Voorstellen met betrekking tot adoptie worden
door de fractie van de ChristenUnie altijd met bijzondere
belangstelling behandeld. De ChristenUnie is erg gehecht is aan de
mogelijkheid van adoptie. De openingen die adoptie biedt aan
kinderen en adoptie-ouders op een gezamenlijk gezinsleven, op het
geven en ontvangen van liefdevolle zorg, aandacht en opvoeding
waardeert mijn fractie hoog.
Adoptie is een vorm van kinderbescherming, om kinderen een eerlijke
kans op een goed leven te geven. Tegelijk is het ook een oplossing
die uit de aard der zaak nooit een gemakkelijke is. Niet voor niets
heeft het heel lang geduurd, tot in de jaren 50, voordat Nederland
een adoptieregeling instelde. De band met de oorspronkelijke ouders
blijft immers altijd bestaan. Daar moet mee omgegaan worden. Als
oorspronkelijke ouder, als nieuwe ouder en niet in de laatste
plaats ook als adoptief kind.
Vandaag wordt gedebatteerd over een wetsvoorstel dat wel die
bijzondere belangstelling, maar niet diezelfde positieve waardering
van de ChristenUnie krijgt. Het wetsvoorstel, wat ons betreft een
onplezierige erfenis van het vorige kabinet, borduurt grotendeels
voort op de voorstellen die huwelijk en adoptie door personen van
gelijk geslacht mogelijk maakten, voorstellen die in september 2000
in dit huis werden besproken. Voorgaande Kamerleden in de fracties
van RPF en GPV zagen zich indertijd genoodzaakt tegen deze
wetsvoorstellen te stemmen, evenals de fracties van SGP en CDA. Tot
onze spijt kon dit echter de aanvaarding van beide voorstellen niet
verhinderen. Het standpunt van de ChristenUnie is sindsdien niet
veranderd. Nog altijd is de fractie van mening dat adoptie in het
belang van het kind beperkt moet blijven tot gezinnen met een vader
en een moeder. Nog altijd zien wij ons gesterkt in de conclusie dat
de kans van slagen van adoptie het grootst is bij opname door
adoptieouders die de biologische ouders van het kind hadden kunnen
zijn. En nog altijd vinden wij dat de overheid een volstrekt
verkeerd signaal afgeeft door net te doen alsof het helemaal niets
uitmaakt of een kind opgroeit in een gezin met een vader en moeder,
een één-ouder-gezin of binnen een verhouding tussen
twee mannen of twee vrouwen.
Het mogelijk maken van adoptie van buitenlandse kinderen door paren
van gelijk geslacht werd indertijd bewust buiten de voorstellen
gehouden vanwege de negatieve reacties uit het buitenland. Die
zouden immers gevolgen kunnen hebben voor de bereidheid kinderen
beschikbaar te stellen voor adoptie door Nederlandse ouders, ook
als het gewoon om een man en een vrouw zou gaan. Uit het onderzoek
dat met het oog op het huidige voorstel is gedaan blijkt dat de
zogenoemde ‘landen van herkomst’ ook nu nog negatief
reageren en geen kinderen beschikbaar willen stellen voor adoptie
door paren van gelijk geslacht. De grote vrees van mijn fractie is
dat deze afwijzende houding van de landen van herkomst zal leiden
tot terughoudendheid of zelfs tot het niet langer beschikbaar
stellen van kinderen, ook voor adoptie door paren van verschillend
geslacht. Die vrees wordt nog vergroot doordat wereldwijd het
aantal kinderen dat in aanmerking komt voor buitenlandse adoptie
daalt en ook helpt het bepaald niet dat Nederland in het
voorliggende wetsvoorstel frank en vrij een
‘sluiproute’ vergemakkelijkt in de vorm van versnelde
één-ouder-adoptie. Landen van herkomst kunnen dit
gemakkelijk opvatten als een vorm van misleiding en hieraan
vergaande consequenties verbinden.
Het is opmerkelijk dat het kabinet kennelijk de mogelijke negatieve
gevolgen van het wetsvoorstel simpelweg voor lief neemt, terwijl nu
al duidelijk is dat paren van gelijk geslacht er in feite totaal
niet mee geholpen worden. Het lijkt erop dat het gaat om
gelijkberechtiging ‘coute que coute’ en dat de belangen
van de betrokken kinderen en die van aspirant-adoptieouders daaraan
ondergeschikt gemaakt worden. De ChristenUnie ziet zich daarin
gesteund door de Raad van State, die in zijn advies termen
gebruikte als “weinig zinvol”, “ongewenst”,
“afwijken van de grondslag van adoptie” en
“gewrongen constructie”