Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) zegt dat
het Kamerbreed aangenomen amendement-Van der Vlies c.s. een
illustratie is van de brede waardering die er is voor het werk dat
door mantelzorgers en vrijwilligers word verricht. Miljoenen mensen
laten via de zorg aan hun naasten zien dat zij hun maatschappelijke
en sociale verantwoordelijkheid verstaan. Die verantwoordelijkheid
gaat soms zo ver dat mensen zelfs geen AWBZ-indicatie aanvragen en
dus de soms heel zware zorg structureel zelf organiseren. Deze
groep die eigenlijk al eerste voor de onderhavige regeling in
aanmerking zou moeten komen, valt daar nu juist buiten. Dit raakt
direct aan het feit dat elke regeling arbitraire kanten heeft. Waar
legt men de grenzen en met welke criteria? De regeling dient naar
het oordeel van mevrouw Wiegman in ieder geval zo uit te werken dat
de beoogde waardering ook als zodanig wordt ervaren. Wanneer echter
veel mensen die wel behoren tot de doelgroep, buiten de regeling
vallen en zij het resultaat ervan als een diskwalificatie ervaren,
schiet de regeling haar doel voorbij. Dit risico moet
geminimaliseerd worden.
De staatssecretaris heeft met haar voorstel een goede basis gelegd.
De uitvoering door de SVB is doelmatig. Het beschikbare geld komt
vooral aan de mantelzorgers ten goede. Tevens is het positief dat
de vergoeding voor mantelzorgers die van een bijstandsuitkering
moeten leven niet in mindering wordt gebracht op of gevolgen heeft
voor de desbetreffende uitkering. Gaat deze benadering overigens
ook op voor andere uitkeringsregelingen?
Mezzo heeft teneinde de regeling zo goed mogelijk aan te laten
sluiten op de beoogde doelgroep, voorgesteld de €250 toe te
kennen aan alle mantelzorgers voor mensen met een AWBZ-indicatie
voor extramurale zorg met een zekere minimale geldigheidsduur.
Hierdoor vallen er meer mensen onder de regeling, verliest de als
onrechtvaardig ervaren datum van 1 april zijn betekenis, neemt de
bureaucratie af en wordt het CIZ minder belast. Wat is de visie van
de staatssecretaris hierop?
Gezien het brede draagvlak in de Kamer voor deze regeling moet het
naar de inschatting van mevrouw Wiegman mogelijk zijn om door
middel van een spoedadvies van de Raad van State en zo mogelijk een
blanco verslag van de Kamer de desbetreffende wetswijziging heel
snel in het Staatsblad te krijgen. Zowel de staatssecretaris als de
Kamer zou deze inspanningsverplichting op zich moeten nemen.
Nadere gedachtewisseling
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) verzoekt de
staatssecretaris een overzicht te verstrekken van de verschillende
opties inclusief de daarbij horende bedragen.
Bron: ongecorrigeerd verslag