Overleg over de pensioenwet

maandag 11 september 2006 11:31

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Voorzitter. Het is een erg goede zaak dat er een volkomen nieuwe pensioenwet ligt, want de oude uit 1954 en de vele daarop aangebrachte wijzigingen waren nodig aan vervanging toe. Mijn partij heeft grote waardering voor de zorgvuldige manier, waarop de regering tot de huidige voorstellen is gekomen. Vanuit het pensioenveld horen wij van alle kanten dat partijen vroegtijdig zijn betrokken bij de totstandkoming van de wet, wat het voorstel zeker ten goede is gekomen. Wij hebben daar waardering voor.
Pensioen is een ingewikkeld product, het vraagt mensen decennia in hun leven vooruit te kijken, wat allerlei onzekerheden met zich meebrengt: niet alle mensen zijn in de positie hierover rationele afwegingen te kunnen maken. Wanneer je het geld nu hard nodig hebt, lijkt de toekomst vaak minder relevant. Het is om deze reden belangrijk dat mensen automatisch een afdoend standaardpensioen opbouwen. Die standaardoptie moet voldoende inkomen opleveren, en moet weinig administratieve handelingen vragen. Heel belangrijk is vervolgens dat er goede voorlichting komt over wat er gebeurt met de pensioenopbouw. De informatie die deelnemers krijgen, moet helder en ondubbelzinnig zijn.
Wij zijn het in grote lijnen eens met de voorgestelde pensioenwet. Er is sprake van een duidelijke taak- en verantwoordelijkheidsverdeling binnen de driehoeksverhouding tussen werkgever, werknemer en de pensioenuitvoerder. De verschillende nota's van wijziging hebben eraan bijgedragen dat het wetsvoorstel evenwichtiger is geworden dan de oorspronkelijke versie. Een flink aantal amendementen die wij niet hebben ondertekend, maar die wij wel zullen ondersteunen, zal nog meer bijdragen aan een evenwichtige wet.
Maar met een aantal aspecten zijn wij minder blij, en ik zal ze noemen. Bij de schriftelijke voorbereiding zijn wij uitgebreid ingegaan op de witte vlekken. De grootte daarvan is maar in beperkte mate bekend, en de beschikbare informatie stamt uit 2001 en gaat alleen over de groep 25-65 jaar. Wij zijn blij dat het CBS volgend jaar met nieuwe gegevens komt, maar wij vragen ons af, waarom de regering, zonder precies inzicht te hebben in de gegevens, nu al overgaat tot het introduceren van een verplichte toetredingsleeftijd van 21 jaar. Dit is een inbreuk op de onderhandelingsruimte van sociale partners. Hoe verantwoordt de regering dat? Is de toetredingsleeftijd niet bij uitstek een punt waarover sociale partners zelf overeenstemming dienen te bereiken? Ik noem daarvan een voorbeeld. In de cao voor de zaterdagbestellers van TNT is niets terug te vinden over het pensioen, terwijl er in de normale cao voor postbodes veel bepalingen over zijn terug te vinden. Is het nu zo verkeerd dat dit verschil er is? Of hebben zaterdagbestellers, veelal studenten, geen behoefte aan de opbouw van pensioen? Hun echte carrière is immers nog niet begonnen. De nu voorliggende wetgeving maakt een vrije keuze onmogelijk. Waarom wordt gekozen voor die drempel van 21 jaar, en waarom niet voor bijvoorbeeld 23 jaar? Dat is een wat logischer leeftijd, gelet op het WML.

Mevrouw Van Oudenallen (Groep Van Oudenallen): Hoor ik u nu zeggen dat iemand op het moment dat zijn carrière begint pas hoeft in te stromen, en niet eerder?

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Nee, dat hoort u mij niet zeggen. Ik pleit ervoor dat jongeren die op hun 21ste naast de studie een zaterdagbaantje hebben, ervan af kunnen zien om dan al te beginnen met pensioenopbouw. Je moet dat aan de cao's overlaten.
Wij zijn benieuwd naar de uitkomsten van het overleg tussen ministerie en de diverse emeritaatfondsen. Is daarvoor een bevredigende oplossing gevonden? Sommige kleinere kerken hebben geen dekking, en zullen in grote financiële problemen komen wanneer zij onder de pensioenwet zullen vallen. De PKN heeft zijn zaken buitengewoon goed op orde, is een grote kerk en wil graag onder de Pensioenwet vallen, maar veel kleinere kerken hebben daarmee problemen. Is er hiervoor een bevredigende oplossing gevonden?
De fractie van de ChristenUnie vindt net als de minister dat er geen sprake kan zijn van een generieke regeling waarbij er geen recht is als de premie niet is betaald, maar vraagt zich wel af of de belangen van werknemers die een pensioenverzekering hebben, genoeg gewaarborgd is. Zij kunnen geconfronteerd worden met het principe van "geen premie betaald, dus geen aanspraken meer". Er ligt een amendement waarin ervoor wordt gepleit dat de werknemer langer de tijd krijgt om de zaak te repareren. Er is echter sprake van een zekere rechtsongelijkheid; bij een pensioenfonds hoeft een werknemer niet bang te zijn voor de gevolgen van dit principe, terwijl hij bij een pensioenverzekeraar wel met deze gevolgen kan worden geconfronteerd. De keuze voor een pensioenverzekeraar in plaats van een pensioenfonds is niet altijd de eigen keuze van de werknemer. Ik vraag de minister op dit punt te reageren.
Het is belangrijk dat er een zodanig financieel toetsingskader wordt ontworpen dat de financiële risico's die pensioenopbouw met zich meebrengt op een goede wijze zijn afgedekt. Ook de fractie van de ChristenUnie is er voorstander van dat de eenjaarshersteltermijn wordt omgezet in een driejaarshersteltermijn. Pensioenfondsen krijgen zo meer tijd om de financiën op orde te krijgen in het geval van problemen. Zij zullen bovendien minder snel genoodzaakt zijn om flinke premieverhogingen door te voeren. Het is een goede zaak als zulke premieverhogingen voorkomen kunnen worden, ongeacht of die een verder effect hebben, of dat dit puur beperkt blijft tot degenen die de premie moeten betalen. Als er sprake is van wanbeleid, moet het wel mogelijk zijn een kortere hersteltermijn op te leggen.
Over de voorlichting over pensioenen is erg veel te doen geweest. Voor ons is het belangrijk dat werknemers op een duidelijke en inzichtelijke manier op de hoogte worden gebracht van de status van hun pensioenopbouw. Het mag niet zo zijn dat mensen in kleine lettertjes moeten duiken om te kunnen begrijpen waar zij precies aan toe zijn. Wij zijn blij dat diverse pensioenfondsen een digitaal pensioenoverzicht opzetten. Deze ontwikkeling zal de toegankelijkheid van de beschikbare informatie aanzienlijk doen toenemen. Wij vragen steun van de minister voor deze ontwikkeling. Verleent hij zijn medewerking hieraan waar dat nodig is? De fractie is tot nu toe niet onder de indruk van de mogelijkheden die de minister ziet voor elektronische toepassingen. Mevrouw Verbeet gebruikte het woord "ouderwets" en ook ik had dat woord in mijn tekst staan.
De discussie die zich afspeelt rondom de CDC-regeling raakt volgens onze fractie aan de discussie over de voorlichting. Het is erg belangrijk dat alle deelnemers begrijpen waar zij aan beginnen, waar de risico's liggen en of er uiteindelijk een uitkeringsovereenkomst zal zijn of een premieovereenkomst. Wij steunen dan ook vanwege het belang van de werknemer het voorliggende voorstel van de minister.
De fractie van de ChristenUnie is nog steeds niet overtuigd van het nut en de noodzaak van twee toezichthouders. Het splitsen van het toezicht blijft onlogisch doordat er altijd sprake zal moeten zijn van afstemming en coördinatie met het oog op onduidelijkheid bij de betrokken partijen. De fractie vindt dat alle expertise moet worden ondergebracht bij De Nederlandsche Bank. Op korte termijn brengt dit misschien scholingskosten met zich mee, maar op de lange termijn zal dit absoluut kostenbesparend werken.

« Terug

Reacties op 'Overleg over de pensioenwet'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari