Bijdrage overleg over mensenhandel; Somalische kinderen

donderdag 31 augustus 2006 11:49

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie) vindt de richtlijn die minister
Bot heeft opgesteld naar aanleiding van het interpellatiedebat van afgelopen februari uitstekend. Toch blijven er enkele vragen over.

De minister noemt voor de afhandeling van een aanvraag van een paspoort een maximumtermijn van acht weken. Die termijn blijkt in de praktijk lang niet altijd gehaald te worden. Soms duurt de afhandeling zelfs tot wel acht maanden. In de tussentijd zijn de kinderen aan hun lot overgelaten. Hoe kan er zo’n enorm verschil in theorie en praktijk zijn?

Verder schrijft de minister dat de ambassade nooit klachten ontvangt over
de toegankelijkheid van de ambassade. Klachten daarover zijn er wel
degelijk. Bovendien zullen mensen die niet toegelaten worden tot de
ambassade, ook niet in staat zijn daar hun klachten te deponeren.
De regels zijn goed, maar worden ze nageleefd?

In welke gevallen worden de reiskosten naar Nederland aan minderjarigen
voorgeschoten?

Mevrouw Huizinga is blij dat de meeste kinderen een verblijfsvergunning
hebben gekregen. Er zijn echter nog vier minderjarigen waarbij het niet
duidelijk is of zij zo’n vergunning krijgen. Hoe lang duurt het «vooralsnog
»? De minister voor Vreemdelingenzaken ontraadt het aannemen van de
motie-Huizinga-Heringa, omdat die volgens haar «een zeker automatisme
» inhoudt Als dat automatisme er wel was geweest, was er dan in de
voorliggende gevallen sneller dan nu tot een beslissing gekomen?

«Een zeker automatisme» betekent volgens mevrouw Huizinga-Heringa
niet dat er geen rekening gehouden kan worden met contra-indicaties of
bijvoorbeeld een gevaar voor de openbare orde. Zij vraagt de minister, het
uitgangspunt te hanteren dat kinderen die slachtoffer zijn van achterlating
een verblijfsvergunning krijgen, tenzij er contra-indicaties zijn. Worden ten
slotte de daders strafrechtelijk aangepakt?

Nadere gedachtewisseling
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie) blijft twijfels houden bij de
lange afhandelingstermijnen, ondanks de verklaringen die daarvoor zijn
gegeven. Zij begrijpt echter dat de zaken soms erg ingewikkeld zijn.
Als vaststaat dat jongeren slachtoffer zijn van mensensmokkel en zij tegen
hun zin in Somalië verblijven en ook de identiteit is vastgesteld, ligt het
voor de hand dat een verblijfsvergunning wordt gegeven, tenzij er een
contra-indicatie is, bijvoorbeeld als de openbare orde in gevaar zou
komen bij toekenning van een verblijfsvergunning. Als dit het beleid van
de minister is, zou zij daarmee de motie-Huizinga-Heringa uitvoeren.



De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie meldt dat
mevrouw Huizinga-Heringa en zij elkaar kunnen vinden op de inhoud van
de motie-Huizinga-Heringa, maar niet op de manier waarop die zou
moeten worden uitgevoerd. Als er sprake is van een vergelijkbare situatie
als die van de 25 kinderen, wordt er een verblijfsvergunning gegeven na
een individuele afweging. De minister wil geen automatisme inbouwen.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage overleg over mensenhandel; Somalische kinderen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari