Bijdrage debat regeringsverklaring

dinsdag 03 april 2007 15:30

Mevrouw de Voorzitter, Het aantreden van het nieuwe kabinet is voor de Eerste Kamer voor het eerst reden om ook aan de regeringsverklaring aandacht te schenken. Dat dit nooit eerder gebeurde, heeft misschien wel te maken met het gelijkstellen van regeeraccoord en regeringsverklaring.

Het regeeraccoord is gesloten tussen coalitiepartijen in de Tweede Kamer, met de regeringsverklaring zet het nieuwe kabinet kort uiteen wat zijn beleid zal zijn. Aan het regeeraccoord hebben we hier dus geen boodschap, zij het dat er tussen gelijkgezinde partijen in de Eerste en Tweede Kamer sprake zal zijn van een onderlinge morele binding. Ze behoren immers tot dezelfde politieke richting.

Het is terecht dat de Eerste Kamer expliciet aan de regeringsverklaring aandacht geeft. Immers, daarmee presenteert zich het nieuwe kabinet aan de Staten Generaal, dat in Nederland nog altijd uit twee Kamers bestaat.

Allereerst wil ik namens de fractie van de ChristenUnie dit kabinet feliciteren met zijn aantreden. We spreken de hoop uit dat met dit kabinet een meer stabiele regeringsperiode aanbreekt dan we de laatste jaren gewend waren. Ook hopen we dat het kabinet er in zal slagen om het in allerlei opzicht geschonden vertrouwen tussen de regering en het volk te herstellen en zelfs te versterken. De Minister President willen we in het bijzonder gelukwensen, omdat tot veler verrassing hij opnieuw leiding geeft aan dit kabinet en de richting waarin dit kabinet koerst -- met behoud van eerdere hervormingen – toch een andere, misschien zelfs wel een heel andere is.

Het kabinet staat voor een uitdagend en ambitieus en zeer positief getoonzet programma. Daarbij verlaat het het doorgeschoten individualiseringsproces en kiest het voor gemeenschap, voor het gemeenschappelijke, voor het samen doen. De liberaliseringspolitiek wordt ingeruild voor meer sociaal gericht beleid, voor versterking van sociale samenhang. We zijn terecht gekomen in een zielloos materialisme, dat vele gevaren in zich bergt. Het is inderdaad ‘time tot turn’. Zo’n cultuuromslag moet wortels hebben of wortel schieten. Anders blijft het bij woorden. Steeds duidelijker wordt dat de overheersende materiële waarden in onze maatschappij ernstige keerzijden hebben en problemen hebben doen ontstaan. Geestelijke waarden moeten weer meer aandacht krijgen. Van die waarden kan de politiek onmogelijk de bron zijn, maar er wel voorwaarden voor scheppen en signalen van noodzaak afgeven. Dat geldt nationaal, europees en internationaal. Zonder aandacht voor geestelijke waarden zal de kwaliteit van de samenleving niet vorderen. Zonder aandacht voor de spirituele dimensies van het bestaan zal het streven naar een schoner milieu, energiezekerheid – en dus verandering naar duurzame energie – niet slagen. De beoogde versterking van de internationale rechtsorde en verbetering van hulp aan armen, zieken, achtergestelden kan bijvoorbeeld niet zonder opofferingsgezindheid. Is de M.P er van overtuigd dat dit besef voldoende aanwezig is en hoe denkt het kabinet de juiste signalen ter versterking af te geven?

De derde pijler van het regeringsbeleid betreft het milieu. Uit de regeringsverklaring klinkt een optimistische toon. We hopen ook op nationale, Europese en internationale daadkracht. Maar dan toch wel onder voorwaarde dat de armen van deze wereld er ook beter van worden? Zo kan het toch onmogelijk de bedoeling zijn om duurzame energie – bijv. bio-energie -- te bevorderen ten koste van voedsel voor de hongerigen? Hoe kunnen beide doelstellingen worden verenigd?

Graag stemmen wij in met een deltaplan voor inburgering. Maar nodig daartoe is wel dat de problemen bij name genoemd worden. Zo wordt door velen de zogenaamde islamisering van de samenleving als een grote bedreiging ervaren. Rustige en weloverwogen analyse van die dreiging en het wijzen van een uitweg uit de dreigende problemen is hard nodig. “Kreten” en bangmakerij helpen hier in het geheel niet. Wie islamitische ideologen bestudeert – ik heb de laatste tijd daarvoor tijd vrijgemaakt -- komt tot de conclusie dat er naast vredelievende en spirituele ook zijn die het Westen willen vernietigen en daarvoor gebruik van geweld propageren. We moeten daarop zeer alert zijn en tegelijk de vredelievende krachten daarbij nationaal en internationaal inschakelen. Is het kabinet er van overtuigd dat wij voldoende de problemen en de achtergronden ervan kennen om adequaat te kunnen optreden?

Aandacht voor meer veiligheid – de vijfde pijler -- is noodzakelijk. Identificatie, chipstechnologie en beheersing van nummering van elke burger kunnen daartoe bijdragen. Maar ook hier is een keerzijde: Informatie op grond van geloof/ras/seksuele voorkeur/ gehandicapt zijn, enz kan ook worden misbruikt om mensen te selecteren, te isoleren en zelfs te vernietigen. De geschiedenis leert ons dat. Een maatschappelijk debat over deze ontwikkeling lijkt ons zeer gewenst. Het kabinet ook?

In deze Kamer zijn meer dan eens interdepartementale beleidsdebatten gehouden, zoals over bijv. ruimtelijk-economische ontwikkeling in Nederland, Arbeidsmarkt en onderwijs, enz. Het nieuwe kabinet heeft nu twee programministers, één voor jeugd en gezin, en één voor wonen, wijken en integratie. Het zijn niet alleen de onderwerpen die voor een interdepartementale aanpak geschikt zijn, maar ze zijn ook maatschappelijk gezien – vanwege de vele problemen – zeer noodzakelijk. We spreken de wens uit dat deze aanpak succesvol zal blijken te zijn en te zijner tijd meer navolging zal krijgen. Verkokering overstijgen en inefficiëntie tegengaan zijn hard nodig. Belangrijk is een voortdurende evaluatie van deze nieuwe aanpak. Staat de Minister President daarvoor garant?

Het kabinet beoogt allerlei maatschappelijke vormen van dialoog. Het is te hopen dat professionals uit het maatschappelijk veld – wat dan wel genoemd wordt – de strijd tegen de Haagse kaasstolp ten goede zullen beslechten. Wat ons betreft moet echter wel reeds tijdens en vanzelfsprekend na het proces van de dialoog getoond worden dat de regering regeert. Dat zal haar gezag bevestigen. Is het daarbij de bedoeling dat gestelde doelen tijdens de rit worden vastgehouden, zodat ze ook daadwerkelijk zullen worden bereikt? Daarbij denken we met name ook aan de beoogde afslanking van het overheidsapparaat en vermindering van bureaucratie. Zo’n doel is meer dan eens eerder gesteld, maar bij lange na niet gehaald. En als het nu wel lukt, zal daarmee het broodnodige vertrouwen tussen regering en burgers worden versterkt. Hoe denkt het kabinet dit succes nu wel binnen te halen?

De regeringsverklaring spreekt vele keren over ‘samen’. En terecht. Dat trok de aandacht. Maar nog meer krijgen woorden als innovatie, ondernemingszin, vernieuwing en vooral creativiteit nadruk. Dat is ook terecht. Onterecht is het dat het weinig aandacht trok dat ‘creativiteit’ op allerlei niveaus gewenst is. Tot mijn schrik, ook niet in de Tweede Kamer.

Eén van de dingen die in de loop van de jaren onder druk zijn komen te staan is ruimte voor creativiteit van de student, van de onderzoeker, van de ondernemer, van de burger. Die creativiteit is hard nodig voor innovatie van het onderzoek, voor paradigmawisseling in de wetenschap, voor vernieuwing van het onderwijs, voor toepassing van wetenschappelijke kennis, voor nieuwe uitvindingen en voor de toenemende vraag naar ondernemers. Eigenlijk allemaal zaken die op de politieke agenda hadden moeten staan. Het is betreurenswaardig dat de creativiteit als grondvoorwaarde voor cultuurvorming verwaarloosd is. De uit de kluiten gegroeide materialistische welvaartsstaat is daaraan vast debet. Dat is begonnen toen nivellering en uniformering van iedereen en alles als het hoogste werd geprezen. Individueel uitblinken en rijke variatie in creativiteit verdwenen; de enige maat werd de middelmaat. Verschraling en eenzijdigheid werden troef. Bureaucratie kreeg alle kansen. Deze uniformering en nivellering is o.i. de grondoorzaak van de stagnatie op allerlei terreinen. Creatievelingen werd de kans ontnomen, veel intellectuele potentie werd vernietigd. Om die schade ongedaan te maken is verhoogde aandacht voor creativiteit en vorming hard nodig. Het kabinet noemt het woord vaak, maar wat wordt er mee bedoeld en hoe wordt het bereikt? In elk geval heeft minister Plasterk al de daad bij het woord gevoegd, door creatieve wetenschappers voor hun werk extra te willen gaan belonen.

Wat is creativiteit precies? Kenmerken ervan zijn: flexibele denkstijl, speels, jong, vragende geest, het vermogen het bekende anders te zien, afwijken van traditionele oplossingen, hoge graad van intuïtie, introvert, grote intellectuele vermogens gekoppeld aan moed. Via ‘brainstorming’ en verwerking van kritiek, kan creativiteit worden uitgebouwd en uitgebuit. Creativiteit kan zich ontwikkelen. Deze ontwikkelde creativiteit is de grondvoorwaarde voor het bewandelen van nieuwe wegen, voor het verleggen van grenzen, voor het scheppen van nieuwe mogelijkheden. En toch ook – en vooral – op een gezonde, vernieuwende samenleving gericht. Als dat gebeurt, zal dat voor het onderwijs, de economische ontwikkeling, de arbeidsmarkt positieve gevolgen hebben.

Ik kan mij niet helemaal aan de indruk onttrekken dat het woord creativiteit gebruikt wordt, omdat we dat te veel hebben gemist. Toch zal het noemen alleen volstrekt onvoldoende zijn. Hoe gaat het kabinet dit prachtige woord ‘creativiteit’ op allerlei terreinen inhoudelijk bevorderen? Welke initiatieven staan er op stapel?

Graag ontvang ik een reactie op mijn bijdrage. Alle leden van het kabinet, maar inzonderheid de M.P en zijn vice-premiers wensen we veel wijsheid en zegen.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat regeringsverklaring'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari