De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met
belangstelling kennis genomen van de brief van de staatssecretaris.
De staatssecretaris geeft blijk van aandacht voor de verschillende
kanten van RFID zoals de mogelijke technologische voordelen en
privacy-nadelen en -zorgen. De leden van de fractie van de
ChristenUnie hechten er aan te benadrukken dat, ondanks de
voordelen van RFID die ook zij zien, privacy van burgers hieraan
niet ondergeschikt gemaakt mag worden. Nauwe betrokkenheid van de
overheid is nu en in de toekomst dus gewenst.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben na het lezen van de
brief van de staatssecretaris nog nadere vragen over privacy en
toepassing RFID.
Zoals ook al in de notitie van de ChristenUnie over RFID
(RFID-chips: Kans of gevaar?) wordt opgemerkt is de ChristenUnie
bezorgd dat wanneer te lang gewacht wordt met het nemen van
maatregelen omtrent privacy en RFID het proces onomkeerbaar is. Ook
het CBP geeft dit aan, maar zet dit af tegen een mogelijk
verstikkende werking van regelgeving voor innovatie. Hoewel de
leden van de fractie van de ChristenUnie innovatie belangrijk
vinden, willen zij dit niet boven het belang van privacy en
vertrouwen van burgers in nieuwe technologie als RFID stellen. Is
de staatssecretaris met de ChristenUnie van mening dat in dat geval
het belang van vertrouwen van burgers in overheid en technologie
voorop staat, en niet de ontwikkeling van de technologie?
In relatie hiermee schrijft het CBP dat het vergroten van publieke
kennis over de (on)mogelijkheden van RFID-toepassingen kan
bijdragen aan het vertrouwen in verantwoorde toepassingen en
tegelijkertijd aan het tijdig treffen van maatregelen ter
voorkoming van nadelige effecten. Wat gaat de staatssecretaris doen
met deze aanbeveling van het CBP? Worden er publiekscampagnes
ingezet? Weten burgers wat RFID is en waar en hoe het wordt
toegepast? Wat vindt de staatssecretaris van de suggestie van het
CBP om een informatiepunt in trant van postbus 51 én een
klachtenregeling voor mogelijk misbruik of oneigenlijk gebruik van
RFID (een klachtenloket) in te richten?
In dit verband wijzen de leden van de ChristenUnie-fractie de
staatssecretaris op een publicatie van het Rathenau instituut over
RFID, waar treffend een dag uit een gemiddeld Nederlands gezin
wordt geportretteerd, waaruit blijkt hoe RFID al met het dagelijks
leven is verweven. Mogelijk kan de staatssecretaris hier zijn
voordeel mee doen?
Het CBP geeft blijk van betrokkenheid bij het onderwerp van
privacy. Zij stelt dat het juridisch kader op dit moment voldoet,
maar merkt tegelijkertijd op dat er nog een grijs gebied is in de
overgang van productgebonden gegeven naar persoonsgegevens. De
staatssecretaris geeft aan dat hij met interesse de invulling die
het CBP geeft aan verdere normontwikkeling volgt. Zo ook de leden
van de fractie van de ChristenUnie, maar tegelijk horen zij graag
van de staatssecretaris hoe hij er op toeziet dat dit grijze gebied
inderdaad ingekleurd gaat worden. Is dit een onderwerp waar de
‘denktank privacy en nieuwe technologieën’ zich
mee bezig gaat houden? Graag een toezegging van de staatssecretaris
dat dit element meegenomen wordt in het onderzoek en aan de Kamer
wordt voorgelegd.
Ook vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie aandacht
voor opmerkingen over de WBP en RFID in de nota ‘Eerste fase
evaluatie Wet bescherming persoonsgegevens’ (Kamerstuk nummer
31051, nr.1). Daarin wordt de heer Terstegge aangehaald, die van
mening is dat onder andere invoering van RFID-toepassingen en
concepten als ‘ubiquitous computing’ of ‘ambient
intelligence’ het einde zullen gaan betekenen van de
privacywetgeving zoals wij die nu kennen. Nieuwe wetgeving zou meer
moeten uitgaan van ‘privacy-by-design’ en niet gericht
moeten zijn op het gebruik van gegevens maar het misbruik daarvan.
Graag een reactie van de staatssecretaris hierop.
Een belangrijk thema in het kader van RFID en de WBP is het
‘privacy by design’. Hierin ligt een belangrijke
verantwoordelijkheid voor ontwikkelaars en gebruikers van RFID.
Terecht geeft de staatssecretaris aan dat zij veel kunnen bijdragen
aan de vermindering van privacyrisico’s. De leden van de
fractie van de ChristenUnie onderschrijven deze visie, maar
vernemen graag van de staatssecretaris hoe er op de ontwikkeling
wordt toegezien. Omdat het toch om een gevoelig onderwerp gaat,
zijn deze leden van mening dat er niet kan worden volstaan met het
wijzen op de eigen verantwoordelijkheid van de ontwikkelaars en
gebruikers. Gaat de overheid niet teveel uit van het zelfregulerend
vermogen van bedrijven op dit gebied?Worden nieuwe toepassingen op
hun mogelijkheden gecheckt, en moeten ontwikkelaars per nieuwe
toepassing aangeven wat de mogelijkheden van het product zijn en op
wat voor manier ‘privacy by design’ is toegepast? In
dit verband vragen deze leden ook aandacht voor de plicht van
gebruikers om RFID-gebruik zichtbaar en kenbaar te maken. Hoe wordt
daar op toegezien?
De Communicatie van de Europese Commissie besteedt ook aandacht aan
privacy by design, en zegt de ontwikkeling van
‘applicatie-specifieke richtlijnen’ te ondersteunen.
Wat is de rol van de Nederlandse regering hierin?
Met betrekking tot privacy-aspecten vragen de leden van de
ChristenUnie-fractie aandacht voor die mensen die grote bezwaren
hebben tegen het gebruik van RFID. Is er oog voor de problemen van
deze groep mensen? Wordt deze groep meegewogen in de
interdepartementale taakgroep? Zijn er mogelijkheden, ook in de
toekomst, voor gewetensbezwaarden om zich aan deze technologie te
ontrekken? Deze leden refereren ook aan de aanbeveling van het CBP,
dat betrokkenen zich moeten kunnen weren tegen RFID-gebruik,
waarbij onder andere valt te denken aan het kunnen kiezen voor een
alternatief waarbij geen RFID wordt gebruikt. Wat doet de
staatssecretaris met deze aanbeveling? Hoe ziet de staatssecretaris
deze aanbeveling in relatie tot het paspoort met RFID of de
chipkaart van de NS, als bedrijf dat het grootste deel van het
treinvervoer in handen heeft? Hebben reizigers nog de vrijheid om
te kiezen voor een alternatief kaartje of paspoort zonder RFID?