Vluchtelingenafspraak met Libanon broodnodig

Kamp in Syrie.jpg
voordewind-vierkant-2-600x600
Door Joël Voordewind op 9 mei 2017 11:10

Vluchtelingenafspraak met Libanon broodnodig

Elke politieke partij is voor ‘opvang in de regio’. Maar is dat wel zo’n ideale oplossing als we denken? In welke omstandigheden leven ze? Wat zijn hun perspectieven voor de toekomst? 

Meer dan 90% wordt al opgevangen in de regio rond Syrië. Inmiddels leven zo’n twee miljoen vluchtelingen in Libanon waaronder 1,5 miljoen Syriërs. Met nog geen vier miljoen eigen inwoners, is het het kleinste van Syrië's buurlanden. Dus reisde ik twee weken geleden af naar Libanon. De les is helder: als we die opvang in de regio graag willen, zullen we er ook verantwoordelijkheid voor moeten blijven nemen. Daar gaat het stevig mis.

Het is natuurlijk al langer zo dat de aandacht voor vluchtelingen verslapt zolang zij niet naar Europa dreigen te komen. Behalve de aandacht, zakt nu stilletjes echter ook de financiële steun van de internationale gemeenschap in. Met grote gevolgen. Dat merken ook internationale hulporganisaties als World Vision, Dorcas en War Child, tot zelfs de vluchtelingenorganisatie van de VN.

Het mes op zak
Eerst even de balans opmaken. Een op de drie mensen in Libanon is dus vluchteling. Zij moeten zelf voorzien in hun onderhoud en onderdak; timmeren een hutje van plastic en hout waar ze circa 150 dollar voor de ‘staanplaats’ voor betalen of bivakkeren in onafgebouwde gebouwen en timmeren de ramen dicht. Ze worden weliswaar toegelaten, dat is prijzenswaardig, maar er zijn niet hele goede herinneringen aan de Syriërs vanuit het verleden. De jarenlange bezetting van Libanon door Syrië is niet vergeten. Toen een aantal Syrische kinderen deelname aan een zomerkamp met Libanese kinderen, moest Dorcas de meegebrachte messen van Libanese kinderen in beslag nemen. Zo zit de angst voor Syriërs nog steeds in gedachten zelfs van de Libanese kinderen die de bezetting zelf niet hebben meegemaakt.

Paardenstal
De situatie van Syrische vluchtelingen is soms dramatisch, mensonterend. Ik bezoek een gezin wat woont in een tijdens de burgeroorlog (1975-1990) kapot geschoten en onafgebouwd flat van vier verdiepingen. Beneden staan twee paarden in een hok en door de uitwerpselen heen loop ik naar de trap, naar de eerste verdieping. Het gezin is al zes jaar op de vlucht, eerst van Irak naar Syrië en nu van gebouw naar gebouw in Libanon. Voor de kapotte ramen hangen doeken en er liggen wat dunne matrassen op de grond. De kinderen van 10 en 11 jaar zijn nog nooit naar school geweest. De vader werkt af en toe in de bouw maar verdient niet genoeg om een fatsoenlijk appartement te huren. De Syriërs krijgen geen status als vluchtelingen en moeten zichzelf zien te redden. Hulporganisaties als World Vision en Dorcas helpen om de kinderen naar school te laten gaan en leveren wat hulpgoederen zoals keukengerei en dekens af. Ze verzorgen met grote toewijding psychosociale zorg voor de kinderen om hun oorlogstrauma`s enigszins te verwerken en leren ze Engels zodat ze het Libanese onderwijs kunnen volgen.

De Libanese bevolking zit gemiddeld genomen overigens niet te wachten op die vluchtelingen. Het evenwicht in het land is fragiel. De bevolking van ongeveer veertig procent christenen, dertig procent sjiieten en dertig procent soennieten houdt elkaar redelijk in balans; daar dreigt met de komst van met name soennitische vluchtelingen verandering in te komen.
Net zo belangrijk is echter de vrees voor banen en de eigen economie. Een kwart van de Libanezen leeft van minder dan 3 dollar per dag, de werkloosheid is 20%, de economisch groei is gedaald tot 1%. Het zou zomaar bekend in de oren kunnen klinken: onze banen, onze scholen, onze ziekenhuizen.

Banen, banen als redding
En dus is de boodschap van de Libanese minister van Vluchtelingen aan mij helder: om de sociale onrust in de kiem te smoren en de vlucht naar Europa te voorkomen, zijn er meer banen nodig. Libanon heeft bij de Wereldbank een verzoek uitstaan voor een lening van 10 miljard euro voor investeringen met name in de infrastructuur en wil in Europa een betere toegang tot de Europese markt krijgen. Dit alles levert werk op zowel voor de vluchtelingen als de Libanezen.

Libanon deal
Ik beloof hem zijn boodschap door te geven aan het Nederlandse kabinet, ons parlement en de collega’s in Europa, maar niet zonder voorbehoud. Behalve steun via internationale hulporganisaties om de meest kwetsbare gezinnen te bereiken, zal Libanon ook vluchtelingen dienen te erkennen en werkvergunningen af te geven of tijdelijke verblijfsvergunningen. Hierdoor komen vluchtelingen makkelijk aan werk en dit vergroot hun veiligheid. Met Jordanië is inmiddels ook zo’n deal gesloten dus het is mogelijk.

Dat ligt politiek gevoelig, zegt de minister, maar naar zo’n win-winsituatie moeten we wel op zoek. In Europa is die politieke gevoeligheid niet minder. En dus moet ook Europa op korte termijn de handschoen voor zo’n win-winsituatie serieus oppakken. Doen we dat niet, dan is de vraag hoe lang de situatie in het fragiele Libanon nog houdbaar is. Dan wordt onze aandacht uiteindelijk opnieuw gericht op Syriërs op drift en vragen we ons later af: hadden we dit niet kunnen voorkomen?

Deel dit bericht

Labels: ,