Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Voorzitter. Wij staan aan de vooravond van de Europese Top. Ik
benadruk nogmaals dat de ChristenUnie zich kan vinden in de inzet
van het kabinet, zoals verwoord in de brieven van maart en mei jl.
aan de Kamer.
Graag spreek ik ook mijn waardering uit voor de voorbereidingen en
voor de inzet door het kabinet bij deze top. Uit de geannoteerde
agenda die wij hebben ontvangen maak ik op dat de komende dagen zal
worden gesproken over de procedure en het tijdpad om tot een nieuw
verdrag te komen, maar ook dat de agenda zeer ambitieus is. Het
Duitse voorzitterschap heeft aangegeven tot een concreet besluit te
willen komen waarin ook inhoudelijk zeer nauwkeurig de reikwijdte
van de onderhandelingen over een nieuw verdrag wordt vastgelegd.
Het is dus de bedoeling dat het komend weekend daadwerkelijk knopen
worden doorgehakt over de contouren van een nieuw verdrag.
In de geannoteerde agenda kom ik verschillende elementen tegen die
mijn fractie positief stemt in haar verwachtingen. Er wordt
gesproken van een intergouvernementele conferentie, waarin het
nieuwe verdrag moet worden opgesteld. Het overgaan tot zo'n IGC
geeft al aan dat de verdragen zullen worden aangepast. Dat zien wij
als een bevestiging dat het grondwettelijk verdrag werkelijk van
tafel is. Het voorzitterschap streeft ernaar om een duidelijk
mandaat voor de IGC op te nemen. Wordt het mandaat ook aan een
termijn gebonden?
Ook de fractie van de ChristenUnie is van mening dat het Verdrag
van Nice geen goede basis meer vormt voor een Europese Unie die
inmiddels 27 lidstaten telt. Er is een verdragswijziging nodig die
de Europese Unie in staat stelt om effectiever te opereren, de
democratische controle te versterken en de besluitvorming
transparanter te maken. Op dit punt zijn er goede elementen uit het
grondwettelijk verdrag over te nemen. Belangrijk is het dat de
vertrouwensband met de burger wordt hersteld. In dit licht zijn wij
van harte voorstander van het stroomlijnen van
besluitvormingsprocedures en van de openbaarheid van
raadsvergaderingen.
De ChristenUnie waardeert het verzet van het kabinet tegen overname
in een nieuw verdrag van grondwettelijke verdragbepalingen die zijn
gerelateerd aan het beeld van staatsvorming op Europees Niveau. Het
is goed om te merken dat het politieke primaat van de lidstaten
wordt benadrukt. Belangrijk is een heldere verdeling van
bevoegdheden. Op de terreinen waar nu unanimiteit is vereist bij
besluitvorming moet dat zo blijven.
Een vraag van de ChristenUnie is dan wel wat op het niveau van het
verdrag aan verdeling van bevoegdheden kan worden geregeld. Terecht
wordt de vrees genoemd van het sluipenderwijs toe-eigenen van
bevoegdheden door de Unie. Het valt ons op dat dit in de praktijk
met name langs de weg van het Europese Hof gebeurt. Ook zien wij
oorzaken in de dynamiek van de interne markt. Via bepalingen van
het strafrecht komen onderwerpen eigenlijk zomaar op Europees
niveau terecht. Graag krijg ik een reactie van het kabinet op dit
punt.
Het kabinet geeft aan te streven naar verheldering van een
toepasselijk juridisch kader. Dit waardeert de ChristenUnie, maar
wat is concreet de inzet op dit gebied? De afbakening van
bevoegdheden tussen Unie en lidstaten speelt wat de ChristenUnie
betreft ook een rol wanneer het gaat om het Handvest van de
grondrechten van de Europese Unie. De ChristenUnie-fractie is van
mening dat de bescherming van grondrechten primair een taak van de
lidstaten zelf is. De grondrechten van de burgers worden in de
constituties van de lidstaten al voldoende gewaarborgd, terwijl er
internationale borging is via het EVRM. Om te voorkomen dat het
wijzigingsverdrag te veel een grondwettelijk karakter krijgt wil
het kabinet het handvest niet meer integraal in het
wijzigingsverdrag opnemen maar in plaats daarvan een
verwijzingsartikel naar het handvest gebruiken. Dit is echter
vooral een cosmetische ingreep. Het effect blijft namelijk
hetzelfde. Het handvest krijgt een juridisch bindende status. Het
kabinet geeft aan dat dit betekent dat burgers in geschillen over
de uitleg en toepassing van het EU-recht een beroep kunnen doen op
de rechten en de vrijheid van het Handvest van grondrechten. Deze
afbakening is belangrijk. Een vraag is dan wel of de tekst van het
huidige handvest zich wel leent voor de functie zoals in de agenda
beschreven. De tekst van het handvest heeft namelijk veel weg van
een basisdocument voor een staat.
De opname van de Kopenhagencriteria in het wijzigingsverdrag lijkt
niet haalbaar. Het is inderdaad van belang dat lidstaten op basis
van unanimiteit kunnen blijven beslissen over de toetreding van
nieuwe leden. Tegelijkertijd hecht de fractie van de ChristenUnie
sterk aan een steviger verankering van deze toetredingscriteria.
Wat zijn hiervoor de mogelijkheden?
Ik kom tenslotte op het punt van het vaste voorzitterschap.
Staatssecretaris Timmermans heeft eerder aangegeven dat het daarbij
om een puur technisch voorzitterschap zou moeten gaan. Op dit
moment zingt de naam van Tony Blair echter wat in het rond. Ik heb
het hier nu even niet over alle technische kwaliteiten die hij
mogelijk bezit. De fractie van de ChristenUnie vraagt zich wel af
of híj nu de persoon is die deze rol van technisch
voorzitter het beste kan vervullen. In zijn persoon zou deze
functie toch weer haast een presidentiële status
krijgen.
Tijdens mijn maidenspeech in maart citeerde ik uit het boek
"In Europa" van Geert Mak. Ik heb minister Verhagen toen
toegezegd om ook het boekenweekgeschenk "De brug" te
lezen, dat juist die dag verscheen. Ik heb dat boekje meegenomen en
ik ben mijn toezegging nagekomen want ik heb het gelezen. Ik heb
ervan genoten. Ik hoop dat de minister het ook heeft gelezen. Ik
wil graag een uitspraak van een theeschenker citeren die in het
boekje wordt opgevoerd. "Natuurlijk wil ik naar Europa. Dat
willen wij allemaal. Wie denkt daar niet over? Europa, wat willen
wij daar graag heen! Er is geld, je mag doen wat je wilt en de
mensen respecteren elkaar." Dit is zo maar een reactie van een
buitenstaander die aangeeft wat de waarde van de Europese Unie is.
De Europese samenwerking heeft geleid tot vrede, stabiliteit en
welvaart. Het is de moeite waard om met dit Europa verder te gaan.
De bewindslieden die dit weekend naar de Europese Raad afreizen,
wacht zeker geen gemakkelijke taak. De fractie van de ChristenUnie
wenst hun daarom veel wijsheid toe.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
U las uit "De brug" een prachtig citaat voor van een
Turkse theeschenker. Mag deze theeschenker, deze Turk, van u
toetreden tot de Europese Unie en, zo ja, op welke manier?
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Die vraag had ik uiteraard een beetje verwacht; dit boekje gaat
immers over Turkije. Het lijkt mij nu niet het moment om een
uitgebreid debat over de toetreding van Turkije te voeren. Met het
oog op het aanstaande weekend moeten wij nu goed nadenken over
toetredingscriteria en de Kopenhagencriteria. In dit licht moeten
wij op dit moment de toetreding van Turkije ook zien. Over de
toetreding van Turkije in het kader van het Europadebat heeft de
fractie van de ChristenUnie altijd gezegd dat Europa goed moet
nadenken over zijn grenzen, in inhoudelijk en geografisch opzicht.
Wij vinden het echt de vraag of Turkije geografisch bij Europa
hoort. Juist ook in dit boekje speelt die grote vraag een rol, waar
Turkije nu eigenlijk bij hoort. Om dat te illustreren zou ik nog
veel meer moeten citeren. Het is een land met twee gezichten, een
brug die twee kanten met elkaar verbindt. Maar goed, laten wij de
discussie over Turkije op een ander moment voeren.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Ik constateer met enige spijt dat u de Europese dromen van deze
Turkse theeschenker in rook doet opgaan.
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Nee hoor, want ik geloof wel in een heel goed nabuurschapsbeleid.
Ik denk dat Turkije in ieder geval een heel goede buurman van de
Europese Unie zou moeten zijn.
Bron: ongecorrigeerd verslag