Bijdrage debat begroting NAAZ 2007

woensdag 20 december 2006 11:35

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):
Voorzitter. Niets dan lof voor deze minister die heeft verklaard in het kabinet te willen blijven omdat de situatie op de Nederlandse Antillen en Aruba hem zou nauw aan het hart ligt. Niets dan lof omdat een wisseling van ministers zo kort voor de vorming van een nieuw kabinet tot extra vertraging in de aanpak van de grote problemen zou hebben geleid. Ik zeg opzettelijk "extra", want het proces van staatkundige vernieuwing en de aanpak van verschillende deelproblemen op het gebied van deugdelijk bestuur, rechtshandhaving, armoedebestrijding, onderwijs, gezondheidszorg en sociale zekerheid loopt voortdurend vertraging op.
Bij de begrotingsbehandeling vorig jaar lagen twee richtinggevende moties ter tafel. Beide moties spraken zowel over de toekomstige staatkundige verhoudingen als over de aanpak van deelproblemen en schuldsanering.

Mijn fractie was toen en is nog steeds van mening dat de eilanden eerst duidelijkheid moet worden geboden over de toekomstige staatkundige verhoudingen. Zo kan volstrekt helder en transparant naar de uitgangssituatie toe worden gewerkt. De deelproblemen kunnen stevig worden aangepakt. Dat standpunt werd niet door een meerderheid gedeeld. De uitvoering van de motie van onze collega Van Fessem, waarin vooral werd ingezet op de aanpak van de problemen en de schuldsanering, met een stevige rol daarin voor de Nederlandse regering, haalde een meerderheid. Mijn fractie moet echter constateren dat van de inzet, het formuleren van een eindperspectief voor de staatkundige verhoudingen tussen de eilanden en Nederland, nog te weinig terecht is gekomen.

De minister zegt het onomwonden. Voor hem is de discussie over de staatsvorm op dit moment nog ondergeschikt. Eerst moeten de deelproblemen worden aangepakt. De werkelijkheid blijkt vaak robuuster dan wij denken. Volgens mijn fractie is juist wat betreft de staatkundige verhoudingen een en ander verkeerd gelopen op Curaçao. Onder andere in de beleving van Curaçao betekent een autonome status plat gezegd het volledig verschoond zijn van elke verantwoordelijkheid ten opzichte van de andere eilanden.

De minister leek bij zijn aantreden een vliegende start te maken. De miniconferentie met de kleinere eilanden, Bonaire, St. Eustatius en Saba, verliep heel succesvol. Er werd overeenstemming bereikt over het perspectief van staatkundige vernieuwing en over de aanpak van de problematiek, een prachtig resultaat, dat mijn fractie toejuicht. Naar de mening van mijn fractie is er overigens wel sprake van veel open eindjes. Hopelijk zal bij de uitkristallisering van deze open eindjes in de toekomst het proces geen stagnatie oplopen, door weerstand van de eilanden, door verschillen in perceptie. Mijn fractie vraagt zich daarom af of een paralleltraject, waarbij er ook aandacht is voor de staatkundige verhoudingen, niet effectiever zal zijn.

In het algemeen overleg van 13 december zei de minister dat pas als de zaken op orde zijn de stap naar zelfstandigheid en de status van land volgt. Hoe gaat de minister waarborgen dat bij de uitwerking van de verschillende afspraken in consensuswetgeving en duidelijke criteria en normen partijen niet zullen verzanden in uitzichtloze discussies over onderwerpen die met staatsrechtelijke verhoudingen te maken hebben? Mijn vraag over de waarborg vindt zijn beslag doordat in de beleving van Curaçao de slotverklaringen niet toe werken naar nieuwe staatkundige verhoudingen, maar naar geherstructureerde Nederlandse Antillen. Is er op alle eilanden, gelet op de hervormingen en toekomstige staatkundige structuren, wel voldoende besef dat het nog steeds gaat om één Koninkrijk? Hoe verklaart de minister anders dat de vastlegging van de onderlinge samenwerkingsrelaties in consensuswetgeving zoveel weerstand oproept? Waarom heeft Curaçao er moeite mee dat het moet gaan voorzien in politie-inzet en/of detentiecapaciteit voor de eilanden, die als openbaar lichaam in de zin van artikel 134 van de Grondwet ingericht zullen worden? Is het terecht dat het zich afvraagt of dit een afgeschoven verantwoordelijkheid van Nederland is? Zal er in de toekomst nog steeds sprake zijn van steunen op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan?

Hoe moeten wij de positie van Aruba in dit geheel zien? Volgens de Aruba-deal is 2009 het laatste jaar waarin Nederland een bijdrage stort in het Fondo Desaroyo Aruba, het FDA, voor de uitvoering van projecten in het kader van de samenwerking? Is dit het moment om met Aruba nieuwe afspraken te maken, vergelijkbaar met die met de twee toekomstige landen, St. Maarten en Curaçao? Wordt vanuit Nederland schuldsanering dan de inzet?

Mijn fractie blijft twijfelen aan de haalbaarheid van de autonome status van St. Maarten. Echter, wij nemen genoegen met de toezegging van de minister in het AO van 13 december dat het Koninkrijk voldoende garandeert dat de stap verantwoord is.

De voorzitter:
Mevrouw Ortega, u bent al een beetje over uw spreektijd heen. Een minuut geleden ging het lichtje al branden. Wilt u proberen af te ronden?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):
Dat is goed, maar u mocht mij eigenlijk niet interrumperen, mevrouw de voorzitter!

Het valt mij op dat de slotverklaring niet ingaat op alle deelproblemen. Het gaat daarin vooral over deugdelijk bestuur, financieel beheer, rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding. Problemen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en sociale-zekerheidswetgeving worden nauwelijks genoemd.

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen over het DELTAplan. Ik wil wel van de minister weten of hij het voornemen heeft om tegemoet te komen aan de door minister Leeflang gevraagde overbruggingsfinanciering.
In de slotverklaring van de miniconferentie met Bonaire, Saba en Sint Eustatius is opgenomen dat een onderzoek wordt ingesteld naar de implicaties van de UPG-status op deze eilanden. Indien blijkt dat de Europese Commissie niet instemt met het houden van dit onderzoek, wat gaat de minister dan doen?
Een ander punt van zorg is de magische datum van 1 juli 2007. In hoeverre is deze nog haalbaar? Als dit niet het geval is, heeft de minister dan een andere mijlpaal voor ogen? Maar wat als Curaçao blijft weigeren de grote broer van de eilanden te blijven? Wil dit proces slagen, dan is naar mijn mening verbroedering onontbeerlijk! Herkent en erkent de minister deze voorwaarde?

Het is voor ons allemaal frustrerend dat Curaçao de slotverklaring heeft afgewezen. Staatsrechtelijk gezien staat de Eilandsraad in zijn recht. Mijn fractie heeft gerechtigheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel. In dat licht blijven wij pleiten voor het bieden van duidelijkheid aan de eilanden over de toekomstige staatkundige verhoudingen. Op die manier kan helder en transparant naar de uitgangspositie worden gewerkt, kunnen de deelproblemen stevig worden aangepakt en loopt het proces geen stagnatie op. Ik wens de minister dan ook veel wijsheid, daadkracht en sensitiviteit toe bij het begeleiden van de voortgang van het proces.

De voorzitter:
Mevrouw Ortega, mag ik u van harte gelukwensen met dit buitengewoon zelfbewuste en welbespraakte eerste optreden in deze Kamer? Ik vind u echt een aanwinst voor onze Kamer.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.

Bron: ongecorrigeerd stenogram

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat begroting NAAZ 2007'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari