Notaoverleg over initiatiefnota 'Alles van waarde is weerbaar'

maandag 18 juni 2007 12:04

De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Ik spreek namens mijn fractie waardering uit voor de initiatiefnemers die dit stuk hebben opgesteld. Het is best gedurfd om dit soort onderwerpen ter discussie te stellen. Het is tegelijkertijd ook wel goed om daarover om de zoveel tijd met elkaar te praten. Mijn fractie staat redelijk genuanceerd tegenover dit onderwerp. Iemand in mijn omgeving zei al dat de notitie gericht is op het versterken van de rechtsstaat; het lijkt mij echter niet de bedoeling om van de rechtsstaat een onneembare vesting te maken en de vrijheidsrechten weerloos en onverdedigd achter te laten. Mijn fractie denkt hier dus behoorlijk genuanceerd over en ik stel daarom een aantal kritische vragen.

Het is vanzelfsprekend dat politieke partijen, net als alle andere natuurlijke personen en rechtspersonen in het land, opereren binnen de grenzen van de wet. Politieke partijen moeten ook aangepakt kunnen worden bij strafbaar handelen. De indieners willen echter dat de overheid er actief op gaat toezien dat politieke partijen zich aan de wet houden. Een dergelijke formulering vind ik spannend want daarmee wordt de indruk van permanente overheidscontrole gewekt. Zulk actief toezicht verdraagt zich slecht met het onschuldbeginsel. Bovendien kan het grote inbreuk maken op allerlei vrijheden en kan het een ongerechtvaardigd verschil creëren ten opzichte van andere natuurlijke personen en rechtspersonen. Die kunnen immers niet allemaal actief gevolgd worden. Ik hoor graag van de indieners wat zij precies bedoelen met dat actieve toezicht op politieke partijen.

Ik heb wat in de nota gebladerd en mogelijk verwijs ik daarom niet steeds correct, maar ik hoop dat dan uit de inhoud van mijn woorden wordt begrepen waar ik het over heb. Punt 8 betreft het ontbinden van een terroristische organisatie. In het verslag zijn daar ook vragen over gesteld en volgens mij heb ik een collega daar ook net over horen spreken. Het is misschien mogelijk om een organisatie te ontbinden, maar hoe kan worden voorkomen dat mensen die lid waren van de ontbonden organisatie in een ander al dan niet georganiseerd verband weer bij elkaar komen? Hoe zien de indieners dat voor zich?

Punt 12 betreft het ontnemen van actief en passief kiesrecht van personen die veroordeeld zijn voor een terroristisch misdrijf. Wij staan daar redelijk positief tegenover. Tegelijkertijd begrijpen wij de mensen die zeggen dat je, door iemand het kiesrecht te ontnemen, die persoon uitsluit van het debat, terwijl de boodschap juist moet zijn dat het goed is om mee te doen aan het democratisch debat. Als iemand een groot terroristisch misdrijf heeft gepleegd waaruit duidelijk blijkt dat hij niets heeft met de rechtsstaat of deze zelfs ten gronde wil richten, is het echter een logische gevolgtrekking om tegen die persoon te zeggen: misschien moet je dan maar niet meer meedoen aan die rechtsstaat. Wij vragen ons daarbij wel af hoe nuttig dit voorstel dan nog is. In hoeverre zullen deze mensen stemmen of zichzelf verkiesbaar stellen? Ik hoor hier graag wat meer over, maar in beginsel staat mijn fractie hier positief tegenover. Het moet echter geen automatisme zijn. Je kunt in allerlei gradaties meedoen aan het plannen van een terroristisch misdrijf. Misschien zijn er wel meelopers geweest die ook worden veroordeeld terwijl zij nauwelijks wisten waarmee zij bezig waren. Misschien zijn er wel jongeren bij betrokken die zijn opgeroepen voor een heilige oorlog voor welke religie dan ook. Ik wil graag duidelijk maken dat het hier niet alleen om de islam gaat.

Bij de inperking van rechten in het algemeen staat dat bepaalde mensen, waaronder imams, uit hun functie kunnen worden ontheven. Staat deze maatregel niet op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst? Wat is de relatie met de beroepsverboden? De scheiding van kerk en staat wordt er ook bij betrokken. De scheiding van kerk en staat is een heilig iets. Het kan natuurlijk nooit een dekmantel zijn voor strafbare feiten, maar wij moeten er wel zuinig op zijn. In hoeverre mag de overheid ingrijpen in een kerkgenootschap door te zeggen dat iemand moet stoppen met preken?

Ten aanzien van het intrekken van een dubbel paspoort zitten wij op een lijn. In feite worden mensen binnen dezelfde groep verschillend behandeld als zij een misdrijf hebben gepleegd; dat zou discriminatoir zijn.

Mijn fractie is ten slotte niet erg enthousiast over de nieuwe commissie die zich zou buigen over kwetsende opmerkingen, vergelijkbaar met de Commissie Gelijke Behandeling. Heeft de rechter al niet voldoende middelen om in te grijpen in geval van smaad en laster?

De heer De Wit (SP): Wat is volgens de heer Anker, een coalitiegenoot van de opstellers, de status van deze nota? Wat moet er volgens hem mee gebeuren?

De heer Anker (ChristenUnie): Dit onderwerp lijkt de heer De Wit uitzonderlijk te boeien. Er moet in ieder geval goed over de nota worden gesproken. Daar zijn wij nu mee bezig. Als de heer De Wit zich afvraagt of er dingen over zijn afgesproken, kan ik hem melden dat het coalitieakkoord openbaar is en dat iedereen heeft kunnen lezen dat hierover niets is afgesproken. Wij hebben dus ook niet met elkaar afgesproken dat hieruit een wetsvoorstel zal voortkomen dat wij coûte que coûte steunen. Wij bespreken het gewoon. De coalitiepartijen staan hier behoorlijk onafhankelijk in. Ik heb willen aangeven dat ik dit een heel waardevolle bijdrage vind aan een debat dat ook maatschappelijk leeft. Het is goed dat wij het daar met elkaar over hebben.

Tweede termijn
De heer Anker (ChristenUnie): Voorzitter. Na de eerste termijn is duidelijk geworden dat de initiatiefnemers vooral een discussie willen voeren over de staat van onze democratie, over de rechtstaat en de vraag of zaken daarin verbeterd en beschermd moeten worden. Zoals ik al in mijn eerste termijn heb gezegd, vind ik het een goede zaak dat wij het daarover hebben. Lopende de discussie zijn wij veel dingen gaan uitzoeken. Er liggen nog enkele vragen die in eerste termijn niet zijn beantwoord. Ik vraag mij af of ik deze opnieuw moet stellen. Ik constateer dat de heer Van Haersma Buma het graag wil, dus zal ik hem nog een keer stellen. Ik meen dat dit debat een aanzet is geweest. De nota leent zich er niet voor om uit te spreken dat wij het zullen gaan doen, dan wel het absoluut niet wensen. Een aantal zaken vonden wij wel aardig, maar wij staan kritisch tegenover andere onderdelen. Ik meen dat het beter is wanneer wij hierover inhoudelijk verder praten.

Ik wil de initiatiefnemers bevragen op de opmerking in hun nota dat wij de mogelijkheid moeten uitbreiden om mensen bepaalde rechten te ontnemen of uit bepaalde functies te zetten wanneer zij een terroristisch misdrijf hebben begaan. In eerste termijn heb ik daarover vragen gesteld ten aanzien van de scheiding tussen kerk en staat. Het voorbeeld van de imam is genoemd. De heer Van Haersma Buma hield het in zijn beantwoording bij een schooldirecteur. Hoe ga je om met gradaties van betrokkenheid? Moet een jonge knul van 18 jaar die gek is gemaakt en in beperkte mate heeft meegedaan, direct even zwaar worden gestraft als degene die het plan bedacht heeft? Geldt voor beiden hetzelfde? Naar mijn mening moet je juist proberen met hen nog wat te bereiken. Vorige week hebben wij daarover een debat gevoerd. Het zou erg ver gaan als wij hen direct allerlei rechten zouden ontzeggen. Ik wil de weg terug niet afsluiten. Ik steun het ordevoorstel, maar zou over deze aspecten graag nog wat meer horen.

Bron: ongecorrigeerd stenogram

« Terug

Reacties op 'Notaoverleg over initiatiefnota 'Alles van waarde is weerbaar''

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari