Wetgevingsoverleg LNV-begroting 2008

maandag 15 oktober 2007 14:42

Natuuronderwerpen
De heer Cramer (ChristenUnie): Voorzitter. Natuur heeft veel dimensies. Zij wordt door mensen verschillend beleefd. De boer haalt zijn brood uit de natuur. De stadsmens gaat een dag naar het bos om paddo's, pardon paddenstoelen te zoeken of hij gaat een dag zeilen. De Nederlandse grond is in gebruik voor woningbouw, bedrijventerreinen, landbouw, vliegvelden, havens en recreatieterreinen. Het behoud van grond voor pure natuur komt vaak op het laatste plan en daarmee is dit streven erg kwetsbaar.

De minister maakt in de inleiding van haar beleidsagenda bij de begroting een aantal zeer waardevolle opmerkingen over natuur en het belang daarvan voor ons welzijn en dat van onze kinderen. Ik onderschrijf deze visie van de minister. Alleen al voor ons welzijn is behoud van de natuur van belang. Dit kan onder andere door kinderen al vroeg veel tijd in de vrije natuur door te laten brengen en hen dingen te leren over natuur en milieu.

Men voelt het al aankomen: ik ga vervolgens in op de natuur- en milieueducatie. Bij de vorige begrotingsbehandeling heb ik via een motie aandacht gevraagd voor een voortvarende ontwikkeling hiervan door het presenteren van de nota Natuur- en Milieueducatie en door een voorwaardenscheppend beleid. Geen van beide heb ik tot nu toe mogen aanschouwen. De minister begint haar inleiding met het benadrukken van de waarde van de natuur voor onze kinderen, maar daarbij blijft het. Zeker, vorige week mochten wij de LNV-aanpak Jeugd ontvangen. Hier staan veel goede zaken in. De minister schrijft echter dat zij later dit jaar nog met een uitwerking van de NME komt. Sinds januari 2006 wordt al nagedacht en meegedacht over NME. Er is veel waardevolle informatie voor een schitterend beleid, dus waarom moet het zo lang duren? Het jaar is nog maar kort en bovendien is er geen geld gereserveerd voor NME op de begroting voor 2008. Ik doe dan ook twee voorstellen. In de eerste plaats wil ik dat de minister voor half november met een uitwerking van de NME komt. Daarbij moet er een stevige relatie zijn met andere ministeries ten aanzien van milieu, water en ruimtelijke inrichting om het plan goed te kunnen verankeren. In de tweede plaats wil ik dat de begroting voor 2008 zodanig wordt aangepast dat er voor 2008 5 mln. en voor 2009 10 mln. gereserveerd wordt voor NME. Ik dien hiertoe een amendement in.

In de LNV-aanpak Jeugd wordt een aantal goede initiatieven op een rij gezet. Ik noem het initiatief van een coalitie van natuur- en milieuorganisaties om elk kind in zijn lagereschooltijd een topervaring te geven. Dit is een mooie uitwerking van het samenbrengen van jeugd en natuur, waarbij ook de verantwoordelijkheid van de maatschappij wordt ingevuld. Wij zien wel wat in dit project, evenals trouwens de minister.
Zij zegt toe het project te ondersteunen. Onze vraag is hoe zij die ondersteuning vorm gaat geven en waaruit dit blijkt in de begroting.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik vind het een goed idee van de heer Cramer, maar het probleem is dat vakken als gezondheidseducatie en vele andere er allemaal weer bij moeten, als het maar niet rekenen en taal is. Hoe groot acht hij de kans dat dit structureel gemaakt kan worden?

De heer Cramer (ChristenUnie): Het is juist een leuk alternatief voor rekenen en taal.

De heer Van der Vlies (SGP): Is de heer Slob het eens met dit substitutiemodel?

De heer Cramer (ChristenUnie): Ik beschouw de opmerking van mevrouw Jacobi in het licht van de vraag of kinderen natuur- en milieueducatie wel leuk vinden. Dan maak ik de parallel dat zij rekenen en taal minder leuk vinden dan natuureducatie. Ik denk dat het er op de scholen als zoete koek ingaat.

Mevrouw Jacobi (PvdA): U interpreteert het niet zoals het is bedoeld. Het onderwijs ervaart dit soort goede bedoelingen uit de samenleving vaak zelf als erg belastend, omdat zij er bijna geen tijd voor hebben. Dat bedoel ik. Ik denk dat kinderen het prachtig vinden.

De heer Cramer (ChristenUnie): Daarom vragen wij ook aandacht voor goede ondersteuning en implementatie. Dat hebben wij vorig jaar ook gevraagd. Er zou ruimte voor moeten komen in de programma’s van de scholen. Ik bedoel het niet alleen als lolletje voor die kinderen, maar het moet ook een lolletje worden voor de leerkrachten, omdat het gewoon in de programma’s past. Ik denk dat er veel meer tijd en energie aan besteed kan worden dan tot nu toe gebeurt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het leek even alsof Sportvisserij Nederland aan het woord was, die op een website lespakketten aan lagere scholen aanbiedt over vissen. Daarbij roepen zij kinderen op om hun meester te vragen de sportvisserij te bellen, onder het mom dat zij even geen zin hebben in rekenen en taal. De concrete vraag is of de ChristenUnie samen met de Partij voor de Dieren vindt dat er criteria moeten worden opgesteld voor vormen van natuureducatie. Het staat de scholen nu vrij om deze in te vullen zoals zij goed vinden, met als resultaat dat er jagers met geweren voor de klas staan om aan kinderen uit te leggen hoe dat in de natuur werkt. Er wordt gepropageerd om vissen levend aan een haakje uit het water te halen. Dat vinden wij maatschappelijk onverantwoord. Is de ChristenUnie dat met ons eens? Zou zij samen met ons voor criteria willen pleiten?

De heer Cramer (ChristenUnie): Ik voel mij inderdaad een soort imker in een wespennest, zoals Boris van der Ham opmerkt. Er zijn heel veel aspecten bij natuur- en milieueducatie. Wij hebben hierover al vaker de degens gekruist met de Partij voor de Dieren. Er zijn een heleboel meningen over wat je al of niet aanvaardbaar vindt. Sportvisserij Nederland vindt het aanvaardbaar om vissen te vangen en weer terug te zetten. U kunt ervan vinden wat u vindt, maar zij vinden dat ervan. Dat is ook een onderdeel van het kennismaken met de natuur. Ik denk dat wij als mensheid veel te ver van de natuur af zijn komen te staan. Misschien zouden wij allemaal eens een varken moeten slachten of een koe moeten zien bevallen om te weten wat er gebeurt, zodat de melk niet langer uit de melkfabriek komt of uit een cupje in de koelkast van mijn moeder. Ik denk dat het goed is om meer aandacht te geven aan alle aspecten die met natuur te maken hebben. Daarvan kan sportvisserij, maar ook het uitzetten van kikkervisjes een onderdeel zijn. Wat mij betreft is het heel breed. Overigens zie ik visserij niet meteen als natuureducatie, omdat dit een sport is waar ik niet zoveel mee heb. Volgens mij is natuur- en milieueducatie vele malen meer dan alleen maar de visserij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is een lang antwoord zonder stellingname van de ChristenUnie. De mening van de sportvisserij kennen wij. Ik vraag wat de ChristenUnie-fractie ervan vindt. Ik hoop dat de heer Cramer niet meent dat wij allemaal een varken moeten slachten. Dat gaat in tegen de wet- en regelgeving in Nederland. Wij kunnen kinderen vertellen hoe het er in slachterijen aan toe gaat zonder hen met het mes aan de gang te laten gaan.

De heer Cramer (ChristenUnie): Goede milieueducatie laat zien wat er gebeurt. Dat betekent niet dat de kinderen een varken moeten slachten. Het gaat erom dat zij weten wat er speelt. Er bestaat geen eenduidige waarheid op dat vlak. Ik ben ook niet naar de waarheid op zoek. Ik ben op zoek naar educatie, zodat de mensen een keuze kunnen maken over wat maatschappelijk aanvaardbaar is.

Om tijd door te brengen in de natuur is er natuur nodig. De laatste jaren zijn er tal van initiatieven tot stand gekomen van overheidswege en van particulieren om de stand van de natuur te verbeteren of om in ieder geval verslechtering te voorkomen. De ecologische hoofdsstructuur en Natura 2000 zijn de meest in het oog springende projecten. Juist deze projecten zijn bedoeld om verschillende stukken natuur te verbinden om zo het geheel aan vaak kwetsbare natuur te versterken en er weer één geheel van te maken. Het is belangrijk voor het behoud van onze natuur, die onder druk staat. Daarom is het jammer dat de voortgang van deze initiatieven moeizaam verloopt. Het zijn ambitieuze projecten, maar niet onhaalbaar. Voorwaarde is dat er voortvarend wordt gewerkt aan aankoop en beheer. Anders halen wij de doelstelling van de ecologische hoofdstructuur in 2018 niet. Ik vraag de minister of het niet beter is als de overheid op dit dossier de regie strakker gaat voeren. Ik denk aan het concreet aanwijzen van ehs-gebieden en verbindende gebieden. Dat schept twee duidelijkheden: wij weten waar de natuur gaat komen en de betrokken ondernemers in het gebied hebben duidelijkheid over wat er met hun bedrijf gaat gebeuren. Dat is beter dan de jarenlange onzekerheid die nu vaak speelt. Bovendien wordt door het scheppen van duidelijkheid voorkomen dat de grond door verschillende belanghebbenden wordt bevochten. Mijn fractie hoort graag de reactie van de minister op de suggestie van Natuurmonumenten voor het instellen van een task force versnelling ehs-realisatie. Die kan knelpunten inzichtelijk maken en voorstellen doen voor versnelling.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik vind die suggestie ook heel interessant. Vindt de heer Cramer dat ook of is het slechts een vraag? Vindt hij dat die task force er moet komen?

De heer Cramer (ChristenUnie): Ik vind het een interessante suggestie. Ik zou verheugd zijn als de minister er positief op reageert.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Zo niet, dan steunt u mijn motie op dit punt of gaat u initiatief nemen om het alsnog te regelen? Is het zo belangrijk voor u?

De heer Cramer (ChristenUnie): Ik vind het zo belangrijk dat ik graag eerst het antwoord van de minister hoor.

De heer Polderman (SP): De heer Cramer pleit voor meer regie door de rijksoverheid bij aanwijzing en begrenzing van de ehs. Hij heeft daar volkomen gelijk in. Het opmerkelijke is echter dat die stelling in strijd is met het in gang gezette traject. Is dit een koerswijziging van de ChristenUnie?

De heer Cramer (ChristenUnie): Wij praten hier over de begroting 2008. De regering geeft aan dat de realisatie van de ehs nog niet geheel up-to-date is. Daar worden plannen voor ontwikkeld. Ik wil graag dat dit voortgang gaat brengen. Probleem is dat de medewerking door provincies en gemeenten discussie opleverde. Ik wil die discussie doorbreken. Daarom ben ik er voorstander van dat de rijksoverheid meer regie gaat voeren. Dat betekent niet dat het Rijk alles naar zich toe moet trekken. Wat mij betreft is de intentie om in 2018 de realisatie van de ehs te halen.

De heer Van der Ham (D66): In 2010 komt er een midterm review. Wat nu als de beoogde task force er volgend jaar al achterkomt dat de zaak niet voldoende opschiet? Is de ChristenUnie dan bereid om meer geld vrij te maken om de ehs in 2018 te realiseren?

De heer Cramer (ChristenUnie): Ik heb nog niet de indruk dat er niet genoeg geld is. Het gaat volgens mij vooral om de voortgang in de ontwikkeling en de aankoop. U hoort mij niet zeggen dat op basis van wat nog uit de review moet blijken extra geld nodig is. Laat eerst de realisatie maar snel genoeg gaan. Als uit die realisatie blijkt dat er haken en ogen zitten aan het beschikbare budget -- dat horen wij over het algemeen snel genoeg van de minister -- dan moet de Kamer daarover spreken en dan is de fractie van de ChristenUnie bereid om daarvoor extra middelen te zoeken.

De heer Van der Ham (D66): Ik begrijp dat u dit zo zegt. Ik kan mij echter voorstellen dat de constatering dat bijplussen nodig is eerder wordt gedaan, voor die review in 2010. Ik ben het er natuurlijk mee eens dat er geen geld moet worden uitgetrokken als dat niet nodig is. Bent u bereid om zonodig voor 2010 al voor te sorteren en uit te spreken dat er geld nodig is?

De heer Cramer (ChristenUnie): Ja.
Naast kritische noten spreek ik ook graag mijn waardering uit voor de voorstellen die de minister doet in haar reactie op de beleidsvisie Natuur, met name de coördinatie met en ondersteuning van de provincies. Ook kan mijn fractie instemmen met de rol die de minister toekent aan het particulier beheer. Juist door in het natuurbeheer een belangrijke rol weg te leggen voor particulieren, worden het draagvlak en de betrokkenheid vergroot. De minister merkt terecht op dat voor de maatschappelijke taak van natuurbeheer, ook in het kader van het GLB, meer aandacht moet zijn. Mijn fractie pleit er overigens voor om niet te spreken over vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer maar over inkomen. Als wij zo'n groot belang hechten aan de natuur en aan de onderhoud daarvan, dan is het niet meer dan gerechtvaardigd om daarvoor mensen verantwoordelijk te houden met een bijbehorend inkomen. Ik hoor daarop graag de reactie van de minister.

De heer Polderman (SP): U was net vrij stellig in uw pleidooi voor wat meer regie vanuit de rijksoverheid. Nu steekt u echter de loftrompet over het particulier natuurbeheer terwijl juist uit de evaluatie blijkt dat dat een knelpunt is. Ik heb net de harde cijfers uit het rapport genoemd; nog geen 10% van de taakstelling is gerealiseerd en van de toezeggingen is nog niet eens de helft gerealiseerd. Ik snap dit dus niet.

De heer Cramer (ChristenUnie): In de discussie over de ehs kan niet eenzijdig gezegd worden dat het Rijk, de provincie of de particuliere grondbezitters het moeten doen. Men moet met elkaar aan de slag. Op de punten waarop het Rijk het voor het zeggen heeft, moet het Rijk meer regie voeren. Het in samenspraak met de particuliere grondbezitters streven naar een versnelling ondersteun ik van harte. Uit de rapportage blijkt duidelijk dat er een paar jaren is gesproken over de neuzen in dezelfde richting te krijgen en dat dit proces naar verwachting in een versnelling terechtkomt. Dat moet worden afgewacht.

Gerelateerd aan de beleidsvisie Natuur stel ik graag nog een vraag over de beheerplannen Natura 2000 en de rol van de particulieren. In welke mate kunnen particulieren zoals agrarische ondernemers participeren in het opstellen van de beheerplannen? Gelet op het feit dat het natuurloket niet voor particulieren is, vraag ik de minister of het mogelijk is om een helpdesk op te stellen voor particulieren die willen participeren in de beheerplannen zoals is voorgesteld door LTO-Nederland.

Naast de EHS en Natura 2000 zijn er ook veel initiatieven van particulieren en organisaties. Door mijn fractie is al eerder aandacht gevraagd voor het initiatief van de Vereniging Nederlands cultuurlandschap, met het deltaplan voor het landschap. Tijdens de algemeen politieke beschouwingen heeft de heer Slob om meer ambitie gevraagd dan de voorzichtige aanzet tot pilotprojecten. De minister-president stelt in de beantwoording dat samenwerking tussen overheden en private sector vereist is om een succes te maken van dit ambitieuze project en voldoende geld bij elkaar te krijgen. Mijn fractie stelt daarom voor om allereerst te zorgen voor goede randvoorwaarden voor de pilotprojecten, waaronder voldoende financiering. Op welke manier worden deze projecten gestimuleerd? De minister refereert daaraan in haar begroting maar in de uitwerking komt het deltaplan niet meer terug. Een ambitieus project vraagt om een ambitieuze overheid die bereid is om geld te steken in het project. Er staan private projectpartijen klaar om bij te springen in de financiering. De overheid kan zo aansluiten. Voor de vier pilotprojecten zou in totaal een bedrag van ongeveer 16 mln. nodig zijn.

De helft kan al worden gefinancierd; van de overheid wordt dus nog 8 mln. gevraagd. Dat kan door middel van verspreiding over verschillende departementen en de provincies. Een suggestie van onze kant is om dit project bijvoorbeeld toe te voegen aan het bestuursakkoord dat nog in de maak is en om samenwerking op dit project te regelen. Voor de financiering van rijksoverheidswege vraag ik de minister om de handschoen op te pakken en met collega's het resterende bedrag bij elkaar te zoeken. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de minister, want dit is een ons aangelegen punt.

Mooi landschap en de financiering daarvan is een onderwerp dat moet worden opgepakt met andere ministeries, zoals die van VROM, Financiën en Verkeer en Waterstaat. In hoeverre vindt coördinatie plaats tussen deze ministeries? Dat verhoogt immers de kans van slagen van dit ambitieuze project. Daarnaast vraagt mijn fractie de minister om de samenwerking tussen private en publieke partijen vorm te geven door het instellen van een onafhankelijke commissie die kan adviseren over mogelijke lenings- of financieringsvormen, als het kan nog dit jaar. Er staan genoeg enthousiaste mensen klaar, dus dit zou mijns inziens niet al te veel moeite moeten kosten.

Uit de maatschappelijke kosten- en batenanalyse is gebleken dat de natuur en het onderhoud daarvan veel kost, maar ook heel veel oplevert. Niet alleen voor het welzijn van mensen, maar ook gewoon in euro's. Investeren in natuur zou voor de overheid, of dat nu rijks-, provinciaal of gemeentelijk is, een natuurlijke gewoonte moeten zijn, net zoals er ook geld wordt geïnvesteerd in wegen of gebouwen. Ik vraag de minister daarom, te bezien of in een van de pilots van "Nederland weer mooi" ook een proefproject kan worden meegenomen waarbij gemeenten de hogere baten die zij binnenkrijgen door de aanwezigheid van natuur, bijvoorbeeld via de OZB-component, weer herinvesteren in natuur. Wat bedoel ik daarmee? Natuur is ons wat waard. Uit een rapportage is gebleken dat een waardestijging tussen de 5% en 25% redelijkerwijs kan worden aangenomen. Dat betekent dus dat mooie natuur de gemeenten meer geld oplevert. Ik wil ervoor pleiten om op die manier een constante stroom geld te genereren doordat de gemeenten het extra geld dat de OZB-component oplevert, verplicht terugsluizen in investeringen in de natuur. Daarmee zou ook het agrarisch natuurbeheer en het cultuurlandbeheer een constante vorm van financiering kunnen krijgen. Ik hoor graag de reactie van de minister op dit idee.

Tweede termijn
De heer Cramer (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de minister voor de uitgebreide beantwoording. Ik heb zelfs antwoord gekregen op een vraag die ik niet gesteld had over de windmolens, maar ik was het wel eens met de stelling van de minister.

Ik meen dat ik moet verduidelijken wat ik precies bedoelde met mijn opmerkingen over de OZB. In het MKBA geeft de minister aan dat de waarde van het onroerend goed wordt verhoogd als gevolg van mooie natuur in de buurt. Als gevolg daarvan ontstaat er in de uitkering van het Gemeentefonds een extra waarde die eigenlijk toe te rekenen is aan de mooie natuur. Dan zou ik ervoor willen pleiten dat de gemeenten die meerwaarde teruginvesteren in de natuur. Met dat oogmerk heb ik de volgende motie opgesteld.

*M

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de MKBA “Investeren in landschap. Opbrengst: geluk en euro’s” blijkt dat mooie natuur een waardeverhogend effect heeft op onroerend goed en dit tot uitdrukking komt in een verhoogde OZB-waarde;

van mening dat het wenselijk is dat een deel van de meerwaarde opnieuw wordt geïnvesteerd in natuur en het onderhoud en beheer hiervan;

overwegende dat de precieze omvang hiervan echter nog onduidelijk is;

van mening dat het wenselijk is dat hiervoor indicatoren worden ontwikkeld;

verzoekt de regering één van de voorgestelde pilots ter uitwerking van het Deltaplan “Nederland weer Mooi” hier expliciet voor te gebruiken en de benodigde gegevens te genereren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Cramer. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 38 (31200 XIV).
**

De heer Cramer (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de minister voor haar toezeggingen over het gebruik maken van het natuurloket. Ik denk dat het wel nodig is om daar wat ruchtbaarheid aan te geven. Wij kregen namelijk signalen dat daar geen gebruik van gemaakt kon worden. Ik ben blij met de ambitie van de minister voor de uitwerking van het Deltaplan en voor het feit dat zij over de financiering heeft gesproken. Ik zie haar brief over de financieringsmogelijkheden met plezier tegemoet.

Ook dank ik de minister voor de goede woorden over de milieu- en natuureducatie. Dat moet nog wel gevolgd worden door de definitieve uitwerking van dat beleid. Ik hoop dan ook dat de minister ons amendement op dit punt als het gaat over het vrij maken van gelden voor de financiering van de uitvoering van de nota als ondersteuning ziet.

Visserij
De heer Cramer (ChristenUnie): Voorzitter. Wij houden vandaag een apart wetgevingsoverleg over de visserij, en dat is maar goed ook. De visserij is al geruime tijd een zorgenkindje. De heer Koppejan heeft daar mooie woorden over gesproken. Vaak hebben wij aandacht gevraagd voor de problemen in de sector. Vandaar ook ons initiatief om in de motie-Van Geel uiteindelijk die gelden voor de visserij op te nemen.

Wij willen niet alleen spreken over de problemen, maar ook over goede initiatieven. Om met het laatste te beginnen, het volgende. De minister wil inzetten op zogenaamd verantwoord gedrag van de consument bij het kopen van vis. Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven die hieraan bijdragen. Verduurzaming van de visserijsector is niet iets wat opgelegd wordt, maar iets wat ook vanuit de sector zelf op gang komt. Enkele vissers zijn weer op traditionele vismethoden overgegaan, zien wat er in hun netten komt en verkopen dit aan tentjes en restaurants aan de kust. Dat zijn de kleine initiatieven. Er zijn ook grootschalige initiatieven om duurzaam te vissen. De minister geeft terecht aan dat zij die wil ondersteunen, zoals ook blijkt uit de beleidsagenda en de beleidsbrief visserij. Deze inzet sluit aan op wat wij al langer vragen. Bij de vorige begrotingsbehandeling, mijn eerste overigens, waren de eerste goede signalen op dit vlak al te zien. De nieuwe minister continueert de toen ingezette weg. Toch heb ik wat vragen over de inzet op de duurzaamheid en de innovatie.

Het blijkt bedrijven bijvoorbeeld te veel moeite te kosten om het MSC-label te halen. Het gaat juist om duurzaam gevangen vis. De kosten zijn enorm hoog, naar schatting twee ton. Vanwege gebrek aan financiële ruimte en de lange duur van de aanvrage bij LNV zetten veel vissers deze stap niet. Kan de minister daarom toezeggen of, bijvoorbeeld binnen twee maanden, steun te verlenen is aan visserijbedrijven die met dit MSC-label willen gaan werken? In relatie hiermee heb ik een vraag over het borgstellingkrediet. Daaraan is een maximumgrens van €400.000 en de ondernemer betaalt ook nog eens 2% rente extra. Kan de minister niet wat ruimhartiger zijn, het maximumbedrag van de borgstelling verhogen en de extra rente verlagen? Ik vraag dit niet om filantropie te doen bedrijven, maar om de duurzaamheid zo te stimuleren.

Ook zou ik graag meer daadkracht zien bij de Task Force Duurzame Noordzeevisserij en het Visserij Innovatie Platform. Het zijn goede initiatieven, maar blijkens onze informatie duurt het erg lang voordat concrete resultaten kunnen worden geboekt op aanvragen. Door de beperkte mate van concreetheid lijken deze op zich goede initiatieven het vertrouwen van de vissers in zo’n instituut te verspelen.

Met innoveren en verduurzamen alleen komen wij er niet. Hoe erg ook, er zal moeten worden gesaneerd. Ook daarover hebben collega’s al gesproken. Er zijn domweg te weinig mogelijkheden voor de Nederlandse visserijvloot om te voorzien in een goed bestaan. De minister geeft zelf aan dat warme sanering de beste optie is. Echter, in de begroting maakt zij daarvoor nog geen middelen vrij. De sector heeft die sanering wel nodig. Het is een noodzakelijk onderdeel van het hele ombuigingstraject naar een innovatieve en duurzame sector. De minister heeft wel 25 mln. extra toegezegd voor de visserijsector. Daar komen nog eens de 20 mln. bij die bij de algemene politieke beschouwingen beschikbaar zijn gesteld.

Het lezen van de beleidsbrief Noordzeevisserij creëerde wat verwarring bij mijn fractie. De 45 mln. extra zou voor de sector als geheel zijn. Natuurlijk hoort de drieslag verduurzaming, innovatie, sanering in totaliteit te worden bezien, maar onduidelijk is in welke richting de balans doorslaat. Graag hoor ik daarom van de minister hoeveel geld er nodig lijkt te zijn en welk deel van de 45 mln., zij daarvoor heeft bestemd. Wij hebben dat bedrag niet voor niets opgenomen in de motie-Van Geel. Ook hoor ik graag haar motivatie voor het pas bij de Voorjaarsnota 2008 toevoegen van de miljoenen aan de miljoenennota. Gezien de terechte haast die de minister maakt met het openstellen van de saneringsregeling verbaast ons dit voornemen. Kan zij dat verklaren?

Heeft de minister al ideeën over de verdere invulling van sanering en sociale regeling? Wanneer wil zij de regeling uiterlijk openstellen? Op welke criteria gaat zij aanvragen beoordelen als de uitwerking van de tenderregeling voor sanering? Overweegt de minister of de gesaneerde schepen elders kunnen worden ingezet, niet als vissersschip, want dan realiseren wij onze eigen concurrentie, maar bijvoorbeeld als transportschip? Nu gaan de schepen naar de sloop. In het kader van duurzaamheid lijkt ons dat niet de beste oplossing.

Sprekend over de financiën kom ik op het Europese Visserijfonds. Dit heeft een looptijd van 2007 tot 2013. De minister merkt op dat er om voor deze financiering in aanmerking te komen een nationaal strategisch plan en een operationeel programma moeten worden voorgelegd in Brussel. Het jaar 2007 is bijna ten einde en nog steeds is Nederland in gesprek over een van beide onderdelen. Is dat niet rijkelijk laat, zo vraag ik de minister. Kan zij er niet meer haast mee maken of er bij de Europese Commissie op aandringen om meer vaart te maken? Is het van invloed dat er al bijna een jaar is verlopen of komen mogelijke gelden van het bijna afgelopen jaar alsnog ten goede aan de Nederlandse visserijsector? Immers, er is geld gereserveerd voor cofinanciering van gelden uit het EVF. Ik mag toch aannemen dat deze nationale gelden beschikbaar blijven voor innovatie in de visserijsector?

Tijdens het overleg afgelopen juni spraken wij ook over de handkokkelvisserij. Ik heb de minister toen gevraagd of het niet mogelijk was om wat ruimer vergunningen voor de handkokkelvisserij te verlenen en hoe het zat met vergunningen die niet meer in gebruik waren. Ik leg die vraag nog maar een keer bij de minister neer, omdat onze fractie signalen bereiken dat er meer ruimte is in het bevisbare bestand die nu niet kan worden gebruikt door beperking van het aantal vergunningen. Herkent de minister deze signalen? Ik begrijp dat het verzoek tot het ontwikkelen van criteria nu ligt bij het Productschap Vis. Wat mijn fractie betreft, is het daarmee nog niet afgedaan voor de minister.

Het vaststellen van de quota is buitengewoon belangrijk voor de visserijsector. Er zijn vorig jaar vragen gesteld aan toenmalig minister Veerman over het evalueren van de methode van de bestandsopname. Voor zover ik weet, is toen toegezegd dat die evaluatie zou worden uitgevoerd, maar ik vraag mij af wat ermee is gebeurd. Voor zover wij weten is die evaluatie nog niet uitgevoerd. Wanneer wordt de scholbox geëvalueerd? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de vissers proactief worden betrokken bij de vaststelling van de quota? Volgens mij is het draagvlak dan het grootst in geval van beperking.

Tot slot nog enkele woorden over de consument. De bal ligt niet alleen bij de vissers, maar ook bij de consument.

Die zal bewust zijn aankopen moeten doen. Hoe draagt de minister daaraan bij? Hoe denkt de minister over de onafhankelijke viswijzer? Ondersteunt zij die? Nu wantrouwen de consumenten – terecht of onterecht – de viswijzers die afkomstig zijn van specifieke belangengroepen. Het zou goed zijn als er een onafhankelijke bron komt voor informatie over de te kiezen vis. Hiervoor kan natuurlijk worden aangesloten bij bestaande initiatieven zoals de MSC-certificering. Ik krijg hier graag een reactie van de minister op.

De heer Polderman (SP): De heer Cramer spreekt over sanering van de vissersschepen en wijst erop dat sloop geen duurzame oplossing is. Wat is zijn visie daarop?

De heer Cramer (ChristenUnie): Het zijn vaak heel goede schepen die na een verbouwing bijvoorbeeld ook als transportschip of voor andere doeleinden kunnen worden ingezet. Ze hoeven niet gesloopt te worden, want het zijn goede schepen met goede motoren.

De heer Polderman (SP): Maar toch niet als visserijschip?

De heer Cramer (ChristenUnie): Nee, dat heb ik ook gezegd.

Tweede termijn
De heer Cramer (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de minister voor de uitgebreide beantwoording. Ik heb het gevoel dat zij er veel energie in heeft gestoken. Dat doet mij deugd, want de sector verdient dit.

De minister heeft gesproken over de quota en de evaluatie van de bestandsopname. Zij zegt dat er een aantal staande afspraken is met de sector. Ik wil dit toch nog eens onder haar aandacht brengen. Wij kregen vrij recent een voorbeeld uit de sector aangereikt van vissers die zijn meegevaren met het onderzoeksschip Trident. Toen bleek dat de onderzoekers voor de proeftrek andere netten gebruiken dan de vissers. Dan krijg je verschillen. Het is belangrijk dat zij dezelfde taal spreken en over dezelfde onderwerpen praten en niet over appels en peren. Misschien ziet de bestandsopname er dan wel heel anders uit. Dat hoeft niet, maar ik ben van mening dat je op dit punt geen verschil van mening moet laten bestaan. Is de minister bereid om hier heel serieus aandacht aan te besteden? Ik roep haar op om dit niet af te doen met een verwijzing naar de staande afspraken, maar om hier echt onderzoek naar te doen opdat men dezelfde taal spreekt.

Ik had een motie voorbereid over de certificering. Ik laat die even liggen omdat ik de opmerkingen van de minister beschouw als een toezegging dat de visserij wordt ondersteund als dat nodig is. De vissers die hiervoor behoorlijke bedragen moeten neerleggen, moeten wel snel aanspraak kunnen maken op het borgstellingkrediet. Over die snelheid zijn zorgen geuit gelet, vooral over de medewerking van het ministerie bij de verkrijging van een borgstellingkrediet. Ik vind het belangrijk dat de sector daarover kan beschikken, want ik hecht veel waarde aan de MSC-certificering.

De minister laat zich zeer lovend uit over het visserij-innovatieplatform. Ook hierover heb ik echter een aantal kritische geluiden gehoord en dan vooral over de snelheid waarmee de projecten in gang worden gezet, aangemeld en verwerkt. De minister roept de sector op om met plannen te komen, maar ik krijg uit de sector te horen dat er wel degelijk plannen worden ingediend maar dat het lang duurt voordat die worden toegewezen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een pulse rig die al twee jaar voor eigen rekening en risico door een bedrijf wordt ontwikkeld. Dit heeft nog niet tot een aanvraag geleid.

Waarom besteed ik hier zo veel aandacht aan? De minister schrijft in de begroting dat er in 2008 vijf schepen met een alternatieve methode zouden moeten vissen. In 2013 zou 40% van de vloot daarop overgeschakeld moeten zijn. Ik constateer echter dat het enige schip dat actief met bevissing bezig was, is verkocht en dus niet meer in de vaart is. Op dit moment is er dus geen schip met een alternatieve vangstbeperking aan het werk en het is bijna 2008. De druk en de noodzaak om de visserij de helpende hand te bieden om de innovatie voort te kunnen zetten, zijn dus groot. De minister stelt met nadruk dat de sanering van de kottervisserij zo snel mogelijk moet plaatsvinden. Dan moet je tegelijkertijd op het andere paard wedden namelijk een innovatieve sector.

Bron: ongecorrigeerd verslag

« Terug

Reacties op 'Wetgevingsoverleg LNV-begroting 2008'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari