De heer Slob (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Mijn fractie heeft om heropening van het
debat gevraagd, omdat de brief die ons tijdens het eerdere debat is
toegezegd, nog enige vragen oproept. Die hebben betrekking op de
zorg over de huisvesting en op de categorie meervoudig gehandicapte
leerlingen.
De inrichting van de afdeling voor vso is een groot probleem, omdat
de gemeenten niet in beweging komen voordat de wet door de Tweede
en de Eerste Kamer is behandeld. Dit probleem is alleen maar groter
geworden nu de behandeling in de Tweede Kamer behoorlijk is
vertraagd en de behandeling in de Eerste Kamer dus ook vertraging
oploopt. Dit probleem hebben wij veroorzaakt, maar de gevolgen zijn
voor de scholen. Ik vind dit een onplezierige situatie. Daarom dien
ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de inrichting van vso-afdelingen op scholen voor
speciaal onderwijs per 1 augustus 2007 door de regering niet
haalbaar wordt geacht vanwege de vertraging van het
wetgevingsproces door de val van het vorige kabinet;
overwegende dat in de tijdelijke regeling nog geen rekening wordt
gehouden met de huisvestingscomponent;
overwegende dat het voor de betreffende scholen niettemin van groot
belang is tijdig voorbereidingen te kunnen treffen om de
huisvesting geschikt te maken voor het inrichten van een
vso-afdeling;
tevens overwegende dat de zorg voor huisvesting een
verantwoordelijkheid van gemeenten is, maar dat tot nu toe er nog
niets gebeurd is;
verzoekt de regering, in het overleg met de VNG over de huisvesting
voor de vso-afdelingen, zich er voor in te spannen dat er
financiële duidelijkheid komt voor de betreffende scholen, met
als doel dat zo snel als mogelijk huisvesting kan worden
gerealiseerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Slob, Kraneveldt-van der
Veen en Ferrier. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 11 (30956).
Mevrouw Verdonk (VVD):
Voorzitter. Ik wil twee vragen ter verduidelijking stellen. De heer
Slob sprak over de vertraging van de behandeling van dit
wetsvoorstel. Wanneer wordt de wet van kracht?
Het dictum van de motie is eigenlijk gelijk aan de toezegging die
de staatssecretaris in haar brief doet, namelijk dat er
financiële duidelijkheid komt voor de betreffende scholen met
als doel dat zo snel als mogelijk huisvesting kan worden
gerealiseerd. Zou de heer Slob dit dictum niet wat kunnen
aanscherpen en wat concretere vragen kunnen stellen? Dan zouden wij
deze motie waarschijnlijk wel kunnen steunen.
De heer Slob (ChristenUnie):
Het wetsvoorstel is vertraagd doordat vorig jaar omstreeks deze
tijd het kabinet viel en het enige tijd heeft geduurd voordat er
een nieuw kabinet was gevormd. De doelstelling was dat de wet op 1
augustus aanstaande in werking zou treden; dan was er ook
duidelijkheid geweest over de financiën. Door de politieke
omstandigheden spreken wij nu pas over de wet en dit betekent dat
de behandeling in beide Kamers niet voor 1 augustus 2007 kan worden
afgerond. De scholen zullen daardoor nog langer op het geld moeten
wachten.
Ik ben het ermee eens dat de formulering van de motie wellicht wat
scherper had gekund, ware het niet dat de gemeenten
verantwoordelijk zijn voor de huisvesting. Ik beoog met deze motie
om enig extra gewicht te geven aan het overleg met de VNG opdat
waar het kan zo snel als mogelijk en misschien zelfs wel met
terugwerkende kracht, het geld voor de huisvesting beschikbaar
komt.
Mevrouw Verdonk (VVD):
Voorzitter. In de brief staat dat scholen nu al een voorziening
kunnen aanvragen, maar dat de gemeenten op dit moment nog niet
verplicht zijn om hiertoe over te gaan. Zou het niet beter zijn om
in het dictum te zetten dat gemeenten wordt verplicht of dringend
wordt aangeraden, dus dat zij een dringend advies van de
staatssecretaris krijgen, om dit wel te gaan doen? Over zo veel
scholen gaat het niet en dit is belangrijk.
De heer Slob (ChristenUnie):
We moeten in de gaten houden welke afspraken al door het Rijk zijn
gemaakt. Het is wettelijk vastgelegd hoe met de huisvesting moet
worden omgegaan. Als we dat anders willen, moeten we de betreffende
wet weer veranderen en dat lijkt me wat ingewikkeld.
Mevrouw Verdonk (VVD):
Ik had het over "dringend advies".
De heer Slob (ChristenUnie):
Ik heb er geen enkele moeite mee om de woorden van mevrouw Verdonk
over te nemen als toelichting op deze motie, dus dat we de
staatssecretaris zeer dringend oproepen om deze motie uit te voeren
en de Kamer zo snel mogelijk te rapporteren over de uitkomsten. Als
we elkaar hierin kunnen vinden, dank ik mevrouw Verdonk zeer voor
de vragen die de zaak wat aanscherpten.
Voor de meervoudig gehandicapte leerlingen heb ik de vorige keer
ook aandacht gevraagd. Ik had al een amendement in voorbereiding
omdat ik het wat vreemd vind dat zij buiten de regeling vallen,
terwijl er in één school al een vso-afdeling is die
wordt gefinancierd en leerlingen soms ook via de brede instroom op
scholen komen en er wel extra geld voor hen beschikbaar is. Ik maak
uit de brief op dat de staatssecretaris dit laatste erkent en de
mogelijkheid van rechtsongelijkheid ziet.
Daarnaast verwacht zij dat de leerlingen niet in staat zullen zijn
om het vso-programma te volgen dat is geformuleerd in bepaalde
artikelen in de wet. Verder vindt zij de kosten wel erg hoog. Ik
ben benieuwd wat bij de staatssecretaris het zwaarst heeft gewogen.
Gaat het hier om het kostenaspect, terwijl de staatssecretaris dit
eigenlijk wel wil en zich bewust is van de rechtsongelijkheid? In
dat geval kunnen we gaan zoeken naar mogelijkheden om de kosten te
zijner tijd te dekken. En haar verwachting dat de leerlingen niet
in staat zijn om een vso-programma te volgen, wil ik toch wat meer
onderbouwd zien: de ene mg-leerling is immers de andere niet en in
er zitten leerlingen tussen met een IQ tot zeventig, van wie we
meer mogen verwachten dan van leerlingen met een lager IQ. Mijn
concrete vraag aan de staatssecretaris is als volgt: kan zij de
Kamer toezeggen dat zij dit zal onderzoeken en de Kamer daarover
zal rapporteren? Zo hebben we bij de begroting zicht op waar dit
concreet over gaat en kunnen we, als we dit nodig achten, deze
leerlingen laten meeprofiteren van de vergrote financiële
middelen voor de vso-afdelingen.
Bron: ongecorrigeerd stenogram