Vragen over artikel 3.64 Wet inkomstenbelasting 2001

donderdag 12 oktober 2006 10:50

Vragen van de leden Slob en Rouvoet (beiden ChristenUnie) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Financiën over artikel 3.64 Wet inkomstenbelasting 2001. (Ingezonden 12 oktober 2006)

1 Is het u bekend dat bedrijfsverplaatsingen ter bevordering van de herstructurering van de landbouw en de ontwikkeling van de natuur, zoals de concentratie van de intensieve landbouw en de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), voor een gedeelte moeizaam verlopen of niet van de grond komen, omdat de, vaak in beginsel vrijwillige, verkoop van het bedrijf in fiscale zin niet wordt aangemerkt als zijnde het directe gevolg van overheidsingrijpen in de zin van artikel 3.64, vierde lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001), omdat er nog steeds geen Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is als bedoeld in artikel 3.64, vierde lid, onderdeel b, en omdat artikel 3.64, vierde lid, onderdeel c, nog altijd niet van kracht is?

2
Klopt het dat de Europese Commissie
bij beschikking van 25 januari 2006 de
toepassing van de verruimde
herinvesteringsreserve bij
gebruikmaking van de Regeling
Beëindiging Veehouderijtakken (RBV)
heeft aangemerkt als zijnde
«staatssteun-proof»? Zo ja, waarom
is tot op heden nog steeds de AMvB,
waarin deze regeling is opgenomen,
niet uitgevaardigd?

3
Bent u bereid om agrarisch
ondernemers die sinds 2001 in het
kader van de RBV hun bedrijf hebben
verplaatst of zijn omgeschakeld naar
een andere bedrijfstak eventueel met
terugwerkende kracht gebruik te laten
maken van de betreffende fiscale
faciliteit? Zo neen, waarom niet?

4
Klopt het dat de gewenste verruiming
van de herinvesteringsreserve bij
gebruikmaking van de RBV pas op
27 augustus 2002 bij de Europese
Commissie is aangemeld? Indien dat
zo is, waarom is deze aanmelding na
de behandeling van de Wet
ondernemerspakket 2001 in 2000
bijna twee jaar blijven liggen?

5
Zijn na de goedkeuring van de RBV
door de Europese Commissie
inmiddels andere regelingen ter
goedkeuring voorgelegd aan de
Europese Commissie? Zo ja, welke?
Zo neen, waarom is hier sinds
25 januari 2006 alweer zoveel tijd
overheen gegaan? (1)

6
Deelt u nog steeds de mening, zoals
medegedeeld in het algemeen
overleg over de Nota Fiscaliteit,
landbouw en natuurbeleid van
6 oktober 20032, dat niet méér dan
één regeling tegelijk kan worden
aangemeld? Zo ja, waarom?

7
Denkt u na de goedkeuring van de
RBV dat de andere genoemde
regelingen, bijvoorbeeld de
grootschalige EHS, op afzienbare
termijn ook door de staatssteuntoets
zullen komen? Zo neen, hoe kan er
dan op andere wijze invulling worden
gegeven aan de fiscale ondersteuning
van de gewenste herstructurering van
de land- en tuinbouw?

8
Acht u het strikt noodzakelijk dat de
regelingen, waarvan opname in de
bovengenoemde AMvB wordt
beoogd, elk voor goedkeuring aan de
Europese Commissie worden
voorgelegd? Zo ja, waarom is dat zo?
Kunt u dan de toezegging doen dat zij
een extra inspanning zullen plegen
om bij de Europese Commissie
gedaan te krijgen dat de andere
regelingen op zo kort mogelijke
termijn zullen worden goedgekeurd? (3)

9
Deelt u de mening dat, als onder
«overheidsingrijpen» mede wordt
verstaan het «indirecte»
overheidsingrijpen als door de Hoge
Raad bedoeld in zijn arrest van
17 september 20044, een deel van de
bij vraag 1 bedoelde belemmeringen
kan worden opgeheven, doordat dan
ook verkopen die in beginsel vrijwillig
plaatsvinden, van bedrijven in
bijvoorbeeld reconstructiegebieden in
een deel van de gevallen – namelijk
indien die bedrijven door
bestemmingsplanwijzigingen in de
nabije omgeving anders «op slot»
komen te zitten – kunnen worden
aangemerkt als zijnde het gevolg van
overheidsingrijpen?

10
Klopt het dat de Belastingdienst het
oordeel van de Hoge Raad in het
hierboven genoemde arrest inzake
het «indirect» overheidsingrijpen, niet
van toepassing acht onder de
werking van de Wet IB 2001?

11
Bent u bereid als uw standpunt
bekend te maken dat het oordeel van
de Hoge Raad in voornoemd arrest
ook betekenis heeft voor de uitleg
van artikel 3.64, vierde lid, onderdeel
a, Wet IB 2001, nu uit de
parlementaire geschiedenis blijkt dat
met die bepaling slechts een
«codificatie» en «verduidelijking» en
géén inperking is beoogd van het tot
dan toe gevoerde beleid als
gepubliceerd in de Resolutie van
25 augustus 1992? (5)

12
Kunt u, gelet op het voorgaande,
concreet aangeven hoe zal worden
voorkomen dat wederom zoveel tijd
verloopt tussen de goedkeuring van
de wet en de verkrijging van de
goedkeuring van de Europese
Commissie, voor een aantal
specifieke maatregelen in het
«landbouwpakket» voor de nota
«werken aan winst»? (6)

13
Bent u bereid bovenstaande vragen
voor het wetgevingsoverleg over het
Belastingplan 2007, dat geagendeerd
staat voor maandag 23 oktober 2006,
te beantwoorden?

Bronnen
1 Hierbij zij er aan herinnerd dat bij de
parlementaire behandeling van de Wet
ondernemerspakket 2001 en het belastingplan
2002 de volgende regelingen zijn genoemd: de
Nitraatrichtlijn, de regeling
structuurverbetering glastuinbouw, de
opkoopregeling, de Ecologische
Hoofdstructuur (EHS) en de Strategische
Groenprojecten (SGP).
2 Kamerstuk 28 207, nr. 5, vergaderjaar
2003–2004.
3 Hierbij zij opgemerkt dat de
herinvesteringsreserve een regeling voor
(slechts) belastinguitstel is en dat een deel van
de herstructureringsmaatregelen die
Nederland wenst te realiseren ook
overeenkomt met Europese doelstellingen
(bijvoorbeeld de Nitraatrichtlijn).
4 Nr. 39779, LJN nummer AR2318.
5 Nr. DB 92/3157, BNB 1992/313.
6 Kamerstuk 30 572, nr. 9, vergaderjaar
2005–2006.

« Terug

Reacties op 'Vragen over artikel 3.64 Wet inkomstenbelasting 2001'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari