De ChristenUnie betreurt het dat er voortijdig
in de media conclusies zijn getrokken over verhoormethoden die in
2003 door Nederlandse militairen in Irak werden toegepast; in de
Volkskrant viel november het woord ‘martelingen’. Dat
veroorzaakte – midden in verkiezingstijd – commotie in
de Tweede Kamer. Defensiewoordvoerder Joël Voordewind: ,,Het
gaat hier om de reputatie en de geloofwaardigheid van onze
militairen die, onder zeer zware omstandigheden, missies uitvoeren
die door het parlement zijn goedgekeurd.” Die reputatie is
door het rapport van een onafhankelijke onderzoekscommissie onder
voorzitterschap van oud-SGP-Kamerlid Van den Berg gezuiverd: van
marteling was in de verste verten geen sprake.
De ChristenUnie onderschrijft de aanbevelingen van de Commissie van
Toezicht van de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) om de
bevoegdheden van de Militaire Inlichten- en Veiligheidsdienst
(MIVD) tot het ondervragen van gedetineerden expliciet vast te
leggen in de instructie van het betreffende team. Het zelfde geldt
voor de te hanteren gedragscode bij ondervraging. Hierdoor moet in
de toekomst voorkomen worden dat er onduidelijkheid is over de
taakstelling alsook het gebruik van bepaalde verhoormiddelen, zoals
het gooien met water. Overigens had ook zonder een gedragscode
duidelijk moeten zijn dat dat geen geoorloofde methode is, vindt
Voordewind: ,,Dat doe je niet.’’
De ChristenUnie juicht het ook toe dat er nu stappen zijn gezet om
de informatievoorziening richting de minister te verbeteren, zodat
hij beter in staat is om een politieke afweging te maken en de
Tweede Kamer te informeren.
De aansturing van het inlichtingen- en veiligheidsteam moet in de
toekomst ook verbeteren. Voordewind: ,,In de voorbereiding van
missies moet in het vervolg duidelijker worden gemaakt wie het team
van de MIVD aanstuurt in het kader van een internationale operatie.
” De ChristenUnie ziet uit naar de betreffende toegezegde
brief die de Kamer voor het reces zal worden
toegestuurd.