Inbreng bij wijziging wet kansspelbelasting

donderdag 07 september 2006 17:03

Met belangstelling hebben de leden van de ChristenUnie-fractie kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel.

In het nader rapport adviseert de Raad het bestaansrecht van de kansspelbelasting -als heffing over een incidentele vergroting van financiële draagkracht- opnieuw te bezien in het
licht van het verschuiven van de heffing van prijswinnaars naar de organisatoren
van kansspelen. Het is goed dat de Minister daarop met een uitvoeriger toelichting komt. De leden van deze fractie stemmen in met zijn slotopmerking dat het buitenkansbeginsel materieel ten grondslag ligt aan het voorgestelde regime. De daarvoor door de Minister genoemde praktische argumenten wegen zwaar voor deze leden. Zoals terecht door de Minister gememoreerd is indertijd formeel afstand genomen van het buitenkansbeginsel nadat dit in de praktijk al veel langer verlegd was met o.a. de belastingoverneming door vergunninghoudende aanbieders.

Dat het echter ‘voorts in overeenstemming met dat buitenkansbeginsel zou zijn dat de vergunninghouder de belasting voor zijn rekening neemt, omdat de mogelijkheid tot overneming immers in de wet verankerd ligt’ lijkt echter veel weg te hebben van een cirkelredenering. Wetswijzigingen kunnen immers haaks staan op het beginsel waarop de gewijzigde wet stoelt. Dat de Nederlandse overheid bepaalde kansspelpraktijken gedoogt en legitimeert wil dan ook niet zeggen dat het Nederlandse kansspelregime ook coherent is. In verband met de aanstaande behandeling van het hier relevante wetvoorstel 30362 (inzake de HC-proef met kansspelen via internet) is het van belang op te merken dat er steeds meer signalen zijn dat de Europese rechter de huidige ontwikkeling van het Nederlandse kansspelbeleid niet lang meer passend zal vinden binnen het zogenaamde restrictieve beleid dat Nederland zegt te voeren. Wanneer de Europese rechter het Nederlandse kansspelbeleid niet langer als coherent waardeert, zal de tot nog toe aangevoerde rechtsgrond voor het onderscheid maken tussen allerlei verschillende kansspelaanbieders wegvallen, hetgeen weer zijn gevolgen zal hebben voor het onderhavige kansspelbelastingbeleid. Graag een reactie van de Minister hierop.

Deze leden verzoeken de Minister het gegeven overzicht van overeenkomstige heffingen in de ons omringende landen te actualiseren met in acht neming van de laatste EU-jurisprudentie in deze.

Kan de Minister nader toelichten waarom de in het wetsvoorstel gekozen heffingssystematiek niet tot strijdigheid zal leiden met het EU-recht, in het bijzonder artikelen 43, 49 en 56 van het EG-verdrag?

Tot slot vragen deze leden de Minister nogmaals toe te lichten op welke wijze de heffing over prijzen van buitenlandse internetspelen daadwerkelijk toegepast zal worden. Verwijzing naar het genoemde plan volstaat niet. Dat plan van aanpak zou een integraal handhavingtraject ten aanzien van (illegale) kansspelen op internet moeten schragen, maar behelst niet meer dan een simpele (KOI-) inventarisatie uit 2003 door de KLPD dat indertijd een mooi beginpunt geweest was voor een taskforce. De Minister van Justitie heeft daar echter niks mee gedaan. Genoemd plan is dan ook zo weinig toereikend dat gevreesd moet worden dat de Minister van Financiën de administratieve lasten die gepaard zullen gaan met het vaak lastige vaststellen van de binnenlandse danwel buitenlandse origine van de betreffende kansspelen danig onderschat. Graag een toelichting van de Minister daarop.

« Terug

Reacties op 'Inbreng bij wijziging wet kansspelbelasting'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari