Inleiding
De ChristenUnie bedrijft politiek bij een open Bijbel en we willen onze politieke keuzes maken als navolgers van Jezus Christus. Dat leidt tot een politiek van dienstbaarheid aan de samenleving, verdediging van onze geestelijke en politieke vrijheden, opkomen voor het gezin, voor kwetsbaren, eerbied voor het leven en een keus voor duurzaamheid. In een tijd waarin de ene crisis zich op de andere heeft gestapeld, laat de ChristenUnie zich inspireren door de Bijbel om inzicht en richting te verkrijgen voor de vraagstukken van overheid en samenleving van vandaag.
Daarbij laten we het niet bij woorden alleen. In de afgelopen jaren heeft de ChristenUnie laten zien vanuit christelijk-sociale uitgangspunten verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor het bestuur van de provincies door actieve en betrokken Statenfracties en vaak ook door deelname aan colleges van Gedeputeerde Staten. De ChristenUnie wil zich ook de komende periode inzetten voor het bestuur van de provincies.
De ChristenUnie ziet de overheid als dienares van God. Zij zorgt binnen haar mogelijkheden voor goede randvoorwaarden voor een samenleving, waarin mensen tot hun recht komen en in vrede met elkaar leven. De ChristenUnie wil zich daarbij dienstbaar opstellen als een stabiele en betrokken christelijk-sociale partij met een boodschap die hoop geeft en waarop mensen kunnen bouwen. Die boodschap houdt in dat wij in de politiek gelovig gehoorzaam willen zijn aan God en aan wat Hij met de samenleving voor heeft. Het gaat om het dienen van God en het liefhebben van mensen.
Wij geloven dat in de dienst aan God en de dienst aan de naaste iets opbloeit van het goede leven. De mens staat niet op zichzelf en kan niet alles zelf bepalen. Het is juist andersom: mensen komen pas tot bloei wanneer zij zich verantwoordelijk voelen, zorg dragen voor elkaar en respectvol met elkaar omgaan. Vanuit het besef dat mensen in de samenleving aan elkaar gegeven zijn, mogen we samen werken aan een gezond en bloeiend leefklimaat.
Onze provincies gaan een bijzondere tijd tegemoet waarin we ingrijpende beslissingen moeten nemen. Beslissingen die te maken hebben met het takenpakket, de omvang en financiële huishouding van het middenbestuur. De ChristenUnie wil dat de provincies betrokken zijn bij onze samenleving. Daarom zal van provinciale besturen verwacht worden dat zij slagvaardig, transparant, open en klantgericht opereren en hun partners (bevolking, besturen, kennisinstellingen, bedrijfsleven etc.) in een heel vroeg stadium betrekken bij besluitvormingsprocessen.
De gevolgen van de economische recessie gaan ook de provincies niet voorbij. De ChristenUnie loopt niet weg voor onze verantwoordelijkheid om ook in moeilijke tijden mee te besturen. Ook niet als er pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden. Wij zullen dat steeds met een warm hart voor mens en samenleving doen, omdat het onze overtuiging is dat omzien naar elkaar de basis moet zijn voor ons handelen. Wij gaan voor een dienstbare overheid, die betrokken is op de leefomgeving, en een bloeiende samenleving waar iedereen kan meedoen! Wel zal iedere bestuurslaag haar eigen verantwoordelijkheid moeten nemen.
naar boven
Middenbestuur en overheid
De samenleving wordt niet primair gevormd door overheid of door overheidsbestuurders, maar door de burgers zelf. Zij nemen verantwoordelijkheden, gaan verplichtingen aan en maken de samenleving leefbaar in hun onderlinge relaties. Een vrije samenleving in een democratische rechtsstaat kan alleen bloeien als voldoende mensen er vertrouwen in hebben en hun gedrag richten naar de kernwaarden waar het in de rechtsstaat om draait. Het in stand houden van de rechtsstaat vergt inspanningen van overheid en burger. Iedereen heeft plichten jegens de gemeenschap “zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is”, zegt de VN-verklaring voor de rechten van de mens terecht.
De ChristenUnie is niet tegen marktwerking, maar wel tegen scheefgroei. De ChristenUnie is terughoudend in het toestaan van marktwerking in sectoren waar publieke belangen in het geding zijn. Om kapitaal, techniek en ondernemerschap dienstbaar te doen zijn aan de samenleving en aan de schepping horen werknemers, milieu, consumenten en onderwijs voldoende invloed te hebben. In die context laat de overheid de markt zijn werk doen, maar voorkomt dat we in een samenleving komen waarin het recht van de sterkste geldt. De ChristenUnie streeft zo naar sterkte sociale verbanden, waarbij de markteconomie faciliterend is.
Burgers kunnen een beroep doen op de overheid als hun veiligheid of bestaanszekerheid in het geding is. De overheid doet wat de burger zelf niet tot stand kan brengen, terwijl het toch noodzakelijk is voor het goed functioneren van de samenleving. De ChristenUnie kiest dus voor een beperkte overheid, die zich opstelt als bondgenoot van burgers. Een overheid die mensen in moeilijkheden op weg helpt. Daarna komt pas de rol van de overheid als beslisser en afdwinger.
De overheid heeft een aantal basistaken. De ChristenUnie vindt het allereerst belangrijk dat de overheid het recht handhaaft. Verder moet ze opkomen voor kwetsbaarheid, zowel van mens als natuur. Dit gaat niet zover dat de overheid verplicht is tot het afdekken van alle risico’s in het leven van haar burgers. Tot slot geeft de overheid kaders en geeft richting aan ontwikkeling. Omdat de overheid besluiten kan afdwingen worden er hoge eisen gesteld aan overheidshandelen. De ChristenUnie staat voor een overheid die betrouwbaar, transparant en herkenbaar is. Als goed rentmeester gaat de overheid sober en doelmatig met de publieke middelen om. Wij gaan voor een benaderbare overheid, zowel met nieuwe communicatiemiddelen, als in persoonlijk contact aan de balie. De overheid neemt de burger serieus. Naast rechten zijn er ook plichten (handvest burgerschap; naast het afnemen van diensten door burgers, vraagt de overheid burgers en bedrijfsleven zich ook uit te spreken (interactief beleid).
Een taak kan het beste zo dicht mogelijk bij de burger uitgevoerd worden. De beslissing wordt dan dichter bij de plaats genomen waar die ook effect heeft. Ook kan er ingespeeld worden op lokale omstandigheden. Toch is het niet altijd mogelijk een taak bij het orgaan te leggen dat het meest dicht de burger staat als er sprake is van externe effecten (afwenteling) en een gebrek aan kritische massa (schaalnadelen).
De provincie vormt het middenbestuur van Nederland. De provincie zorgt ervoor dat regio en gemeenten steeds de samenwerking opzoeken en elkaar niet beconcurreren. Concurrentie om bedrijventerreinen of woningen werken contraproductief, zeker in krimpgebieden. Provincies moeten via het instrumentarium van de ruimtelijke ordening de regionale afweging maken. Anders wordt er gebouwd voor de leegstand of treden verrommeling en aantasting van het landschap op. Verkeer en vervoer, landschap, recreatie en natuur hebben een bovengemeentelijke functie en zijn taakgebieden op regionale schaal.
Het rijk heeft de afgelopen jaren veel taken aan de provincie toevertrouwd op het gebied van verkeer en vervoer en landschap en natuur. Dat is de juiste schaal voor deze onderwerpen. De aansturing van deze taakuitoefening door het rijk veroorzaakt bestuurlijke drukte, al was het alleen al door de dubbeling van controle door zowel Provinciale Staten, als de minister en in het verlengde daarvan, de Tweede Kamer. De gekozen uitvoering kan gehandhaafd blijven, maar de borging van nationale belangen die niet overeenkomen met de belangen van de provincie, moet via wet- en regelgeving plaatsvinden.
Verder maken we een einde aan de controle van de controle. Provincies houden toezicht op gemeenten. De provincie neemt in beginsel op het ruimtelijk economisch domein de toezichtstaken van het rijk op gemeenten over. Provincies richten zich op hun kerntaken, waarbij het rapport van de commissie Lodders op hoofdlijnen leidend is. De provincie heeft een belangrijke taak als gebiedsregisseur. Bij een integrale ontwikkelingsvisie op de regio legt de provincie verbanden tussen het ruimtelijk-economische en sociaal-culturele domein. De provincie heeft een belangrijke taak in het signaleren en agenderen van maatschappelijke vraagstukken, zonder daarbij de rol van de gemeente als uitvoerder over te nemen.
Kortom, de provincie is…
- regisserend regionaal bestuur, heeft een ontwikkeltaak voor verkeer en vervoer, landschap, recreatie en natuur; kerntaak: ruimtelijk economisch domein en regionale/streek cultuur
- naast de uitvoering ook financieel decentraliseren van Brede Doel Uitkering (BDU) verkeer en vervoer, Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) en andere specifieke geldstromen
- regionale uitvoeringsdiensten van het rijk zoals Dienst Landelijk Gebied (DLG) en Rijkswaterstaat naar provincies
- stoppen met de uitvoering van sociaal beleid, zoals bijvoorbeeld opvang van daklozen (gemeentelijke taak), maar als informatie makelaar optreden
- jeugdzorg overdragen naar (samenwerkende) gemeenten
- alle milieuvergunning en handhaving naar gemeenten
Aandachtspunten
- Uitgangspunt is dat één bestuurslaag verantwoordelijk is voor de uitvoering van een taak
- Decentraal wat kan, centraal wat moet (alleen bij gebrek aan kritische massa en optreden van externe effecten)
- Alle bestuurslagen hebben een voldoende robuust eigen belastinggebied
- Liever differentiëren in takenpakket van bestuurslagen, dan het overvragen van samenwerkingsconstructies (bijv. overdragen taak van gezamenlijke gemeenten aan provincie als samenwerking op die schaal plaatsvindt)
- Waar nodig en mogelijk opschalen van onderop van gemeenten en eventueel ook provincies
- Draagvlak van onderop bij gemeenten is het uitgangspunt bij herindelingen; de provincie moet meer initiatief nemen (gebruik maken van provinciale bevoegdheden) bij (aantoonbaar noodzakelijke) herindelingen; uitgangspunt hierbij is dat aantoonbare noodzaak boven draagvlak komt te staan
- Bij opschaling aandacht voor benaderbaarheid bijv. via wijkwethouders, dorps- en wijkraden en decentrale loketten
- Waterschappen leggen zich toe op uitvoering en beheer; de verkiezingen van ingezetenen gaan via de gemeenteraden
- Gemeenten en provincies hebben een goed instrument om hun eigen functioneren onder de loep te nemen: de bestuurskrachtmeting; dit zou bij elk bestuursorgaan om de 6 jaar ingezet moeten worden
- In het Europa van de regio’s zijn provincies onmisbaar: versterking van de samenwerking tussen provincies, bijvoorbeeld thematische samenwerking of op het niveau van landsdelen is nodig om een stevige positie in Europa te kunnen innemen
- Het waterbeheer in Nederland kan veel effectiever en efficiënter door het beter organiseren van de watertaken die over de verschillende overheden zijn verdeeld en door verdergaande samenwerking en opschaling van het aantal waterschappen in de richting van (deel)stroomgebieden
- De waterketen kan efficiënter en slagvaardiger worden gemaakt door de afvalwaterzuiveringstaak van het waterschap te combineren met de rioleringstaak van gemeenten en onder te brengen in een afvalwaterbedrijf
- Wegbeherende waterschappen dragen hun wegen over aan provincie of gemeenten
naar boven
Jeugdzorg
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. De ChristenUnie kan dit volmondig beamen. De zorg voor onze jeugd is allereerst een verantwoordelijkheid van de ouders. Hiervoor is een veilig en gezond opgroei klimaat nodig. Soms redden de ouders het niet alleen, dan is er professionele hulp nodig. Die extra zorg moet zoveel mogelijk geboden worden door een toegankelijke en effectieve jeugdhulpverlening en tijdig, dichtbij en kortdurend zijn.
De ChristenUnie wil vooral dat de zorg voor de kinderen zo goed mogelijk geregeld wordt. Dit is het uitgangspunt dat gehanteerd wordt om de komende jaren tot een goede verdeling tussen gemeenten en provincies te komen. De structuur is daarbij ondergeschikt aan het doel, maar nu al is wel duidelijk dat veel ambulante zorg eenvoudiger (voor de kinderen beter) door de gemeenten kan worden aangestuurd. De combinatie van complexe en zware hulp vraagt een gemeente overstijgende coördinatie van zorgaanbieding. Op basis van een definiëring door het ministerie Jeugd en Gezin zal duidelijk zijn wat onder preventieve, lichte, zware en complexe hulpverlening wordt verstaan en welk bestuursorgaan hiervoor verantwoordelijk is.
Zolang Jeugdzorg nog onder de verantwoordelijkheid van de provincies valt, vraagt dit van de provincie om een visionaire, inhoudelijke regie en niet alleen het stroomlijnen van processen. Vooral de beleidsterreinen onderwijs, veiligheid en volksgezondheid en zorg zullen onderling en samen met de lokale overheden afgestemd moeten worden om de zorg voor onze jongeren tot een succes te laten zijn.
Aandachtspunten
- Houd oog voor de keuzevrijheid van cliënten, oog voor cliënten die hulp nodig hebben van specialistische zorgaanbieders
- Zorg dat in het beleid tijdige signalering wordt opgenomen zodat lichte problematiek niet uitgroeit tot complexe (sterke eerstelijns zorg bevorderen)
- Houd oog voor de positie van landelijk werkende instellingen
- Maak heldere afspraken over de mogelijkheden en wijze van het (democratisch) controleren van het jeugdbeleid
- Maak onderscheid in preventie en lichte hulpverlening, zware en complexe hulp (let op: zware hulp is niet altijd complex, zware hulp en complexe hulp goed definiëren)
- Let op dat afspraken gemaakt worden over een goede systematiek van financiering, incl. controleerbare ‘resultaatmetingen’
naar boven
Sociaal beleid
De samenleving is er naar de mening van de ChristenUnie mee gebaat dat er aandacht is voor het publieke, voor het gezamenlijke, voor wat ons bindt. Wij willen vanuit de Bijbelse opdracht graag meewerken aan een samenleving waarin we ‘omzien naar elkaar’. De ChristenUnie is van mening dat er in een ‘samenleving met samenhang’ geïnvesteerd moet worden. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt naar onze mening mogelijkheden om met elkaar te werken aan de ‘sociale cohesie’ die voor de samenleving zo noodzakelijk is. De gemeenten zijn op dit gebied in veel gevallen het eerste aanspreekpunt. De provincie heeft een signalerende, agenderende en stimulerende taak en kan gemeenten bij elkaar brengen om expertise uit te wisselen. Er moet een goede spreiding komen over de provincie. De verschillen per gemeente mogen niet te ver uit elkaar lopen. Omdat het sociale beleid primair de verantwoordelijkheid van de gemeenten is, kan de provincie de verbinding leggen tussen rijksbeleid en gemeentebeleid. Als de provincie inzet op sociaal beleid, zal dit beleid gekoppeld moeten worden aan verantwoordelijkheden en doelen van lagere overheden. Hiermee wordt complementair beleid gerealiseerd ten goede van de samenleving als geheel. De provincie heeft daarom slechts een taak op het gebied van signaleren, agenderen, ondersteunen, flankeren en monitoren.
Aandachtspunten
- Koppel sociaal beleid aan verantwoordelijkheden en doelen van lagere overheden, bijv. sociaal beleid bij busvervoer (toegankelijkheid), leefbaarheid kernen etc.
- Bij subsidie van innovaties, die op gemeentelijk terrein liggen, duidelijke doelstellingen vastleggen en opnemen wie het project overneemt als het succesvol blijkt te zijn (exit strategie vooraf bepalen)
- Maak helder met welk doel, hoe lang en welke soort ‘flankerend’ provinciaal beleid wordt opgestart en gemeentelijk beleid wordt ondersteund
- Geef subsidies op basis van SMART doelstellingen
naar boven
Kunst en cultuur
Kunst en cultuur zijn vensters van onze beschaving. Kunst en cultuur weerspiegelen onze waarden en normen, onze identiteit als mens, als dorp, stad, provincie of land. Het omvat onder meer beeldende kunst, literatuur, podiumkunst, muziek, monumenten, architectuur en landschapsinrichting. Bibliotheken en musea zijn belangrijke conservators en overdragers van kunst en cultuur.
Juist kunst en cultuur zijn niet waardenvrij.
Artistieke kwaliteiten zijn een gave van de Schepper en mogen tot Zijn eer worden ontplooid. Kunsten kunnen het leven en de samenleving verrijken. De provinciale overheid heeft als kerntaak het behoud van het culturele erfgoed. Daarnaast kan de provincie een bijdrage aan het culturele klimaat in haar provincie leveren door gemeentegrenzen overstijgende culturele activiteiten financieel of anderszins te ondersteunen. De provincie heeft een rijke cultuurhistorie waar we zuinig op moeten zijn. Immers: kennis van onze geschiedenis geeft zicht op de toekomst.
Kunstzinnige vaardigheden behoren tot de gaven die God aan mensen geeft en deze zijn dus voor en van de samenleving. Kunst en cultuur verdienen een grote uitingsvrijheid, maar de ChristenUnie is van mening dat als kunst oproept tot discriminatie, geweld, godslastering of onzedelijkheid, dit mensen uit elkaar drijft en niet met publieke middelen bekostigd mag worden.
De provincie kan door stimuleringspremies kunst en cultuur stimuleren maar zal de artistieke grenzen dienen te respecteren.
De ChristenUnie is een sterk voorstander van een bereikbare en betaalbare bibliotheek. Landelijk gezien is er evenwel sprake van een verminderde belangstelling voor de producten van de bibliotheken: de hoeveelheid uitleningen neemt behoorlijk af. Dat betekent dat de bibliotheken zich verder moeten beraden over hun functie voor de samenleving. Wat de ChristenUnie betreft kan dat betekenen dat de bibliotheek zich verder ontwikkelt tot ontmoetingsplek van mensen rondom de informatie.
Aandachtspunten
- De provincie heeft een rol bij het neerzetten van een culturele ‘infrastructuur’
- Subsidiëring van kunst en cultuurinstellingen zijn aanvullend op de financiën die de instelling zelf kan genereren
- Participatie van brede lagen in de samenleving is een belangrijk aandachtspunt bij subsidieverstrekking
- Stimuleer kunst en cultuur in de openbare ruimte; zorg dat dit kan verrassen en het debat in de samenleving hierover kan worden aangegaan
- Let op dat kunst en cultuur voor alle lagen van de bevolking bereikbaar blijft/wordt (geen elitaire kring van ingewijden)
- Projectsubsidies zullen altijd het karakter van stimulering van kunst en cultuur moeten hebben
- Culturele instellingen zullen hun basis (financieel, organisatorisch, levensvatbaarheid) op orde moeten hebben voordat er provinciale subsidies gegeven worden
- Het is de moeite waard te onderzoeken of er kruisbestuiving kan plaatsvinden met andere sectoren, bijv. door het initiëren van contacten tussen cultuur en economie
naar boven
Sport
Sport is een praktische manier om respectvol met elkaar te leren omgaan. Sport geeft een mooie manier om de van God gegeven talenten te ontwikkelen en de volksgezondheid te bevorderen. De provincie kan een stimulerende en faciliterende rol op het terrein van de (breedte)sport en gehandicaptensport hebben. Deze rol komt tot uitdrukking in het samenbrengen van intergemeentelijk (!) beleid. Hierbij gaat het bijv. om het afstemmen van accommodaties (wat komt waar) en het stellen van prioriteiten bij subsidiëring van sportactiviteiten. Voor het faciliteren van de profsport ziet de ChristenUnie geen bijdrage weggelegd voor de provinciale overheid. De ChristenUnie wil geen overheidsgeld inzetten bij het (financieel of anderszins) deelnemen aan grootschalige sportevenementen die qua uitstraling het niveau van de provincie overstijgen. Dit is hooguit een taak van de rijksoverheid.
Aandachtspunten
- Faciliteer gemeenten bij het afstemmen van hun sportaccommodaties (sporthal vs. zwembad e.d.)
- Stimuleer lokale overheden om zich (gezamenlijk) actief in te zetten voor gehandicaptensport
- Indien grootschalige sportevenementen (nationaal en internationaal) overheidsgeld ontvangen, zal vooraf aangegeven moeten worden op welke wijze dit jong sporttalent van de provincie ten goede komt en hoe zij zich hierdoor verder kunnen ontwikkelen (sport ‘pay-back’ vaststellen)
- Ontwikkel goede recreatieve buitensport voorzieningen zoals ruiterpaden, skeeler routes, kanoroutes met faciliteiten en voorzieningen voor de gebruikers
naar boven
Landelijk gebied, landbouw en natuurbescherming
Voor het platteland is de land- en tuinbouw de belangrijkste economische motor en sociale drager voor het platteland. Daarnaast speelt het landelijk gebied een essentiële rol als recreatiegebied voor stedelingen en als leefgebied voor allerlei planten en dieren. Gevarieerde natuurgebieden en aantrekkelijke landschappen zijn belangrijk voor de recreatie en om iets te herkennen van de manier waarop God de wereld heeft geschapen. Daarom vindt de ChristenUnie het belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de inrichting van het landelijk gebied. De identiteit van een gebied en de bijbehorende biodiversiteit zijn voor de ChristenUnie leidend bij het maken van afwegingen.
De provincie speelt een grote en actieve regisseursrol in het landelijk gebied. Het Rijk en de provincies maken werk van de integrale aanpak van het landelijk gebied. Het beleid rond natuur en landschap is gericht op de verbetering van de leefomgeving van mensen, planten en dieren. De instandhouding van de biodiversiteit is een verplichting, die we in internationaal verband zijn aangegaan en waaraan we ook op provinciaal en lokaal niveau een steentje moeten bijdragen.
Bij het natuurbeleid staat de ecologische hoofdstructuur (EHS) centraal. De EHS is een groen raamwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden, die onderling zijn verbonden door een netwerk van ecologische verbindingszones. Op plaatsen waar bebouwing of infrastructuur barrières vormen, moeten faunapassages of ecoducten ervoor zorgen dat de dieren zich ongehinderd binnen de EHS kunnen verplaatsen. De provincie tornt niet aan de ambities voor de ecologische hoofdstructuur: een stevige verbinding van natuurgebieden blijft een speerpunt in het natuurbeleid en de EHS moet gerealiseerd worden. Streven is om 80 procent te realiseren voor 2018 en het resterende deel uiterlijk in 2025.
De uitvoering van Natura 2000 (N2000), een samenhangend Europees netwerk van natuurgebieden, is niet eenvoudig. Juist hier dringt zich een spanningsveld op tussen natuurbelangen enerzijds en sociaaleconomische belangen anderzijds. Heldere regels, goede communicatie, snel handelen en boter bij de vis zullen het devies moeten zijn. Provincies hebben een taak in het N2000 beleid door het opstellen van beheerplannen. In deze beheerplannen moeten de sociaaleconomische belangen voldoende worden meegewogen, om draagvlak te genereren voor uitvoering van de plannen. Een integrale afweging van alle belangen kan herbegrenzing of herziening van de doelen tot gevolg hebben.
Het rijk geeft de provincies een regisseursrol als het gaat om de Nationale Landschappen. De provincie zet zwaar in op de kwaliteit van de Nationale Landschappen en steekt daar zo nodig geld in. De provincie zoekt bondgenootschappen met de steden en stedelijke gebieden aan de rand van de Nationale Landschappen om het (financieel) in stand houden van het Nationaal Landschap als gezamenlijke verantwoordelijkheid te beschouwen. Ook voor het realiseren van recreatiegebieden rondom de stad sluiten de provincies (financiële) allianties met gemeenten.
Landbouw blijft in Nederland een economische factor van betekenis. De sector heeft bovendien steeds meer oog voor het belang van duurzaamheid en is ook bereid een bijdrage te leveren aan een kwalitatief goed beheer van het buitengebied. De provincie zet in op verdieping en verbreding van de landbouw. Om de agrarische sector als (sociaal economische) drager en hoeder van het landelijk gebied te steunen, investeert de provincie in een economische en ecologische duurzame land- en tuinbouw.
Nevenactiviteiten van agrariërs worden door de provincie gestimuleerd. Wij geven prioriteit aan de zorglandbouw, plattelandstoerisme, groene diensten, streekproducten en innovatieve projecten. In nauw overleg met de rijksoverheid moet de betaling van groene en blauwe diensten snel worden geregeld. De provincie draagt bij aan landschapsfondsen, waaruit de eigenaren worden betaald die het onderhoud en de verfraaiing van het landschapsbeheer oppakken. De provincie stimuleert het particulier en agrarisch natuurbeheer, door er een redelijke vergoeding tegenover te stellen. De kwaliteit van het beheer moet daarbij voorop staan.
Inzet van de provincie is om het beleid voor natuurontwikkeling te realiseren op basis van draagvlak. Dat begint met een goede communicatie met de betrokkenen, veelal agrariërs. Onteigening is een middel dat slechts in uiterste instantie ingezet wordt. Indien de provincie met het oog op uitvoering van het beleid voor natuurontwikkeling gronden moet onteigenen, zodat agrariërs daardoor geraakt worden, moeten er reële vergoedingen worden gegeven (volledige schadeloosstelling).
Aandachtspunten
- zorg voor keuzemogelijkheden en alternatieven om te komen tot een balans tussen landbouw en natuur(ontwikkeling)
- stedelingen en agrariërs hebben vanuit verschillende achtergronden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het landelijk gebied
- steek in op een (financiële) verantwoordelijkheid vanuit de steden/stedelijke gebieden om bij te dragen aan het in stand houden van het landelijk gebied ten behoeve van de stedelingen
- zorg voor een goede ontsluiting van het landelijk gebied door het bevorderen en aanleggen van een netwerk van kerk- en klompenpaden, wandelroutes, fietspaden, kanoroutes etc.
- met het rijk worden snel afspraken gemaakt (en tot uitvoering gebracht!) over de financiering van N2000 (aankoop en beheer)
- professionele beheerders in N2000 gebieden worden betaald voor het beheer dat zij uitvoeren
- zorg dat de komende periode duidelijk wordt welke bijdrage het landelijk gebied kan leveren aan de energievoorziening (bio-vergisting, windmolens etc.)
- hou goed oog voor de ruimtelijke kwaliteit van het platteland; stimuleer gemeenten en bedrijven bij het weghalen van verouderd glas, ga verrommeling tegen
- Stel beperkingen aan uitbreiding van megastallen voor de intensieve veehouderij (1,5 ha incl. groen per bouwblok, maximaal 2,5 ha incl. groen in landbouwontwikkelingsgebieden)
naar boven
Waterbeheer
Leven met water is vanzelfsprekend. Veilig en duurzaam leven met water vraagt voortdurende aandacht en veel extra geld. Wij willen een veilig en bewoonbaar land hebben, met dijken die voldoen aan de normen en een goede waterzuivering. Goed rentmeesterschap en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en voor toekomstige generaties betekent ook op verantwoorde wijze omgaan met het water. Wij streven naar gezonde en veerkrachtige watersystemen en naar een duurzaam gebruik ervan.
Klimaatverandering, bodemdaling en verstedelijking zetten de waterhuishouding onder grote druk. Klimaatverandering merken we o.a. aan een versnelde stijging van de zeespiegel, heviger regenbuien, meer neerslag in de winter en meer verdamping in de zomer. Dit heeft gevolgen voor veiligheid, geeft wateroverlast, maar eveneens watertekort, verdroging. Ook zijn er gevolgen voor de waterkwaliteit.
In 2015 moet het watersysteem op orde zijn en daarna op orde worden gehouden, rekening houdend met de veranderende omstandigheden. Duurzaam en doelmatig waterbeheer betekent dat eventuele knelpunten niet worden afgewenteld op volgende generaties, op andere milieucompartimenten of op andere regio's. De waterschappen zullen hierin een belangrijke rol moeten spelen.
De ChristenUnie streeft naar een natuurlijk beheer van water, dat minder afhankelijk is van technische maatregelen. Daarom is het nodig dat water een uiterst belangrijk gegeven is voor ruimtelijke ontwikkelingen (een 'ordenend principe') en dat het een grote rol krijgt in de integrale beleidsontwikkeling. In laaggelegen gebieden moet extra ruimte worden gemaakt voor wateropvang, terwijl er bij voorkeur in hooggelegen gebieden gebouwd zou moeten worden. Het automatisme van 'peil volgt functie' wordt vervangen door het streven naar grote peilvakken, waarin het uitgangspunt 'functie volgt peil' geldt.
Water moet worden vastgehouden, opgeslagen en afgevoerd. Voor de waterberging moeten overloopgebieden worden aangewezen. De ChristenUnie pleit voor een goede schaderegeling voor de landeigenaren. De wateropvang kan vaak worden gecombineerd met natuurontwikkeling. Een andere oplossing is het creëren van ruimte voor water door waterlopen tussen de dijken te verbreden en/of te verdiepen. De dijkverbetering blijft een voortdurend aandachtspunt, ook wat betreft de landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
Het creëren van schone en ecologisch gezonde watersystemen vereist veel aandacht van de provincie en waterschappen. De waterkwaliteit voldoet op veel plaatsen nog niet aan de eisen, hoewel het inzamelen en zuiveren van afvalwater reeds fors is verbeterd. De provincie moet de komende jaren werken aan de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW): de waterkwaliteitsdoelen worden in kaart gebracht en beheerplannen opgesteld. Ambitie is dat het water in 2015, doch uiterlijk 2027, aan de kwaliteitseisen voldoet.
Aandachtspunten
- Het waterbeheer effectiever en efficiënter organiseren en hierbij de omvang en rol van de waterschappen (her)formuleren (verdergaande samenwerking, opschaling)
- Provincies hebben de regie in het ruimtelijk gebied en laten de taken van het waterbeheer over aan de waterschappen
- De provincies en de waterschappen maken samen een Deltaplan water
- De dijken en keringen worden aangepast aan de wettelijke normen, waarbij geanticipeerd wordt op de gevolgen van klimaatverandering
- De KRW wordt deze periode volledig geïmplementeerd; eventuele achterstanden worden via een inhaalslag bijgetrokken tot het benodigde niveau
- Via het ruimtelijk ordenend beleid slechts dan medewerking verlenen aan het bouwen in laaggelegen gebieden als aangetoond is dat er geen mogelijkheden zijn in hooggelegen gebieden (dit zijn vaak beschermde natuurgebieden)
- Als de noodzaak van bouwen in laaggelegen gebied toch aanwezig is, moet de wateropvang in dit gebied adequaat geregeld worden
naar boven
Veiligheid
De ChristenUnie wil zich inzetten voor de bloei van de samenleving. Niemand leeft daarin voor zichzelf, maar iedereen is op elkaar aangewezen. Gezinnen, ondernemers, verenigingen, bedrijven, kerken en vrijwilligersorganisaties. Samen willen we leven in verbondenheid, verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Geweld, onveiligheid, criminaliteit, onleefbaarheid en verpaupering moeten krachtig worden bestreden. De ChristenUnie wil een bondgenoot zijn van alle burgers en is tegen een gedoogcultuur, omdat het voor iedereen van belang is dat er duidelijke regels bestaan en dat die ook gehandhaafd worden. Burgers, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zullen zich samen eveneens verantwoordelijk moeten weten voor de bevordering van de veiligheid. Een leefbare samenleving vraagt om een sterk normbesef. Bij overheid, bedrijfsleven en bij burgers.
Onverdraagzaamheden en geweld, overlast en onveilige buurten manifesteren zich in de huidige samenleving steeds duidelijker. Ook de provinciale volksvertegenwoordiging moet zich dit aantrekken en kan een coördinerende en zo nodig leidinggevende rol vervullen in het zoeken naar antwoorden op de fundamentele vragen over de oorzaken en mogelijke oplossingen. De samenleving wordt daarbij nadrukkelijk betrokken.
Om inzicht te geven in de externe veiligheid van de leefomgeving worden digitale risicokaarten op de provinciale website ter beschikking gesteld. Hiermee kan iedereen de risico’s uit de onmiddellijke leefomgeving controleren. Deze risicokaarten worden actueel gehouden.
Aandachtspunten
- Regelmatige toetsing van provinciale en gemeentelijke rampenplannen op actualiteit en doeltreffendheid; bovendien dienen de plannen op elkaar afgestemd te worden
- Het voor de burger beschikbaar blijven van de actuele digitale risicokaart via voorlichtingsmateriaal en op de provinciale website
- Een steviger rol met duidelijke verantwoordelijkheden voor de Commissaris van de Koningin als portefeuillehouder veiligheid; Provinciale Staten stellen zich op dit terrein actief op, met name waar het gaat om het inwinnen van informatie en het zo nodig corrigerend optreden richting bestuur
naar boven
Duurzaamheid en Milieu
Er is een samenhang tussen crises op financieel vlak, op het gebied van voedsel, klimaat en natuurlijke hulpbronnen. Die samenhang is dat de Westerse wereld te kampen heeft met een fundamentele waardencrisis. In het christelijk-sociale denken staan verantwoordelijk beheer van de schepping en onderlinge solidariteit centraal. De mens leeft niet voor zichzelf. Economische groei is geen doel op zich, maar een middel.
De ChristenUnie beschouwt de wereldwijde crisis als hét moment om een omslag te maken. Het gaat er daarbij niet om dat het allemaal ‘minder’ moet, maar ‘beter’ kan. We willen een economie waarin consumenten geen genoegen meer hoeven te nemen met oneerlijk en niet-duurzaam gemaakte producten en opgewekte energie. Op lange termijn is het winstgevend als ondernemers zich bij innovaties en investeringen laten leiden door duurzame waarden.
De ChristenUnie hecht bijzondere waarde aan een duurzame leefomgeving. Wij willen als goede rentmeesters op een verantwoordelijke en dus duurzame manier omgaan met de schepping. Dat bepaalt onze keuzes op terreinen als gezondheid, natuur, energie en klimaat, maar ook op het gebied van afval, mobiliteit en bebouwing. Verduurzaming is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk. Het provinciale milieubeleid van de ChristenUnie staat in het teken van de Bijbelse opdracht om te bouwen en te bewaren. Wij zijn geen exploitanten van de wereld, maar beheren deze in het besef dat we haar door geven aan onze kinderen. Wij zijn beheerders van Gods schepping, niet de verbruikers ervan. Hoewel veel milieu- en klimaatbeleid op Europees, of zelfs op wereldniveau gemaakt wordt, zal ook de provincie een belangrijke bijdrage moeten leveren. Allereerst via haar voorbeeldfunctie. Sommige provincies zijn al op weg om ‘millenniumprovincie’ te worden of hebben ambitieuze plannen om in het volgende decennium ‘klimaatneutraal’ te zijn. De provincie kan hier een voorbeeldfunctie in vervullen.
Aandachtspunten
- Laat een plan maken om de provincie ‘klimaat-neutraal’ te maken
- Ideeën voorbeeldfunctie provincie:
- Provinciale gebouwen energiezuinig maken
- Wagenpark elektrisch of op gas
- Groene stroom en gas inkopen
- In de kantine duurzaam geproduceerde producten aanbieden
- De provincie kan lokale klimaatinitiatieven ondersteunen, zoals het plaatsen van windmolens of het benutten van aardwarmte
- De provincie kan energiebesparing bij het bedrijfsleven en het midden- en kleinbedrijf bevorderen
naar boven
Milieu omgeving, leefbaarheid en gezondheid
De verschillende belangen zoals groen, water, wonen en wegen overvragen de beschikbare ruimte. Het wordt steeds belangrijker dat de provincie duidelijke ruimtelijke keuzes maakt. De belangen van bestaande en nieuwe ruimtevragers moeten goed worden afgewogen. De provincie moet daar zijn werkwijze op aanpassen. Integraal en gebiedsgericht werken zal opgezet en uitgebouwd moeten worden. De provincie heeft daarbij niet (meer) alle kaarten in handen, maar treedt vaak op als overlegpartner of als regisseur in het speelveld met andere partijen.
Samenwerking vraagt om overleg met velerlei betrokkenen, zoals medeoverheden, grondeigenaren en belangenorganisaties. Dat vergt veel tijd. Maar door belanghebbenden in het voortraject goed te betrekken, kunnen vaak bezwaren later in het proces worden ondervangen. De nadruk moet liggen op participatie, om langdurige (en kostbare) juridische procedures te voorkomen.
Op milieugebied is het belangrijk dat er goede communicatie is tussen degene die wetten en voorschriften opstelt en de uitvoerder. Juist hier moeten we er voortdurend voor waken dat op papier alles goed geregeld is, maar dat de praktijk veel illegaliteit laat zien. De betrokken instanties werken vaak langs elkaar heen.
Daarom pleit de ChristenUnie voor integrale omgevingsplannen, waarin streekplannen, waterhuishoudingplannen en milieubeleidsplannen in elkaar worden geschoven tot Provinciale OmgevingsPlannen. Bij de handhaving moet de provincie nauw samenwerken met gemeenten, waterschappen, Algemene Inspectiedienst (AID), de arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie.
In onze welvaartsmaatschappij lijkt de zorg voor ons leefmilieu steeds meer een sluitpost te worden. Eigenbelang en economisch belang winnen het te vaak van het milieu. Regelmatig worden we echter ook met de neus gedrukt op het feit dat het eenzijdig prioriteit geven aan economische belangen desastreuze gevolgen kan hebben voor het milieu en voor de gezondheid van mens en dier. Daar waar het ons natuurlijke milieu betreft, wil de ChristenUnie duidelijke keuzes maken. In die keuzes willen wij niet alleen de belangen van onze generatie voor ogen hebben, maar ook die van de komende generaties.
Leefbaarheid en duurzaamheid zijn de sleutelbegrippen van het provinciale milieubeleid. Waar leefbaarheid en duurzaamheid nog onvoldoende aandacht krijgen, zijn de veiligheid, de gezondheid van mensen en de biodiversiteit in geding. De meest hardnekkige milieuvraagstukken worden aangepakt in het provinciale milieubeleidsplan en daarmee geeft de provincie meteen invulling aan de Europese en nationale wet- en regelgeving. Bijna tachtig procent van de activiteiten is gebaseerd op nationale wetgeving inzake milieubeheer, bodembescherming, geluidshinder en milieugevaarlijke stoffen. Verder geeft de provincie invulling aan de regelgeving van het rijk voor de luchtkwaliteit, bouwstoffen en vuurwerk en aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese richtlijnen inzake lucht, water en grondwater.
Daarnaast zoekt de provincie naar eigen accenten door het opstellen van regionale activiteitenagenda's, in nauwe samenwerking met gemeenten en andere partners.
De handhaving van verleende milieuvergunningen verdient een hoge prioriteit. Bij een geloofwaardig provinciaal bestuur past geen gedogen. Lik-op-stuk beleid draagt bij aan het naleven van de regelgeving.
Aandachtspunten
- Leg voor onderstaande punten de provinciale rol in het milieubeleidsplan goed vast en wil dit de komende periode realiseren:
- Regierol door provincie
- Handhavings- en doorzettingsmacht en wijze waarop dat wordt vormgegeven
- Controle instrumenten voor Provinciale Staten over de wijze waarop milieubeleid wordt vormgegeven en uitgevoerd
- Gezondheid en milieu
- Stapeling geluid, fijn stof, veiligheid
- Innovatie: project duurzame weg
- Landbouw en milieu
- Megastallen begrenzen
- Dierziekten voorkomen via RO beleid
- Biomassa/ bio-energie stimuleren
- Rietteelt stimuleren in N2000 en veenweidegebieden
- Integrale afweging milieubeleid met andere beleidsterreinen waaronder ruimtelijke ordening, economie, verkeer en vervoer
- Provinciale omgevingsplannen
- Driedimensionale omgevingsplannen
naar boven
Energie
Nederland heeft nieuwe energie nodig. Onze huidige (fossiele) energiebronnen zullen steeds minder goed kunnen voorzien in de stijgende wereldvraag naar betaalbare energie. Dit leidt tot prijsstijgingen, recessies, armoede, sociale onrust en geopolitieke spanningen. Daarnaast draagt onze huidige energiemix bij aan een versterkte klimaatverandering met grote ecologische en economische schade. Onderzoek toont aan dat omvangrijke energiebesparing rendabel is en een versnelde omschakeling naar volledig hernieuwbare energie technisch mogelijk is. De uitdaging is om de juiste maatschappelijke en economische voorwaarden voor deze omslag te creëren die veel van ons land zal vergen, maar ook belangrijke opbrengsten biedt door ontkoppeling van de olieprijs, verbetering van onze internationale concurrentiepositie, nieuwe innovatieve werkgelegenheid en een gezonder leefmilieu. De ChristenUnie wil de bio-energie sterk bevorderen.
Aandachtspunten
- Formuleer als prioriteit een volledig hernieuwbare energievoorziening in 2050, door:
- een jaarlijkse energiebesparing van 2% tot 2015, daarna 3% besparing
- een jaarlijkse groei in hernieuwbare energie van 20% in 2020
- Dring bij de Rijksoverheid aan op een Deltawet Nieuwe Energie waarbinnen (provinciale) overheid, burgers en bedrijven volop ruimte krijgen voor initiatieven en innovaties
- Ondersteun een Provinciaal Energie Investeringsfonds om de financiering van energiebesparende maatregelen en investeringen in opwekking van hernieuwbare energie laagdrempelig te maken
- Investeer zo snel mogelijk in een slimme energie infrastructuur, waarmee het variabele hernieuwbare energieaanbod en de vraag goed op elkaar afgestemd kunnen worden
- Geef geen steun aan nieuwbouw projecten voor conventionele centrales voor niet‐hernieuwbare energie
- Bevorder energie‐efficiënt gedrag met een breed scala aan overheidsmaatregelen zoals een sterk verbeterd openbaar vervoer, strengere productnormen, etc.
- Investeer gericht in kennis en expertise op het nieuwe sleutelgebied ‘cleantech’, waardoor ons land in 2015 in de wereldwijde top tien van deze enorme groeimarkt kan staan
- Bevorder samen met de Land- en Tuinbouw Organisaties (LTO) de opwekking van duurzame bio-energie
- Maak een provinciaal energiebeleidsplan op basis van een provinciale klimaatnota met een concreet en realistisch uitvoeringsprogramma
- Geef voorschriften waar mogelijk om de bestaande woningvoorraad duurzaam en energiezuinig te maken; uiterlijk in 2015 moeten nieuwe woningen klimaatneutraal gebouwd worden
- Zorg dat het provinciale milieubeleid aandacht geeft aan:
- Visie op duurzame energie
- Geen kerncentrales zolang geen duurzame en betrouwbare oplossing gevonden is voor de problemen van veiligheid en afval
- Duurzame biomassa en biogas als meestook bij energiecentrales
- Inzetten op duurzame energie zoals wind- en zonne-energie, biomassa en energie uit water(getijden), aardwarmte en warmte koude opslag
- Visie op milieubewust produceren
- Laag rendement verbrandingsinstallaties sluiten
- Afbouwen milieuschadelijke subsidies (subsidies op energiegebruik)
- Uitstralende verlichting kassencomplexen tegengaan (isolatie)
- Provinciale wegen spaarzamer verlichten als verkeersveiligheid dit toelaat
- Gebruik van legaal en duurzaam hout stimuleren en 100% eisen bij provinciale aanbestedingen
naar boven
(Kennis)economie en onderwijs
Nederland begint uit een stevige recessie op te krabbelen. Hoe de economische ontwikkelingen in de komende jaren zullen zijn, valt nu nog onmogelijk te voorspellen. Naast bedreigingen zoals afnemende bedrijvigheid en toenemende werkloosheid, biedt deze situatie ook kansen om tot een duurzamere economie te komen.
Het christelijk-sociale denken gaat uit van een bredere verantwoordelijkheid. De mens leeft niet voor zichzelf. Economische groei is geen doel op zich, maar een middel. Een middel tot het in de volle breedte ontwikkelen van de samenleving. Economie staat in dienst van gerechtigheid, solidariteit, duurzaamheid en menselijk welzijn. Waarbij economische prestaties evenwichtiger en met een breder welvaartsbegrip dan het BNP uitgedrukt moeten worden.
Mede door de toegenomen scholingsgraad van de beroepsbevolking en de stijging van de kosten van arbeid wordt de Nederlandse economie steeds meer een kenniseconomie. Forse investeringen zijn nodig om koploper te blijven (worden) op het gebied van innovaties en industrie. Hierin vervullen de mainports een belangrijke rol.
De omslag naar kenniseconomie leidt tot een verschuiving van industriële bedrijvigheid naar dienstverlening. Dat heeft zijn weerslag op locaties en inrichting van bedrijventerreinen. Op veel bedrijventerreinen heeft parkmanagement zijn intrede gedaan. Vooral met het doel de veiligheid te vergroten. De detailhandel is grootschaliger geworden. Vaak zijn (oude) bedrijventerreinen niet meer effectief en efficiënt ingericht. In de loop van de jaren is verrommeling ontstaan. Herstructurering kan een beter grondgebruik en daarmee een betere bedrijfsvoering voor de ondernemers opleveren. Aanleg van nieuwe bedrijventerreinen vindt plaats volgens toepassing van de SER-ladder. Bij de aanleg van bedrijventerreinen is de regio het uitgangspunt, dus niet meer elke gemeente z’n eigen (uitbreiding) bedrijventerrein. De provincie heeft hier een belangrijke regierol.
Ondernemingen creëren toegevoegde waarde, werkgelegenheid en daarmee inkomen. Zij vormen de motor van de economie. Het spectrum van ondernemingen loopt van mondiaal opererende multinationals tot de kleine zelfstandige ‘op de hoek’. Dit vraagt specifiek beleid dat rekening houdt met de diversiteit aan ondernemers en ondernemingsvormen
Ondernemers stellen hoge eisen aan het vestigingsklimaat. Een belangrijk element daarin is de fysieke en digitale bereikbaarheid van de locatie. Infrastructuur zonder files en de beschikbaarheid van een breedband internetaansluiting zijn belangrijke trekkers van bedrijven geworden. Net als de beschikbaarheid van een goed gekwalificeerde beroepsbevolking.
Het midden en klein bedrijf (MKB) is de motor van onze economie. Zes op de tien werknemers is daar werkzaam. Daarmee vormt het de basis van het ondernemerschap in Nederland. De regelingen op het gebied van MKB worden toegankelijker en eenvoudiger, waarbij succesvol ondernemen door provinciale invloeden niet geremd maar beloond wordt.
Economische ontwikkeling is geen grootheid op zich: immers zij heeft gevolgen voor het ruimtegebruik, voor de infrastructuur, woningbouw en voor zaken als mens en milieu (rentmeesterschap). Economie moet daarom altijd in samenhang met andere beleidsvelden beoordeeld worden.
De ChristenUnie bevordert dat vestiging van industrie en dienstverlening plaatsvindt binnen randvoorwaarden die een goede ontwikkeling mogelijk maken en die tevens recht doen aan de belangen van milieu, natuur en landschap.
Werk biedt mensen de mogelijkheid hun talenten te ontplooien. Het biedt zingeving en draagt bij aan de opbouw van een samenleving. Vanuit het christelijk-sociaal perspectief streeft de ChristenUnie naar een samenleving waarin iedereen kan meedoen. Het liefst via betaald werk en zorgtaken; anders via vrijwilligerswerk of maatschappelijke participatie.
Werkeloosheid blijft onder bepaalde groepen een aandachtspunt. Vooral de jonge, de allochtone en de langdurig werklozen verdienen bijzondere aandacht, onder meer door middel van gebruikmaking van provinciale fondsen. De taken van de provincie op sociaal-economisch gebied behelzen slechts het scheppen van voorwaarden voor een optimale ontwikkeling op het gebied van werkgelegenheid, arbeidsmarkt en bedrijfsleven. De provincie moet daarbij initiërend, stimulerend en coördinerend optreden.
Sociale rechtvaardigheid en zorg voor de Schepping zijn kernwaarden voor de ChristenUnie. Deze normen strekken zich uit over ons leven als burger, consument, werknemer, werkgever, ondernemer. Bedrijven van de toekomst ondernemen menswaardig en milieubewust en zijn het vertrouwen van hun klanten waard.
Aandachtsgebieden
- Bevorder kansen voor duurzame economie door innovaties te stimuleren
- Laat kennisuitwisseling plaatsvinden en zet in op samenwerking tussen de vier O’s (onderwijs, overheden, ondernemers en onderzoek)
- Laat het provinciale beleid zich niet alleen laten leiden door hoger opgeleiden, maar geef ook ruim aandacht aan de lager opgeleiden
- Kijk naar de provinciale regelgeving voor het bedrijfsleven; kijk of vergunningen en aanvragen vereenvoudigd kunnen worden door bedrijfsleven mede verantwoordelijk te maken voor nakomen aanvraag i.p.v. nakomen vergunning (toetsen op hoofdlijnen, controle en bijstelling waar nodig achteraf)
- Kijk constructief en kritisch naar provinciale rol (en verwachte effecten) bij handelsmissies naar opkomende markten zoals Azië en Zuid-Amerika
naar boven
Toerisme
Toerisme is een niet onbelangrijke economische peiler, ook voor het platteland. De provincie stimuleert (de infrastructuur van) het agro-toerisme, ook om burgers het belang van een goed ontwikkeld platteland te laten ervaren. Toeristische activiteiten mogen geen bedreiging voor de conditie van bijzonder cultureel en natuurlijk erfgoed vormen (duurzaam toerisme). De aanleg van een goed netwerk van kanoroutes, fiets,- wandel- en klompenpaden met een goede bewegwijzering draagt zeker bij aan de aantrekkelijkheid van het landelijk gebied. Informatievoorziening voor de toerist is van groot belang. Het internet is daarbij een belangrijk medium. Hierin dient te worden geïnvesteerd, zowel door VVV’s als door ondernemingen binnen de toeristische sector.
Aandachtsgebieden
- Toerismepromotie is in de eerste plaats een zaak van het bedrijfsleven
- Toeristische infrastructuur is een provinciale taak, samenwerking met andere overheden (gemeente en waterschappen) zoeken
- Zorg voor een goede infrastructuur: fietsen, wandelen, kerk- en klompenpaden, kanoroutes, toegankelijkheid (nieuwe) natuurgebieden
naar boven
Verkeer en vervoer (infrastructuur en mobiliteit)
De ChristenUnie laat zich leiden door drie criteria: veiligheid (o.a. verkeersveiligheid), milieu (bescherming van Gods schepping: mensen, dieren, groen) en leefbaarheid (lawaai, CO2, hoeveelheid groen, etc.).
De overheid heeft ten aanzien van het openbaar vervoer forse groeidoelstellingen; voor de trein 5% per jaar. Nieuwe systemen als TramPlus, RandstadRail, Stedenbaan en Light Rail bieden bijzondere kansen voor een duurzame verstedelijking gebaseerd op een hechtere band tussen mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling. Maar ook het overnemen van onrendabele NS lijnen en deze in het provinciale OV-netwerk opnemen biedt goede kansen. Ketenmobiliteit heeft steeds meer aandacht. De OV-fiets speelt hier een grote rol bij. Maar zeker ook de aansluiting vanuit kernen op het OV-rail netwerk. Voor doelgroepen (meestal jongeren en senioren) wordt het openbaar vervoer goedkoper. Steeds vaker worden ter bevordering van het OV vrijliggende busbanen en transferia aan de grens van de steden aangelegd. Bereikbaarheid van kleine kernen zal steeds aandacht nodig hebben.
Het scheiden van verkeersstromen (bijvoorbeeld auto’s en fietsen) vindt steeds meer ingang.
In planologische ontwikkelingen wordt steeds meer rekening gehouden met de toenemende vraag aan mobiliteit door alle groepen in de samenleving. De mobiliteitsvisies van overheden worden steeds beter op elkaar afgestemd en maatschappelijke organisaties zien steeds meer hun verantwoordelijkheid om wezenlijke bijdrages te leveren.
Ruimtelijk beleid legt veelal de basis voor het mobiliteitsbeleid. Hoe integraler deze twee beleidsterreinen benaderd worden, hoe beter. Dit vergt een langetermijnvisie. Mobiliteit is zowel een groot goed als een probleem (vervuiling, lawaai e.d.). Het is zaak een goede balans te vinden en de (auto)mobiliteitsstromen te beheersen.
Aandachtsgebieden
- Onderzoek welke regionale spoorlijnen door de provincie overgenomen kunnen worden in het OV-netwerk
- Maak langs het provinciale railnetwerk goede afspraken met lokale overheden over de sociale veiligheid en over de stations- en omgevingsveiligheid
- Let op de sociale veiligheid langs provinciale wegen (gescheiden fietspaden, fietstunnels)
- Laat het ruimtelijk beleid integraal aansluiten op het infrastructurele beleid, dus:
- Afstemming wonen en werken met wegen en openbaar vervoer (aandacht bereikbaarheid kernen)
- Afstemmen vervoer over water en bedrijventerreinen
- Afstemming met gemeenten
- Let op: terughoudend omgaan met doorsnijding open gebieden
naar boven
Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
Nederland is dicht bevolkt. Een klein land, waar we met ruim 16.500.000 mensen wonen, werken en recreëren. Dat gaat niet zonder dat we vooruit kijken, plannen en regels maken. Dit gebeurt via democratische spelregels, met afweging van belangen van wonen en werken, natuur en landschap. Het is één van de kerntaken van de provincie. De ChristenUnie hanteert op dit gebied een aantal uitgangspunten. Het ruimtelijke beleid moet mede ten dienste staan van de opdracht aan de mens om als rentmeester de aarde op een verantwoorde wijze te ontwikkelen en te beheren. Het gaat om een zorgvuldig omgaan met de schepping die door God aan ons is toevertrouwd. Bij het invullen en beheren van de ruimte moet rekening gehouden worden met de identiteit en diversiteit van het gebied. In alle ruimtelijke plannen moet een verantwoord gebruik van de ruimte en een eerlijke en transparante weging van alle belangen voorop staan.
Structuurvisies dienen interactief met tijdige en ruime inbreng van gemeenten, instellingen, burgers en andere belanghebbenden tot stand te komen.
Het zwaartepunt van het ruimtelijk beleid ligt bij de provincies. De provincie moet die rol op een zelfbewuste en sterk regisserende manier invullen. De provincie zorgt ervoor dat regio en gemeenten steeds de samenwerking opzoeken en elkaar niet beconcurreren. Er wordt samengewerkt aan integrale gebiedsvisies en woonvisies.
De ChristenUnie vindt de totstandkoming van de Ecologische Hoofdstructuur belangrijk en ziet die daarom als een belangrijke leidraad bij het nemen van ruimtelijke beslissingen. Open landschappen moeten (ook aan de randen) open gehouden blijven. Steeds wat afsnoepen kan via provinciaal beleid worden voorkomen. Verrommeling en versnippering moeten worden tegen gegaan. Bedrijfsterreinen, agrarische bebouwing en andere gebouwen moeten zoveel mogelijk met kwalitatieve streekeigen beplanting landschappelijk worden ingepast.
Een goede woning is belangrijk voor het welzijn van mensen. De woningmarkt is nog steeds niet in balans. Hoge huizenprijzen en lange wachtlijsten, woningnood onder starters, een bouwproductie die achter blijft. De woningbouw stagneert al een aantal jaren (in vrijwel alle provincies). Eén van de oorzaken is de economische crisis. Provinciale regelgeving moet in plaats van hinderend juist ondersteunend zijn aan het proces van bouwen. De ChristenUnie steunt daarom plannen tot maatschappelijk gebonden eigendom van woningen. Speculatie wordt daarmee tegengegaan, en de woningen blijven in het bereik van de oorspronkelijke doelgroep.
In delen van Nederland is de komende jaren geen sprake van bevolkingsgroei, maar van bevolkingskrimp. Dit heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid; voorzieningen komen onder druk te staan; de bedrijvigheid loopt gevaar. Aan de andere kant kan de krimp kansen bieden: kansen voor de ontwikkeling van leefomgeving en milieu, nieuwe bestemmingen voor oude wijken en industriegebieden. Krimp biedt kansen om een omslag te maken van ‘kwantiteit’ naar ‘kwaliteit’. Overproductie is geen oplossing om de krimp tegen te gaan. Clustering van voorzieningen is nodig om het voorzieningenniveau in krimpgebieden op peil te houden. De provincie kan daar een belangrijke regisserende rol vervullen.
Kleinschalige uitbreidingen van kleinere kernen in de provincie moeten in het kader van de vitaliteit en de leefbaarheid gerealiseerd kunnen worden. Bij de opstelling van plannen daartoe wordt extra rekening gehouden met de landschappelijke inpassing van deze nieuwbouw. Eerst benutten van mogelijkheden van inbreiding (bijvoorbeeld door herinrichting van een industriegebied of binnen de bestaande kernen) en vervolgens pas uitbreiden.
Aandachtsgebieden
- Stel een provinciale nota op met daarin een actueel berekende behoefte aan woningen, bepaal aan de hand hiervan de vraag naar woningen (groei of krimp)
- Durf in oude plannen te snijden en om te buigen, beperk het aantal beleidsplannen en ga over tot uitvoering
- Bewaak het (open) landschap (ook aan de randen)
- Zorg voor actieve provinciale regie (ook in relatie tot stedelijk beleid), waardoor concurrentie tussen gemeenten wordt voorkomen
- Stem kantoren en bedrijvenlocaties regionaal op elkaar af; doe dit aan de hand van een behoeften onderzoek (aanpak overcapaciteit)
- Onderzoek en stimuleer de ombouw van oude, leegstaande kantoren in woonkernen tot woningen
- Herstructureer bedrijventerreinen met leegstaande kantoren door middel van sloop en herinrichting
- Geef toestemming tot kleinschalige uitbreiding kleine kernen, stel daarvoor toetsingsregels op (leefbaarheid, aanslag landschap, inbreidingsmogelijkheden benutten)
- Stimuleer bouwen starterswoningen
- Stimuleer kwaliteit woonomgeving en voorzieningen in gebieden met bevolkingsdaling
naar boven
Europa
De Europese samenwerking van de afgelopen zestig jaar bracht vrede, stabiliteit en welvaart. De gezamenlijke aanpak van grensoverschrijdende problemen stelt de lidstaten beter in staat hun verantwoordelijkheid voor de inrichting van de eigen samenleving waar te maken. Vooral de economische crisis heeft de meerwaarde en noodzaak van Europese samenwerking aangetoond. Samenwerking heeft de impact van de crisis gedempt, bood een forum voor gezamenlijke actie en is zeker voor een klein land met een open economie als Nederland van belang.
De ChristenUnie wil dat Nederland de meest duurzame en innovatieve economie van Europa wordt. Dat vergt aanhoudende inzet voor een gunstig vestigings- en investeringsklimaat, positionering van Nederland als internationaal logistiek centrum, investeren in onderwijs en duurzame innovatie, kortere en snellere procedures met weinig administratieve rompslomp en bouwen aan een economische orde waarin maatschappelijke belangen intrinsiek verankerd zijn. De Nederlandse provincies kunnen hieraan een belangrijke bijdrage leveren. De ruimtelijk-economische infrastructuur en het regionale ondernemingsklimaat behoren tot hun kerntaken. In de Europe2020-strategie (de opvolger van de Lissabon-strategie) wordt de rol van de Europese regio’s expliciet genoemd. Dat is zeker niet ten onrechte, want de ervaring met de Lissabon-strategie is dat de uitvoering daarvan vooral plaatsvindt in de regio’s.[1]
De ChristenUnie erkent het belang van Europa en de Europese fondsen voor het regionale beleid.[2] In Nederland is met behulp van Europese fondsen een belangrijke impuls gegeven aan bijvoorbeeld plattelandsontwikkeling. In de afgelopen jaren staan de Europese Structuurfondsen steeds vaker ter discussie. Het gaat dan met name om de vraag in hoeverre welvarende lidstaten, zoals Nederland, hiervan nog gebruik mogen maken. De ChristenUnie vindt het echter legitiem om, zolang deze Europese fondsen nog beschikbaar zijn, daar een beroep op te doen. Wel is het daarbij van groot belang dat het accent nu wordt verlegd en budgetten worden vrijgemaakt voor nieuwe thema’s op het gebied van energie, klimaat, onderzoek, innovatie etc. Zolang Europese fondsen beschikbaar zijn, bieden zij de provincies een stimulans om voortvarend invulling te geven aan vraagstukken op het gebied van energie en klimaat, demografische ontwikkelingen en arbeidsmarktparticipatie.
De ChristenUnie zet zich in voor sterke regio’s. Regio’s die op een bepaald terrein excelleren om zo een (meer)waarde te kunnen bieden voor andere regio’s binnen Europa. Grensoverschrijdende samenwerking is een sleutelwoord.
Overal in het land worden, vaak met ondersteuning vanuit de provincies, kennisclusters gevormd, waarmee men zich profileert op Europees niveau. Voorbeelden daarvan zijn de Dairy Valley in Noord Nederland, het Bio Science Park Leiden en Food Valley in het Valleigebied tussen Wageningen en Nijkerk. In verschillende provincies wordt gewerkt aan de ontwikkeling van Green Ports.
Het Comité van de Regio’s vertegenwoordigt de lokale en regionale overheden in de Europese Unie. [3] Het Comité van de Regio’s heeft een adviserende rol voor de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement. In het nieuwe Verdrag van Lissabon wordt deze adviserende rol van het versterkt. Veel Europees beleid wordt uitgevoerd door decentrale overheden en daarom is het zinvol om hen te betrekken bij de besluitvorming over Europese richtlijnen. In april 2010 heeft het Comité van de Regio’s een advies uitgebracht over de toekomst van het cohesiebeleid.[4]
Lokale en provinciale overheden staan dicht bij de burger en zij kunnen helpen om de afstand tussen ‘Brussel’ en de burger te verkleinen.
Een voor de ChristenUnie aangelegen thema gaat over mensenrechten. De Raad van Europa, waar 47 landen bij aangesloten zijn, is na de Tweede Wereldoorlog opgericht en heeft het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens opgesteld. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld participatie en democratie. Provinciale bestuurders zijn in dit orgaan actief.
Aandachtsgebieden
- Geef aan welke maatregelen de provincie kan nemen om een bijdrage te leveren aan de Europe2020-strategie (denk aan klimaatinitiatieven, innovatie en kenniseconomie; zie ook hoofdstukken over kenniseconomie, onderwijs, milieu en energie)
- Zoek bondgenoten om je provinciale ambities uit te voeren: gemeenten, bedrijfsleven, kennisinstellingen, andere provincies, het Rijk of andere Europese regio’sHoudt warme contacten met je provinciale vertegenwoordigers in het Huis van de Nederlandse provincies
- Inventariseer het jaarlijkse werkprogramma van de Europese Commissie en bekijk of daarop thema’s staan die ook voor de provincie relevant zijn
- Maak provinciaal beleid waarbij de provincies de betekenis van de kennisclusters versterken
- De provincie functioneert als kennismakelaar voor excellerende regio’s en ondersteunt bedrijven in hun contacten met andere Europese regio’s met als doel informatie uitwisseling
- Zorg ervoor dat de regio’s elkaar versterken en niet beconcurreren, zowel in eigen land als vanuit Europees perspectief
- Europa is in de eerste plaats een verband van lidstaten; het is daarom niet onverstandig om je provinciale of regionale belangen zowel in Brussel als bij het Rijk onder de aandacht te brengen, zodat ook langs die weg de lobby in Europa kan plaatsvinden
- Veel Europese richtlijnen worden uitgevoerd op het niveau van decentrale overheden; daarom is het van groot belang om als provincies in Brussel aanwezig te zijn en de Europese regelgeving te beïnvloeden; het Huis van de Nederlandse Provincies speelt een belangrijke rol daarbij
- Ook invloed in ‘Den Haag’ is van belang, omdat Europese richtlijnen via nationale wetgeving worden geïmplementeerd; het is belangrijk dat het Rijk en de provincies elkaar voeden en versterken
- Provincies zijn door leden van Gedeputeerde Staten vertegenwoordigd in het CvdR; Provinciale Staten kunnen ‘hun’ gedeputeerde voorzien van input en bevragen op zijn/haar bijdrage in het CvdR
- Het is belangrijk dat Provinciale Staten als volksvertegenwoordigend orgaan tijdig betrokken worden bij de besluitvorming in het CvdR
- Onderzoek de mogelijkheden die er zijn voor de provincies om een rol te spelen in het verkleinen van de afstand tussen Europa en de burger
- De ChristenUnie meent dat Europa méér is dan alleen economie: het is ook vrede en veiligheid; investeren in andere delen van Europa, zonder dat zich dat direct terug betaalt, is noodzakelijk
- Provinciale bestuurders zijn actief binnen de Raad van Europa en het is goed om hier voldoende oog voor te hebben
naar boven
Financiën
De provinciale inkomsten en uitgaven staan – mede door de economische crisis - onder grote druk. De komende jaren wordt vanuit het Provinciefonds minder bijgedragen aan de provinciale begroting. Gelijktijdig is er op landelijk niveau een beweging gaande om de opcenten op de Motorrijtuigenbelasting te laten vervallen en dit te vervangen door een ander systeem. Als de provincie deze inkomsten niet meer heeft, wordt één van de belangrijke en autonome (financiële) pijlers ontnomen. De ChristenUnie vindt dat de provincie moet blijven beschikken over een eigen robuust belastinggebied omdat dit een voorwaarde is voor het goed functioneren van een democratisch gekozen bestuur.
De ChristenUnie vindt dat het provinciebestuur zich erg terughoudend moet opstellen waar het gaat om het verhogen van de lastendruk voor de inwoners. Efficiëntieverbetering moet een voortdurend proces zijn, onder andere om de lastendruk binnen de perken te houden. Maar ook het aangaan van een kerntakendiscussie maakt hiervan onderdeel uit. Om een sluitende begroting te verkrijgen zal het provinciebestuur inzicht moeten geven op welke wijze volgens onderstaande trap gewerkt is:
1. Welke besparing door efficiency verbetering is mogelijk
2. Wat behoort tot de kerntaken van de provincie en welke taken niet (meer)
3. Welke voornemens kunnen worden uitgesteld / geschrapt en wat zijn consequenties
4. Welke taken kunnen afgestoten worden en wat zijn de consequenties voor de inwoners
5. Welke taken / tarieven zijn kosten dekkend of kunnen kosten dekkend gemaakt worden
6. Op welke wijze kunnen wij de lasten voor de burgers zo laag mogelijk houden
De opcenten op de Motorrijtuigen belasting mogen geen sluitpost van de begroting vormen waarmee naar believen tekorten kunnen worden gedekt. De jaarlijkse aanpassing van de opcenten en andere tarieven moet plaatsvinden op basis van heldere beslisregels. De ChristenUnie wil bij aanvang van de nieuwe Staten- en collegeperiode de manier van omgang met de motorrijtuigenbelasting in beleidsuitgangspunten vaststellen. De (meerjaren)begroting zal jaarlijks sluitend moeten zijn. De begroting dient materieel in evenwicht te zijn, zowel bij de structurele gelden als bij de ‘eenmalige’ gelden. Helderheid moet gegeven zijn over het ‘meerjarenperspectief’, waarbij gemaakte keuzes in beginsel als taakstellend moeten worden beschouwd. Structurele lasten moeten met ‘structurele middelen’ worden gefinancierd. De ChristenUnie geeft veel aandacht aan de lange termijn aspecten van de begroting, zoals goede planning van onderhoudbudgetten en degelijke investeringsramingen. In beleidsnota’s moet helder worden vastgelegd wat de bedoeling is van provinciale financiële ondersteuning en welke effecten van de subsidie verwacht worden.
Aandachtspunten
- Een sluitende (meerjaren) begroting die materieel in evenwicht is
- Het sluitend maken van de begroting volgens vastgestelde normen
- Een erg terughoudend beleid ten aanzien van lastenverhoging
- Bij nieuw beleid eerst ruimte zoeken in oud beleid, voordat structureel extra middelen beschikbaar worden gesteld.
- Een inzichtelijke begroting (informatiewaarde en leesbaarheid) voor burger en Provinciale Staten
- Het benoemen van heldere en na te rekenen (kern)doelen in de begroting
- Het vooraf vaststellen van te verwachten effecten bij subsidieverstrekking, alsmede een ‘exit-strategie’ bij project- of startsubsidies
- Het driejaarlijks herijken van structurele subsidies op nut en noodzaak voor de samenleving
- In het geval dat er teveel is begroot, of dat er om een andere reden geld op een post overblijft, gaat dat geld terug naar de algemene middelen; bij behandeling van de eerstvolgende begroting komt dit geld weer beschikbaar en kan het haar plaats krijgen in een integrale afweging
naar boven
[1] In de EU2020 strategie wordt ingezet op drie thema’s: kennis en innovatie, mensen en arbeidsmarkt, een groene netwerkeconomie. Doel is de economische crisis te lijf gaan en de Europese economie een nieuwe impuls geven.
[2] EFRO – Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en de zgn. Cohesiefondsen zijn in het leven geroepen om de economische en welvaartsverschillen tussen Europese regio’s en tussen de lidstaten te verkleinen.
[3] De definitie van een regio in Europees perspectief is niet eenduidig te geven. Bedoeld kan worden: de provincies. Maar ook: een landsdeel (bijv. Samenwerkingsverband Noord-Nederland of Randstad) en een intergemeentelijk samenwerkingsverband (bijv. KAN – Knooppunt Arnhem-Nijmegen of Zuid-Limburg).
[4] http://www.cor.europa.eu/pages/PressTemplate.aspx?view=detail&id=2fa90667-71e5-478b-ae4c-541cdc317bf7