Inbreng bij de wijziging van de Wet luchtvaart

maandag 31 juli 2006 12:52

De leden van de ChristenUnie fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van genoemd wetsvoorstel. Genoemde leden hebben de volgende vragen:

In paragraaf 1.2.3 van de memorie van toelichting wordt gesproken over het vastleggen van handhavingspunten in het luchthavenbesluit. In de discussie rond Schiphol is sprake geweest van de mogelijkheid van het salderen tussen handhavingspunten. Is deze methode uitgesloten bij de regionale luchthavens? Genoemde leden maken zich wat dit betreft zorgen gezien de toelichting bij artikel 8.44 waar staat dat bij wijziging van het stelsel voor Schiphol wordt bezien of dit consequenties moet hebben voor de regionale luchthavens. Zij zijn van mening dat salderen geen optie mag zijn bij de regionale luchthavens.

In paragraaf 1.2.3 wordt tevens gesteld dat het kabinet geen specifieke grenzen aan de milieugebruiksruimte wil voorschrijven, bijvoorbeeld in de vorm van stand still, omdat dit zich niet verdraagt met de decentralisatiegedachte. De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen deze gedachte, maar vinden het vanuit de bescherming voor het milieu een ongewenste ontwikkeling. Genoemde leden zijn van mening dat er heffingen moeten komen op vliegbewegingen vanuit het principe de vervuiler betaald.

Het kabinet ziet geen reden om andere burgerluchthavens als luchthavens van nationale betekenis aan te merken en daarmee onder het gezag van het Rijk te brengen dan wel te houden (memorie van toelichting paragraaf 2.2). De leden van de ChristenUnie-fractie zien hier graag een verdere onderbouwing voor. Welke criteria worden hiervoor gehanteerd? Genoemde leden zien deze vraag graag beantwoord mede in het licht van de plannen om in de toekomst luchthaven Lelystad aan te wijzen als luchthaven die de groei van Schiphol deels moet opvangen.

In paragraaf 2.3.4 van de memorie van toelichting worden helikopterlandingsplaatsen genoemd als voorbeeld van luchthavens waar het gebruik voor luchthavenluchtverkeer geen ruimtelijke consequenties heeft buiten het luchthavengebied. Is dit terecht gezien de geluidsoverlast die helikopters veroorzaken? In het wetsvoorstel en de memorie van toelichting wordt vrijwel alleen over militaire helikopterlandingsplaatsen gesproken. Er is in het wetsvoorstel geen regelgeving opgenomen voor grootschalig burger helikopterverkeer. Is het kabinet bereid het wetsvoorstel alsnog op dit punt aan te passen nu er plannen zijn voor de bouw van helihavens bij grote steden ten behoeve van lijndiensten voor zakenreizigers? Is het kabinet van mening dat deze ontwikkeling wenselijk is?

In paragraaf 3.2.1 wordt gesteld dat alle luchthavens behalve Schiphol op dit moment ’s nachts zijn gesloten. De nachtperiode is daarbij gedefinieerd als zeven aaneengesloten uren tussen 23.00 en 7.00 uur (artikel 25, vierde lid, Luchtvaartwet). In artikel III onderdeel C van voorliggende wetswijziging vervalt artikel 25 echter. Betekent dit dat er met deze wetswijziging de luchthavens alleen gesloten kunnen worden middels het luchthavenbesluit? Is de minister bereid alsnog een algehele nachtelijke sluiting van alle regionale luchthavens op te nemen in de Wet luchtvaart?

In het Besluit burgerluchthavens zal worden omschreven in welke gevallen voor woningen en andere kwetsbare gebouwen door het bevoegde gezag een verklaring van geen bezwaar kan worden afgegeven. Voor kantoren kan het bevoegde gezag zelf echter de criteria ontwikkelen (paragraaf 4.2.3 memorie van toelichting). Waarom wordt dit onderscheid gemaakt?

Het luchthavenbesluit en de luchthavenregeling worden met dit wetsvoorstel op de zogeheten negatieve lijst van de Awb geplaatst (paragraaf 5.5 memorie van toelichting). Hierdoor is het niet mogelijk beroep op grond van de Awb in te stellen. De Raad van State heeft hier blijkens haar advies ernstige bezwaren tegen. In de repliek van het kabinet wordt niet op alle door de Raad genoemde bezwaren ingegaan. De leden van de ChristenUnie-fractie zouden graag nog een reactie zien ten aanzien van de vergelijking met de Tracéwet (artikel 15, derde lid) en de opmerking van de Raad dat beroepsprocedures gezien de aard van de materie, beter aan de bestuursrechter dan aan de civiele rechter kunnen worden voorgelegd.

De taak van de commissie regionaal overleg burgerluchthavens is minder strak omschreven dan die van de huidige commissies artikel 28 (paragraaf 6.3 van de memorie van toelichting). De leden van de ChristenUnie-fractie zien dit graag gemotiveerd.

« Terug

Reacties op 'Inbreng bij de wijziging van de Wet luchtvaart'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari