Transitvervoer door de Alpen - Zwitserland en Oostenrijk

donderdag 15 januari 1998 14:00

Van Dam (ChristenUnie-SGP) – Voorzitter, het vrij verkeer van goederen, diensten en personen is van groot economisch belang voor de Europese Unie. Haar politiek richt zich dan ook op het wegnemen van de obstakels voor het verkeer, zowel door het opheffen van administratieve belemmeringen aan de grenzen, als door aanleg van nieuwe infrastructuur, de Trans-Europese Netwerken. Dat deze politiek effect heeft gehad, blijkt uit de grote groei van het goederenvervoer en dan met name over de weg.

De problematiek van het transitovervoer door de Alpen illustreert dat ook dit vrije verkeer van goederen zijn grenzen heeft. In het ecologisch zeer kwetsbare Alpengebied blijkt eerder dan elders dat de draagkracht van het milieu begrensd is. Mede daarom heeft Oostenrijk de tarieven voor de Brennertunnel verveelvoudigd, horen we in Frankrijk protesten tegen de bouw van wegen bij de Mont-Blanc en sprak de bevolking van Zwitserland in het "Alpenreferendum’ in 1994 uit dat binnen tien jaar al het transitovervoer door hun land per trein dient plaats te vinden. Zwitserland heeft die mogelijkheid omdat het niet zoals Frankrijk en Oostenrijk gebonden is aan de wetgeving van de Europese Unie. Oostenrijk merkt inmiddels dat het EU-lidmaatschap niet louter voordelen met zich brengt. Het land is al voor het Hof van Justitie gedaagd vanwege de verhoging van de Brennertol.

De Europese politiek heeft gelukkig wel degelijk oog voor de milieuschade door het wegvervoer. Het al beroemde Groenboek "Naar eerlijke en efficiënte prijzen in het vervoer’ maakt duidelijk dat ook de "externe’ factoren van het vervoer in de prijs verwerkt zouden moeten worden. In de herziening van het eurovignet wordt gesproken over zogenaamd "gevoelige’ routes. Op deze routes zijn extra belastingen toegestaan onder andere om de luchtvervuiling terug te dringen.

Blijkens een bericht in Agence Europe van 12 december 1997 wenst de Unie vooralsnog Zwitserland niet toe te staan soortgelijke beginselen in praktijk te brengen. Commissaris Kinnock en de Luxemburgse Vervoersminister mevrouw Delvaux verklaarden daarna de Raad Vervoer dat de toekomstige Zwitserse tol direct gebaseerd moet zijn op de kosten van de bestaande infrastructuur. De kosten van nieuwe infrastructuur, laat staan de externe kosten, mogen hierin niet verrekend worden.

Ik vraag commissaris Van den Broek of het genoemde bericht juist is. In dat geval zou ik van de hem willen weten hoe deze uitspraken zich verdragen met het Groenboek en de recente voorstellen voor het eurovignet.

Tenslotte deelt de commissaris mijn overtuiging dat ook het vrije verkeer van goederen de grenzen die het milieu stelt, moet respecteren?

Labels
Fractie

« Terug