Ik zoek de lijn die alles verbindt

vrijdag 02 november 2007 15:03

Mijn afspraak met Joël Voordewind is om 17.15 uur, in de Tweede Kamer. Ik ben een kwartier te vroeg, de tijd die nodig is om langs de beveiliging te komen (tas laten scannen, door een poortje lopen, paspoort tonen) en me op te laten halen door de fractieassistente. Ze excuseert zich: "Hij zit nog even in een bespreking."

Om 17.30 uur verschijnt Joël Voordewind (42, getrouwd, twee kinderen), voormalig hulpverlener in Irak, Brazilië, Burundi, Rwanda, Soedan, Zambia, Mozambique en Oost-Europa. Sinds 30 november 2006 is hij Kamerlid voor de ChristenUnie. Portefeuilles: Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Defensie, Jeugd en Gezin. Hij legt een stapeltje papieren op tafel, op de papieren zijn blackberry, ernaast een zakje met drie boterhammen: "Mijn lunch, daar ben ik nog niet aan toegekomen." Op het schermpje van de blackberry verschijnt een nieuw bericht. "Even kijken hoor. Ah, De Ochtenden. Daar heb ik net mee gepraat, ze vragen of ik een quote over wil doen. Hoe strak zit jij in je schema?" 17.45 uur. Joël Voordewind is terug. Hij zet zijn blackberry niet uit, maar legt hem wel uit het zicht. En eet één boterham op. "De rest komt straks wel, in de trein naar huis."

Tsja.

"Ja ik moet eerlijk zeggen: ik heb het in mijn leven nog nooit zo druk gehad als nu. Jij bent vandaag mijn zevende gesprek. En dat zijn dan alleen nog maar de gesprekken. Daarnaast zijn er de debatten. Daarvan was er vandaag maar één. Maar wel een belangrijke, over clustermunitie. En zonet heeft mijn medewerker de stukken voor morgen alweer in mijn tas gestopt. Die ga ik zometeen lezen, in de trein van zeven uur. Als ik die haal tenminste."

Is dit leven of overleven?

"Wat ik hier vooral heb moeten leren is: schakelen. Je gedachten op een rij zetten voor het volgende onderwerp. En dan weer een ander onderwerp. En nog één. Ik had een keer een dag met drie debatten, tussendoor een spreekbeurt in een andere stad en 's avonds weer een spreekbeurt. Het is me gelukt. Maar die dag heb ik besloten dat ik het zo niet meer doe. Ik weet nu: dan volg je alles, en je zegt ook echt nog wel wat zinnigs, maar je hebt je bij geen enkel onderwerp afgevraagd waar het nou om draaide. Dus je zou het niet zeggen als je mij hier zo ziet zitten met die overgebleven boterhammen, maar ik probeer nu tussendoor bezinningsmomenten te hebben."

Bezinningsmomenten? Hoe werkt dat?

"Heel simpel eigenlijk. Ik kijk naar een onderwerp en denk: wat zou hier nou een christelijke visie op zijn. Soms pak ik de bijbel er even bij. Daar staat niks in over clustermunitie, maar wel over de proportionaliteit van oorlogvoeren. Of ik bid. Dan vraag ik om de juiste inzichten. De juiste benadering. Ik doe dat overdag, tussendoor. In de trein. Op de fiets naar huis. Maar nooit tijdens een debat. Tijdens een debat ben je alleen maar aan het opletten: wat zeggen de collega's, wat zegt de minister. Dat gaat allemaal heel snel. Dan moet je scherp blijven. En als er eens een saai moment is, check je je mails op je blackberry. Nee, een debat is geen bezinningsmoment."

Is het genoeg?

"Het is niet genoeg, nee. Ik heb er ook de zondag voor nodig. Als ik 's zondags in de kerk zit, blader ik vaak even door de bijbel om nog over iets na te kunnen denken. Soms schiet mij iets te binnen tijdens het gebed. Wat ik zoek is: de rode lijn die alle dingen die ik doe met elkaar verbindt. Een debat als dat van vandaag is wat dat betreft niet moeilijk. Dan staat op mijn netvlies wat ik met eigen ogen heb gezien: kinderen die het slachtoffer werden van achtergebleven clustermunitie. Dat zeg ik dan ook: honderdduizend slachtoffers tot nu toe, van wie 40 procent kinderen. Op zo'n moment weet ik: als ontwikkelingswerker deed ik goed, maar klein werk. En nu doe ik hetzelfde met een groter effect. Dan zie ik de lijn."

Dat lukt dus niet altijd.

"Ik kijk elke dag even terug: wat is goed gegaan, wat niet. En: heb ik wat kunnen doen dat iets betekent. Ik hou dat ook bij. Ik schrijf het in mijn agenda: toezeggingen, moties, of er ontwikkeling zit in de dingen die ik belangrijk vind. Dat helpt mij om die lijn te zien. Op momenten dat ik denk: waar doe ik het allemaal voor, kijk ik even naar dat overzicht in mijn agenda."

Reflectie is tot rust komen?

"Ja. Ik praat ook regelmatig met onze voorganger, zoals wij in de evangelische kerk de dominee noemen: wat vind jij hier nou van, vraag ik hem dan. Als er minder tijd is, stuur ik hem een mail. En ik praat met mijn vader. Die is ook dominee. Meestal helpt het als mensen afstand hebben tot de politiek. Mijn vrouw bijvoorbeeld, vindt soms dat ik te ver ga. Ik ben al een tijdje bezig met wat je kunt doen aan jongeren die steeds later gaan stappen. Ik dacht: de disco's op de gewone tijd laten sluiten, maar regelen dat je er na elf uur niet meer inkomt. Dat die jongeren weten dat ze er eerder naar toe moeten, want de deuren gaan dicht. Komt er in de media te staan dat onze partij de disco's om elf uur wil sluiten. Daar wind ik me over op: zo zit het niet. Dan zegt mijn vrouw: joh, dat moet jij ook allemaal niet willen regelen, daar is de politiek helemaal niet voor."

Dat relativeert?

"Zij is een spiegel voor mij."

En verder?

"Ik probeer betrokken te zijn bij individuele personen. Als ik bijvoorbeeld een brief krijg van ouders die met hun dochter in de problemen zitten, in de jeugdzorg is geen plaats voor haar en daarom zit ze nu in een jeugdgevangenis, grijp ik wel eens in. Dan bel ik met het bureau jeugdzorg om te zeggen: dit kan toch niet, kunnen we hier niet een mouw aan passen. Soms helpt dat. En tegelijk doe ik er dan beleidsmatig wat aan."

Hoeveel gewone mensen zie u nog, door de week?

"Ik weet: als ik alleen maar de agenda afren, ben ik niet meer met het echte leven bezig. Je moet mensen zien, ze aan de telefoon krijgen, als het kan ze ontmoeten. Mijn vrouw en kinderen zeggen: als je niet uitkijkt ben je bezig de wereld te redden, maar heb je geen oog meer voor je eigen gezin."

Daar moeten ze u dus zo nu en dan op wijzen?

"Eh... ja."

En dan?

"Mijn vrouw en ik hebben nu tegen elkaar gezegd dat we momenten gaan vastleggen waarop we samen dingen doen. Normaal deed je dat spontaan. Maar nu lopen alle avonden als vanzelf vol met werk. Dus moeten we dingen plannen. Deze week gaan we samen uit eten."

Zonder planning zou er alleen de zondag zijn?

"De zondag en de vrijdagavond. Op vrijdagavond probeer ik om zes uur thuis te zijn. En op zondag neem ik de telefoon niet op. Ja, mensen die ik ken. Dat zie ik dan aan het schermpje. Ik heb er wel eens een discussie over gehad met iemand van een andere partij, die zei: je moet als volksvertegenwoordiger vierentwintig uur per dag beschikbaar zijn, zeven dagen per week. Maar dat vind ik dus niet."

Een werkweek als deze

Maandag werkt Tweede Kamerlid Joël Voordewind thuis: die dag wordt er (meestal) niet vergaderd in het parlement. Hij neemt stukken door, bereidt speeches en notities voor, belt en mailt. Soms speelt hij tussendoor even op zijn gitaar. Als de kinderen uit school komen, vangt hij ze op. Vanaf negen uur 's avonds, wanneer ze in bed liggen, werkt hij nog een paar uur door.

Dinsdag, woensdag en donderdag begint de werkdag om half acht, met het beluisteren van het nieuws, het lezen van de kranten, tas pakken en in de trein (Amsterdam-Den Haag) weer stukken lezen. De dagen vullen zich met vergaderingen, debatten, gesprekken. Behalve als hij daarna nog ergens in het land een spreekbeurt heeft, neemt hij om half acht de trein naar huis, waar hij dan om negen uur aankomt. Hij praat even bij, daarna gaat hij de stukken voor de volgende dag lezen.

Vrijdag en vaak ook zaterdag legt hij werkbezoeken af. Zondag werkt hij niet.

Bron: Gretha Pama, nrc-next

« Terug

Reacties op 'Ik zoek de lijn die alles verbindt'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari