Bijdrage Algemene Politieke Beschouwingen (tweede termijn)

donderdag 28 september 2006 16:18

André Rouvoet: Voorzitter. Ik heb in eerste termijn namens de fractie van de ChristenUnie de balans opgemaakt van de drie kabinetten-Balkenende. Ik heb ook geprobeerd om daarin balans aan te brengen. Dan heb ik het over evenwicht, die andere betekenis van het woord "balans", namelijk het vermelden van de plussen en de minnen. De minister-president is daar niet uitvoerig op ingegaan. Hij was bij vlagen toch ook weer een beetje die ondernemer die ik in mijn eerste termijn noemde: de ondernemer die op zijn balans alleen de bezittingen en niet de schulden opneemt en daarmee zichzelf en de rest van de wereld voor de gek houdt.

Ik laat dit verder voor wat het is. Ik heb duidelijk aangegeven dat er meer te zeggen valt dan de positieve kanten die ik ook onderken. Ik meen dat ik die recht heb gedaan, want ik vind dat het kabinet daar recht op heeft. Maar men dan ook oog voor die andere kant hebben. Daarom hebben wij opnieuw, ook bij deze begrotingsbehandeling, bij deze miljoenennota, een eigen tegenbegroting ingediend waarin wij accenten leggen en christelijk-sociale bijstellingen van het kabinetsbeleid hebben voorgesteld. De minister-president is daar kort op ingegaan. Ik heb daar op zichzelf begrip voor. Wij komen daar volgende week bij de financiële beschouwingen zeker uitvoeriger op terug.

Ik heb in het kader van de balans van de plussen en minnen, in het kader van de vraag waar nu wel en waar niet aan gewerkt is, een vraag gesteld over de passage in het regeerakkoord over de zogenaamde immateriële kwesties. Ik heb gevraagd waarom dat zo weinig prioriteit heeft gekregen. De minister-president heeft inderdaad iets gezegd over de evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap, maar de paragraaf waarnaar ik verwees, bevat natuurlijk meer concrete voornemens. Die zijn, dunkt mij, niet voor niets opgenomen. Mijn conclusie kan geen andere zijn dan dat het stilzwijgen van de minister-president op dat punt tot mijn oprechte spijt bevestigt dat de daarin opgenomen kwesties in het totaal van het kabinetsbeleid echt onvoldoende of geen prioriteit hebben gehad.

Ik heb in eerste termijn ook het een en ander gezegd over armoede. Ik heb tijdens interrupties op het betoog van collega Verhagen gewezen op het zwartboek "leven in armoede". Ik heb opgemerkt dat daar meer over te zeggen valt dan dat wij "gelukkig een heel eind gekomen zijn".

Die armoede waarin veel mensen nog steeds leven, heeft te maken met de huurprijzen, met de huurtoeslag en hoe die soms naar beneden is gegaan voor de mensen. Die armoede heeft te maken met de vormgeving van de langdurigheidstoeslag, met hoge zorgkosten en noem maar op. Ook op deze punten bevat de tegenbegroting van de ChristenUnie diverse maatregelen. Wij komen daar natuurlijk op terug bij de financiële beschouwingen, bij de behandeling van de begroting van Volkshuisvesting en bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken.

Nu wil ik alvast het volgende zeggen. Het kabinet hamert erop dat werk de beste remedie is tegen armoede, en daarin kan mijn fractie het kabinet bijvallen, maar er zijn ook mensen die weinig of geen kans hebben op werk. Sterker, er zijn mensen die niet kunnen werken. Collega Bos heeft reeds een motie ingediend met betrekking tot de WIA. Ik doel nu met name op de Wajonggerechtigden. Zoals terecht in de begroting van Sociale Zaken staat, zijn vrijwel alle Wajong'ers volledig arbeidsongeschikt. Voor hen is werk dus geen remedie tegen armoede. Zij kunnen er niets aan doen. Zij hebben geen kans op een baan en doordat deze mensen langdurig op het sociaal minimum verkeren, is een aanvullende inkomensmaatregel, een langdurigheidstoeslag, volgens mijn fractie dringend gewenst. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer, gehoord de beraadslaging,

overwegende dat werk de beste remedie is tegen armoede;

overwegende dat vrijwel alle Wajonggerechtigden volledig arbeidsongeschikt zijn;
van mening dat voor jonggehandicapten die langdurig op het sociaal minimum leven een aanvullende inkomensmaatregel gewenst is;

verzoekt de regering een toeslag in te voeren voor jonggehandicapten die langer dan drie jaar op het sociaal minimum verkeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rouvoet. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (30800).

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Nederland werkt, is het devies van het kabinet, maar nog niet iedereen die wil, is aan het werk. Groepen als ouderen en herintreders hebben relatief weinig kansen op de arbeidsmarkt. Daar moet wat aan veranderen. Ook hier verwijs ik weer naar de tegenbegroting en het onder andere daarin vervatte voorstel van de ChristenUnie voor een specifieke afdrachtskorting voor ouderen richting de werkgevers. Wij pleiten daar al jaren voor.

Ook de aanpak van jeugdwerkloosheid is een punt van aandacht. Via deTaskforce Jeugdwerkloosheid is die aanpak inmiddels een succes geworden. Die aanpak verdient wat ons betreft navolging voor andere doelgroepen. Allereerst denk ik daarbij aan de 45-plussers. Er is een regiegroep Grijs Werkt. Deze regiegroep is nog een beetje onzichtbaar. Die zou niet alleen krachtig moeten strijden voor meer arbeidsparticipatie door ouderen, maar ook tegen werkloosheid onder 45-plussers. Daarom dien ik graag mede namens de heer Verhagen de volgende motie in.

De Kamer, gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ongeveer 230.000 45-plussers bij het CWI als werkzoekend staan ingeschreven;

overwegende dat de kans op een baan in het eerste halfjaar van werkloosheid voor deze groep minder dan 10% is en daarna alleen maar afneemt;

van mening dat de komende jaren steeds meer mensen nodig zijn op de arbeidsmarkt en dat 45-plussers daarbij niet gemist kunnen worden;
overwegende dat er een regiegroep Grijs Werkt is, die in 2004 voor drie jaar is benoemd;

verzoekt de regering de regiegroep Grijs Werkt te continueren en deze, naar analogie van de aanpak van de jeugdwerkloosheid, als prioritaire doelstelling mee te geven de werkloosheid onder 45-plussers terug te dringen,
en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rouvoet en Verhagen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 33 (30800).

De heer Rouvoet (ChristenUnie):
Dan de herintreders, met name de herintredende vrouwen die langere tijd niet hebben geparticipeerd op de arbeidsmarkt. Ook die hebben relatief veel moeite om weer een baan te vinden. Kortheidshalve zeg ik dat ook dat moet veranderen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen die lange tijd niet actief zijn geweest op de arbeidsmarkt minder kans hebben op een baan;

van mening dat de komende jaren steeds meer mensen nodig zijn op de arbeidsmarkt en dat herintreders daarbij niet gemist kunnen worden;

verzoekt de regering het in dienst nemen van herintreders die ten minste vier jaar lang niet op de arbeidsmarkt hebben geparticipeerd te stimuleren,
bijvoorbeeld door het instellen van een eenmalige afdrachtskorting,
en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rouvoet. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 34 (30800).

De heer Rouvoet (ChristenUnie):
De discussie over de heffingskorting bevalt mij niet, omdat er te veel de suggestie inzit dat er mensen die zomaar blijven thuiszitten. En daar komen termen vandaan als "een aanrechtsubsidie". Het is niet voor niets dat mijn fractie gericht voorstellen doet op het gebied van het arbeidsmarktbeleid. Ik heb er net twee ingediend, waaronder een voorstel over herintredende vrouwen. Wat wij niet moeten hebben, is een strafkorting voor mensen die zich vaak om goede redenen -- en dan denk ik aan mantelzorg en vrijwilligerswerk dat zij doen -- al een tweede inkomen ontzeggen, want dat is hier aan de orde. En die krijgen dan ook nog een strafkorting van €2000 op jaarbasis. Ik kijk op dit punt met name in de richting van de fractie van het CDA die zich nu heeft gevoegd bij de fracties van de VVD, D66 en GroenLinks die dit een modern gezinsbeleid noemen. De heer Verhagen zei in zijn bijdrage: bij het CDA weten de mensen waar zij aan toe zijn. En zo is dat ook als het gaat om het kwijtraken van de heffingskorting!
Er is al veel gesproken over de no claim. Collega Bos heeft mede namens mij een motie daarover ingediend. De minister-president had vooral procedureeltechnische bezwaren die door de zorgverzekeraars niet worden gedeeld. Bovendien maken wij wel vaker noodwetjes als wij vinden dat het echt nodig is. Ik herinner mij nog een debat over de bolletjesslikkers. Binnen een maand was het wetsvoorstel daarover hier door de Kamer. Het kan dus heel snel, als wij het maar echt willen.

Maar mij viel op dat de minister-president de no-claimregeling ook heeft verdedigd vanuit, nota bene, de solidariteitsgedachte, terwijl steeds meer partijen ontdekken dat deze regeling per definitie onsolidair en onrechtvaardig is. Dat moet nog een boeiend gesprek tussen de heren Verhagen en Balkenende kunnen opleveren! Vandaar mijn handtekening onder de motie van collega Bos.

Misschien mag ik afsluiten met een verzuchting die mij heeft bereikt van buiten deze zaal. Mensen begrijpen dat politieke partijen in het parlement verschillen in idealen en politieke wensen; dat is zelfs de essentie van democratie. Maar dat wij regelmatig, ook in dit debat, stevige meningsverschillen hebben over feiten en daarover zelfs bekvechten, snappen burgers, kijkers en kiezers niet. Daarvan waren vandaag verschillende voorbeelden: de omvang van een groep die door een regeling al dan niet zou worden bevoordeeld et cetera. Zoiets blijft dan in de lucht hangen en aan het eind weten we nog niet of het er 750 of 12.000 zijn -- en daar zit nogal wat tussen! Het gaat dan over de interpretatie van CPB-cijfers en de kleine lettertjes met betrekking tot het werkgelegenheidsbeleid, waarvan ineens wordt gezegd dat die in dit debat niet moeten worden besproken. Maar ik denk dat dit voor de mensen heel relevant is. Ik vind het nogal onbevredigend dat wij er niet in slagen om het over de feiten eens te zijn; daarna kunnen we eventueel stevig in debat gaan over wat we ermee willen gaan doen. Dit helpt allemaal niet bij het noodzakelijke herstel van vertrouwen.

Ik realiseer me dat dit het eerste echte verkiezingsdebat was; in de kranten is het ook zo genoemd. In de schorsing zag ik collega Rutte zelfs voor de camera allerlei redenen vertellen om vooral op zijn partij te stemmen. Ik had niet de indruk dat dat het onderwerp van dit debat was, maar het was wel erg typisch. Ik miste op enig moment zelfs de buttons en posters. Dat is allemaal jammer. Het ging wat veel over verkiezingsprogramma's en dus zijn er vele goede en mooie voorstellen langsgekomen, die ik graag had gesteund als ze in moties waren verschenen, ook van de coalitiepartijen. Ze waren echter vooral voor de campagne bedoeld, niet voor de aanpassing van de miljoenennota; en dat is toch wel het onderwerp van dit debat. De kranten signaleerden ook nogal wat jij-bakken en oproepen om nu toch eens eerlijk te zijn. Dat vond ik ook curieus.

Ik ben misschien naïef, maar ik ga er graag van uit dat anderen wellicht andere opvattingen hebben, maar wel eerlijk en integer zijn. Het is echt een beetje raar om elkaar op te roepen "nu toch eens eerlijk" te zijn; dat suggereert dat we dat in de rest van onze parlementaire werkzaamheden niet zijn. Dat moesten we maar niet doen.

De heer Herben (LPF):
Voorzitter. Dat welles-nietesspelletje heeft mij ook gestoord. De heer Rouvoet stipte dat terecht aan, ik meldde dat ook in mijn inbreng. Het komt inderdaad doordat de verkiezingsprogramma's deze discussie hebben doorkruist, maar in feite dient de Kamer de regering te controleren. We mogen er dus van uitgaan dat de cijfers die de regering heeft verstrekt, kloppen. Als dat niet het geval is, moet hij een motie van wantrouwen indienen. Ik ga er vooralsnog van uit dat de cijfers die de regering heeft verstrekt, kloppen en dat er dus geen sprake van een welles-nietesspelletje hoeft te zijn.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):
De praktijk van dit debat heeft uitgewezen dat dit iets ingewikkelder ligt en dat het vaak gaat om de interpretatie van cijfers: mevrouw Halsema wees op de CPB-cijfers over de werkgelegenheid, het kabinet vond dat in dat geval de kleine lettertjes erbij moesten worden betrokken, wat niet zou passen in dit debat. Het is onbevredigend dat we het niet over de feiten eens kunnen worden. Mijn fractie heeft ervoor gekozen om voorstellen, die natuurlijk ook in ons verkiezingsprogramma staan, onder te brengen in een tegenbegroting op deze miljoenennota. Zo hoort dat ook volgens mij. Daarbij gaat het om een eerlijkere verdeling van de lasten en een rechtvaardigere compensatie voor mensen die extra en onevenredig hebben bijgedragen. Die boodschap kun je met volle overtuiging uitdragen; politiek is immers een kwestie van vertrouwen.

Bijna iedereen sloot af met een citaat. Ik had mij daar niet voor geprepareerd, maar laat ik putten uit het bundeltje met poëzie in de Tweede Kamer waarnaar al eerder werd verwezen. Ik heb daar ook een mooi plaatsje in gekregen, samen met u, voorzitter, in het laatste citaat. Het ging over een ander onderwerp, maar is kennelijk als zeer poëtisch opgevat:

"De voorzitter:
Wilt u afronden?

De heer Rouvoet (ChristenUnie):
Dat wil ik niet, maar ik zal het toch doen."

Bron: ongecorrigeerd stenogram

Zie ook:

« Terug

Reacties op 'Bijdrage Algemene Politieke Beschouwingen (tweede termijn)'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari