Bijdrage spoeddebat Ayaan Hirsi Ali

andrerouvoet3.JPGdonderdag 29 juni 2006 11:04

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Tijdens het aanhoren van het eerste deel van het debat, dacht ik: wie had ooit kunnen weten dat hier nog een lang durend debat tussen fractievoorzitters zou worden gevoerd over de ins and outs van het Somalische naamrecht? Ondertussen verbazen wij ons over de afstand tussen burger en politiek.

In het debat van 16 mei was de inzet van de fractie van de ChristenUnie niet om een uitzondering voor Ayaan Hirsi Ali te maken. Onze inzet was: het betrachten van zorgvuldigheid bij het volgen van procedures, ook bij de onderhavige. Het was duidelijk dat die zorgvuldigheid niet betracht was. In mijn derde termijn heb ik toen de conclusie getrokken dat de handelwijze van de minister onzorgvuldig was en dat zij in het debat volstrekt ongeloofwaardig opereerde, met name doordat zij moties omarmde die het tegenovergestelde uitspraken van datgene wat de minister urenlang had beweerd. Vervolgens heb ik geconcludeerd dat de minister maximaal zes weken de tijd had om ons alsnog te overtuigen van het zorgvuldige karakter van haar handelen.

Ik moet toegeven dat het erop lijkt dat zij buitengewoon zorgvuldig heeft gehandeld. Wat wil je? Er zijn twee debatten gevoerd, er is een nachtelijk overleg van het kabinet geweest en er is een kabinetsbesluit genomen. Heel wat mensen zouden hun vingers aflikken als de overheid zich zo erg in hun zaak verdiepte.

Ik heb in dat debat ook gezegd dat iedereen over zijn eigen geloofwaardigheid gaat. Laat ik het maar ronduit zeggen: ik zou mij wild generen om zo'n brief te sturen.

Ik heb de brief met stijgende verbazing en ook wel verontwaardiging gelezen. De brief verdoezelt de werkelijke gang van zaken. Zo wordt tot mijn verbazing het aanvankelijke "onderzoek", het onderzoekje van twee dagen, niet eens meer genoemd. Op 16 mei hield de minister nog vol dat het onderzoek onontkoombaar tot de conclusie leidde dat Hirsi Ali nooit het Nederlanderschap had verkregen. Nu suggereert de minister dat die conclusie louter is gebaseerd op de mededeling van Ayaan in Zembla zelf. Zelfs gaat de minister een stap verder: het is allemaal de schuld van Ayaan Hirsi Ali zelf. Ik vind dat schaamteloos. Voor de camera zei de minister gisteravond: ik heb volgens mij helemaal niets fout gedaan. Ik geef toe: zij keek erbij alsof zij er zelf niet helemaal van overtuigd was. Ayaan was dat in ieder geval niet. Zij zei: deze minister moet nog heel veel leren.

Weggemoffeld in de brief is ook de gebrekkige afstemming met de minister-president. Zes weken geleden zei de minister-president nog, ook in Netwerk, dat het toch wel typisch was en zelfs dat hij het onplezierig vond dat de minister tegen de afspraken in de brief maandagavond al had verstuurd. Hij heeft haar er zelfs op die dinsdag voor op het matje geroepen. Nu schrijft de minister met zoveel woorden mede namens de minister-president dat er helemaal geen afspraken waren gemaakt. De passage in de brief ademt de sfeer: maak daar nou geen punt van. Ik zou geneigd zijn dat ook te vinden, maar het roept wel de vraag op waarom de minister-president er die week wel een punt van maakte. Ik krijg graag opheldering van hem.

Wie zich de houding van de minister in het debat van 16 mei herinnert en met name de ommezwaai in haar tweede termijn, toen zij deemoedig zei "ik zal de motie uitvoeren", wat in een cartoon treffend werd uitgebeeld als de submission van minister Verdonk, die wrijft zich de ogen uit als hij pagina 3 van de brief leest. Ik stel vast dat zonder de door mij gevolgde procedure, zo schrijft de minister monter, de feiten die voor de conclusie die ik thans heb getrokken doorslaggevend zijn geweest niet op tafel waren gekomen. Je moet maar lef hebben! Als dit de manier is om de noodzakelijke informatie voor een beoordeling in vreemdelingenzaken en naturalisaties op tafel te krijgen, namelijk gewoon een verzoek afwijzen of een naturalisatiebesluit nietig verklaren, dan vraag ik mij ernstig af hoe dat overigens gaat in zaken onder verantwoordelijkheid van deze minister.

In de nacht van maandag op dinsdag, zo begrijp ik uit de kranten, is een grote operatie gestart "red het gezicht van minister Verdonk" met de verklaring van Ayaan Hirsi Ali als sluitstuk. Ik vind dat een blamage, zeker nadat ik heb gehoord wat Hirsi Ali er gisteravond zelf over heeft gezegd: het is een deal, een compromis, een pragmatische oplossing; mijn handtekening was nodig om alle vragen op te lossen. Zij zei zelfs, wat zij aanvoerde als het definitieve bewijs dat zij wel degelijk Nederlander is geworden: laat dan die trots maar even zitten, ik kies dan voor mijn belang, dan kan ik tenminste verder met mijn leven. Er werd gevraagd of zij boos was. Nee, ik ben niet boos, het kan mij niet meer schelen nu ik mijn paspoort heb, zo zei zij. Kortom, zij is opzij gegaan voor wat veel weg heeft van politieke chantage. Ik vind dat ontluisterend.

Zo ontploft de strategie om het gezicht van de minister te redden in het gezicht van de minister zelf, zo is de conclusie van mijn fractie. De verklaring lijkt verdacht veel op een afgedwongen schuldbekentenis. Ik heb zelf nog even gekeken -- daar ben je toch weer jurist voor -- of er niet in kleine lettertjes v.c. onder stond. Dat staat voor vi coactus, wat je eronder kunt zetten als je met geweld wordt gedwongen en je naderhand je handtekening ongeldig wilt laten verklaren. Ik heb het niet gezien, dus dan moet het heel klein zijn geweest. Maar ik had wel de indruk dat er stevige druk is uitgeoefend om deze verklaring tot stand te brengen. Het had er veel van weg dat er werd gezegd: hier heb ik een paspoort voor je, dat kun je krijgen als je bij het kruisje je handtekening zet. Doet de minister dat vaker in vreemdelingenzaken onder haar verantwoordelijkheid? Hier is het in ieder geval onmiskenbaar onderdeel van het toewerken naar een afgesproken politiek vastgestelde uitkomst.

Dit brengt mij bij het kernpunt voor mijn fractie van de zorgvuldigheid; ik begon daarmee. Goed beschouwd geeft de minister zichzelf na het voor haar desastreus verlopen debat van 16 mei nog een fikse draai om de eigen oren. De Kamer vroeg haar om gebruik te maken van de ruimte die er zou zijn in bijzondere omstandigheden. De minister zwichtte, maar zegt nu na grondige bestudering van het Somalische naamrecht dat Hirsi Ali helemaal niet gelogen heeft en dat zij dus gewoon het Nederlanderschap heeft verkregen.

Met andere woorden, ik had het niet alleen mis met mijn stellige beweringen dat er helemaal geen ruimte is voor een minister om anders te concluderen dan ik gedaan heb, maar ik zat er ook naast toen ik maandagavond de mededeling deed dat Hirsi Ali nooit Nederlander is geworden. Ergo -- het is mijn tekst maar het zou de tekst van de minister moeten zijn -- die mededeling was dus overhaast. En de handelwijze van de minister dus onzorgvuldig. Als zij toen de tijd had genomen om zich te verdiepen in de Codi Civil Somalo en de naamvoering van de grootvader van Ayaan Hirsi Ali sinds plusminus, aldus de brief, 1870, hadden wij alle ellende niet gehad. En daarom is die gekke zin op pag. 3 van de brief, dat het aan de door de minister gevolgde procedure te danken is dat wij deze conclusie kunnen trekken, ook zo lachwekkend als het niet zo ernstig was.

De fractie van de ChristenUnie vindt dat de minister zich dit soort schuivers niet kan permitteren. Op 16 mei heb ik namens mijn fractie gesteld dat de situatie waarin Ayaan Hirsi Ali was terechtgekomen de prijs was voor de harde lijn van de VVD in het vreemdelingenbeleid. Wij snappen goed dat het overheersende gevoel in de samenleving was dat de Kamer en met name de VVD zich wel erg selectief verontwaardigd betoonde nu het niet om anonieme Iraakse of Afghaanse personen of gezinnen ging, maar om een Kamerlid. Nu de minister/het kabinet in het kader van de operatie "Red het gezicht van de minister" een politiek gewenste oplossing heeft geconstrueerd waarbij kleine leugentjes kennelijk niet zo zwaar wegen, moet in vergelijkbare gevallen deze prijzenswaardige soepelheid aan de dag worden gelegd. Wij hebben het dan over gevallen die eerder, tot op de komma, door de heer Van Beek uit de brief zijn voorgelezen. Daarover zal dit debat dus ook duidelijkheid moeten verschaffen. Gelijke monniken, gelijke kappen is een beginsel dat bij uitstek niet selectief of willekeurig mag worden toegepast. De minister heeft veel uit te leggen. En dan heb ik het nog maar niet eens over het verwijt van Johan Cruijff dat de minister door een ander omstreden naturalisatiebesluit in hoge mate medeschuldig is aan de vroegtijdige uitschakeling van oranje.

De voorzitter: Ik heb u uw zin laten afmaken, maar u weet zelf dat het volkomen buiten de orde is.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Ik vond het een nuttige toevoeging bij dit onderwerp, waarbij ik zeg dat de minister veel heeft uit te leggen. Ik zeg er volledigheidshalve bij dat ik het niet over die zaak heb, al was het maar om misverstanden te voorkomen.

Mijn fractie handhaaft haar conclusie die zij zes weken geleden in derde termijn heeft getrokken: het optreden van de minister was onzorgvuldig, niet overtuigend en ongeloofwaardig.



Tweede termijn
De heer Rouvoet (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik zal mij in mijn tweede termijn tot het hoogst noodzakelijke beperken, niet alleen vanwege het tijdstip, maar ook vanwege het verloop van het debat. Ik zal dus niet alle aspecten langslopen van de vertoning -- want dat vind ik het -- waarop dit debat is uitgedraaid. Ik zeg erbij dat de eerste termijn van de minister voor V&I duidelijk heeft gemaakt dat dit niet bijster zinvol is.

De centrale vraag voor de fractie van de ChristenUnie was of de minister ons alsnog zou kunnen overtuigen dat er zorgvuldig is gehandeld. Haar uitgangspositie na het debat van 16 mei was al niet best. De brief en zeker de verklaring maakten het bepaald niet beter. Wat voor onze fractie in belangrijke mate de deur dicht heeft gedaan, was het feit dat de minister zelfs op het punt van die verklaring probeerde weg te lopen voor haar verantwoordelijkheid door te verwijzen naar de inbreng van de minister-president. Dit terwijl haar door alle fracties, ook door mijn fractie, indringende vragen waren gesteld over die verklaring. Er zijn stevige woorden over gesproken. Wij vonden het onbestaanbaar dat de verantwoordelijke minister zei: voor het vervolg van de procedure sluit ik mij aan bij de opmerkingen die de minister-president heeft gemaakt. Je neemt dan je verantwoordelijkheid en je legt uit hoe het is gegaan. Dat laat je niet afhangen van de vraag of de Kamer daarover vervolgens een aantal vragen stelt. Je duikt niet weg achter een collega.

Het antwoord van de minister-president op de laatste vraag van collega Van Beek kon ik eerlijk gezegd wel plaatsen. Was het een slip of the tongue? De minister-president heeft gezegd dat hij die opmerking in zijn context wil plaatsen.

De mededeling dat de minister voor V&I ermee moest kunnen leven, vormde die context en sloot naadloos aan bij het beeld en het hele proces. Het paste ook bij de kwalificaties die die andere betrokkene, Ayaan Hirsi Ali, eraan had gegeven. Het was een deal, het was een politiek compromis, het was een pragmatische oplossing waar zij mee kon leven, omdat het alle vragen oploste en zij verder kon met haar leven. Ik kon die opmerking dus wel plaatsen. De vraag die de heer Van Beek overigens aan de minister-president stelde over die verklaring, had natuurlijk aan de minister voor V&I moeten worden gesteld, want zij was daarvoor verantwoordelijk. Toen dat gebeurde vroeg ik mij wel af of zij het politiek misschien niet handige, maar wel eerlijke antwoord op dezelfde wijze gegeven zou hebben.

De nadere toelichting van de minister-president aan het begin van deze termijn op zijn antwoord, veranderde er voor mijn fractie niets aan dat daarmee werd onderstreept dat het accent gaandeweg is verschoven van de vraag hoe Ayaan Hirsi Ali haar paspoort kan behouden naar de vraag hoe minister Verdonk haar ministerschap kan behouden. Die twee belangen zijn in onze waarneming met elkaar verknoopt geraakt in de schuldverklaring van Ayaan Hirsi Ali. Daarmee is het voor ons een politieke deal.

Ik vind het altijd mooi als mensen bereid zijn om elkaar te helpen. Wat is er mooier dan wederzijds dienstbetoon? Maar niet als de een een wederdienst als voorwaarde stelt aan de ander die van haar afhankelijk is. Zoals Ayaan het zelf zei: laat dan die trots maar even zitten, dan kies ik voor mijn belang, dan kan ik tenminste verder met mijn leven.

De cruciale vraag is: hebben wij er vertrouwen in dat de deze minister de zaken die onder haar verantwoordelijkheid vallen, zorgvuldig behartigt? Heeft zij ons nu wél overtuigd? Kunnen wij -- het slagveld overziende -- met droge ogen en naar eer en geweten zeggen dat het optreden en de handelwijze van de minister onze goedkeuring kunnen wegdragen? Wie het debat gevolgd heeft, zal het met mij eens zijn. De vraag stellen, is haar beantwoorden. De ChristenUnie-fractie zegt niet lichtvaardig het vertrouwen in ministers op, maar hier geldt ook de eigen geloofwaardigheid.

En als je dan in het optreden van de minister in dit debat geen enkel aanknopingspunt vindt om je oordeel bij te stellen en de minister in essentie blijft volhouden dat zij niets fout heeft gedaan, dan mag je -- ook tegenover de minister -- niet volstaan met dooddoeners als "nou ja, het verdient niet de schoonheidsprijs, maar vooruit dan maar". Dan moet je dat durven uitspreken. Dat is de reden dat mijn naam onder de motie van mevrouw Halsema staat.



Stemmingen
In stemming komt de motie-Halsema c.s. (30559, nr. 7).

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in haar onderzoek naar de nationaliteit van mevrouw A. Hirsi Ali en bij het bewerkstelligen van een ondertekening door betrokkene van een "eigenschuldverklaring" onzorgvuldig te werk is gegaan;
spreekt hierover haar afkeuring uit,
en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Halsema, Bos, De Wit en Rouvoet. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 7 (30559).

Vóór stemmen de leden: Arib, Azough, Bakker, Blom, Boelhouwer, Van Bommel, Bos, Bussemaker, Crone, Van Dam, Depla, Van Dijken, Dijksma, Dijsselbloem, Dittrich, Douma, Dubbelboer, Duyvendak, Eijsink, Fierens, Van Gent, Gerkens, Halsema, Van der Ham, Hamer, Heemskerk, Van Heteren, Huizinga-Heringa, Irrgang, Jungbluth, Kalsbeek, Koenders, Koser Kaya, Krähe, Kruijsen, Van der Laan, Lambrechts, Lazrak, Leerdam, Marijnissen, Meijer, Noorman-Den Uyl, Özütok, Roefs, Rouvoet, Samsom, Slob, Smeets, Smits, Straub, Stuurman, Tichelaar, Timmer, Tjon-A-Ten, Van Velzen, Vendrik, Verbeet, Verdaas, Vergeer, Klaas de Vries, Waalkens, Wagner, De Wit en Wolfsen.

Tegen stemmen de leden: Van Aartsen, Aasted Madsen-van Stiphout, Algra, Aptroot, Van As, Atsma, Van Baalen, Balemans, Van Beek, Blok, Bochove, Van den Brink, Buijs, Van de Camp, Çörüz, Dezentjé Hamming, Van Dijk, Eerdmans, Van Egerschot, Eski, Ferrier, Van Fessem, Griffith, Van Haersma Buma, Haverkamp, Herben, Hermans, Hessels, Van Hijum, Hofstra, Ten Hoopen, Jager, Joldersma, Jonker, Knops, Koopmans, Kortenhorst, Kraneveldt, De Krom, Lenards, Van Lith, Mastwijk, Van Miltenburg, Mosterd, Nawijn, Nerée tot Babberich, Nijs, Oerle-van der Horst, Omtzigt, Oplaat, Örgü, Ormel, Pater-van der Meer, Rutte, Rambocus, Van der Sande, Van Schijndel, Schippers, Schreijer-Pierik, Smilde, Snijder-Hazelhoff, Spies, Van der Staaij, Sterk, Szabó, Varela, Veenendaal, Verburg, Verhagen, Vietsch, Visser, Van der Vlies, Bibi de Vries, Jan de Vries, Vroonhoven-Kok, Weekers, Weisglas, Wilders en Willemse-van der Ploeg.

Zie ook:

« Terug

Reacties op 'Bijdrage spoeddebat Ayaan Hirsi Ali'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari