weg is van het coalitieakkoord, dan maak ik daaruit op dat hij niet
zo veel behoefte heeft aan al die uitzonderingen en dat hij vindt
dat de regels eerst maar eens keihard bevestigd moeten worden. Moet
dat ook de uitkomst van dit debat zijn?
De heer Cramer (ChristenUnie):
Ik wil de minister graag eerst de gelegenheid geven om zich hier
publiekelijk te verklaren. Daarna zal ik een en ander in mijn
fractie bespreken. Wij hebben dit punt niet voor niets in ons
verkiezingsprogramma staan en wij hebben er ook op aangedrongen om
het op te nemen in het coalitieakkoord. Ik ben benieuwd naar de
redenen van de minister. Daarna zal ik mijn definitieve oordeel
opmaken.
Tweede termijn
De heer Cramer (ChristenUnie):
Voorzitter. Wij voeren hier een spoeddebat over de benoeming van de
heer Hoogervorst. Naar mijn mening had hieraan een debat vooraf
moeten gaan over het kader. Ik dank de minister voor de uitgebreide
beantwoording. Ik hoor hem eigenlijk twee toezeggingen doen. De
eerste is: dit is niet onder mijn bewind gedaan; ik zou het de
volgende keer anders doen. De minister heeft iets van die strekking
gezegd. De tweede is: ik heb het kader als een gemis ervaren.
Ik vraag van de minister om een derde toezegging en dat is dat hij
de Kamer zo mogelijk per omgaande per brief informeert wanneer wij
de discussie in de Kamer mogen verwachten met de minster van
Binnenlandse Zaken en de minister van Financiën over het
kader.
Bron: ongecorrigeerd stenogram