Vragen over hoge grafprijzen

vrijdag 27 april 2007 12:45

Vragen van het lid Anker (ChristenUnie) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het substitutie-effect van hoge grafprijzen. (Ingezonden 27 april 2007)

1
Hebt u kennisgenomen van het
onderzoek van DELA naar de
ontwikkeling van grafkosten in de
afgelopen jaren? (1)
2
Hebt u kennisgenomen van de
conclusie van DELA dat vijftien
procent van de Nederlanders die
kiezen voor crematie, dit heeft
gedaan wegens de lage kosten en dat
van diegenen die kiezen voor
begraven, tien procent overweegt
zich te laten cremeren als de
grafkosten verder stijgen?
3
Deelt u de mening dat het
onwenselijk is dat mensen die liever
begraven willen worden, kiezen voor
een crematie wegens de hoge kosten
van begraven? (2) Zo ja, wat gaat u
doen om dit substitutie-effect te
voorkomen?
4
Deelt u de conclusie van DELA dat de
openheid van gemeenten met
betrekking tot de opbouw van de
grafkosten onvoldoende is en de
democratische controle door de
gemeenteraad mede daardoor te
wensen overlaat? Zo ja, bent u bereid
het belang van grotere transparantie
en inzichtelijkheid in de opbouw van
grafkosten in een overleg met de
Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG) aan de orde te
stellen?

Bronnen:
1 Bodemprijzen, uiteenlopende aspecten van
de grafkostenproblematiek. Eindhoven:
26 april 2007.
2 Zie beantwoording vragen van het lid Slob,
vergaderjaar 2005–2006, aanhangsel 727,
ingezonden 15 december 2005.

Antwoord
Antwoord van staatssecretaris
Bijleveld-Schouten (Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties).
(Ontvangen 25 mei 2007)
1
Ja.
2
Ja.
3
Vanzelfsprekend ben ik de mening
toegedaan dat wie kiest voor
begraven, in principe ook begraven
moet kunnen worden. Burgers
hebben echter een eigen
verantwoordelijkheid om daar bij
leven een financiële voorziening voor
te treffen, bijvoorbeeld in de vorm
van een uitvaartverzekering.
Begraven brengt hogere kosten dan
cremeren met zich, ondermeer omdat
graven beslag op grond leggen, die
een financiële waarde
vertegenwoordigt. Ik zie in de
gegeven omstandigheden geen
aanleiding tot het nemen van
specifieke maatregelen.
4
De conclusie dat de openheid van
gemeenten met betrekking tot de
opbouw van grafkosten onvoldoende
is en de democratische controle door
de gemeenteraad mede daardoor te
wensen overlaat, is voor rekening van
Dela. Grafrechten zijn een vorm van
leges. Het is de gemeenten
toegestaan te streven naar
kostendekkende leges (artikel 229b
Gemeentewet). De belastingrechter
kan in een beroepsprocedure tegen
een aanslag voor grafrechten
beoordelen of het tarief dat in de
belastingverordening staat niet te
hoog is vastgesteld. Dat geeft de
burger dus aanzienlijke
rechtsbescherming. Ik hecht er aan te
benadrukken dat de gemeenten bij
het vaststellen van het tarief over een
zekere beleidsvrijheid beschikken. De
democratische controle vindt plaats
door de raad, bij het vaststellen van
de verordening op de grafrechten.
Publieke verantwoording dient dan
ook primair langs die weg gestalte te
krijgen. Dat neemt niet weg dat
gemeenten ook naar mijn oordeel
transparantie en inzichtelijkheid in de
opbouw van grafrechten zouden
moeten nastreven. In dat verband
kan gewezen worden op de
mogelijkheden die het
benchmark-programma van de VNG
biedt (www.watdoetjegemeente.nl).
Om een grotere mate van
transparantie en uniformiteit te
bewerken, brengt het ministerie
van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties dit voorjaar de
«richtlijn kostendragers» uit. Dat is
een leidraad voor het vaststellen van
tarieven die maximaal kostendekkend
mogen zijn.

« Terug

Reacties op 'Vragen over hoge grafprijzen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari