Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) wil, omdat
vandaag slechts een tussenrapportage aan de orde is, het debat van
18 april niet overdoen. Zij is echter van oordeel dat de rust die
op de arbeidsmarkt in de zorg heerst slechts een ogenschijnlijke
rust is. Misschien moet worden gesproken van gelatenheid. Veel
ontslagen medewerkers zijn geruisloos overgegaan naar een
arbeidsverband op basis van de alfahulpconstructie. De relatie
tussen zorgaanbieder en thuiszorgwerker is voor de alfahulp
flinterdun geworden. Er is geen arbeidsrechtelijke relatie meer. De
massieve verschuiving in arbeidsverbanden is een ongewenst effect
van de geïntroduceerde marktwerking. De staatssecretaris spant
zich in om door suppletie over 2007 mensen voor de gezondheidszorg
te behouden, maar dat is voor veel betrokkenen toch geen
structurele oplossing, want zij blijven alfahulp, met aanzienlijk
slechtere arbeidsvoorwaarden. Wellicht is het een oplossing te
accepteren dat de minimumarbeidsvoorwaarden in de verschillende
arbeidsrechtelijke constructies gelijk zijn. De concurrentie spitst
zich dan niet toe op de arbeidsvoorwaarden maar op de kwaliteit van
de zorg.
In het licht van de massale inzet van alfahulpen blijken
historische nadeelgemeenten nu voordeelgemeenten te zijn. Bezinning
op dat punt is belangrijk. Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink
vraagt of doordat de vergoeding voor het pgb vergelijkbaar is met
een voorziening in natura de bedragen in de verschillende gemeenten
gelijk zijn. Zij verzoekt de staatssecretaris, de tweede
voortgangsrapportage toe te spitsen op de mantelzorg en de
vrijwilligers. De uitvoering van het beleid daarvoor door de
gemeenten zal centraal moeten staan. Zij vraagt of de gemeenten er
klaar voor zijn. Ondersteunende organisaties zijn regionaal
georganiseerd, maar moeten per gemeente onderhandelen. De
continuïteit van hun werk staat door alle onduidelijkheid
onder druk. Er is angst dat de middelen voor mantelzorg in veel
gemeenten niet geoormerkt zijn. Sommige organisaties dreigen tussen
wal en schip te vallen. Zij beveelt aan om de overdracht van het
mantelzorgbeleid een jaar op te schorten. Overigens bestaat ook op
andere beleidsterreinen het probleem dat de subsidieregelingen per
1 januari 2007 al zijn overgegaan naar de gemeenten en de effecten
nog steeds onduidelijk zijn. Waar dat goed gaat, hoeft natuurlijk
niets geregeld te worden.
Bron: ongecorrigeerd verslag