De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Ik spreek namens mijn
fractie waardering uit voor de initiatiefnemers die dit stuk hebben
opgesteld. Het is best gedurfd om dit soort onderwerpen ter
discussie te stellen. Het is tegelijkertijd ook wel goed om
daarover om de zoveel tijd met elkaar te praten. Mijn fractie staat
redelijk genuanceerd tegenover dit onderwerp. Iemand in mijn
omgeving zei al dat de notitie gericht is op het versterken van de
rechtsstaat; het lijkt mij echter niet de bedoeling om van de
rechtsstaat een onneembare vesting te maken en de vrijheidsrechten
weerloos en onverdedigd achter te laten. Mijn fractie denkt hier
dus behoorlijk genuanceerd over en ik stel daarom een aantal
kritische vragen.
Het is vanzelfsprekend dat politieke partijen, net als alle andere
natuurlijke personen en rechtspersonen in het land, opereren binnen
de grenzen van de wet. Politieke partijen moeten ook aangepakt
kunnen worden bij strafbaar handelen. De indieners willen echter
dat de overheid er actief op gaat toezien dat politieke partijen
zich aan de wet houden. Een dergelijke formulering vind ik spannend
want daarmee wordt de indruk van permanente overheidscontrole
gewekt. Zulk actief toezicht verdraagt zich slecht met het
onschuldbeginsel. Bovendien kan het grote inbreuk maken op allerlei
vrijheden en kan het een ongerechtvaardigd verschil creëren
ten opzichte van andere natuurlijke personen en rechtspersonen. Die
kunnen immers niet allemaal actief gevolgd worden. Ik hoor graag
van de indieners wat zij precies bedoelen met dat actieve toezicht
op politieke partijen.
Ik heb wat in de nota gebladerd en mogelijk verwijs ik daarom niet
steeds correct, maar ik hoop dat dan uit de inhoud van mijn woorden
wordt begrepen waar ik het over heb. Punt 8 betreft het ontbinden
van een terroristische organisatie. In het verslag zijn daar ook
vragen over gesteld en volgens mij heb ik een collega daar ook net
over horen spreken. Het is misschien mogelijk om een organisatie te
ontbinden, maar hoe kan worden voorkomen dat mensen die lid waren
van de ontbonden organisatie in een ander al dan niet georganiseerd
verband weer bij elkaar komen? Hoe zien de indieners dat voor
zich?
Punt 12 betreft het ontnemen van actief en passief kiesrecht van
personen die veroordeeld zijn voor een terroristisch misdrijf. Wij
staan daar redelijk positief tegenover. Tegelijkertijd begrijpen
wij de mensen die zeggen dat je, door iemand het kiesrecht te
ontnemen, die persoon uitsluit van het debat, terwijl de boodschap
juist moet zijn dat het goed is om mee te doen aan het democratisch
debat. Als iemand een groot terroristisch misdrijf heeft gepleegd
waaruit duidelijk blijkt dat hij niets heeft met de rechtsstaat of
deze zelfs ten gronde wil richten, is het echter een logische
gevolgtrekking om tegen die persoon te zeggen: misschien moet je
dan maar niet meer meedoen aan die rechtsstaat. Wij vragen ons
daarbij wel af hoe nuttig dit voorstel dan nog is. In hoeverre
zullen deze mensen stemmen of zichzelf verkiesbaar stellen? Ik hoor
hier graag wat meer over, maar in beginsel staat mijn fractie hier
positief tegenover. Het moet echter geen automatisme zijn. Je kunt
in allerlei gradaties meedoen aan het plannen van een terroristisch
misdrijf. Misschien zijn er wel meelopers geweest die ook worden
veroordeeld terwijl zij nauwelijks wisten waarmee zij bezig waren.
Misschien zijn er wel jongeren bij betrokken die zijn opgeroepen
voor een heilige oorlog voor welke religie dan ook. Ik wil graag
duidelijk maken dat het hier niet alleen om de islam gaat.
Bij de inperking van rechten in het algemeen staat dat bepaalde
mensen, waaronder imams, uit hun functie kunnen worden ontheven.
Staat deze maatregel niet op gespannen voet met de vrijheid van
meningsuiting en de vrijheid van godsdienst? Wat is de relatie met
de beroepsverboden? De scheiding van kerk en staat wordt er ook bij
betrokken. De scheiding van kerk en staat is een heilig iets. Het
kan natuurlijk nooit een dekmantel zijn voor strafbare feiten, maar
wij moeten er wel zuinig op zijn. In hoeverre mag de overheid
ingrijpen in een kerkgenootschap door te zeggen dat iemand moet
stoppen met preken?
Ten aanzien van het intrekken van een dubbel paspoort zitten wij op
een lijn. In feite worden mensen binnen dezelfde groep verschillend
behandeld als zij een misdrijf hebben gepleegd; dat zou
discriminatoir zijn.
Mijn fractie is ten slotte niet erg enthousiast over de nieuwe
commissie die zich zou buigen over kwetsende opmerkingen,
vergelijkbaar met de Commissie Gelijke Behandeling. Heeft de
rechter al niet voldoende middelen om in te grijpen in geval van
smaad en laster?
De heer De Wit (SP): Wat is volgens de heer Anker, een
coalitiegenoot van de opstellers, de status van deze nota? Wat moet
er volgens hem mee gebeuren?
De heer Anker (ChristenUnie): Dit onderwerp lijkt de heer De Wit
uitzonderlijk te boeien. Er moet in ieder geval goed over de nota
worden gesproken. Daar zijn wij nu mee bezig. Als de heer De Wit
zich afvraagt of er dingen over zijn afgesproken, kan ik hem melden
dat het coalitieakkoord openbaar is en dat iedereen heeft kunnen
lezen dat hierover niets is afgesproken. Wij hebben dus ook niet
met elkaar afgesproken dat hieruit een wetsvoorstel zal voortkomen
dat wij coûte que coûte steunen. Wij bespreken het
gewoon. De coalitiepartijen staan hier behoorlijk onafhankelijk in.
Ik heb willen aangeven dat ik dit een heel waardevolle bijdrage
vind aan een debat dat ook maatschappelijk leeft. Het is goed dat
wij het daar met elkaar over hebben.
Tweede termijn
De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Na de eerste termijn is
duidelijk geworden dat de initiatiefnemers vooral een discussie
willen voeren over de staat van onze democratie, over de rechtstaat
en de vraag of zaken daarin verbeterd en beschermd moeten worden.
Zoals ik al in mijn eerste termijn heb gezegd, vind ik het een
goede zaak dat wij het daarover hebben. Lopende de discussie zijn
wij veel dingen gaan uitzoeken. Er liggen nog enkele vragen die in
eerste termijn niet zijn beantwoord. Ik vraag mij af of ik deze
opnieuw moet stellen. Ik constateer dat de heer Van Haersma Buma
het graag wil, dus zal ik hem nog een keer stellen. Ik meen dat dit
debat een aanzet is geweest. De nota leent zich er niet voor om uit
te spreken dat wij het zullen gaan doen, dan wel het absoluut niet
wensen. Een aantal zaken vonden wij wel aardig, maar wij staan
kritisch tegenover andere onderdelen. Ik meen dat het beter is
wanneer wij hierover inhoudelijk verder praten.
Ik wil de initiatiefnemers bevragen op de opmerking in hun nota dat
wij de mogelijkheid moeten uitbreiden om mensen bepaalde rechten te
ontnemen of uit bepaalde functies te zetten wanneer zij een
terroristisch misdrijf hebben begaan. In eerste termijn heb ik
daarover vragen gesteld ten aanzien van de scheiding tussen kerk en
staat. Het voorbeeld van de imam is genoemd. De heer Van Haersma
Buma hield het in zijn beantwoording bij een schooldirecteur. Hoe
ga je om met gradaties van betrokkenheid? Moet een jonge knul van
18 jaar die gek is gemaakt en in beperkte mate heeft meegedaan,
direct even zwaar worden gestraft als degene die het plan bedacht
heeft? Geldt voor beiden hetzelfde? Naar mijn mening moet je juist
proberen met hen nog wat te bereiken. Vorige week hebben wij
daarover een debat gevoerd. Het zou erg ver gaan als wij hen direct
allerlei rechten zouden ontzeggen. Ik wil de weg terug niet
afsluiten. Ik steun het ordevoorstel, maar zou over deze aspecten
graag nog wat meer horen.
Bron: ongecorrigeerd stenogram