De heer Anker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik wil ook graag de minister bedanken voor zijn
uitgebreide schriftelijke beantwoording en voor zijn mondelinge
toegift. Daarop had ik eigenlijk niet meer gerekend, maar daarmee
heeft hij het een en ander in een kader geplaatst. Ik was van plan
enkele vragen over het "doe normaal"-bevel nog een keer
te stellen, maar met zijn beantwoording heeft hij die vragen
overbodig gemaakt. Wel heeft hij bij mij nog een vraag
opgeroepen.
De minister zei dat het "doe-normaal"-bevel een
bestuursrechtelijke maatregel is die door de burgermeester wordt
opgelegd. Volgens mij hoeft dat niet het geval te zijn. Ik heb
bijvoorbeeld een notitie voor me uit 2003, waarin hierover ook het
een en ander staat. Er zijn ook modellen mogelijk op basis waarvan
het OM een rol speelt bij het uitvaardigen van een "doe
normaal"-bevel of een "doe normaal"-contract. Ik wil
niet al te ver vooruitlopen op de discussie die nog komt. Ik ben
blij dat die gevoerd zal worden en ik hoop dat het rapport van het
onderzoek zo snel mogelijk naar de Kamer wordt gestuurd.
Wij hebben vragen gesteld over de stroomlijning. De reden daarvoor
is dat "doe normaal" kenmerkend wordt voor de manier
waarop wij omgaan met gedragsbeïnvloeding. De minister zei al
dat deze term steeds meer gaat inhouden. Wij willen niet alleen
straffen, maar ook heel duidelijk gedragsverandering. Normaal doen
moet eigenlijk het resultaat zijn. Wellicht kunnen wij hierover na
de zomer een keer uitgebreid met elkaar spreken.
Ik heb voorts nog een vraag over de positie van de Bureaus
Jeugdzorg in het systeem. Er is een nota van wijziging uitgebracht
om aan te geven dat de verantwoordelijkheid voor het
indicatiebesluit in eerste instantie bij het Bureau Jeugdzorg ligt.
De rechter moet op basis van het indicatiebesluit een beslissing
nemen. De bottleneck is evenwel de tijdigheid. Dat is een lastig
punt. Wij maken ons daarom een beetje zorgen. Wij vragen ons af wat
er gebeurt als Bureau Jeugdzorg op het punt van de tijdigheid niet
aan de eisen voldoet. Dan zou de rechter op advies van de Raad voor
de Kinderbescherming een beslissing moeten nemen. Wij willen vooral
weten wat in dat geval de rol van de Raad voor de Kinderbescherming
is. Graag willen wij ook van de minister horen of hij zich zorgen
maakt met het oog op de capaciteit die bij Bureau Jeugdzorg nodig
is om te adviseren over de beslissing. Zal die voldoende zijn? Zal
hiervoor extra formatie nodig zijn bij de Bureaus Jeugdzorg?
Bron: ongecorrigeerd stenogram