Inbreng bij wijziging wet op het Hoger Onderwijs en Onderzoek

dinsdag 26 september 2006 10:57

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met weinig enthousiasme kennis genomen van het wetsvoorstel voor een nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek. Betreffende leden hebben in de eerste plaats grote moeite met het feit dat het verstrekkende systeem van bekostiging via de inzet van leerrechten ingevoerd is door middel van een wijziging op de oude wet, terwijl bepaalde voorwaarden voor de invoering van de leerrechten zijn opgenomen in voorliggend wetsvoorstel. Inmiddels is duidelijk dat deze voorwaarden door middel van een spoedwijzigingsvoorstel op de oude wet, alsnog versneld zullen worden geregeld. Daarnaast worden in voorliggend wetsvoorstel zelf al weer nieuwe wetswijzigingen aangekondigd. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering naar een eigen beoordeling van het verloop van het hele wetgevingstraject tot nu toe.

De leden van de fractie van de ChristenUnie willen bij de behandeling van dit wetsvoorstel overigens ook verwijzen naar hun inbreng bij het debat over de invoering van de leerrechten en hun uiteindelijk stemgedrag ten aanzien van dat wetsvoorstel. De kritiek die genoemde leden hebben geuit op onder andere de invoering van meer marktwerking in het hoger onderwijs, de veronderstelde mobiliteit van studenten en de noodzaak van een vaste bekostiging voor minder aantrekkelijke, maar maatschappelijk uiterst relevante opleidingen, geldt ook bij dit wetsvoorstel.

De bezwaren van de leden van de ChristenUnie-fractie bij voorliggend wetsvoorstel reiken echter verder. De leden constateren enigszins teleurgesteld dat de regering geen gebruik maakt van de gelegenheid om het grote culturele maatschappelijke belang van de hoger onderwijs instellingen te benadrukken. Al eerder hebben de leden van de ChristenUnie-fractie de regering gevraagd zich meer rekenschap te geven van het feit dat instellingen van hoger onderwijs meer doen dan het voorbereiden op een plaats op de arbeidsmarkt.
De leden van de ChristenUnie-fractie willen nog maar eens benadrukken dat doorbraken in de wetenschap niet ontstonden omdat die vernieuwing werd gepland, maar juist omdat alle voorwaarden voor nieuwsgierigheid, onbaatzuchtigheid en belangeloosheid aanwezig waren. Van zulk wetenschappelijk onderzoek kunnen onverwachte vruchten later voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling en vernieuwing van groot belang zijn. Daarom is het groot belang dat er voldoende ruimte over blijft voor vernieuwend, onafhankelijk onderzoek. In dit verband willen zij zich ten slotte aansluiten bij de kritiek van de Onderwijsraad dat er aan het wetsvoorstel geen breed gedeelde visie op het hoger onderwijs ten grondslag ligt, die kan rekenen op een groot draagvlak bij betrokken partijen.

Daarnaast vragen zij de regering expliciet in te gaan op de kritiek van de Onderwijsraad dat voorliggend wetsvoorstel de hoge kwaliteit miskent die instellingen tot nu toe hebben geleverd, bij toenemende studentenaantallen en teruglopende overheidsfinanciering.

Tevens vragen de leden van de ChristenUnie-fractie zich af of de wet wel het effect zal hebben dat het beoogt. Een van de hoofddoelstellingen is bijvoorbeeld het verminderen van de regeldruk vanuit de overheid, door middel van het invoeren van zorgplichten. De regering heeft in de Memorie van Toelichting grafieken opgenomen om te laten zien hoeveel regels er precies verdwijnen. De leden van de ChristenUnie-fractie zetten vraagtekens bij deze wijze van onderbouwing en vrezen dat, om de gewenste rechtszekerheid en duidelijkheid alsnog te krijgen, er op instellingsniveau een wirwar aan interne regelgeving zal ontstaan. Zij vragen in dat verband naar de verhouding tussen het accreditatieproces, de uitwerking van de verschillende zorgplichten, de plicht tot het opstellen van een vierjaarlijkse strategische plan en de aanwijzingsbevoegdheid van de minister? De leden van de ChristenUnie-fractie zouden het onwenselijk vinden wanneer deregulering vanuit de overheid leidt tot georganiseerd wantrouwen binnen de instellingen. Graag een reactie van de regering.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering naar de verhouding tussen de aanwijzingsbevoegdheid ex artikel 8.12 WHOO en de mogelijkheden van bekostigingssancties, verlies van accreditatie, dan wel een opdracht tot beëindiging van de opleiding vanwege ondoelmatigheid?

In algemene zin vragen de leden van de ChristenUnie-fractie naar de werking van de aanvullende voorwaarden zoals op diverse plaatsen genoemd in de Memorie van Toelichting. Deze criteria zullen bijvoorbeeld een grote rol gaan spelen bij het bepalen of de instellingen aan hun verplichtingen in het kader van de zorgplicht hebben voldaan. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of het dan niet wenselijk ware geweest deze criteria dan toch in de wet op te nemen, in plaats van deze secundair in de toelichting te noemen?

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben grote aarzelingen bij het centraliseren van de organisatiestructuur van de instellingen. Erkent de regering dat daarmee de afhankelijkheid- en vertrouwensrelatie tussen docent en student hiermee, tezamen met de mogelijkheid tot het flexibel inzetten van leerrechten wordt doorkruist? Graag een reactie van de regering op dit punt.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om de gemaakte keuze in artikel 8.9 nader toe te lichten. Zij vragen de regering waarom zij er niet gekozen heeft voor de variant waarbij de gevolgen van een negatief accreditatiebesluit voor twee jaar worden opgeschort?

De leden van de ChristenUnie-fractie vinden de houding van de regering ten aanzien van de wenselijkheid van behoud van het binaire stelsel onvoldoende duidelijk. Enerzijds stelt de regering te hechten aan de binariteit, tegelijkertijd constateren de leden van de ChristenUnie-fractie dat het onderscheid tussen hbo-instellingen en universiteiten verder vervaagt, bijvoorbeeld door de verandering van de titulatuur, de mogelijkheid van hogescholen universiteiten te worden en de mogelijkheid tot het aanbieden van promotieopleidingen door hogescholen. Zij vragen de regering de noodzaak daartoe nader te onderbouwen.

Ook ten aanzien van het verscherpte toezicht op de kwaliteit van de promotietrajecten en de onderzoeksomgeving vragen de leden van de ChristenUnie-fractie naar specifieke knelpunten op dit moment? Zij constateren dat de KNAW de taak krijgt het onderzoek periodiek te toetsen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering hoe zich dit verhoudt tot de huidige wijze van toetsing? Meer in het algemeen vragen de leden van de ChristenUnie-fractie naar de verschillende taken, rollen en posities van KNAW, NWO en TNO en de GTI’s?

« Terug

Reacties op 'Inbreng bij wijziging wet op het Hoger Onderwijs en Onderzoek'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari