Bijdrage Peter Ester aan het debat over de afbouw van de gaswinning in Groningen

Actiefoto Peter Twitter
Peter Ester - Foto: Anne Paul Roukema / ChristenUnie
Door Peter Ester op 9 oktober 2018 16:18

Bijdrage Peter Ester aan het debat over de afbouw van de gaswinning in Groningen

Mevrouw de voorzitter,

Als we nu in 2018 terugdenken aan de meer dan 50 miljard kubieke meter gas die we nog maar vijf jaar geleden in 2013 oppompten, dan doen we dat met schaamrood op de kaken. Hoe kwam het toch dat tot voor kort het winnen van zo veel mogelijk aardgas voorop stond? Dat de weegschaal doorsloeg naar economisch gewin en niet naar de veiligheid van de Groningers? De door gaswinning veroorzaakte aardbevingen hebben het fundament onder de veiligheidsbeleving van de Groningers weggeslagen. Als land, als staat, voelen we een ereschuld aan de Groningers die we nu snel moeten inlossen. Voor de ChristenUnie-fractie staat dit buiten kijf. Voortdurende onzekerheid en beleidstraagheid zijn funest voor het welzijn van onze Groningse medeburgers. Het feit dat de versterkingsaanpak zo traag op gang is gekomen, maakt dit extra pijnlijk. Maar nu worden dan toch stappen gezet; grote stappen zelfs.

Het is ronduit winst, voorzitter, dat het veiligheidsperspectief nu voorop staat. En dat met het oog op de veiligheid van de Groningers de winning van het Groningse gas in iets meer dan 10 jaar voortvarend wordt afgebouwd naar nul. Dat is een beleidsmatige paradigmawisseling. Een paradigmawisseling die mijn fractie van harte ondersteunt. Onze complimenten aan de minister voor zijn durf om het bestaande denken te doorbreken. De vraag naar laagcalorisch gas is niet langer een gegeven, maar wordt via een reeks van maatregelen geminimaliseerd. Maar deze paradigmawisseling vergt veel. Het vergt strakke centrale sturing en scherpe centrale regie. Het vergt een minister die als een behendig koorddanser zijn kunsten vertoont boven het Groningenveld.

Daarbij gelden een aantal randvoorwaarden voor het welslagen van zijn missie. De bouw van een stikstofinstallatie bij Zuidbroek die in 2022 operationeel moet zijn, heeft de minister nog redelijk in de hand. Maar dat geldt veel minder voor de industriële grootverbruikers die zich moeten voegen in zijn oproep tot vrijwillige afbouw van het gebruik van Gronings gas. Of voor de afbouw van de vraag naar laagcalorisch gas in Duitsland, Frankrijk en België. Denk alleen maar aan de problemen met kerncentrales in dit laatste land. En gaat het lukken de warmtetransitie in de gebouwde omgeving zo’n boost te geven dat de vraag naar laagcalorisch gas naar 2030 toe substantieel afneemt? Mijn fractie vraagt de minister in zijn termijn in te gaan op de haalbaarheid, zekerheid en risico’s van zijn lofwaardig streven om de vraag naar laagcalorisch gas af te bouwen. Waar liggen de kwetsbaarheden? Welke dwingende maatregelen, bijvoorbeeld waar het gaat om grootverbruikers, heeft hij achter de hand en hoe effectief zijn deze? Hoe verhoudt zich dit alles tot het Klimaatakkoord, dat in zijn uitwerking de nodige stroperigheden vertoont. 2030, voorzitter, is de punt op de horizon. Is ook een hogere versnelling van de afbouw denkbaar, zo vraag ik de minister.

In de aanloop na dit plenaire debat zijn veel vragen gesteld, ook door mijn fractie, over het nieuwe tweeledige veiligheidsbegrip zoals dat in artikel 52d is verwoord. Ofwel, de veiligheid voor de omwonenden en de leveringszekerheid voor afnemers. Dit laatste wordt ook wel geduid als maatschappelijk belang. De Raad van State adviseerde onomwonden te kiezen voor het veiligheidsbelang van omwonenden. De Minister, zo stelt hij in de nota naar aanleiding van het verslag in de Tweede Kamer, geeft “voorrang” aan de veiligheid van de Groningers. En zo hoort het ook. Toch blijft het onderscheid wat geconstrueerd, wat gekunsteld. Immers, de collectieve aantasting van de veiligheid van de Groningers door bodembewegingen is voor de regio een evidente vorm van maatschappelijke ontwrichting en daarmee is de oplossing ervan een even evident maatschappelijk belang. Wil de minister eens op deze stelling reageren?

Het wetsvoorstel impliceert dat de minister de centrale sturing op zich neemt, zich doelbewust regiemacht toe-eigent. Hij stelt vast hoeveel gas er gewonnen mag worden voor leveringszekerheid; hij bepaalt de operationele winningstrategie, na advies van NAM en SodM; hij voert het toezicht gehoord het ACM en het SodM; en hij maakt de integrale belangenafweging. De minister, kortom, beslist hoeveel gas er mag worden opgepompt. Voor deze belangenafweging formuleert het wetsvoorstel nadere criteria waaronder de veiligheidsnorm van 10ˉ⁵, de borging van leveringszekerheid voor de eindafnemers, het tempo van de afbouw van de vraag, het tempo van het versterken van gebouwen, en de maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging. De minister maakt de integrale afweging. Elders spreekt hij van een bestuurlijke afweging. De vraag is natuurlijk hoe de minister deze afweging maakt tussen deze afzonderlijke beslissingscriteria. Wegen ze allemaal even zwaar of kent de minister verschillende gewichten toe? Aan de belangen van omwonenden, van bedrijven, van consumenten, van organisaties, van exportlanden. En hoe gaat deze afweging dan in zijn werk? Mijn fractie heeft behoefte aan een beargumenteerd antwoord op deze cruciale vraag van de weging van beslissingscriteria. Het is immers de weging die het verschil zal maken in dit dossier. 

De ChristenUnie-fractie, voorzitter, blijft het jammer vinden dat de minister niet een overkoepelend wetsvoorstel heeft ingediend waarin afbouw van de gaswinning, veiligheid, schadeherstel en schadeafwikkeling integraal zijn opgenomen. Vanuit het perspectief van de getroffenen in Groningen zijn dit immers geen afzonderlijke grootheden, maar intrinsiek met elkaar verbonden. Slachtoffers ontkoppelen deze voor hen existentiële problemen niet. Nu worden de oplossingen via drie afzonderlijke wetsvoorstellen geregeld, waarvan het eerste nu voorligt. Dat vormt toch een belasting voor de reikwijdte van dit debat. Waarom heeft de minister voor deze bestuurlijke salami-strategie gekozen? De versterkingsaanpak gaat, hoewel er hard gewerkt wordt, uiterst traag en blijkt erg complex. De minister heeft aangekondigd de wettelijke verantwoordelijkheid voor de versterking van gebouwen in Groningen op zich te nemen. Wanneer komt de minister met dit voor Groningen zo belangrijke wetsvoorstel? Kan hij dit borgingstraject nader schetsen? Een soortgelijke vraag betreft de snelle en juiste afwikkeling van schades. Ook dit is voor de veiligheidsbeleving in Groningen essentieel. Er liggen duizenden schadegevallen te wachten bij de TCMG. Is deze achterstand een opstartprobleem of is er sprake van een structureel probleem? Hoe beoordeelt de minister dit? Is versnelling mogelijk? Wat wordt het grotere achterliggende verhaal, zo vraagt mijn fractie.

Dit wetsvoorstel over minimalisering van de gaswinning is van buitengewoon belang voor de Groningse bevolking. Maar alle Nederlanders zullen de gevolgen van snelle afbouw ondervinden. En dat geldt ook voor bedrijven en instellingen. Het raakt ons allemaal. De ChristenUnie-fractie dringt dan ook aan op zorgvuldige en intensieve communicatie met alle betrokkenen over deze gevolgen. Zeker ook met de Groningers zelf. Mijn fractie hoort graag een toezegging op dit punt en vraagt naar de plannen van de minister hoe hij de communicatie ter hand gaat nemen.

Indien we een stapje terug doen en het gehele speelveld overzien dan doet zich, tot slot, de essentiële vraag voor af alle voorgenomen oplossingen goed staan opgelijnd. Dan gaat het om snelle afbouw van de gaswinning in het Groningenveld, het herstel en de afwikkeling van de schade, de bouw van de stikstofinstallatie, het beroep op grootverbruikers, de afbouw van de gasexport, de verduurzaming van de energieopties, de leefbaarheid en economische revitalisering van Groningen en de communicatie over het nieuwe beleid. Het pakken van de centrale regie en het terugbrengen van de aansturing naar het politieke domein is één; het goed opgelijnd hebben van de onderdelen van de aanpak zelf is twee. De ChristenUnie-fractie vraagt de minister om een gemotiveerde reflectie op deze voor het uitvoeringssucces van de nieuwe aanpak zo belangrijke kwestie. In het verlengde daarvan heb ik de vraag hoe de ontmanteling en verwijdering van de bestaande infrastructuur ter hand zal worden genomen.

Voorzitter, ik sluit af. De ChristenUnie-fractie steunt de insteek van de minister om de regie in het netelige Groningse gasdossier naar zich toe te trekken en de gaswinning versneld af te bouwen. Het gaat om grote publieke belangen en dat behoeft stevige publieke sturing. De veiligheid van de Groningers moet hierbij leidend zijn. Nederland staat in het krijt bij Groningen. En die schuld moeten we nu inlossen. Letterlijk zelfs. Het vorige week verschenen Nationaal Programma Groningen dat moet leiden tot een leefbaar, toekomstbestendig en veilig Groningen, vormt daarvoor een goede aftrap.

Gezien dit brede belang wil ik de minister tot slot vragen de werking van dit en de beide andere wetsvoorstellen grondig te evalueren. Kan dat worden toegezegd?

Mijn fractie, voorzitter, kijkt uit naar de beantwoording van onze vragen.

Deel dit bericht

Labels: , ,