Bijdrage Roel Kuiper aan debat over integriteit Eerste Kamer

C-S-Lewis-Quote-Integrity.jpg
Roel Kuiper 2018 - Foto: Anne Paul Roukema
Door Roel Kuiper op 29 januari 2019 16:26

Bijdrage Roel Kuiper aan debat over integriteit Eerste Kamer

"Voorzitter, het is goed dat wij ons in een openbaar debat hardop bezinnen op onze taakopvatting als leden van de Eerste Kamer. Het aanzien van de Eerste Kamer als onderdeel van de Staten-Generaal hangt samen met een integere en professionele invulling van het ambt van volksvertegenwoordiger, die immers uit, namens en voor het Nederlandse volk spreekt en handelt." Zo begon ik mijn bijdrage aan het integriteitsdebat in de Eerste Kamer. Onderstaand kunt u het vervolg van mijn bijdrage lezen, waarin ik onder andere heb gepleit voor een gedragscode voor de Eerste Kamer en haar leden.

Voor ons geldt de bijzondere omstandigheid dat wij een deeltijdparlement zijn en leden allerhande betrekkingen, werkzaamheden en dus belangen hebben naast het werk als parlementariër. Die omstandigheid vraagt om helderheid, onder meer ook omdat leden vanuit die andere betrekkingen soms relaties onderhouden met de overheid. Uitgangspunt voor mijn fractie is dat een lid van de Eerste Kamer zijn of haar werk als medewetgever en controleur van de regering transparant en zo zuiver mogelijk uitvoert en zich daarover moet kunnen verantwoorden. Daarbij hoort, juist gelet op het bijzondere karakter van de Eerste Kamer als deeltijdparlement, een gedragscode. Dat schept voor onszelf en naar buiten toe duidelijkheid over de do’s en don’ts van het functioneren als leden van de Eerste Kamer.

Voorzitter, mijn fractie vindt het ook goed als we onszelf spiegelen aan interparlementaire normen op dit punt, waar de GRECO zich mee bezig houdt. In april 2014 rapporteerde een tijdelijke commissie (commissie-Bröcken) van deze Kamer, naar aanleiding van eerder gedane aanbevelingen van de GRECO, en dit heeft geleid tot toevoeging van een hoofdstuk XIIa aan het Reglement van Orde. Dat nieuwe hoofdstuk gaat over het bewustzijn van belangenverstrengeling en de registratie van geschenken, reizen en nevenfuncties.

De tijdelijke commissie ging vijf jaar geleden echter niet mee met GRECO op het punt van een gedragscode voor Kamerleden. Zij meende toen dat het aan de fracties en individuele leden is en sindsdien zijn fracties ieder voor zich bezig met integriteitsregels. Dat is een belangrijke ontwikkeling, maar inmiddels niet meer genoeg. De tijdelijke commissie meende nog dat met de voorgestelde maatregelen de Eerste Kamer ‘voldoet aan de aanbeveling van de GRECO om gedragscodes voor Eerste Kamerleden vast te stellen’, maar GRECO maakte vorig jaar in het nalevingsverslag duidelijk dat dit niet het geval was. Regels op fractieniveau zijn geen gedragscode voor het hele huis.

Voorzitter, dat wat wij tot nu toe gedaan hebben was een goede eerste stap. Die stap gaat over transparantie in het uitoefenen van onze functie door registratie van nevenfuncties, geschenken, reizen etc. De uitvoering hiervan en het toezien hierop zodat deze registraties ook juist en volledig zijn, kan nog beter, zoals de staatscommissie Parlementair Stelsel heeft opgemerkt. Ook is het goed dat de fracties met het onderwerp aan de gang zijn gegaan. Het overzicht van de regels die fracties hanteren laat echter zien hoe divers de aanpak daar is.

Voorzitter, dat wat is toegevoegd aan het Reglement van Orde is nog geen gedragscode. Wij zouden er voorstander van zijn dat de Kamer een beperkt aantal ‘richtsnoeren’ ontwikkelt die gedragingen betreffen. De gedragscode van het Britse Hogerhuis spreekt over ‘principles’ als basis voor afgeleide regels. Die richtsnoeren en zelfs impliciete gedragsregels zijn er deels al, zoals de regel dat een lid van de Kamer niet het woord voert over een onderwerp waar hij of zij uit hoofde van een andere functie bij betrokken en mogelijk belanghebbend is. Dit voorbeeld laat zien dat het in een aantal gevallen niet moeilijk hoeft te zijn om te expliciteren wat we toch al vinden. Een ander voorbeeld daarvan is de regel dat een lid van de Kamer, als medewetgever dus, niet zelf de minister rechtstreeks adviseert inzake enig onderdeel van wetgeving. Dat betekent niet zitting nemen in een door de minister ingestelde commissie of een adviesopdracht van de minister aanvaarden. Er zijn dus nu al principes als het gaat om de preventie van belangenverstrengeling.

Rond openbaarmakingsvereisten en gebruik of misbruik van informatie kan de gedragscode een en ander bevatten en natuurlijk het contact met derden, waaronder de omgang met lobbyisten. Op vrijwel al deze terreinen hebben we een beeld van wat we wel en niet vinden passen bij het functioneren van leden van de Eerste Kamer. Laten we de tijd nemen om dit uit te werken in het College van Senioren.

Wat onze fractie betreft zou ook gekeken moeten worden welke functies of stapeling van functies niet passend zijn bij het vervullen van het lidmaatschap van de Eerste Kamer. Te denken is het lidmaatschap van de rechterlijke, uitvoerende of wetgevende macht elders. Vooral het dubbellidmaatschap van Provinciale Staten en de Eerste Kamer is problematisch in het vigerende systeem van verkiezing.

Voorzitter, er zijn ook desiderata die gecompliceerder liggen, zoals het verschoningsrecht, dat wil zeggen het niet-deelnemen aan stemmingen in het geval van een mogelijk belangenconflict. Ik heb hier al eerder op gewezen, maar nog niet veel bijval gehoord, hoewel ook de Staatscommissie meent dat er voor de Eerste Kamer regels op dit punt moeten komen, analoog aan regels die bestaan voor gemeenteraden en Provinciale Staten. De Staatscommissie acht het verschil tussen deze organen niet zodanig dat er een verschillend wettelijk regime zou moeten gelden. Hier is wetswijziging en zelfs Grondwetswijziging voor nodig. De discussie hierover laat mijn fractie bij de bespreking van het rapport van de Staatscommissie te zijner tijd.

Een ander punt betreft het toezicht op de naleving van de regels en de mogelijkheid advies in te winnen door individuele leden over de implicaties van een gedragscode. De tijdelijke commissie gaf de voorzitter van de Eerste Kamer een vertrouwensfunctie, maar de GRECO maakt hier beslist bezwaar tegen, aangezien de voorzitter van de Kamer de Kamer tevens leidt en hier dus dubbel in zit. De gedachte is een persoon hiermee te belasten die extern is aan de Kamer. Het House of Lords heeft een onafhankelijke functionaris, zoals we weten. In onze situatie zou een dergelijke persoon niet op grote afstand of geïsoleerd moeten opereren.

Wat de vormgeving van toezicht en advies wil ik het volgende opmerken. Mijn fractie kan zich een kleine adviescommissie voorstellen op ambtelijk niveau (met minimaal een extern lid) die toeziet op zowel de registratie (het punt van de Staatscommissie) en kan optreden met een adviserende stem. Een gedragscode moet echter bindend zijn en ook sancties kennen anders wordt zo’n code een wassen neus. Maar sancties kunnen slechts uit naam van de Kamer door de Kamervoorzitter worden opgelegd. Uiteraard dient dit bij hoge uitzondering te worden toegepast, maar het sanctie-instrument zou wel voorhanden moeten zijn.

Voorzitter, het onderwerp integriteit is niet meer weg te denken uit onze wereld, waarin publiek vertrouwen een kwetsbaar goed is. Integriteit in de omgang met informatie, geld en invloed is een groot thema geworden en soms hebben mensen het er ook naar gemaakt. In sectoren waarin vertrouwen tot voor kort niet in discussie was, zoals de bankenwereld en de wetenschap, bestaan nu integriteitsregels en gedragscodes. Laat de politiek hierop geen uitzondering vormen en laten wij in dit huis een voorbeeld geven en heel helder maken hoe wij een integere omgang met informatie, belangen en invloed hier vorm geven.

Deel dit bericht