Bijdrage debat economische zaken

woensdag 18 oktober 2006 10:53

De heer Slob (ChristenUnie):
Voorzitter. Gezien de beperkte spreektijd wil ik mij beperken tot drie punten. Ik verloochen mijn afkomst niet, want spreken in drie punten is in mijn kring wel gewoon.

Ik wil allereerst iets zeggen over de highlights, die in de begroting van EZ zijn terug te vinden. In één oogopslag krijg je een indruk van de maatregelen die het afgelopen jaar zijn genomen om de economische groei te bevorderen. Het gaf de fractie van de ChristenUnie een goed gevoel dat hierin ook de innovatieregeling voor de scheepsbouw staat. De heer Aptroot refereerde hier al aan. Het heeft mij ongeveer twee begrotingsjaren gekost om het probleem van het level playing field in deze sector tot het kabinet te laten doordringen. Het stemt mij ook tot oprechte dankbaarheid dat het dus eindelijk gelukt is. Dit geeft ook weer wat moed voor de toekomst als het om andere onderwerpen gaat. Er is nu voor de komende jaren 60 mln. beschikbaar gekomen voor de scheepsbouw. De aanhouder wint! Als het om volhouden gaat, vraag ik nog wel aandacht voor een door mij ingediende en vorig jaar Kamerbreed aangenomen motie, waarin de ChristenUnie heeft aangegeven, dat er iets moest gebeuren aan het grote probleem van het zwartwerken in de bouw. Ik constateer dat het kabinet nog steeds met de branche in gesprek is over de ernst van dit probleem. Wij weten dat dit probleem er is en dat er iets aan moet gebeuren. Als het allemaal weer zo lang gaat duren, dan hoeft het op een bepaald moment niet meer. Graag wil ik de stand van zaken weten en wil ik dat dit kabinet, dat een lik-op-stukbeleid voorstaat, actie onderneemt.

Mijn tweede punt betreft RFID. Het kabinet heeft op mijn verzoek, en gesteund door de Kamer, kortgeleden de notitie "RFID in Nederland" naar de Kamer gestuurd. RFID kan als technologie veel voordeel opleveren voor onder meer het bedrijfsleven. Er kleven echter ook wel wat nadelen en risico's aan RFID, die in de notitie in kaart zijn gebracht. Ik ben door de notitie niet helemaal gerustgesteld. Het kabinet erkent dat er privacy-, veiligheids- en gezondheidsrisico's kleven aan RFID, maar bagatelliseert deze wel enigszins en stelt in elk geval geen concrete maatregelen voor om ze te beheersen. Ik vind dat in de notitie iets te gemakkelijk wordt gesteld dat de mogelijke risico's van RFID niet nieuw zijn en dat mensen al lang gevolgd kunnen worden, bijvoorbeeld via hun mobiele telefoon en dat hun aankopen al lang worden geregistreerd via klantenkaarten. Dat zijn niet de argumenten op basis waarvan wij met elkaar over deze technologie moeten praten. Wij moeten niet achterover leunen. Het is positief dat er een interdepartementale werkgroep wordt ingesteld. Er zit dus wel wat beweging in het onderwerp. Ik constateer ook dat het kabinet wacht totdat het College bescherming persoonsgegevens volgende maand met een notitie over dit onderwerp komt. Laten wij dat moment gebruiken om er inhoudelijk verder over te spreken. Ten aanzien van de privacy moeten wij wat verdere stappen zetten. Ik zou het ook op prijs stellen als er maatschappelijk debat over dit onderwerp zou ontstaan. Misschien kan dit worden geëntameerd.

Mijn derde punt betreft de Winkeltijdenwet. Dit onderwerp krijgt nu opeens de aandacht omdat de evaluatie er eindelijk is. Mijn fractie is er toch wel van geschrokken dat uit de evaluatie blijkt dat de handhaving in de praktijk niet altijd plaatsvindt. Dit is geen kabinet van gedogen en dus moet er iets gebeuren. Ik verzoek het kabinet dan ook om aan te geven wat het gaat doen om ervoor te zorgen dat gemeenten de handhaving daadwerkelijk inhoud geven.

Ik sluit mij aan bij wat de woordvoerder van de CDA-fractie heeft gezegd over de toeristische regimes. Ik weet zeker dat ook de heer Van der Vlies daarover nog iets zal gaan zeggen. Volgens de evaluatie maken gemeenten op een onelegante manier gebruik van het toeristische regime door hun hele gemeente als toeristisch gebied te bestempelen. Wij vinden dat het tegen de wet is. Als iets tegen de wet is, moet er worden opgetreden. Als de wet onduidelijk is, moet die onduidelijkheid in de formulering worden weggenomen.

Ten slotte vraag ik aandacht voor de bescherming van het winkelpersoneel. Uit onderzoeken blijkt dat 79% van het winkelpersoneel niets voelt voor verdere uitbreiding van het aantal koopzondagen. Ook deze mensen hebben recht op een rustdag voor sociale activiteiten en gezinsactiviteiten. Ik vind dat een heel belangrijk argument om niet nu opeens deuren verder open te gooien, in de trant van: de beperking tot twaalf koopzondagen kan wel weg, laten wij het maar helemaal vrij geven en de keuze bij de winkeliers leggen.
De kleine winkelier zou daar met name het slachtoffer van worden en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

De heer Aptroot (VVD):
Ik wil u dezelfde vraag stellen die ik ook al aan de heer Van Dam heb gesteld, maar hij gaf geen antwoord. Jammer, maar ik ken de heer Slob als iemand die wel rechttoe, rechtaan is en gewoon antwoord geeft. U wilt heel strikt omgaan met toeristisch gebied. Betekent dit dat u de opening op zondag wilt verbieden voor het centrum van Den Haag, Rotterdam en Delft? Wilt u dat de betrokken ondernemers en dat de daarmee verbonden werkgelegenheid het verder kunnen schudden?

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik vraag op dit moment, uitgaande van een bestaande wet, niet meer en niet minder dan dat er in de praktijk wordt gehandhaafd wat wij met elkaar hebben afgesproken. Leest u de evaluatie, mijnheer Aptroot, u hebt hem gekregen. In de evaluatie staat dat er gemeenten zijn die onelegant omgaan met wat een leemte in de wet is. Dan vind ik dat wij het daar met elkaar over moeten hebben. Uw opvatting is bekend, u wilt alles vrijgeven. Dat is uw goed recht, maar u zult het ook met ons eens moeten zijn dat wij dit kabinet, waar ook de VVD deel van uitmaakt, mogen aanspreken op handhaving van de bestaande wet, zolang er nog geen nieuwe wet is. Ik hoop bovendien dat een wet zoals u die wilt, er nooit zal komen.

De heer Aptroot (VVD):
Voorzitter. Ik moet mijzelf corrigeren. Ik zei dat de heer Van Dam geen antwoord had gegeven, maar het was de heer Ten Hoopen die ik daarop aansprak. Maar de heer Slob geeft ook geen antwoord. Dan moet hij consequent zijn en zeggen: in al die gemeenten kan de opening op zondag niet meer doorgaan.

De heer Slob (ChristenUnie):
Laten wij Den Haag als voorbeeld nemen. Scheveningen was het gebied dat als toeristisch kon worden aangemerkt op het moment dat de wet in werking trad. Wij moesten toen immers uitgaan van de situatie die wij hadden op dat moment. Het gemeentebestuur van Den Haag heeft vervolgens besloten om dan maar heel Den Haag te verklaren tot toeristisch gebied. Men zag immers dat andere gemeenten dat ook deden. Zo zie je dat men elkaar maar achterna holt als de wet ruimte biedt voor een uitbreiding. Op een bepaald moment hebben wij dan de situatie die u beoogt: dat heel Nederland iedere zondag de winkels openzet. En dat kan dus niet de bedoeling zijn. Wij willen graag strikte handhaving van de wet. Gebieden die echt een toeristisch gebied zijn, kunnen zich beroepen op de wet en meer dan 12 zondagen open zijn en andere gebieden kunnen dat niet. Als gemeenten daar de hand mee lichten, dan moeten wij dus handhaven.

De heer Aptroot (VVD):
Ik dank de heer Slob voor de duidelijkheid. Ik begrijp dus dat het centrum van Den Haag op het centrum niet meer open mag. Boekhandel Paagman aan de Frederik Hendriklaan mag ook niet meer open. U wordt bedankt namens de ondernemers en namens alle werkenden die straks werkloos worden.

De heer Slob (ChristenUnie):
Het is wel heel erg bijzonder dat de VVD, die er altijd zo ontzettend prat op gaat dat bestaande wetten strikt gehandhaafd moeten worden, nu in deze situatie zegt: hier kan het ook wel even anders, want er zijn economische belangen die het naar onze mening rechtvaardigen om de hand te lichten met de wet die er is. Zo ken ik de VVD niet en zo wil ik de VVD eigenlijk ook niet kennen, maar het is wel duidelijk waar de heer Aptroot voor kiest.

Ik zou ook willen weten hoe hij de positie ziet van al die mensen die werken in die winkels. Ik zei net al dat 79% van het winkelpersoneel heeft aangegeven, graag gebruik te willen maken van een vrije dag en rust te willen hebben voor sociale activiteiten en voor gezinsactiviteiten. Daar heeft de heer Aptroot geen oog voor. Hij kiest voor de shoppende burger en laat deze mensen letterlijk en figuurlijk in de kou staan. Sterker nog, hij schuift er zelfs de wet voor aan de kant.

Tweede termijn
De heer Slob (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik dank beide bewindspersonen voor de beantwoording in eerste termijn. Het is goed dat wij een aantal begrotingsthema's hebben doorgesproken. In het kader van het sprinkhanendebat leidde dat zelfs tot een inkijkje in de vroegere werkzaamheden van de minister. Dat is interessant, hoewel het vakantiewerk nog ontbrak. Het gaf een beeld van de achtergrond van deze minister. Het was goed dat wij over de begroting debatteerden, maar wij moeten de impact van onze discussies ook niet groter maken dan hij is. Over vijf weken zit hier een demissionair kabinet en kan er heel veel veranderen.

Mijn fractie vindt het teleurstellend dat de missionaire kabinetten-Balkenende II en III rond de Winkeltijdenwet niet verder zijn gekomen dan doorschuiven. De staatssecretaris verschuilt zich te gemakkelijk achter meningsverschillen in het veld. Wij hebben gisteren en ook zojuist weer collega Aptroot gehoord. En daarop zit het gewoon vast: er is een enorm verschil van mening tussen de coalitiepartners. Dat betekent dat de handhaving van de huidige wet wordt geblokkeerd, hetgeen wij uitermate teleurstellend vinden. Ik roep de staatssecretaris nogmaals op om serieus werk te maken van de handhaving van de op dit moment geldende wet. Op een later moment komen wij dan wel te spreken over aanscherpingen, waarover mijn fractie duidelijke opvattingen heeft, met name als het gaat om het toeristisch regime.


Bron: ongecorrigeerd verslag

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat economische zaken'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari