Vragen over de positie van christenen in Pakistan

maandag 23 april 2007 12:01

Vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Van Baalen (VVD) en Voordewind (ChristenUnie) aan de minister an Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Justitie over de positie van christenen in Pakistan. (Ingezonden 23 april 2007)

1
Hebt u kennisgenomen van het
jaarrapport van het Centre for Legal
Aid Assistance & Settlement
(CLAAS), waarin uitvoerig
beschreven wordt hoe het gesteld is
met de vrijheid van godsdienst in
Pakistan?1 Hoe beoordeelt u de
inhoud van het rapport? Deelt u de
mening dat de inhoud ervan
aanleiding geeft tot bijzondere
aandacht voor de positie van
christenen in de betrekkingen tussen
Nederland en Pakistan?
2
Hoe kenschetst u het
maatschappelijke klimaat in Pakistan
ten aanzien van christenen, met name
van bekeerlingen van de islam tot het
christendom? In hoeverre biedt de
Pakistaanse overheid aan
bekeerlingen bescherming?
3
Kunt u ons informeren over de wijze
waarop de Pakistaanse overheid de
blasfemiewetgeving toepast? Op
welke wijze stelt Nederland het
Pakistaanse beleid inzake vrijheid van
godsdienst aan de orde in de
diplomatieke betrekkingen?
4
Is het waar dat Nederland in 2005
financiële steun heeft gegeven aan
het Rehabilitation Centre Apna Ghar
van CLAAS? Waarom is deze steun
niet gecontinueerd, gelet op het
belang van een veilige omgeving
voor vrouwen die met geweld of zelfs
met de dood bedreigd worden,
bijvoorbeeld vanwege beschuldiging
van blasfemie?
5
Bent u bereid om ten aanzien van
Pakistaanse bekeerlingen die asiel
aanvragen in verband met
bedreigingen in hun land van
herkomst hetzelfde beleid te voeren
als ten aanzien van Afghaanse en
Iraanse bekeerlingen?2

Bronnen:
1 CLAAS (Lahore, Pakistan), Annual Report
2006, www.claasfamily.org
2 Handelingen Tweede Kamer der
Staten-Generaal, 7 november 2002, Noot, blz.
18-1129–18-1130; Aanhangsel Handelingen nr.
665, vergaderjaar 2005–2006; Aanhangsel
Handelingen nr. 989, vergaderjaar 2006–2007.

Antwoord
Antwoord van minister Verhagen
(Buitenlandse Zaken), mede namens
de staatssecretaris van Justitie.
(Ontvangen 15 mei 2007)
1
Ja, ik heb kennisgenomen van het
jaarrapport van CLAAS. Ik ben me
ervan bewust dat veel christenen
in Pakistan onder moeilijke
omstandigheden leven. De positie
van christenen en andere
minderheden in Pakistan is een
onderwerp dat door Nederland
en de EU met bijzondere aandacht
wordt gevolgd. Respect voor de
mensenrechten en voor rechten van
minderheden is een belangrijk
element in de politieke dialoog met
Pakistan.
2
Christenen, inclusief bekeerlingen,
hebben in Pakistan te kampen met
sociaal-economische marginalisatie
en discriminatie. Dat uit zich onder
meer in minder goede toegang tot
onderwijs en arbeidsmarkt. Sinds
2002 is het aantal aanvallen tegen
christenen toegenomen.
Vooral in 2005 en 2006 werden
geweldsincidenten tegen christenen
gemeld. Op dit moment is de situatie
overigens rustiger.
De minister voor godsdienstzaken is
belast met de bescherming van
religieuze minderheden en kan
daartoe actie ondernemen. Soms
gaat hij daar echter pas toe over na
enige druk van de internationale
gemeenschap. Maatregelen van de
minister voor godsdienstzaken
hebben niet geresulteerd in een
duidelijke verbetering van de positie
van christenen.
3
De blasfemiewetgeving is geldende
wetgeving in Pakistan. Aanklachten
kunnen dan ook voor de
rechter worden gebracht. De
blasfemiewetgeving wordt echter
soms misbruikt om persoonlijke vetes
uit te vechten of om religieuze
minderheden en hervormingsgezinde
moslims lastig te vallen. De
wetswijziging van oktober 2004 heeft
daar nauwelijks verandering in
gebracht. Volgens die wijziging dient
een hogergeplaatste politiebeambte
de blasfemiebeschuldiging te
onderzoeken alvorens het de persoon
ten laste mag worden gelegd. In de
praktijk echter bleef het voorkomen
dat de van blasfemie verdachte
persoon werd opgepakt nog voordat
de zaak was onderzocht. In november
2006 heeft het Hooggerechtshof van
de provincie Punjab bepaald dat
aanklachten niet langer door
individuen kunnen worden ingediend,
wat het risico van misbruik van de
blasfemiewetgeving voor de
oplossing van geschillen tussen
individuen heeft teruggebracht.
Nederland, bilateraal en in
EU-verband, brengt de
mensenrechtenproblematiek
(waaronder de blasfemiewetgeving)
met grote regelmaat op in de
politieke dialoog.
4
Ja, dat is juist. Het betrof eenmalige
projectmatige steun via de
Nederlandse ambassade in
Islamabad. Het project is naar
behoren uitgevoerd en afgerond
zoals wederzijds overeengekomen.
5
Zoals eerder is aangegeven
(Handelingen II, vergaderjaar
2006–2007, aanhangsel nr. 989),
wordt aan christenen en bekeerde
moslims niet tegengeworpen dat zij
hun geloof in stilte moeten belijden.
Dat geldt ook voor christenen en
bekeerde moslims uit Pakistan.
Het huidige asielbeleid ten aanzien
van Pakistan is mede gebaseerd op
het algemeen ambtsbericht van de
minister van Buitenlandse Zaken van
24 augustus 2006. Christenen die
aannemelijk maken dat zij problemen
van de Pakistaanse autoriteiten of
derden hebben ondervonden die zijn
te herleiden tot vervolging in de zin
van het Vluchtelingenverdrag of dat
zij een reëel risico op schending van
artikel 3 van het Europees Verdrag tot
bescherming van de Rechten van de
Mens lopen, komen in aanmerking
voor een verblijfsvergunning voor
bepaalde tijd asiel. In dat geval wordt
geen vlucht- en vestigingsalternatief
tegengeworpen.

« Terug

Reacties op 'Vragen over de positie van christenen in Pakistan'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari