Bijdrage Eppo Bruins aan het algemeen overleg Fiscale beleidsagenda 2019

donderdag 27 juni 2019

Bijdrage Eppo Bruins aan een algemeen overleg met staatssecretaris Snel van Financiën

Kamerstuknr. 32140

De heer Bruins (ChristenUnie): Voorzitter.

Ik ga hink-stap-sprong door een paar aangelegen punten. We hebben een fors Belastingplan achter de rug – zo’n pakket zie je niet iedere dag – maar ook komend najaar kunnen we onze borst weer natmaken. Grote zaken, zoals de fiscale gevolgen van het pensioenak-koord en het klimaatakkoord, zullen hun weg moeten vinden naar het belastingplan. Mijn vraag is: ligt de Belastingdienst daarbij op koers? Er staan ook kleinere mooie zaken in het aankomende belastingplan, zoals de indexatie van de vrijwilligersregeling, die volgt op de motie van ChristenUnie-senator Peter Ester, een hogere accijns op tabak, het preventieakkoord van Staatssecretaris Blokhuis en de door mijn fractie fel begeerde invoering van een bronbelasting op rente en royalty’s. Zit de Staatssecretaris ook daarbij op koers? Gaat de uitvoering van de verhoging van het kindgebonden budget ook op rolletjes verlopen? Hoe staat het met het oplossen van de perikelen bij de erfbelasting?

Dan de lasten. De middeninkomens zijn al langsgekomen. De lasten voor de middeninkomens zijn in ons land hoog. Ik druk de Staatssecretaris nog maar eens op het hart om het basistarief in box 1 niet nog verder te verhogen maar juist te verlagen. Het zou prachtig zijn als dit in het aanstaande Belastingplan voor 2021 weer onder de 37% blijft liggen. Wat extra kleuring bij mijn oproep: in mijn fractie hebben we pas nog weer eens de ontwikkeling van de diverse heffingskortingen sinds 2001 bekeken. Als je die op je laat inwerken, zie je nogal wat. Met name de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting zijn de afgelopen jaren opgepompt met als gevolg dat de aloude progressie in box 1 is ingeruild voor de onzichtbare progressie dankzij de steeds steilere afbouwpaden. Enfin, de Staatssecretaris kent mijn zorgen over deze zaken. Daarom mijn oproep om tijdens de augustusbesluitvorming niet te grijpen naar de heffingskortingen, maar naar het eenvoudig houden, waarbij tarieven kunnen worden verlaagd en, waar nodig met behulp van toeslagen, de koopkracht van huishoudens die het zwaar hebben wordt gestut. Ziet de Staatssecretaris dit ook zo?

Voorzitter. Mijn fractie vindt het mooi dat de Staatssecretaris de handschoen van de belastinghervorming weer heeft opgepakt. Ik dank hem voor zijn bouwstenenbrief. Inderdaad is, zoals hij en het CPB schrijven, het volgende regeerakkoord het optimale policy window om een integrale hervorming te bewerkstellingen. Maar het zou fijn zijn als we zo’n herziening niet met onrealistische doelen belasten, zoals de ambtsvoorganger van deze Staatssecretaris in 2014 deed met zijn doel dat een herziening honderdduizend banen moest opleveren, terwijl dat in het model van het CPB onmiskenbaar tot meer in plaats van minder instru-mentalisering leidt. En dan nog kwam het kabinet, ondanks de opgepompte heffingskortingen, in de vorige regeerperiode niet verder dan 35.000 banen. Doe dat nooit meer, is mijn oproep, zo’n arbeidsparticipatiedoelstelling bij een herziening, want dat belast dit complexe vraagstuk nog eens extra.

Voorzitter. Als laatste de vermogensrendementsheffing. Er is al veel over gezegd. Het is en blijft forfaitair en daarmee kan je je eigenlijk niet tevreden stellen. Het is misschien wel perfect uitvoerbaar, maar het blijft een onding. Dat is jammer, maar er is genoeg over gezegd. Het is voornamelijk zuur voor ouderen met meer dan een ton op de bankre-kening, die alleen spaargeld hebben en geen aandelen. Die merken het vooral. Dat weten we en dat blijft wringen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoeveel huishoudens als gevolg van de vermogensrendementsheffing interen op hun vermogen omdat de belasting het rendement overstijgt.

Het Nederlandse stelsel waarin sparen en beleggen wel worden belast, maar vermogenswinst bij huizen en ander vastgoed niet, vergroot de huidige renteontwikkelingen uit. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om daar meer balans in aan te brengen? Ik weet dat dit zijn aandacht heeft in de bouwstenen, maar wat kan hij erover toezeggen?

Tot slot. Wat dit thema betreft val ik Menno Tamminga in zijn column eerder deze week helemaal bij. Hij constateert daarin dat de markt, aangejaagd door de ultralage rentepolitiek van Draghi, de vermogens – lees huizen – en beleggingen en schulden bedient, maar niet de inkomens. Mijn slotvraag is: wat kan en wil de Staatssecretaris doen om dat een beetje recht te buigen met rechtvaardig fiscaal beleid? Voorzitter, dank u wel.

De heer Snels (GroenLinks):

Toch ook maar even aan de heer Bruins als coalitiepartner een vraag. Als ik mij goed herinner was de afschaffing van de dividendbelasting een meloen. Ik kan me zelfs herinneren dat de heer Bruins het had over een ananas, toen het ging over de verlaging van de vennootschapsbelasting. Ziet de heer Bruins door de draai van de VVD de mogelijkheid om dit stuk fruit in de groenbak te kieperen?

De heer Bruins (ChristenUnie):

Misschien is het goed om een keer uit te spreken dat van alle paragrafen in het regeerakkoord ik misschien wel het meest trots ben op de belastingparagraaf. Gezien de ideologische verschillen tussen de vier partijen is wat we daar hebben neergezet nogal wat. Uit grondslagverbreding voor het bedrijfsleven wordt de verlaging van de vennootschapsbelasting betaald. De lasten voor de bedrijven gaan niet omlaag, ze gaan deze regeerperiode eerder omhoog. We pakken fiscaal spijbelen aan. We verschuiven de last op inkomsten naar consumptie. Er is lastenverlaging voor middeninkomens, voor gezinnen, en zelfs met het afschuwelijke basispad van Rutte II zien we toch dat de lasten voor de gezinnen niet stijgen. De groeiende kloof tussen een- en tweeverdieners wordt tot staan gebracht. Dat zijn zomaar even een paar krenten uit de pap in het huidige regeerakkoord. Ja, ik wil nog veel verder bij het volgende regeerakkoord. Maar de stappen die gezet worden, zijn stappen waarmee we als kleine partij op dit moment buitengewoon tevreden zijn. Ik heb eigenlijk helemaal geen behoefte om de fruitmand van stal te halen, zeker niet nu het afschaffen van de dividendbelasting niet doorgaat.

De voorzitter:

Dank.

Meer informatie

« Terug